Peter Handke – De angst van de doelman voor de strafschop (+)

Alhoewel de secretaris nog wel eens in de bibliotheek komt, is hij inmiddels meer in de greep van een ander initiatief voor bibliofielen: de ruilkast. In zijn directe omgeving (in voorzieningenhart De Ster en op zaterdag bij ruilkring Lent in de Kas) kan hij uit een bescheiden collectie een boek uitzoeken, op voorwaarde dat er een ander voor wordt teruggezet. Een sympathiek fenomeen, dat aansluit bij een toenemende behoefte in onze maatschappij om meer (gratis) te delen. Denk daarbij ook aan een organisatie als de Social Trade Organisation, waar de secretaris onlangs een ‘doorgeefboek’ bestelde: een boek dat je mag lezen (of niet), maar dat je vervolgens niet moet laten verstoffen, maar weer aan een ander dient te geven.

Maar goed, het idealisme doet ons afdwalen, terug naar de ruilkast. Het voordeel hiervan is dat je makkelijk eens een boek ‘probeert’ dat je anders wellicht nooit voor enkele euro’s uit de bieb zou meepakken. Er is echter ook een keerzijde: het geleende kan ook zwaar tegenvallen en dat laatste overkwam de secretaris onlangs. Hij viel als een blok voor een titel van Peter Handke: ‘De angst van de doelman voor de strafschop’ (1970). De Oostenrijkse schrijver (1942) stond zelfs op de shortlist voor de Nobelprijs voor de Literatuur dit jaar, dus dat beloofde veel goeds.

Bron: boekwinkeltjes.nl

De secretaris kwam echter bedrogen uit. Alhoewel op de binnenflap het Algemeen Handelsblad (later opgegaan in NRC) met enthousiasme beweert: “…Handkes verhaal is even fascinerend als onbegrijpelijk; het is onmogelijk om halverwege op te houden”, deed de secretaris dat toch. En dat voelde bijna als een opluchting, want nergens vond hij enige aansluiting met het verhaal, de stijl of toonzetting.

Het verhaal gaat over de ex-doelverdediger Bloch die denkt dat hij ontslagen is, als niemand naar hem opkijkt, wanneer hij de fabriek waar hij werkt, binnenstapt. Vervolgens zwerft hij doelloos door Duitsland en al snel wurgt hij een vrouwelijke loketbediende, waardoor zijn tocht nog meer de vorm van een vlucht krijgt. Met een enorm tempo beschrijft Handke Blochs belevenissen, maar deze gehaastheid voert zodanig de boventoon dat de secretaris al rap afhaakte. Wellicht dat er voor andere lezers een zekere climax wordt opgebouwd, maar daarvoor is het allemaal wat te ongeloofwaardig en moeilijk voorstelbaar.

Wat rest, is de herinnering aan een leuke titel en een boek dat waarschijnlijk enkele grote fans heeft, maar wellicht evenzovele tegenstanders. De secretaris kan zich immers niet voorstellen dat iemand dit boek een redelijk zesje geeft: het is alles of niets. Gauw terugzetten dit exemplaar, en maar hopen voor Handke dat niet al teveel mensen in Lent dit blog lezen…..eindoordeel: +.

De wonderbaarljke filmpjes uit de Prelinger Archives

Er was een tijd dat het beroep van archivaris vaak voorafgegaan werd door het bijvoeglijk naamwoord ‘suffe’. Die tijd lijkt voorbij.
De archivaris die de juiste informatie weet te vissen uit de informatiebrij die vandaag de dag op ons afkomt, is spekkoper. Of, als je er niet gelijk een economische term aan wilt hangen, een moderne held.

Zo iemand is de Amerikaan Rick Prelinger (1953). Begin jaren 80 werkte hij als, inderdaad, suffe archivaris bij de Library of Congress. Hij kwam erachter dat veel archief-filmpjes geen specifiek doel hadden en (mede) door hun vluchtige karakter niet bewaard bleven. Deze zogenaamde ‘ephemeral’ films zijn meestal ook vrij van auteursrecht, omdat men simpelweg niet de moeite nam om dit vast te leggen.

Mooi voor ons in dit geval! Want deze educatieve films, reclames en propaganda zijn erg de moeite waard. Bovendien is al het materiaal van Prelinger vrij te hergebruiken.
De veel geciteerde film van een hangbrug in het westen van de V.S. die onherroepelijk doormidden breekt (zie hierboven) stamt bijvoorbeeld uit de collectie.
De zoektocht door The Internet Archive (waar Prelinger onderdeel van uitmaakt) lijkt op de ontsluiting van een schatkamer. Wat heb je nou aan een opname van een nachtelijk ritje door downtown Los Angeles in 1946. Nou, oordeelt u zelf … (voorzien van een soundtrack door NUtblog).

Materiaal uit de Prelinger Archives is een welkome en oorspronkelijke aanvulling op het dweperige aanbod van vandaag de dag. Je vindt er titels als Frank and His Dog, Dating: Do’s and Don’ts, Micrin Mouthwash Commercial en Mental Hospital maar er is nog veel meer te ontdekken.

