Over twee weken is het weer zover: het negenmaandelijkse bezoekje aan de tandarts. Voor de secretaris betekent dat, in tegenstelling tot vele anderen, geen slapeloze nachten en zweet op de bovenlip, maar een routinematig en bijna gezellig klusje. Want de secretaris heeft een uiterst vriendelijke tandarts: een rossige versie van professor Barabas die me vriendelijk doch onverstaanbaar toemurmelt, alsof hij zelf zijn kunstgebit heeft verloren. Barabas ziet er al twintig jaar hetzelfde uit: kennelijk werkt fluoride ook tegen ouderdom. Zijn mondige echtgenote is de tandartsassistente die zich dermate dominant gedraagt dat je vermoedt dat ze enkele werkinstrumenten thuis in andere gaten deponeert. Uiterst attent vraag ik na mijn behandeling naar het wel en wee van hun dochter en roddel ik nog even over mijn moeder die noodzakelijkerwijs deze praktijk frequenteerd. Had ze vroeger maar beter moeten poetsen.
Niet dat het alleen maar hosanna is: naast de benzinekosten (ik ben zo gehecht dat ik nog naar mijn geboortestad afreis) ben ik binnen 3 minuten en 21 seconden een kleine 40 euro lichter. Stelt u zich eens voor dat er 10 secretarissen binnen het uur worden afgewerkt. Een kalme werkdag van 6 uur brengt dan 2400 euro in het laatje! Daar gaan dan wel weer de kosten van de golfpauze inclusief clubhuis-lunch vanaf, maar medelijden hoeven we niet te hebben. Aan de andere kant, de tandarts moet er wel de nodige offers voor brengen: een lange en Spartaanse opleiding, al die schijterds die je tot kalmte moet zien te manen en dan natuurlijk al die vieze bekken waar je de hele dag in zit te frommelen. Een verkoudheid is voor een tandarts ideaal: geen last van die stinkende adems en het biedt de mogelijkheid om eens flink terug te proesten en te rochelen.
Zouden er tandartsen zijn die dromen om eens een lekkere tongzoen te geven in plaats van hun tandplakslang in een mooie mond te stoppen? Of de patient, in plaats van water, met AA-sportdrank laten naspoelen? Misschien even de bridge-avond afspreken tijdens de wortelkanaalbehandeling? Sadisme ligt gauw op de loer op de tandartswerkvloer, dunkt me. Voor het geld hoeven ze het na een paar jaar al niet meer te doen, want de audi-TT staat dan al op de oprijlaan te blinken als een perfect gebleekte tand.
In de wachtkamer mag doorgaans wel wat meer pecunia worden gestoken. Troosteloze ruimtes waarin altijd de verkeerde radiozender opstaat. De stoelen lijken zo weggeplukt bij Het Goed, maar het meest beschamend zijn natuurlijk de verschrikkelijk slechte keus aan tijdschriften. Een regelrechte belediging van de clientele die de spanning heus niet kan verdrijven met overgangsverhalen uit de Margriet of de zoveelste slappe moordzaak uit de Panorama. Bij de Chinees is het bijkans beter wachten en nog minder duur ook. Bij binnenkomst neem ik me voor om de aanwezige angsthazen met een vriendelijke groet en gemoedelijke blikken nog op te monteren, maar ook ik raak verzeild in onrustig getik en gefrunnik.
Bron: www.nedbe.be
Tot slot een geruststellend feitje: de website www.tandarts.nl vermeldt dat meer dan de helft van de volwassenen (grote) angst heeft om naar de tandarts te gaan. Maar er gloort hoop voor de toekomst: bij de kinderen is dit nog geen kwart. Dus koop een mooie Dora-tandenborstel en maak uw kind tandartsbestendig!
Vele lezers vroegen ons hun op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rondom het boek Geplatzerwaseld! van Joris van Dooren. Bij deze!
De eerste druk (hopelijk volgen er nog vele) van Geplatzerwaseld!, het auteursdebuut van Joris van Dooren, is inmiddels beschikbaar. Belangstellenden kunnen het boek via www.geplatzerwaseld.nl bestellen. De verkoopprijs is vastgesteld op € 13,50, incl. verzending. Daarvoor krijgt u, met het traject van de Tour de France van 2009 als uitgangspunt, op 48 pagina’s 21 verrassende, geïllustreerde wielercolumns van Joris van Dooren.
