Archief voor mei, 2009

Giuseppe Arcimboldo, originele maniërist

donderdag 28 mei 2009

Sommige kunstwerken doen eeuwen na dato nog zo ontzettend fris aan. Een van de origineelste kunstenaars aller tijden is Giuseppe Arcimboldo, die leefde van ca 1527-1593. Hij werd de hofschilder van keizer Ferdinand I in Praag. Arcimboldo was een veelzijdig man: naast schilder was hij ook musicus, ingenieur en kostuumontwerper.

De Italiaan is vooral bekend geworden met zijn vindingrijke portretkoppen. Een mensenhoofd stelde hij samen uit voorwerpen uit de natuur, vaak met 1 thematiek: bijv. fruit of bloemen. Uitzondering hierop vormt zijn “Bibliothecaris (1566)”, voor de secretaris een fenomenaal hoogtepunt uit de schilderkunst. Voor zover bekend is deze boekenkop het enige portret van Arcimboldo dat niet uit aan de natuur ontleende elementen is samengesteld.

De Bibliothecaris van Arcimboldo. Bron: www.klaasnoordhuis.nl

De Bibliothecaris van Arcimboldo. Bron: www.klaasnoordhuis.nl

Wellicht kent u Arcimboldo ook uit psychologische testen of trompe-l’oeil voorbeelden. Hij maakte namelijk ook zogenaamde omkeerschilderijen, bijv. “Scherts met groente” ook wel bekend onder de naam “Groenteboer”. Op het eerste oog ziet dit schilderij er uit als een stilleven: groenten in een kom. Het komische is dat, wanneer je het schilderij omkeert, zich een groenteboer openbaart!

Het werk van Arcimboldo valt onder de kunststroming maniërisme, dat een nabootsing van de natuurlijke werkelijkheid vervangt door niet-naturalistische, fantastische metamorfosen van de werkelijkheid. Op deze stijl zou later het surrealisme in de 20e eeuw teruggrijpen. Misschien verklaart dit mede het verfrissende karakter van Arcimboldo’s werk?

Naherholungsort Nettetal

dinsdag 26 mei 2009

Begin mei trok de secretaris net als veel landgenoten er met zijn gezin op uit om even de beslommeringen van alledag achter zich te laten. Die bestonden onder meer uit geklus, getegel en geplak in de badkamer die ons zo in beslag namen, dat we geheel tegen de gewoonte in ons niet optimaal prepareerden. De bestemming was namelijk Nettetal (iets over de grens bij Venlo) en hadden we van die omgeving niet een aantal goede kaarten thuis laten liggen?

Brueggen was ons eerste doel. Dat plaatsje herinnerden we ons nog van een fietsvakantie gedicteerd door het boekje ‘Rund ums Rheinland’ van een aantal jaar geleden. Altijd link zo’n herhalingsbezoek, maar de plaatselijke burcht lag lieflijk op ons te wachten. We paradeerden gevieren door het centrum en verwonderden ons dat er op donderdagmorgen tien uur helemaal niemand te bekennen was behalve twee verdwaalde Amerikanen. We hadden daarvoor een bezoek gebracht aan het Naturkunde en Jagdmuseum, waar zoon en dochter zo nu en dan panisch reageerden op de opgezette dieren – wat ook niet meehielp was dat zoonlief het gezin al om kwart voor zes had gewekt; zou hij aan hetzelfde vakantiesyndroom leiden als zijn vader? Deze onbestemde gevoelens werden echter snel de kop ingedrukt, toen de secretaris in een vitrine een zeer gepast cadeau zag staan voor de voorzitter, waarvan de prijs ook nog eens belachelijk laag was.

Door het aangename weer werden de andere dagen ook voornamelijk buiten doorgebracht, hetgeen ons erg goed uitkwam, omdat het appartement net iets te knus was en de dagen vroeg bleven aanvangen, ondanks vermetele pogingen van mijn eega om vanuit een aantal aan elkaar geplakte dekens een voldoende verduisterend gordijn te maken. Een gordijn lijkt me een toch niet onbelangrijk object bij pogingen om enige nachtrust te verkrijgen, maar kennelijk is men in het buitenland graag voor dag en dauw op. Afijn, ik dwaal af.

