Archief voor maart, 2009

Dubbelgangers (3): Ernst (Erik van Trommel) en Rob Fruithof

dinsdag 31 maart 2009

De secretaris kan het niet laten; hij ziet ze weer dubbel. In de derde episode van deze serie aandacht voor de heren Van Trommel en Fruithof.

Erik van Trommel is beter bekend onder de naam Ernst. Ernst, moet u die kennen dan?  Nee hoor, wees blij als u hem niet kent, want Ernst is de helft van het zogenaamd komische kinderduo Ernst en Bobbie. Dat ze geen achternamen hebben, is nog niet zo bezwaarlijk, maar deze lui rijzen me de haren te berge. In de eerste plaats zijn ze helemaal niet grappig met hun overdreven oenige gedrag. Daarnaast gebruiken ze om de haverklap de superflauwe term ‘soepkip’ om elkaar zwart te maken.

Het allerergste is dat ze lijden aan een ziekelijke vorm van narcisme, want in hun tijdschriften spatten op elke bladzijde hun vervelende koppen van het papier, met constant die vreselijke irritante fotolach waar ze waarschijnlijk dagenlang op gestudeerd hebben samen. Ik probeer zoonlief enigszins te beschermen tegen al te veel Ernst en Bobbie-exposure. Tegen de tijd dat hij er klaar voor is, zal ik bovenstaande argumenten eens goed met hem doornemen.

Bron Ernst: www.cjp.nl

bron Rob Fruithof: www.ikzoekeenartiest.nl

 

 

 

  

 

 

Rob Fruithof is ook sneu, maar dan op een andere manier. Enige jaren geleden was hij in het nieuws als een van de slachtoffers van de malafide tennissponsor Rene van den Berg, die met zijn geslepen beleggingspraatjes miljoenen euro’s van bekende en minder bekende Nederlanders afhandig maakte. Fruithof kent u natuurlijk van de dierenquiz Waku Waku (kunt u het lied nog meezingen…?) die hij jarenlang presenteerde. In het begin was dat programma het aanzien nog wel waard. Rob fleurde het op met zijn enthousiasme en prettige stem. Hij bleef evenwel (net als de quiz zelf) te lang hangen, en kwam daarna niet goed meer aan de bak.

Wellicht kan Rob Ernst eens vervangen en Bobbie op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat hij echt niet leuk is. Als compensatie mag wat mij betreft dan het woord ’soepkip’ postuum aan het Waku Waku lied worden toegevoegd….

50 jaar Studio Sport (+++1/2)

zaterdag 28 maart 2009

Ik weet niet hoe het er bij u uitzag toen u vanmorgen de gordijnen opendeed, maar bij de beschermheer in de tuin was er een soort van moesson losgebarsten waar ze in de Amazone jaloers op zouden zijn. Een prachtige ochtend derhalve om het nog jonge gezin in de auto te proppen en naar Hilversum te rijden voor een bezoekje aan de beeld- en geluidsexperience in het algemeen en de tentoonstelling 50 jaar Studio Sport in het bijzonder. 

De beeld- en geluidsexperience is gevestigd in een opvallend gebouw. Of het aan de buitenkant mooi is met al die gekleurde vlakken valt te betwisten, maar de binnenkant is erg fraai. Mooi ruim opgezet, een enorme hal en een prachtige diepte. Voor de tentoonstellingen zelf is maar een beperkte ruimte gereserveerd, waardoor je als bezoeker razend nieuwsgierig wordt naar wat er nog meer in het pand gebeurt. In eerste instantie dachten wij aan een kerncentrale of een verzorgingstehuis, want er liepen overal mannen en vrouwen met witte pakken. Bij nader inzien bleken dit echter personeelsleden die je voorzien van een ring en je keurig de weg wijzen. Die ring heb je nodig om alle activiteiten te activeren. Je vult 1 keer je naam en e-mailadres in en dan word je vervolgens overal herkend. 