Kortom, het ideale Sinterklaas-, Kerst- of verjaardagscadeautje voor (wieler)sportliefhebbers! Nog niet overtuigd? Geplatzerwaseld! is genomineerd voor Mooiste boek van 2009, een prijs van Stichting de Magie van Het Boek.
Klik hier om naar de site te gaan of hier om direct het bestelformulier te downloaden.
Oh ja, Geplatzerwaseld! heeft ook een ISBN-nummer: 978-90-814810-1-4
Slechts weinig restaurants zullen een zo beloftevolle naam hebben als het in het Brabantse Eersel gelegen Promessa. Vanwege goede ervaringen van NUt-sympathisanten van diverse pluimage, stond deze eetgelegenheid al een tijdje hoog op ons verlanglijstje. Na diverse malen achter het net gevist te hebben vanwege allerlei vakantietoestanden, lukte het nu dan eindelijk om aan te schuiven.
We kozen voor het Anderz-concept. Promessa is namelijk opgedeeld in een conventioneel restaurant en een soort van tapasrestaurant in een modern jasje. Niet zozeer met Spaanse gerechten, we vinden vooral ook Oosterse, Italiaanse en Kempische gerechten op de kaart. Dit alles heeft de naam Anderz meegekregen, waarschijnlijk omdat het net wat Anderz is dan de gemiddelde Kempische boer kent en vreet.
Wij kwam binnen en werden keurig ontvangen. We kregen een klein muurtafeltje toegewezen in een angstaanjagend leeg restaurant, dat echter na onze binnenkomst onwaarschijnlijk snel volliep. Dit had als voordeel dat het gezellig werd zo op de zondagavond, maar als nadeel dat we de moppen van onze buren mee mochten beleven. Na onder de indruk geraakt te zijn van de vormgeving van de tafelleggers en menukaarten, bleek het geen gemakkelijk opgave om uit de lange reeks van kleine gerechten een keuze te maken, vanwege te veel en te lekker. We kozen uiteindelijk voor een salade met krokante mozzarella, een Sashimi tonijn met sesamsaus en een Carpaccio, wat drie keer een schot in de roos betekende.
We vervolgden de zegetocht van Anderz met een tempura van scampi´s met een pittige saus, frieten met aioli en een lasagne vol met allerlei hopelijk niet giftige paddestoelen. De laatste smaakte wat zwaar, maar dat is inherent aan de ingrediënten. Alvorens af te sluiten met een gedeelde bosbessensorbet, die wat bescheiden overkwam in verhouding tot de prijs, maar wel ontzettend geraffineerd smaakte, inspecteerden we de toiletten. In één woord: keurig.
Promessa maakt haar belofte waar! De prijzen zijn redelijk, de sfeer goed, de bediening netjes en vriendelijk. De keuken maakt er wat van en de toiletten zijn schoon. Er gaat dus niets verkeerd en zeg nu eens eerlijk, waar maken we dat nog mee? Dit is dus een restaurant om terug te komen. De vier NUtsterren zijn dik verdiend: ++++!
Een mens wordt vaak bedonderd in zijn leven. Eén van mijn vroegste herinneringen op dit gebied, nog ver voor het afsluiten mijn vijf woekerpolissen, de noodlottige vervanging van een peperdure, maar vooral helemaal niet kapotte wasmachinepomp, mijn fatale investeringen in het Robeco IT Equity Fund, diverse rampzalige garageavonturen en die keer dat iemand in een Franse supermarkt stiekem zijn boodschappenkarretje met daarin een nepmuntje verruilde voor de mijne met daarin natuurlijk een blinkend tien frank-stuk, dateert uit mijn lagere schooltijd. Ik was elf jaar en had les van de bovenmeester, een prachtig woord dat eigenlijk ook toen al niet meer gebruikt werd. Hij stond voor het bord en legde ons plechtig uit dat het einde der tijden nabij was, qua aardolie dan. Nog een jaartje of wat, misschien tien, maximaal vijftien, en het was gedaan met de pret. Droge oliebronnen betekenden geen autorijden meer én geen verwarming in de winter. Ai, dat was incasseren. Over die verwarming maakte ik mij niet zo’n zorgen. Wij hadden thuis een prima gietijzeren kachel staan en bovendien een bos aan brandstof achter het huis. De winters kwamen we voorlopig dus wel door. Het niet kunnen autorijden was een groter probleem. Hoe zouden wij dan met twee kano’s, drie surfplanken en vijf racefietsen bovenop onze bestelbus in Frankrijk geraken voor het hoogtepunt van het jaar: de zomervakantie?