Voor de kinderen hadden we een goed programma opgezet, al hadden we enige elementen ingebracht om onszelf niet helemaal weg te cijferen. Zij (en wij dan dus ook) genoten van een leuke speeltuin in Stadsteil Lobberich en helemaal van Natur- en Tierpark Brueggen, waar gelukkig geen van ver gehaalde, misplaatste dieren waren, maar lekker back to basics schapen en hertjes. Het speelgedeelte was echt top; als ouder kreeg je gelijk de neiging om je van je jongste kant te laten zien. Berijdbare paardjes over een automatische band: wat heerlijk dat er begeleiding mee moest met een 2-jarige! Het zelfbedienbare reuzenradje, de matjes-glijbaan, het Ouwehandsachtige treintje, de schommels in alle soorten en maten: dochterlief overwon haar middagslaap en gaf ons op niet mis te verstane wijze te kennen dat ze ook nog even de trampoline op wilde, waarop uiteindelijk een prominent lid van NUts klankbordgroep een mooie salto tentoonspreidde.

Foto: T. Klijn

Foto: T. Klijn

Wij namen nog een kijkje in het stadsdeel waar wij resideerden, Hinsbeck. Er bleek middenin het centrum een Sculptuurpark (met o.a. een beeld van de Nederlander Jo Gijsen) te zijn en al pratend met een oude bewoner vernamen we dat Hinsbeck een heuse kunstenaarskolonie te zijn. De naast gelegen Krickenberger Seen is een prima uitstapje bij mooi weer dat het water romantisch deed glanzen. Helaas is de burcht gesloten voor publiek; hadden we ons maar beter voor moeten bereiden!

Stefan Przibylla - Korperlandschaft (beeldentuin Hinsbeck). Foto: W. Klijn-Drok

Stefan Przibylla - Korperlandschaft (beeldentuin Hinsbeck). Foto: W. Klijn-Drok

Krefeld bleek een verrassend goede winkelstad en bracht ons op het idee een andere keer getweeen terug te keren. In deze stad beeindigden we ons tripje, want op de terugweg stapten we daar in een heuse stoomtrein die ons deed verlangen naar die mooie treinreizen van weleer. De conducteur was er nog een van het ouderwetse soort en de kleintjes mochten tijdens de pauze allemaal even een kijkje nemen bij de machinist. Voldaan reden we huiswaarts, we waren er “echt even uitgeweest”.

De kunst van het barbecuen

maandag 25 mei 2009

De voorzitter vertelde ons onlangs dat hij thuis een gloednieuwe barbecue heeft staan. Zó nieuw dat hij nog in de verpakking zit. De voorzitter is er de man niet naar om boven een dikke, vette rookwolk runderlappen te gaan staan draaien, vandaar. “Trouwens”, zei hij erbij, “ik heb ook geen tuin.”

Barbecuen dus. Een zomersport die al net zo moeilijk is als het correct schrijven van het woord barbecue. Oftewel, het lukt velen niet om het op de juiste wijze te doen. Met half gaar en verbrand vlees, bosbranden en voedselvergiftigingen tot gevolg. Een mens gaat zich afvragen waarom zovelen zich hier ieder voorjaar weer op storten. Welnu, de barbecuende man (jazeker, vrouwen barbecuen zelden) komt in de buurt van zijn natuurlijke roeping: die van de jager die met zijn blote handen een konijn vangt, deze met zijn tanden vilt en vervolgens braadt op een zonder lucifers, aanmaakblokjes en aanstekers aangelegd, rookloos vuurtje.

Maar verdomd, met de eeuwen zijn we het wel een beetje verleerd. En zo gemakkelijk is het ook niet. Elke barbecue reageert weer anders op de omstandigheden (veel lucht, weinig lucht, veel kool, weinig kool, etc.). Bovendien kan net bij die ene die je aanschaft het rooster niet in hoogte variëren. En last but not least: barbecuen vraagt wat geduld. Iets wat velen ook al niet hebben.

Kortom, hoog tijd dat we hier even toelichten hoe het ook alweer moet. De beschermheer pleit culinair gezien graag voor de traditionele houtskoolbarbecue. Alleen die geeft de echte barbecuesmaak. Dus, elektrisch- en gasbarbecuen… allemaal leuk en aardig, maar niet het echte werk. Stook met hout een vuurtje in je barbecue. Een niet te klein vuurtje, maar hou het wel in de hand. Niet letterlijk natuurlijk. Als het goed fikt, gooi er dan een flinke lading houtskool overheen. Wacht nu tot het vuur gedoofd is en de houtskool wit uitslaat. Dit duurt ongeveer een half uurtje, dat u mooi kunt benutten met het leeglurken van een fles goedkope rosé of het voorbereiden van tomaten, basilicum en mozzarella, een eenvoudig voorgerecht dat het altijd goed doet bij bbq gelegenheden. Vervolgens legt u de te barbecuen etenswaren op het met olie licht ingesmeerde rooster. Dit rooster legt u niet te dicht boven de hittebron. Laat nu het vlees/ de vis rustig garen en keer het regelmatig om. Veel vlees is gemarineerd op zijn lekkerst en sommige soorten vis gooi je het best omwikkeld met aluminium folie op de barbecue. Wie geen hout heeft om een vuurtje te stoken, kan ook aanmaakblokjes gebruiken, da’s veiliger dan spiritus of in het holst van de vorige nacht van de buurman zijn auto afgetapte benzine.