Dit is leuk, want er zijn nogal wat doe-dingen waarbij je opgenomen wordt. Zo kun je zelf geïnterviewd worden door Dione de Graaff (echt waar, meneer de secretaris!), commentaar geven bij een sportfragment, of het sportjournaal presenteren. Al die zaken zijn later via je mailadres terug te zien, waarna je kunt beslissen of je je gestuntel ook aan je vrienden durft te laten zien en horen. 

De Studio Sport tentoonstelling is niet heel groot, maar voor sportliefhebbers wel erg leuk. Twee uurtjes kun je je er zeker wel vermaken, vooral als je houdt van historische sportfragmenten. Wat wij een beetje misten was het échte kijkje achter de schermen. Diep in je hart wil je eigenlijk gewoon een keertje rondlopen op de redactie en een praatje maken met Henri Schut of Toine van Peperstraten. Maar goed, dat kan natuurlijk niet, dat snappen wij ook wel… Misschien dat de documentaire die in één van theaterzalen wordt vertoond dit oplost, maar na kortstondig overleg met onze bijna tweejarige zoon, besloten wij deze over te slaan. Bon, het NUtoordeel luidt drieëneenhalve ster: +++1/2.

Na een broodje kroket en een Italiaanse bol in het grand café dat wij hier verder niet recenseren, waagden wij ons nog even in de vaste tentoonstelling, de eigenlijk beeld- en geluidsexperience. Nou, dat was best veel van hetzelfde en sprak wat minder aan, al was het maar omdat de beschermheer niet van televisiequizzen houdt. Wel was er een behoorlijke tentoonstelling van historisch aandoende filmcamera’s en toebehoren, leuk voor de echte liefhebber. Enigszins vermoeiend was mijn vaste begeleidster Sophie Hilbrand, al lag dat niet helemaal aan haarzelf. Zij sprak me op elke monitor toe om uit te leggen wat de bedoeling was van dittum en dattum en kon daarbij niet verhullen dat ze zelf de teksten af en toe óók wat lang vond.

Eighties-nostalgie (VIII): Feargal Sharkey – A good heart

vrijdag 27 maart 2009

Een van de leukste nummers uit de jaren ’80 is ongetwijfeld ‘A good heart’ van de Noord-Ierse zanger Feargal Sharkey. Velen zullen dit beamen, want het stond in februari 1986 twee weken bovenaan de Top 40. Het verdreef daarmee Nikita van Elton John (eindelijk) na 2 maanden van de troon. De refrein-frase “And a good heart these days is hard to find” is mijns inziens een sombere, maar niettemin terechte conclusie. Een persoonlijke ontboezeming hoort hier ook bij: toen ik mijn huidige echtgenote ruim 10 jaar later tegenkwam, speelde deze zin regelmatig door mijn hoofd.

Sharkey is een opvallend figuur: type verstrooide professor met flodderend haar en puntige kin. Hij  scoorde eind jaren zeventig een aantal hitjes met punk-popgroep The Undertones (voorzitter, zegt jou die band iets als kenner van die episode?). In 1984 startte hij een solo-carriere, waarin hij dus al gauw doorbrak met dit frisse, opzwepende nummer. Bekende artiesten waren betrokken bij de muziek van Sharkey: ’A good heart’ werd geschreven door zangeres Maria McKee (die in 1990 een enorme hit scoorde met ‘Show me heaven’) en Dave Stewart van de Eurythmics was de producer van het bijbehorende debuutalbum ‘Feargal Sharkey’.

Sharkey richtte zich vanaf de negentiger jaren op de productiekant van de muziek en werkte als manager bij platenmaatschappij Polydor. Tegenwoordig is hij, kortgeknipt en wel, voorzitter van het Britse Commissariaat voor de Media.

Tim Smit – What’s in the box?

maandag 23 maart 2009

Niet dat wij van NUt altijd ons gelijk willen halen, maar enkele dagen geleden schreven we er al over: getalenteerde amateurs hebben met de huidige stand van de techniek de mogelijkheid om een miljoenenpubliek te bereiken. Dit keer is het een student Natuurwetenschappen aan de Universiteit van Nijmegen gelukt, luisterend naar de naam Tim Smit.