Inmiddels zijn we niet tien, niet vijftien, maar eenentwintig jaar verder en sta ik nog steeds elke week bij het tankstation om daar een litertje of vijftig fossiele brandstof over te hevelen. Dat hele verhaal van die bovenmeester was dus complete lariekoek. En dat is buitengewoon jammer, want een bezoek aan het tankstation is natuurlijk keer op keer een treurigstemmende ervaring en niet alleen vanwege de klimatologische consequenties van frequent bezoek. Het is er gewoon slecht toeven, vooral qua biologische appels. Je kunt, nadat je erin geslaagd bent de te korte slang om de hoek van je automobiel te wurmen – hoe onthouden al die andere mensen toch aan welke kant de vulopening zit? – en de tank te vullen, in de shop daarentegen wel terecht voor allerlei zaken die de Taliban terecht verboden hebben, zoals überkleffe broodjes-bal-gehakt, king size marsrepen, semi-ranzige porno, sneeuwkettingen voor hele andere bandenmaten dan de mijne en open haard hout in 2,5 kilozakken. De wc is smerig, het verkeer raast vijfentwintig meter verderop oorverdovend hard langs, er hangen ongeschoren beroepschauffeurs stinkend over het koffietafeltje en de schele caissière staat gezellig weg te kwijnen achter een glazen plaat.
Maar de wasstraat, die is wél leuk! Van kinds af aan ben ik gefascineerd door het strak georkestreerde samenspel van kleurige borstels, autoshampoo en turbowax. Wellicht was die buitengewone interesse vooral te danken aan het feit dat mijn vader nooit, maar dan ook nooit, zijn auto aan de wasstraat toevertrouwde. Hij keek wel uit, als trotse bezitter van een eersteklas hogedruk spuit. Die onbereikbaarheid van de carwash maakte het voor mij een des te interessanter fenomeen. Aan de andere kant, ik ben tegenwoordig zelf vader. En ik heb mijn tweejarige zoontje onlangs een keertje de wasstraatexperience mee laten beleven. Met grote ogen zat hij op de achterbank te kijken hoe de borstels langs de ramen zwierden. Geboeid luisterde hij naar mijn uitleg over de werking van de wasstraat, waarbij ik er halverwege achter kwam dat ik natuurlijk helemaal niet weet hoe die werkt. Toch, elke keer als we langs het tankstation komen roept mijn zoontje nu: “Papa auto wassen!”
Bryan Adams scoorde ooit met ‘The summer of ‘69′, de secretaris denkt vanavond terug aan de zomer van 1989. Daarin gingen we met het vliegtuig naar Mallorca, naar Puerto de Andraitx om precies te zijn. Wat ik me nog herinner, was dat een Spaanse tennisleraar me aan mijn toen nog felblonde haar plukte. Mijn vader moest me beschermen, want toen wist ik nog niet dat Spanjolen alle remmen loslaten als ze blond zien. Wat me meer bezig hield, was de overgang naar de middelbare school. Ik was er niet helemaal gerust op. De basisschool was een mooie tijd geweest met een hechte en gezellige klas. Die vastigheid moest ik nu verlaten en de onzekerheid gierde die juli- en augustusweken regelmatig door mijn puberlijf.
Muziek is op zo’n leeftijd een van de weinige manieren van ondersteuning, want dergelijke gevoelens deelde je destijds met ouders noch met vrienden. Een van de nummers die paste in deze cocktail van weemoed en angst, was ‘Toy soldiers’ van Martika. Het verdriet wat deze Amerikaanse artieste bezingt, dringt door tot je ziel. De zin ‘Only emptiness remains’: ja, de leegheid na de mooie periode basisschool. Op internet lees ik dat de tekst handelt over het vroegere drugsgebruik van haar broer. Dat had ik weer eens niet in de gaten, maar een herkenning van emoties blijft.