Goed, de beschermheer gaat proberen de voorzitter over te halen om samen gamba’s te grillen boven zijn gloednieuwe exemplaar. Dat spreekt hem vast meer aan dan dikke speklappen of sappige hamburgers. Die doen maar denken aan verkeerde fastfoodketens. En het moet wel gezellig blijven natuurlijk.

Utrecht door Charles van den Broek

zondag 24 mei 2009

springweg_klDe voorzitter ging een kaartje kopen voor een jeugdige autoliefhebber. Zo kwam hij in een winkel, onder de Dom, waar hij lang niet geweest was. Vol met kaarten, posters en prenten. Bij binnenkomst viel het oog gelijk op een bak met stripachtige impressies van de binnenstad van Utrecht. In één woord: prachtig, het leidde bijna tot een impulsaankoop van € 24,95.

Charles van den Broek is de maker. Familie van? Het is moeilijk informatie te achterhalen van de man. Zeker is dat hij prachtig kan tekenen in de stijl van de ‘klare lijn’. Eén van de favoriete plekken van de voorzitter in Utrecht is de Springweg. Van den Broek heeft deze locatie in twee variaties op papier gezet. Zijn creatie maakt de mooiste plek van Utrecht nog een stukje mooier.

Oh ja, de winkel heet trouwens Catch Projecten. Ooit opgezet door twee broers als studentengrap. Nu hebben ze zelfs een winkel in Parijs. Echt de moeite waard om een kijkje te nemen!

(Afbeelding: Charles van den Broek via catch-projecten.nl)

Oh ja, Jim Courier

vrijdag 22 mei 2009

Aan de vooravond van Roland Garros neemt de secretaris u even mee op de Roll of Honour, om het maar om mijn beste Frans te zeggen. Het tweede Grand Slam van het jaar, in Parijs, is voor mij het hoogtepunt, want het biedt het boeiendste schouwspel. Heerlijk die lange rallys, waarbij een combinatie van techniek, gezwoeg en tactiek het succes bepaalt.

Kijkend naar de lijst van oud-winnaars, dan zouden we bijna vergeten dat Jim Courier het toernooi in de Franse hoodstad twee keer gewonnen heeft, in 1991 en 1992. Een jaar later haalde hij de finale weer, maar toen verloor hij van de menselijke muur Sergi Bruguera. Ook in de andere Grand Slams deed hij van zich spreken: hij won tweemaal de Australian Open en was finalist op Wimbledon en de US Open.

Courier werd door velen niet helemaal voor vol aan gezien. Dit kwam mede door zijn stijl: met name zijn backhand had meer weg van een noeste honkbalslag dan van een gestileerde tennisslag. Bovendien bezat hij geen enkel wapen waar je als toeschouwer voor op de banken ging staan. Het was allemaal heel degelijk, maar het zag er niet echt uit.

Jim Courier. Bron: www.tennisserver.com

Jim Courier. Bron: www.tennisserver.com

Des te knapper is het dat Courier met ogenschijnlijk beperkte middelen zoveel succes had. Nadeel van zijn profiel was dat hij zowel lichamelijk als mentaal optimaal moest zijn om aan de top mee te draaien. In de tweede helft van de jaren 90 kwam er enige sleet in zijn spel en toen was het gedaan met de sympathieke Amerikaan. Op een gegeven moment was zijn motivatie dusdanig gekelderd, dat hij tijdens de korte rustpauzes een boek zat te lezen.

De rossige Courier is tegenwoordig nog steeds bij het tennis betrokken, al is dat vooral op de achtergrond. Gelukkig, we bleven altijd bang dat hij toch een uitstapje naar het baseball zou maken…….