Bron: The Internet Archive

Een ritje met de Oisterwijk Express

In augustus logeerden de secretaris en zijn dochter in het lege huis van de beschermheer die met zijn gezin nog moest terugkomen uit Italië. Toen de kat eindelijk genoeg aandacht had gekregen, gingen zij samen de toerist uithangen in het nabijgelegen Oisterwijk. Bij recreactiepark ‘Piet Plezier‘ sloegen zij een midgetgolfballetje, waarna hun oog viel op de op het punt van vertrek staande ‘Oisterwijk Express‘, een toeristische rondrit van circa 1,5 uur door Oisterwijk.

Bron: panoramio.com

Nou, we gingen er lekker voor zitten in de voorste kar waar de vrijwilligers Henk (bekwame chauffeur) en Henk (loslippige gids) er duidelijk zin in hadden. Oisterwijk, ook wel bekend als de “parel in ‘t groen”, bleek deze bijnaam niet voor niets gekregen te hebben. De kern wordt gevormd door De Lind, een langgerekt Kempisch stadsplein, waarop een lindeboom staat van duizend jaar oud die in 1388 al werd beschreven. Onder de boom werden kaas- en eiermarkten gehouden en er werd recht gesproken. Daarnaast herbergt de Lind meerdere unieke historische panden, zoals de oude Looiershuizen (nr 8 en 40) en de voormalige sigaarfabriek ‘De Huifkar’ op nummer 30.

Een ander bekend gebouw aan het begin van de route is het chique hotel Bos & Ven, waar hedentendage veel topsporters komen genieten van de faciliteiten en de omgeving. Over het station kwamen we dankzij Henk te weten dat die in 1860 dienst deed als tussenstop op de lijn Londen-Moskou. Maar Oisterwijk wordt vooral bezocht vanwege de prachtige ligging in de natuur, en daar mochten we het tweede deel van de rit ook van proeven.

De Oisterwijkse bossen en vennen is een prachtig natuurgebied, onderdeel van Nationaal landschap ‘Het Groene Woud’. De meeste vennen die hier te vinden zijn, ontstonden in de laatste ijstijd door de wind die stukken land uitsleet en andere stukken opblies tot heuvels. De laagtes vulden zich nadien met regenwater en vormen nu een prachtig aaneengeschakeld en gevarieerd gebied van water, moerassen en moerasbossen.

Bron: hollandgroen.nl

In de buitenwijk richting de vennen staarden de passagiers naar de enorme villa’s waar de Brabantse elite zich heeft verzameld, zoals oud-Philips topman Timmer. De één is soms een miljoentje duurder dan de ander, maar dat zie je van de weg vandaan er niet aan af. Voor wie wil gaan kijken: stel de TomTom in op Bosweg/ Heisteeg. Ook Natuurmonumenten heeft in deze contreien een heel mooi stekkie gevonden voor hun bezoekerscentrum. Verder wemelt het in Oisterwijk van hoeves, campings, en recreatieparken, waarvan het natuurvriendelijke en innovatieve ‘Klein Oisterwijk’ zeker niet onvermeld mag blijven.

Het begint zo al aardig op een pr-praatje van een VVV-medewerker te lijken, maar het moet gezegd: ondanks dat vele andere toeristen Oisterwijk ook ontdekt hebben, is een bezoekje – in ieder geval aan de omgeving (in dit kader noemen we de Kampina ook nog) – zeker de moeite waard. Voorlopig moet u het dan wel zonder de ‘Oisterwijk Express’ doen: het seizoen opent weer begin april.

Het geheim van design schuilt in fijne spullen deel 5: de brandblusser uit Osnabrück

Ik heb het al eerder gezegd: goed design = uitstekende functionaliteit + grote emotionele impact. Een mooi voorbeeld kwam ik dit weekend tegen in een winkel in Osnabrück (Ja, ik was in Osnabrück. Het was er leuk. En heel Duits). Tussen allerlei bepaald niet goedkope klokken, serviesstukken, Lego en barbecues stuitte ik op een aantal brandblussers. Die hingen er niet om in geval van nood het pand te behoeden voor de ondergang, maar waren keurig uitgesteld voor de verkoop.

Zeg nu zelf, wat is nou functioneler dan een brandblusser? Het ding is een noodzakelijk kwaad voor als het ons te heet aan of onder de voeten wordt. Gebruiksgemak is cruciaal: het apparaat moet in de paniek waarmee noodsituaties nou eenmaal doorgaans gepaard gaan snel en veilig bediend kunnen worden. Er is geen tijd om even een kwartiertje de handleiding te bestuderen.

En toch kun je het design van zo’n hyperfunctioneel ding verbeteren door het mooi te maken. Of zoals op het erbij geplaatste bordje geschreven staat: Warum sollte es dann nicht schön und funktional sein! Superorigineel zijn de ontwerpen nog niet eens. En toch: fijne brandblussers, I’m lovin’ them!

foto kopie

Trouwens: prijs 100 euro. Gewone brandblusser: 16 euro. Wie wat functioneels een beetje mooi weet te maken, kan geld verdienen :).