Een tweede hit komt van eigen bodem, namelijk van de relatief onbekend band Tambourine. Met hun hippie-kledij en flower-power videoclip scoren zij met ‘High under the moon’. Ze drukken hun hang naar de jaren ‘60 ook in hun muziekstijl uit en de secretaris met zijn nostalgische inborst, liet zich er door meeslepen. De Brabantse band met zangeres Saskia van Orly creeerde een eigen sound door naast de tamboerijn een zelfgebouwde sitar te bespelen.
En de middelbare school? Na een slow start vond de secretaris zijn draai nog wel als brugpieper……
De secretaris deed onlangs een overstap naar een nieuwe functie bij zijn huidige werkgever. Een beetje verfrissing kan immers na 5 jaar trouwe dienst geen kwaad; voor je het weet sta je meerdere keren per dag bij de koffieautomaat te ouwehoeren en draait de automatische piloot op volle toeren. Hij prakkezeerde over een bescheiden afscheid van zijn oude kameraden, maar toen de secretaris al te lang draalde, werd hem een heus afscheidsdiner aangeboden. De secretaresse had, vlak voordat ze in dienst trad, haar huwelijk inclusief spijzen gevierd in Gasterij “Als toen” in de door sommige Nijmegenaren nog steeds onderschatte wijk Hees. Het frappante was dat geen enkele collega, ook niet de door de wol geverfde tafelaars, hier eerder de avondmaaltijd genuttigd had.
De secretaris betrad met zijn eega, die kennelijk nog binnen het afdelingsbudget paste, met gemengde gevoelens het pand, want partir c’est mourir un peu. Al snel maakte ontspanning zich van hem meester, daar ambiance en gastvrijheid bij “Als toen” hoog in het vaandel staan. Daarbij kwam dat alle gezonde collega’s kwamen opdagen -je moet altijd maar afwachten wat ze echt van je vonden. Het interieur is gevarieerd door de verschillende soorten meubilair: wij namen plaats aan een verhoogde tafel, zodat je een aan-de-bar-zit gevoel kreeg.
Het verrassingsmenu had qua kwaliteit in een andere chronologie moeten verlopen. Het klinkt wellicht marginaal, maar het vooraf geserveerde brood met pesto was heerlijk met een originele vondst van zoetzure olijven, waar je zelfs de meest conservatieve hater van deze Zuid-Europese lekkernij over de streep zou kunnen trekken. De geraffineerde bloemkoolsoep met geschaafde amandelen was een uitstekend vervolg. Ondertussen werd de secretaris overstelpt met cadeautjes en complimenten, die zijn aangeboren verlegenheid ondanks de robuuste witte wijn naar boven deed komen.
Bron: www.eet.nu
Gauw door naar het hoofdgerecht dat in ieder geval voor de visliefhebbers dissoneerde. De schelvis was weliswaar prima bereid en doorbakken, maar door de veel te neutrale saus werd de totaalsensatie welhaast bleker dan de vis zelf. En niet voor de eerste keer hadden de secretaris en zijn geliefde moeite met de bijgeserveerde groente: waar is de tijd gebleven dat we naar hartelust konden kiezen uit haricots verts, broccoli of desnoods worteltjes? Moeten we in deze wisselvallige herfstmaanden dan thuis nog een vitaminepilletje door de keel laten glijden? De aangeboden koolsalade stemde ons tijdelijk bedrukt. Tijd dus voor een afscheidsspeechje waarin de secretaris op zijn lustrum en met name op zijn collega’s een lichtje wilde bijschijnen. Het dessert diende zich alras aan, maar was niet van een zodanig niveau dat de secretaris zijn redevoering liet afbreken. De waarheid gebiedt te zeggen dat hijzelf de ingredienten niet kan opdreunen, maar geholpen door zijn eega bleek het hier om een “veel te citroenerige mousse met een bol vanille-ijs plus koekje erboven op” te gaan.