Stefan Zweig – Schaaknovelle (++++)

vrijdag 22 mei 2009

Van Joseph Roth naar Stefan Zweig is niet zo’n grote stap. Ze correspondeerden bijvoorbeeld met elkaar, zie ook deze brief. Zweig (1881-1942) is bijzonder geinteresseerd in de zieleroerselen van de mens. Niet zo gek, als je bedenkt dat hij ook brieven uitwisselde met Sigmund Freud. De in Wenen geboren Zweig maakte graag gebruik van het principe van de kadervertelling: hij laat de verteller iemand ontmoeten die op zijn beurt aan het vertellen slaat.

Schaaknovelle (1941) is een variant op deze kadervertelling: de verteller is zelf in het kader aanwezig. Hij stapt op een boot van New York naar Buenos Aires. Een van de passagiers blijkt de beroemde schaker Czentovic te zijn. Czentovic is een apart figuur: ploertig, emotieloos, opgegroeid voor galg en rad, maar op een dag werd zijn (enige) talent ontdekt: schaken.

Om de aandacht te trekken van Czentovic gaat de verteller aan boord een potje schaken met de fanatieke McConnor. Hij wil namelijk graag eens achter het bord zitten met de wereldkampioen. Deze slaat hen echter achteloos gade. Zodra McConnor echter verneemt van de verteller wie Czentovic is, paait hij hem met de nodige pecunia. Ze spreken de volgende dag af en een aantal andere belangstellenden sluiten zich aan om samen tegen de grote Czentovic te spelen.

Schaaknovelle van Stefan Zweig. Bron: www.schoolbieb.nl

Schaaknovelle van Stefan Zweig. Bron: www.schoolbieb.nl

Uiteraard dreigen ze het onderspit te delven, als plotsklaps Dr. B. ten tonele verschijnt. Deze voorziet het gezelschap van een paar uitstekende zetten, zodat ze een remise eruit slepen. De verteller is nu niet alleen gefascineerd door Czentovic, maar ook door Dr. B. Tijdens een urenlang gesprek met deze geheimzinnige schaakkenner onthult B. dat hij een voormalig Gestapo-gevangene is, die maandenlang in afzondering in een hotelkamer heeft geleefd.

Gedurende een van zijn verhoren weet hij een boek te stelen, dat bij terugkomst in zijn kamer een schaakboek blijkt te zijn. Van lieverlee leert hij om de tijd te doden alle partijen daaruit uit zijn hoofd en speelt hij deze na, met boterhamstukjes in de vorm van koning, paard en pion. Het schaken heeft hem helemaal in zijn greep, zodanig zelfs dat hij er koortsaanvallen van krijgt.

B. speelt op verzoek van het gezelschap tegen Czentovic, omdat ze denken dat hij kans maakt. B. weigert aanvankelijk, bang als hij is om weer met schaakvirus besmet te raken. De eerste partij wordt tot genoegen van de aanwezigen gewonnen door B, die de smaak te pakken krijgt. Maar uiteindelijk grijpt de verteller in en maant B. te stoppen als die bij een volgend potje dichtbij allerlei hallucinaties komt.

Het einde was voor de secretaris ietwat te kort en teleurstellend, maar Schaaknovelle is een verhaal dat je niet loslaat. Het relaas van Dr. B. over zijn tijd tijdens het Hitler-regime is fascinerend. Zweig is een meester in het neerzetten van “afwijkende” personages die niet te vatten zijn in een paar regels, maar uitvoerig object kunnen zijn van psychologisch onderzoek. Overigens heeft Zweig zelf nog meer last gehad van de nazi-tijd dan B.: in 1942 ziet hij in Rio de Janeiro samen met zijn tweede vrouw geen andere keus dan een einde aan hun leven te maken.

Helden

vrijdag 22 mei 2009

Nieuw in de kiosk en daarom maar eens voor u doorgespit: de nieuwe sportglossy Helden. Voegt het nieuwe project van Frits en Barbara Barend wat toe? 

Wij zien: veel behoorlijk goede fotografie, een paar boeiende, lange interviews en tot slot behoorlijk wat flauwekul. Dat laatste mocht wel wat minder, al hoort het misschien ook wel weer bij een glossyformule. Het blad is dik en biedt niet teveel advertenties. Toch kan het qua interessante inhoud redelijk vergelijken worden met het blad Sportweek, dat wekelijks uitkomt. En dat geeft toch een beetje te denken… Van onze mag Helden nog een stuk diepgaander!

Death in Cannes

donderdag 21 mei 2009

Bogarde en Von TrierDubbelgangers zijn het niet, deze acteur en regisseur. Het gaat meer om de symboliek.
Depressieve componist komt naar Venetië om schoonheid in het leven te vinden. Deense filmmaker komt naar Cannes en zaait daar dood en verderf met zijn nieuwste film.

