Het geheim van design schuilt in fijne spullen, deel 2: Adidas Dragon

In een poging te achterhalen wat goed design is zetten we een aantal fijne spullen op een rij. Vandaag deel 2: Adidas Dragon Sneakers.

Het was even 34 jaar zoeken, maar toen kwam ik de allerbest gedesignede (zeg je dat zo? schrijf je dat zo?) sneakers ever tegen. Ik ben inmiddels toe aan – even tellen zwartwit, grijs, grijsrood, blauwwit, blauworanje, lichtblauwwit- mijn zesde paar. De Adidas Dragon is, zonder hier nou reclame te willen maken, kennelijk niet zo maar een schoen.

Sneakers zijn sowieso belangrijk. Na mijn activiteiten in de reclame was één van de belangrijkste instapvoorwaarden voor een nieuwe baan, naast leuke collega’s en een redelijk salaris uiteraard, de mogelijkheid om opnieuw dagelijks sneakers te kunnen dragen. Van gewone schoenen krijg ik namelijk altijd blaren, vandaar. En omdat het er kek uitziet natuurlijk. Sneakers houden je jong in het straatbeeld. 

Welnu, het is gelukt. Ik ben Hogeschooldocent in creativiteit, reclame en nog wat andere dingen. Hoewel dat ook met een pak aan blijkt te kunnen als ik om me heen kijk, kan het ook prima met gympies aan. Ik draag dus dagelijks mijn Adidas Dragons en trek ze ochtend na ochtend met veel plezier aan. Simpele lage schoen, frisse kleuren (je kunt ze ook zelf ontwerpen bij Adidas trouwens), drie strakke strepen, lichte materialen. Kan wel wat warmpjes worden bij heet weer, maar welke schoen wordt dat niet? Het zijn geen runners natuurlijk, maar er een stukje op hardlopen van het ene lokaal naar het andere is dan weer geen probleem. Wel plassen ontwijken, want waterdicht – ho maar. Belangrijk detail: een slanke doch stevige neus die nooit loslaat. 

Wat verraadt de Adidas Dragon over design behalve dan dat het een combinatie is tussen functionaliteit en schoonheid? Misschien dat die schoonheid vaak voortkomt uit een bepaalde eenvoud. Less is more, dat idee. Hoewel je zou kunnen stellen dat over smaak te twisten valt en je maar net van eenvoudige, strakke ontwerpen moet houden, ben ik toch van mening dat juist bij een zeer functioneel ontwerp een simpele vormgeving al snel die functionaliteit ten goede komt. Ik hou, kortom, van simpel en effectief. Zo ontstaat mooi. 

Een ander kenmerk is misschien wel dat goed design lang meegaat en een tijdloze component heeft. De Dragon is een sneaker uit de Adidas Originals serie en werd al in de jaren 70 van de vorige eeuw ontworpen.

En mijn nieuwste Dragons, die zien er dus zo uit:

Het geheim van design schuilt in fijne spullen. Deel 1: Kloofbijl.

We hebben in Nederland de mond vol van Dutch Design, maar wat design eigenlijk precies is lijkt een geheim dat niemand precies heeft weten te ontrafelen. Er zijn dan ook nogal wat definities te vinden, die opmerkelijk weinig overeenkomsten met elkaar vertonen. Een aardig overzichtje is te vinden op deze page van feltyshotsmedia, die zelf tot een interessante definitie komen, en wel deze:

“Design is de uiterlijke presentatie van alles om ons heen, waarbij een toevoeging van waarde wordt gecreëerd. Deze waarde kan verschillende niveaus hebben, maar zal afhankelijk zijn van het verleden, de omgeving, cultuur en de tijd waarin we leven.”

De niveaus waarover wij spreken zijn onder andere: functionele waarde, emotionele waarde en kwaliteit.”

Een andere definitie die mij aanspreekt is die van John Heskett, die door Daniel Pink gepresenteerd wordt in zijn boek a whole new mind:

“Design, stripped to it’s essence, can be defined as the human nature to shape and make our environment in ways without precedent in nature, to serve our needs and give meaning to our lives.”

Uit deze definitie heb ik zelf geconcludeerd dat design een soort van optelsom is van functionaliteit en emotionele waarde. Goed design maakt het leven gemakkelijker en ontroert op de een of andere manier. We vinden het mooi, grappig of misschien maakt het ons boos. Het gebruik is, kortom, een waardevolle ervaring. Niet iedereen zal het overigens meteen eens zijn met deze optelsom waarin functionaliteit een belangrijke rol opeist, niet voor niets gebruiken sommigen ook wel de term functioneel design, wat meteen impliceert dat er ook zoiets zou bestaan als design dat verder functieloos is.

Uiteindelijk is dit allemaal nog wat onbevredigend. Het blijft nogal theoretisch geleuter dat vraagt om een flink voorstellingsvermogen, zodat een beetje in de lucht blijft hangen wat goed design nu eigenlijk precies is. Op zich is dat niet erg, maar misschien is het wel interessant om vanuit een ander perspectief te gaan kijken. Als we nu eens gewoon een aantal spullen (en misschien wel diensten) op een rij zetten die ons zeer bevallen, ontstaat dan niet vanzelf een beeld van wat het geheim achter goed design is?