Tim, Smit, een prachtige naam toch eigenlijk. Zonder meer van het niveau Hans Brinkers. Maar goed, wat heeft Tim gepresteerd? Hij maakte in een dagje of drie een bijna 10-minuten durend science fiction achtig filmpje met een handycam en een pc. Spelend in Nijmegen en vol met special effects. 

Nou, dat zal dan wel, denken we bij NUt dan. Science fiction is al niet ons genre en dat goedbedoelde gepruts in zo’n Hollandse huiskamer… Maar wat blijkt? Het is echt een heel goed filmpje geworden. Niet alleen zijn special effects angstaanjagend goed voor een huiskamerproductie, vooral de cameravoering kan ons zeer bekoren. Smit slaagt erin steeds net genoeg te laten zien om het tien minuten lang spannend te houden, én hij houdt precies op de goede manier de vaart erin. Knap! Dat vonden ook de 500.000 Youtube kijkers die zijn filmpje al bekeken:

Natuurlijk: ook een puntje van kritiek. De naam What’s in the box vinden wij van NUt erg flauwtjes. Ach, you can’t have it all! Ondertussen is Tim al door een paar studio’s in Hollywood benaderd en zagen wij hem zojuist bij DWDD, dus wie weet wat we nog horen van deze jongen…

De behulpzame gedichten van Hans Bouma

zondag 22 maart 2009

De secretaris herkent de onverklaarbare invallen of ideeën voor een blog, zoals de beschermheer die eerder vandaag opbiechtte. Soms zijn er echter beter te beargumenteren aanleidingen om er eentje te schrijven, wat overigens geen enkel causaal verband hoeft te hebben met de kwaliteit van het geproduceerde. De afgelopen weken is in de media (te?) veel aandacht besteed aan de nieuwe dichter des vaderlands, Ramsey Nasr. Die tourt nu alle provincieën door als een doorgewinterde politicus in verkiezingsstijd, om poëzie -om maar eens een lekker cliché te gebuiken- op de agenda te zetten. Daarnaast zag de secretaris tot zijn schrik na de subtiele metamorfose van de looks van deze site dat de teller in deze categorie slechts op 2 staat.

Als hoeder van de kwaliteit maar zeker ook van onze verscheidenheid zet ik nu de dichtkunst in de schijnwerpers in de persoon van Hans Bouma. Bouma (geboren in 1941) is oud-predikant en oud-uitgever en nu werkzaam als schrijver en dichter. Hij schrijft poëzie voor belangrijke levensmomenten en gevoelens, getuige ook de namen van zijn bundels, zoals ‘Voor jou is mijn droom’ en ‘Symbolen van je leven’. De gedichten van Bouma zijn niet nodeloos ingewikkeld, maar bevatten wel genoeg intensiteit. Ze kunnen erg van pas komen, als je je verbondenheid met je dierbaren wilt uitdrukken, maar niet de juiste woorden kunt vinden, als die er al zijn. Erg praktisch ook, wanneer je een kaartje over verdriet, vriendschap danwel geboorte van inhoud wilt voorzien!

Omdat schrijven over poëzie net als het begrijpen ervan geen sinecure is, eindigen we ter illustratie met het gedicht ‘Overkant’ uit de bundel ‘Droom die mens werd’ (101 gedichten bij een geboorte):

Jij zo nabij, zo vertrouwd

Binnenkant van ons bestaan-

zo prachtig

als jij je onttrekt,

alles te buiten gaat.

Nieuw land, lief vergezicht.

Overkant.

Glimlachend noem ik je naam,

pak ik je hand.

Jij zo jij.

Hans Aarsman en zijn boek

zondag 22 maart 2009

Eigen volk eerst, zullen ze bij de Volkskrant gedacht hebben. Waarna ze in hun zaterdageditie schaamteloos een volledige krantenpagina besteedden aan hun eigen columnist Hans Aarsman en zijn nieuwe boek. De beschermheer heeft het even voor u opgezocht: reclamewaarde dik 30.000 euro. Jawel! 