Toch, die hoed en dat zomerpak …

(Foto’s: imdb.com en AFP)

Ravijnduiken

donderdag 21 mei 2009

Deze week viel Rabobankrenner Pedro Horillo in een ravijn. Daarom geheel in de geest van onze secretaris vandaag een heuse top tien. Die van de tien meest gedenkwaardige ravijnduiken uit de wielergeschiedenis…

10. Het was maar een heel klein ravijntje, meer een soort sloot eigenlijk, waar Jan Ullrich indook tijdens een Pyreneeënetappe. Maar het werd toch een memorabel sportmoment doordat zijn concurrent Lance Armstrong netjes op hem wachtte. Zoals meestal in de wielersport werd deze geste keurig terugbetaald. Enige jaren later wachtte Ullrich in een klim op Armstrong nadat die ten val was gekomen nadat hij met zijn stuur in de tas van een toeschouwer haakte. Om er ververvolgens door de Amerikaan genadeloos af gereden te worden, dat dan weer wel. 

9. De eer van plaats 9 gaat naar de Fransman Mickael Pichon. Hij viel vorig jaar tijdens de Dauphiné Liberé in een ravijn en liep zware letsels op. Let wel, Pichon staat wat ons betreft symbool voor de anonieme wielrenner die het ravijn in rijdt. Want wie in een kleine koers het ravijn in rijdt, de verkeerde nationaliteit heeft of bij een te klein ploegje rijdt, krijgt slechts zelden de aandacht die hij verdient met zijn daad. In plaats van Mickael Pichon had hier ook Rigoberto Uran kunnen staan (Colombiaan, ravijnduik in de Ronde van Duitsland vorig jaar). Of vele andere namen.

8. De volgende plek wordt bezet door Oscar Pereiro Sio. De voormalige Tourwinnaar mist op 20 juli 2008 een bocht in de afdaling van de Col Agnel. Vreemd eigenlijk, een ervaren renner, een compleet peloton en nog redelijk vroeg in de koers. De Spanjaard stuitert een meter of 5 omlaag om ongelukkig terecht te komen op het asfalt van de weg die na de volgende haarspeldbocht weer terug gedraaid is. Einde Tour voor Pereiro, die er inmiddels weer helemaal bovenop is. De beelden zijn niet erg duidelijk… toch zien? Klik hier.

7. In de Tour van 2008 wordt de Cime de la Bonnette beklommen van de zuidkant. Een hele hoge col, met een spectaculair afdaling. Dat ondervindt ook de Zuid-Afrikaan John-Lee Augustyn van Barloworld. Hij mist een bocht en glijdt een puinhelling af. Gelukkig valt hij niet diep en kan hij met de hulp van een toeschouwer de weg weer bereiken. Een wielrenner zonder fiets, het blijft een raar gezicht. De valpartij wordt keurig geregistreerd door de helikoptercamera’s trouwens. Kijk hier maar eens: http://www.youtube.com/watch?v=Js7B8cZfXj0

6. De enige ravijnduik waar ik persoonlijk bij betrokken was. Tijdens een trainingsrit in het Centraal Massief duikt S.van.D. tijdens de afdaling van de Pas de Peyrol (Puy Mary) in een scherpe bocht het ravijn in. Omdat hij achteraan het groepje rijdt, wordt zijn afwezigheid pas enkele kilometers verder ontdekt door de beschermheer. Die besluit om te draaien om te kijken waar zijn trainingsgenoot blijft. Hij komt hem wandelend tegen, op zijn sokken, schoenen in de hand en zonder fiets. Die ligt namelijk ergens in het ravijn. S. blijkt tijdens zijn val eerst een paar meter over steil, zacht gras naar beneden gegleden te zijn en heeft zich vervolgens aan een boompje vast weten te klampen. Hij is op eigen kracht weer naar de weg geklommen, ondanks het drukke verkeer blijkt niemand het ongeluk gezien te hebben. Zijn fiets vinden we vijftien meter onder de weg terug, zonder achterwiel. Dat blijkt op een meter of 50 onder de weg te liggen als we van onderuit een zoekactie starten naar het missende onderdeel. Van onderen is ook pas goed te zien hoe onwaarschijnlijk veel geluk S. gehad heeft. Het had maar een haartje gescheeld of hij was van de steile rotsen afgedonderd, ongetwijfeld met een minder gelukkige afloop. Het wiel is krom. “Shit”, zegt S., “dat wiel heb ik geleend.” 