Als eerste stel ik aan u voor: mijn kloofbijl. Wat een heerlijk stuk gereedschap is dat! Het perfecte therapeutische zaterdagochtend instrument waarmee op daverende wijze de ongemerkt opgebouwde werkweekfrustraties aan gruzelementen geslagen kunnen worden.

foto

Hierboven ziet u ‘m liggen tussen de zojuist gekliefde kastanjehoutblokken. Uitgevoerd met een fraaie, lange, gladde steel die prettig in de hand ligt. En on top of that een robuuste, vlijmscherpe stalen kop. Eigenlijk zonde dat ze die rood geverfd hebben, die zilveren metaalkleur was beter geweest. Een genot om te meppen met dit ding! Het kan één klap duren of twintig, maar met de juiste techniek gaat tot nu toe elk stuk hout uiteindelijk voor de bijl, wat euforische mannelijke gevoelens teweeg kan brengen. Bij een kinderlijk blije idioot als ik tenminste. Ondertussen geeft de bijl zelf geen krimp, zoals het hoort.

Kenmerkend qua ervaring is dat bij dit design de liefde pas echt ontstaat bij langdurig gebruik. Tijdens het testen van de functionaliteit ontstaat de waardering voor de esthetiek, zo lijkt het. En daarmee zijn we terug bij de definitie van het begin: functionele waarde, emotionele waarde en kwaliteit. Het is nochtans geen ding waar ik een uur liefdevol naar kan gaan zitten kijken, zoals ik bijvoorbeeld wel naar een racefiets kan. Maar daarover later meer.

Commiezenhut, Denekamp

Langs de grens tussen Duitsland en Nederland hebben schuilhutten gestaan voor grenswachten en commiezen. Ze dienden tot de jaren ’70 van de vorige eeuw voor de douaneambtenaren bij hun controles van de groene grens als rustpost en uitkijkpunt, waarvoor de kijkgaten links en rechts waren bestemd.

Op vakantie troffen de secretaris en zijn gezin er eentje aan in Noordoost Twente. Het was even zoeken, maar dankzij 3g en google maps konden we een kijkje nemen in het kneuterige hutje.

image

Bij de openstelling van de landsgrenzen in 1993 is deze toen sterk verwaasloosde hut door de Stichting Heemkunde Denekamp geadopteerd en weer opgebouwd. Heemkunde heeft hier een zitbank bijgeplaatst, waar fietsers en wandelaars kunnen rusten en genieten van de stilte en de mooie natuur.

 

Pannenkoekhoes De Stroper, De Lutte (++++1/2)

De secretaris en zijn echtgenote verbazen en ergeren zich al jaren over de povere kwaliteit van een gemiddeld pannenkoekenhuis. Kennelijk is het toch een ambacht, of is het gemakzucht? Een kinderhand of mond is immers gauw gevuld, zeker als het gerecht wordt gelardeerd met een vaak waardeloos speelgoedje.

Daardoor is op de terugweg het voorste deel van de auto aan het klagen, terwijl het achterste deel met de meegekregen rotzooi tevree aan het uitbuiken is.

Gelukkig ontdekten we op vakantie in Overijssel dat er koks zijn die met kennis en aandacht er ook voor de volwassenen een pannenkoekenfeestje van maken. In De Lutte, bij Oldenzaal, ligt aan de Bentheimerstraat pannenkoekhoes De Stroper.

Bron: vvv.nl

Het assortiment is divers, maar niet overdreven. Groot pluspunt is dat het zonder meerkosten mogelijk is een volkoren versie te bestellen. Daarnaast is De Stroper geschikt voor iedereen die rekening moet houden met dieten of allergieen.

Maar het allerbelangrijkst: de pannenkoeken zijn uitstekend. Lekker stevig, goede structuur en er is niet bezuinigd op de grootte en ingredienten. De pannenkoek van de secretaris was zelfs zo volbeladen met slagroom en ijs, dat het hem te machtig werd, en dat is zelden vertoond.

pk
Foto: T. Klijn

Wat ook opviel was de prima beet van de ‘allergie-pannenkoek’. Bij collegas zijn dit meestal ongelooflijk slappe todden, maar De Stroper weet zich hier ook te onderscheiden. De bediening was ook niet te beroerd om desgevraagd enige achtergronden van de bereidingswijze te onthullen, zodat we thuis dit niveau kunnen proberen te gaan benaderen.

De bediening was sowieso attent, alhoewel dit met het beperkt aantal gasten op dat vlak makkelijk scoren was. Enig minpunt is de onduidelijke bewegwijzering naar de juiste parkeerplaats. De secretaris reed door een misleidend bord bijna het terras op, en kwam daardoor bij het naastgelegen hotel terecht.

Maar als we nog eens in de buurt zijn, komen we graag terug en zorgen we ervoor dat onze maag flink hongerig is! Een topper in de pannenkoekenbranche: ++++1/2.