De slogan van de gasterij is: “Geniet van goed eten, geniet van de sfeer, geniet van de gastvrijheid, geniet “Als toen”. De middelste twee frases lukken zeker in het aan de Kerkstraat gelegen restaurant. De uitbaters zijn uiterst vriendelijk, attent en makkelijk aanspreekbaar. Bij het vertrek werd de secretaris zelfs in zijn jas geholpen, een zeldzame ervaring, waardoor hij bijna dacht dat hij in het spreekwoordelijke ootje werd genomen. Op de site www.eet.nu wordt “Als toen” culinair ook flink geroemd, maar de secretaris kan hier slechts ten dele bij aansluiten. Hoe dan ook: hij kan bogen op een uitstekende avond waarmee hij een mooie periode op een heel prettige manier afsluit. Voor NUt blijven we kritisch en nuchter, want het objectieve oordeel luidt: +++1/2.
In een ver verleden studeerde de voorzitter in Baile Átha Cliath ofwel Dublin, de hoofdstad van Ierland.
Hij genoot (van) een zogenaamde Socrates-beurs (vroeger Erasmus-beurs).
De details zal ik u besparen; in bijgaand (Engelstalig) essay probeer ik de positie van de Erasmusstudent in en uit de Ierse republiek rond de eeuwwisseling kort te beschrijven en analyseren.
Het (Franstalige) filmpje dient ter illustratie en komt uit de film L’auberge espanole (2002).
Cinema in Ierland was lang een ondergeschoven kindje. Met de komst van het Irish Film Centre begin jaren 90 kreeg de Ierse film een flinke impuls.
Twee regisseurs maakten naam met films als In the Name of the Father en Michael Collins.
In het volgende (Engelstalige) essay probeer ik hun bijdrage aan het beeld van (Noord)-Ierland een plaats te geven.
Ter illustratie een scène uit In the Name of the Father.
Oei, oei, gisteren bezorgde Andre Agassi de ATP het schaamrood op de kaken. Behalve tenniscrack bleek de Amerikaan in het verleden ook crackgebruiker te zijn geweest. Een positieve dopingtest werd bij de ATP echter wel héél gemakkelijk in een doofpot gestopt na een flauwe smoes van de winnaar van vele Grand Slams.
Wat is dat toch met tennissers en stimulerende middelen? Het lijstje van gebruikers van coaïne en speed is best lang. En het zijn niet de meest kinderachtige wannabe’s die erop staan: Hingis, Novacek, Gasquet, Wilander en nu dus ook Agassi. De smoezen zijn al net zo flauw en fantasierijk als in het wielrennen, met het verschil dat de ATP een hele grote doofpot moet hebben, anders pasten alle zaken er nooit in.
De bekentenis van Agassi intrigeert. Vooral de omschrijving van wat de drug met hem doet is bijzonder. Wij halen uit De Volkskrant: “… al snel deed het klassieke pepmiddel zijn werk. Crystal meth geeft zoveel energie dat Agassi als een razende zijn huis gaat schoonmaken.”
Kortom, u weet wat u te doen staat als de woonkamer weer eens moedeloos makend veel lijkt op Burgers Bush, bezaaid met kinderspeelgoed, broodkruimels, vage tissues, kattenkots en een half jaar correspondentie met de Belastingdienst. Succes!
Het aardige van radio is dat je de presentator niet kunt zien. Als je vanwege drukdrukdruk niet de moeite neemt om eens op internet wat speurwerk te verrichten, blijft het gissen naar de leeftijd en het uiterlijk van de persoon achter de stem. Zo schrokken wij van NUt gisteren een beetje toen we, ook over de radio, te horen kregen dat Govert van Brakel met pensioen gaat. Van Brakel bleek al bijna zestig, terwijl hij in het radio 1 journaal en bij Langs de Lijn klinkt als een jonge god.
Govert van Brakel heeft een zeer prettige stem, maar bovenal een zeer prettige benadering van de onderwerpen. Een echte vakman, met gevoel voor humor bovendien. Na 33 jaar achter de microfoon vindt hij het mooi geweest. Govert heeft ons vele genoeglijke en informatieve uurtjes bezorgd, waarvoor dank! En nu maar gaan genieten van de vrije tijd!