5. De Tour van ’96: in de mistige afdaling van de Cormet de Roselend mist de Belg Johan Bruyneel een bocht en duikt het ravijn in. De televisiecamera registreert het feilloos. De wereld houdt zijn adem in, maar zie: Bruyneel is een geluksvogel. Hij klimt zonder problemen weer uit de diepte en kan zijn weg vervolgen. Alleen zijn shirt is een beetje vies geworden. Bruyneel is later erg succesvol als ploegleider. Met Lance Armstrong wint hij zevenmaal de Tour. Klik hier voor de beelden!

4. De Luxemburger Frank Schleck is samen met een medevluchter ontsnapt in een etappe in de Ronde van Zwitserland van 2008. Ze lijken samen op weg naar een fraaie sprint à deux. Helaas, Schleck vliegt over de vangrail in een afdaling. De motorrijder die erachter rijdt, heeft het hele incident in beeld. Wonder boven wonder komt de mazzelaar zonder een schrammetje weer tevoorschijn. De etappe winnen zit er echter niet meer in. De beelden zijn pas leuk om te zien als je weet dat hij het er levend vanaf gebracht heeft: http://www.youtube.com/watch?v=PTL3dMRXs3E

3. Deze week: de Spanjaard Pedro Horillo valt 60 tot 80 meter diep in de Giro d’Italia. Niemand die het gezien heeft, maar zijn ploeggenoot Jos van Emden vindt het wel vreemd dat iemand de fiets van Horillo tegen de vangrail heeft geparkeerd. Toch maar even kijken beneden dus. Daar wordt Horillo aangetroffen op een uitstekende rotspunt. Met diverse breuken en een geperforeerde long. Wonderwel is hij bij bewustzijn en weet hij nog wie hij is. Het liefst wil hij weer op zijn fiets stappen, berichten diverse media. Die uitspraak wordt later genuanceerd door Rabobank. Horillo zou enkel gezegd hebben wie hij was om de doktoren te tonen dat zijn geheugen nog functioneerde. De gelukkige ongelukkige renner wordt geëvacueerd door toevallig aanwezige alpinisten. Gelukkig lijkt hij er weer helemaal bovenop te komen.

2.Het grote franse talent Roger Rivière duikt in de Tour van 1960 in de afdaling van de onbeduidende Col du Perjuret het ravijn in en komt tien meter lager ongelukkig tot stilstand. Resultaat: voor 80% verlamd. Rivière blijkt een rasechte pechvogel, op 40-jarige leeftijd sterft hij aan strottenhoofdkanker. 

1. In de Tour van ’51 duikt gele trui drager Wim van Est het ravijn tijdens de afdaling van de Aubisque. Hij wordt, huilend, aan een ketting van fietsbandjes weer omhoog gehesen. Zijn sponsor Pontiac maakt het voorval groot met een advertentiecampagne die een mooie slogan meekrijgt: Vijftig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, het was mijn Pontiac die nog liep. Er staat inmiddels een gedenkteken op de bewuste plek.

Café Brasserie Dudok, Arnhem (+++½)

maandag 18 mei 2009

espresso_dudokEigenlijk zou het gezelschap in Utrecht zijn deze zondagavond maar we belandden met z’n vieren in Arnhem, pal naast de rijzige Eusebiuskerk. Café Brasserie Dudok doet, qua inrichting, niet onder voor haar hiervoor besproken collega in Utrecht.

Binnen is het ruim opgezet en voorzien van het klassieke Franse brasseriemeubilair. De akoestiek is desalniettemin goed: je kunt er goed een gesprek voeren.
Dat gesprek ging bij bestelling van de drankjes over het espressokopje. De voorzitter heeft de hardnekkige gewoonte om aansprekende espressokopjes (zie foto) uit cafés en restaurants te verzamelen. De teller stond voor deze avond op 12, op dit moment op 13 (u begrijpt het al …).

Het hoofdgerecht volgde en we bestelden 2x de gegrilde zwaardvis met groene kruidenrisotto, de kikkererwtblini’s en de zalm in kruidenkorst. Het eten was voldoende, niet meer en niet minder dan dat. De chef was wat uitgeschoten met de olijfolie bij de risotto.

De appeltaart na was echter een schot in de roos. En daarna … Wilhelmina pepermuntjes in overvloed! Het eindoordeel, +++½ plussen. NUt is benieuwd naar de zusterlocaties in Den Haag en Rotterdam.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers