Eigthies-nostalgie (XXVII) – Modern Talking

Om de schijn weg te nemen dat de secretaris altijd naar (redelijk) verantwoorde eighties-muziek luisterde – alhoewel Wham! in bepaalde kringen zeker als not done werd beschouwd – volgt deze keer een smaak die volgens velen zeker wel richting kitsch gaat. De secretaris keert namelijk terug naar het Duitse duo Modern Talking dat een hevige, maar kortstondige succesperiode beleefde in het midden van dit inmiddels zo vaak aangehaalde decennium.

Modern Talking bestond formeel uit Thomas Anders en Dieter Bohlen. In hun nummers horen we regelmatig de hoge falset terug. Deze is echter niet van zanger Anders, maar van een groep achtergrondstemmen. De muziek van Modern Talking is overduidelijk beïnvloed door de destijds populaire italodiscobeat, in Duitsland vaak aangeduid met de term “Disco-fox” (wat ook de naam is van een dansstijl) of gewoon “eurodisco” voor de rest van Europa. Deze vaak uit Duitsland afkomstige stijl werd vooral gekenmerkt door een nadruk op de melodie, gebruik van electronische muziek en liefde als centrale thema.

Modern Talking is een gelikt gecast duo met twee vrij knappe, elkaar aanvullende verschijningen: de blonde (Bohlen) en de donkere (Anders). In die zin is er ook een parallel met Wham! te trekken. De secretaris herinnert zich vooral de ketting van Anders met de naam van echtgenote ‘Nora’ als hanger. Hij nam zich voor dat later ook te doen, maar heeft daar uiteindelijk nooit invulling aan gegeven.

Zoals vaker bij een dergelijke ‘hitmachine’ was de roem kort maar krachtig. Vanaf begin 1985 t/m eind 1986 rolden er een aantal lekker in het gehoor liggende nummers van de persen: ‘Brother Louie’, ‘You can win if you want’ en ‘Atlantis is calling’.  De secretaris vindt hun eerste succes nog het mooist: ‘You’re my heart, you’re my soul. De remix-versie is ook de moeite waard, met name door het instrumentale gedeelte.

In deze clip kijken de jonge Anders en Bohlen nog onschuldig. Niemand kon toen vermoeden dat deze Duitse Frank Masmeiers jaren later flinke ruzie kregen om contracten en geld. Daar waren de achtergrondzangers op een gegeven moment ook bij betrokken. De oorzaak lag in onenigheid over afspraken rondom een comeback-album in 1998. Kennelijk was men de strekking van hun eerdere nummers vergeten……

Zo weinig mogelijk regels graag

Het begon allemaal met een mailtje dat ik gisterenavond kreeg. Via een collega liet de centraal gevestigde afdeling boekhouding weten dat digitale facturen niet langer geaccepteerd worden. Ik werk bij een hbo instelling die als ambitie heeft innovatieve professionals op te leiden, dus ik dacht natuurlijk even dat het andersom bedoeld was: “We accepteren geen papieren facturen meer.”  Helaas, er stond toch precies wat ik las. Alleen nog papier. De motivatie: omdat het zo in de leveringsvoorwaarden omschreven staat. 

Hoor ik u daar zeggen dat ik kritiek op dit soort interne gelegenheden vooral intern moet houden? Klopt. Het gaat mij ook helemaal niet specifiek om dit geval. Deze papierregel zal mij worst wezen. Als docent ontvang ik hoogstens drie facturen per jaar, dus ik lig er geen seconde wakker van. Het is mij meer te doen om regels in het algemeen en dit is gewoon een onbedoeld ietwat grappig voorbeeld dat ik prima als intro kan gebruiken voor deze post.

Het valt mij namelijk steeds op dat organisaties altijd meer regels verzinnen en nooit minder. Het gemak waarmee mensen regels weten te bedenken vind ik spectaculair. Zelfs mensen die normaal niet zo bar veel weten te creëren, kunnen blijkbaar wél regels bedenken, invoeren en vervolgens controleren of iedereen er aan voldoet. Meten is weten! KPI’s in een spreadsheet! Hoera!

Maar is dat eigenlijk wel zo hoera? Waarom vraagt blijkbaar niemand zich bij invoering van al die regels zich af of ze wel zinnig zijn? Is meer weten wel vooruitgang? Hoeveel organisaties verzuchten twee jaar later in een beleidsrapport dat de basis op orde gebracht moet worden? En hoeveel nieuwe regels levert die wens op? Stel nou dat we het erover eens zijn dat een regel doorgaans ten koste gaat van de eenvoud van een organisatie? En stel nou dat  IBM in 2010 onder de titel Capitalizing on Complexity wereldwijd een enorm onderzoek uitvoerde onder CEO’s? Hoofdvraag: hoe kunnen bedrijven outstanding zijn in een steeds complexere wereld? Eén van de drie hoofdconclusies was dat organisaties behendiger, sneller en flexibeler moeten worden en elegante, simpele producten moeten ontwikkelen.

Dat klinkt niet echt als meer regels, of wel?

Ik ben niet tegen regels, maar ik ben wel voor zo weinig mogelijk regels. Vrolijk werd ik dan ook van een paar regels van Ricardo Semler in het boek Semco-Stijl dat ik deze week aan het lezen ben. Ik citeer:

Op een enkele uitzondering na hebben regels en voorschriften slechts de volgende uitwerking:

  1. Ze leiden de aandacht af van de doelstellingen van het bedrijf.
  2. Ze verschaffen managers een misplaatst gevoel van zekerheid. 
  3. Ze creëren werk voor cententellers.
  4. Ze zijn verspilde energie en kunnen alleen tot problemen leiden. 

Het verlangen naar regeltjes en de noodzaak van innovatie zijn in mijn ogen onverenigbaar.

Ik zou er persoonlijk aan toe willen voegen: 5. Regels hebben geen zin, want de rebelsere helft van het personeel saboteert ze toch.

Zo weinig mogelijk regels dus. De belangrijkste: gebruik je gezonde verstand. Werknemers zijn mensen met hersenen die ze best willen gebruiken. Tot slot even terug naar het begin. Je vraagt je af wat logischer is, de kennelijk nogal klassieke leveringsvoorwaarden moderniseren… of tien jaar terug gaan in de tijd.

Zo verloopt een project. Creativiteit is doorzetten!

Laatst kwam ik onderstaand plaatje tegen in Steal Like an Artist van Austin Kleon, hier reeds besproken. Voelde alsof ik door de bliksem geraakt werd, zo herkenbaar was het. Want eigenlijk verlopen echt al mijn creatieve processen zo.

Twee weken later is het plaatje nog niet uit mijn systeem verdwenen en heb ik er wat over nagedacht. Ergens in de afgelopen dagen kwam ik tot het inzicht dat het aansloot bij de zoektocht naar een betere definiëring van wat creativiteit eigenlijk is. Tot voor kort hield ik de definitie van Ken Robinson aan: de imaginaire processen die leiden tot ideeën met waarde. De laatste tijd denk ik echter dat creativiteit meer is dan dat. Alleen een idee is immers nog niks, je moet het ook maken (op zijn minst een prototype). Daarom begon ik er steeds meer voor te voelen om net als Tom en David Kelley iets toe te voegen. Zij zeggen: creativity is the ability to invent ideas & the courage to try them out.

Kan kloppen. Creativiteit vraagt moed. Maar als ik naar dit plaatje kijk, is er meer. Creativiteit is ook een kwestie van doorzetten als de energie dat het idee aanvankelijk gaf er langzaam uitloopt. De uitwerking van een idee moet in feite het breekpunt van the dark night of the soul passeren. En om die fase door te komen moet je kennelijk jezelf voorhouden dat het allemaal weliswaar niet zo geweldig is als je eerst dacht, maar dat het de moeite waard is om door te zetten, omdat je er wat van zult leren voor een volgende keer. Zou daar een deel van het verschil zitten tussen mensen die als bijzonder creatief beschouwd worden en mensen die als minder creatief beschouwd worden? Dat de eerste categorie nieuwsgieriger en leergieriger is en daardoor vaker doorzet?

Storyboard? Blokmannetjes zijn voor actie

Sommige mensen zijn bang dat hun ideeën gestolen worden. Dat is begrijpelijk, maar nogal onnodig. Zoals Howard Aiken stelt: If your ideas are any good, you will have to ram them down people’s throats. De beste manier om dat te doen (dat door de strot rammen dus), is met behulp van een prototype. Probeer het en je zult het zien: nothing beats a prototype als je andere mensen je idee uit wil leggen en ze wil overtuigen. Met een fysiek product is dit relatief gemakkelijk te doen. Je maakt gewoon een werkend model. Eventueel op schaal, doen architecten ook.

Maar hoe zit het als je idee een dienst, proces of ervaring is? Die kun je niet vastpakken. Bovendien speelt tijd dan een rol in je idee. Een rollenspel kan dan uitkomst bieden, maar een andere veelgebruikte optie is het storyboard. En daar zijn we weer terug bij het tekenverhaal van een paar dagen geleden. De emotiemannetjes met hun idioot grote hoofden die we toen voorbij zagen komen zullen van pas komen bij het tekenen van je story, maar er zal ook actie op papier moeten komen.

Mensen tekenen is best moeilijk voor ongeoefende sufferdtekenaars zoals ik. Dus… een persoon in actie, hoe pakken we dat aan? Welnu, met een blokmannetje. Teken eerst een vierkantje, denk dan even na over de lichaamshouding en plak er met lijntjes armpjes en beentjes aan vast. Klein hoofdje met mondje en oogjes erop en klaar! Paar minuten oefenen met deze tips van Dan Roam en dit is het resultaat:

IMG_1616Ok. Geen Picasso. Maar wel duidelijk wat er bedoeld wordt, toch? Ik onthoud: blokmannetjes zijn voor actie.