Het is een (Algemeen Maatschappelijk) Fenomeen dat we de laatste tijd steeds meer tegenkomen. In DWDD wordt immers ook elk nieuw VARA programma breed uitgemeten. Laten we even over dit gegeven heen stappen. Dan blijft over dat Hans Aarsman met de Aarsman Collectie in ieder geval een heel aardige rubriek heeft in de kunstbijlage van de Volkskrant. 

Hans Aarsman was ooit zelf fotograaf. Maar hij vond het allemaal niet autonoom en echt genoeg. Fotografen, zo merkte hij zichzelf observerend, proberen voortdurend hun publiek te pleasen. En daar kon Aarsman niet meer tegen. Dus deed hij zijn camera van de hand en ging schrijven. Over fotografie, maar ook theaterstukken en wat dies meer zij. Een beetje een merkwaardige insteek want schrijvers is gemakkelijk hetzelfde verwijt te maken, maar soit, fotografen genoeg. Aarsman bekijkt immers 20.000 beelden per week en daar maakt hij er toch echt zero zelf van. 

Het zijn over het algemeen best fascinerende beelden die ons wekelijks voorgeschoteld worden in De Aarsman Collectie. Het verhaal erbij boeit soms, maar soms ook niet. Een geoefend oog ziet het meestal zelf ook wel. Een en ander is nu dus in een boek gebundeld, dat de nogal obligate titel Ik zie ik zie meegekregen heeft. Te koop bij de betere en de minder goede boekhandel. Afijn, u kent de weg daar naartoe vast wel. 

Ondertussen halen we uit het verhaal in de Volkskrant een interessante gedachte. Hans Aarsman is tot de ontdekking gekomen dat als je iets fotografeert dat je graag wilt hebben, je het eigenlijk al min of meer bezit. Een aantrekkelijk idee voor meer dan gemiddeld gierige mensen, een categorie waartoe de Beschermheer zichzelf eerlijkheidshalve ook dient te rekenen. 

Bron foto: cultuurgids.avro.nl

Mies van der Rohe – Duits Paviljoen

zondag 22 maart 2009

Het kan raar lopen in het leven. Zo moest de beschermheer van NUt vanmorgen opeens totaal zonder aanleiding aan Ludwig Mies van der Rohe denken en dan meer specifiek aan zijn Duits Paviljoen. Dit bouwwerkje ontwierp de Duitse architect samen met binnenhuisarchitecte Lilly Reich voor de Weltausstellung van 1929 te Barcelona. Het was voor die tijd revolutionair: geen overbodige vormen, beton, glas, marmer en waterpartijen die het hoekige en rechtlijnige karakter onderstreepten. 

Het paviljoen werd na de tentoonstelling al snel afgebroken en de bruikbare materialen werden op marktplaats gezet. Het was immers ook in die jaren crisis. Pas in 1986 kregen ze daar echt spijt van en werd het herbouwd. Die replica bezocht de beschermheer met een bouwkundig zeer goed onderlegde reisgenoot in 1998. Ik vond het een fascinerend gebouwtje, want groot is het niet. Je loopt er zo in, door en uit. Maar toch, het hééft iets. Terwijl ik een beetje rond liep te peinzen riep mijn reisgenoot, een liefhebber, orgastisch: less is more

En verdorie dat is het: met een minimum aan elementen heeft Mies van der Rohe destijds iets bijzonders neergezet, dat in al zijn eenvoud zeer de moeite waard is om eens te bekijken. Je weet niet meer of je nou binnen of buiten bent, wordt wel eens gezegd. Dat lijkt een tikkeltje overdreven, maar feit is wel dat de aparte oplossingen van Van der Rohe geleid hebben tot een bouwwerk waarin alles met elkaar verbonden is: zitgedeelte, hal, tuintje en vijvertje staan nergens los van elkaar. Meer info vindt u hier.

Brug bij Grave (plekken in NL wigk (3))

vrijdag 20 maart 2009

Ik kom er graag… Naast mijn voorliefde voor pontjes, begint mijn hart vaak ook sneller te kloppen als ik een rivier of een uit de kluiten gewassen kanaal over fiets. Dat komt enerzijds omdat ik me erg nietig en overweldigd kan voelen, zeker wanneer je fietst naast een snelweg.  Ik hoor het asfalt onder me trillen door de niet aflatende stroom voertuigen. Bovendien overvalt me soms de irreele angst om door een gemene zijwaartse windvlaag van de brug te vallen, zo plons het water in. Maar aan de andere kant ontneemt de aanblik van het weidse water welhaast mijn asem en geniet ik van de plezierbootjes en tevreden kwakende eendjes.

Er is een brug die me zodanig afleidt dat ik meer aandacht heb voor de constructie dan voor de onderliggende Maas. Dit is de brug bij Grave, voor kenners ook wel de John S. Thompson brug. De brug werd gebouwd in 1929 en heeft 9 overspanningen en is in totaal 515 meter lang. Het vakwerk aan de binnenzijde is geschilderd in een kleurschema, verlopend van rood aan de Brabantse zijde naar groen aan de Gelderse zijde. Hierdoor lijkt het voor de weggebruiker alsof er een regenboog ontstaat tussen Gelderland en Brabant.

Brug bij Grave, bron: upload.wikimedia.org

Brug bij Grave, bron: upload.wikimedia.org

Misschien dat bovenstaand het gevoel van de secretaris symboliseert: hij resideert weliswaar in Gelderland, maar keert graag even terug naar de provincie van zijn roots: Brabant. Eerlijk gezegd juich ik iedere keer stilletjes van binnen, als ik een bord “welkom in Brabant” passeer. Overigens loont het de moeite om, het Brabantse land inrijdende, je fietstocht een mooi vervolg te geven richting de Kraaijenbergse plassen. Bij deze waterpartijen komt de echte vogelaar ook aan zijn trekken. Je kunt er natuurlijk voor opteren een ijsje te gaan eten in het alleraardigste centrumpje van Grave, waar de Brabantse gemoedelijkheid je tegemoet treedt!

Bron info over brug: www.grave.nl

April come she will

vrijdag 20 maart 2009

Lente en een nieuw gezicht voor het NUtblog!

Dat moet gevierd worden. Met een toepasselijk gedicht deze keer. 

April come she will
When streams are ripe and swelled with rain;
May, she will stay,
Resting in my arms again.
June, shell change her tune,
In restless walks shell prowl the night;
July, she will fly
And give no warning to her flight.

August, die she must,
The autumn winds blow chilly and cold;
September Ill remember
A love once new has now grown old.

 

Paul Simon – Sounds of Silence (1966)

Het is lente, tijd voor wat nieuws!

vrijdag 20 maart 2009

kaartjeZoals aangekondigd (zie post hieronder) is het tijd voor een vervroegd cadeautje. Dit weblog bestaat bijna een jaar. Samen met de komst van de lente en het gevoel van verandering dat daar vaak mee samenhangt, onthullen wij een nieuw uiterlijk!

Wij hebben afscheid genomen van Benevolence en Kubrick geïntroduceerd. Dit ‘thema’ werd ontwikkeld door Michael Heilemann uit Kopenhagen en wordt door WordPress als ‘default’ beschouwd.

In ieder geval vinden wij het een verbetering ten opzichte van ons oude ‘thema’: eindelijk zijn de auteurs van de stukjes bekend en het onderscheid tussen kapitaal en onderkast in de titels is hier ook zichtbaar.

Tegenwoordig verspreiden wij trouwens graag het woord door middel van onze handzame kaartjes (zie links). U kunt ze dus zomaar in het wild tegenkomen … en blijf op uw hoede!

De voorzitter


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers