De houthakkershemden zijn terug. Geen grunge uit Seattle maar harmonische pop-barokmuziek. Luister even …
Archief voor juli, 2009
Een engel op een rotsblok
donderdag 30 juli 2009Vijftig jaar is Gio Lippens, en nou heeft hij een heus boek geschreven. De sympathieke wielerverslaggever van NOS Radio heeft zijn columns van de afgelopen drie jaar laten bundelen tot een echt boek, van echt papier. Vast onderwerp: de wielersport. De titel: Een engel op een rotsblok en andere wielerverhalen.
Lippens blijkt een prettige verteller. Hij observeert en schrijft zijn bevindingen op. Hoewel hij onmiskenbaar een romaticus is, houdt hij zijn schrijfstijl keurig binnen de perken. Helder geformuleerde zinnen, nergens rommelig taalgebruik. Da’s best knap. Bovendien sluit hij zijn ogen nergens voor de nare bijverschijnselen die horen bij beroepssport. Vaak valt het niet mee om een boek met gebundelde columns achter elkaar door te lezen, maar met dit euvel hadden wij van NUt in dit geval niet te kampen.
Een Engel op een Rotsblok en andere wielerverhalen is, zeker voor de wielerkenner, geen spectaculair maar wel een prettig boek om te lezen. Het biedt bovendien een inkijkje in de wielerwereld door de ogen van een relatieve insider. Die waarneemt, nadenkt en er het zijne van vindt. Een rasechte liefhebber bovendien. Met liefde voor de sport en liefde voor zijn vak.
Wij van NUt spraken Gio Lippens kort voor de Tour. Hij zei trots te zijn op zijn boek. Terecht, het is een leuk boek, vooral voor de echte wielerliefhebber.
Restaurant Odessa te Nijmegen (++++)
woensdag 29 juli 2009In de laatste week voor hun zomerreces gaven de Voorzitter en de Secretaris andermaal toe aan hun culinaire behoeften. De Voorzitter sloofde zich uit door van de hoofdstad naar Keizer Karelstad te sporen, alwaar een zoektocht werd gestart naar een geschikte locatie. Het verhaal gaat dat de Voorzitter enige tijd terug met een andere compaan tevergeefs trachtte restaurant Odessa te bereiken. Alhoewel hij dit zelf ontkrachtte -wellicht wat overmoedig door een onlangs afgeronde cursus die we hier niet zullen expliciteren- meent de secretaris dat hier best een kern van waarheid in kan zitten, gezien het alom beperkt gevoel voor geografie van onze respectabele Voorzitter.
Toegegeven, heel makkelijk te vinden is het op de Antoniusplaats gesitueerde Odessa niet, dus raadpleegt u vooral even een plattegrondje dan wel google maps. Het levert u en passant een plezierige wandeling door de onderschatte Nijmeegse benedenstad op. Bij binnenkomst werd de secretaris aangenaam verwelkomd door het oranje getinte interieur dat hem aan de warmte van zijn eigen woonkamer deed denken. Warm was het buiten ook; derhalve stoomden we door naar het achterliggende terras dat al flink bezet was. Het is prima toeven daar: ondanks dat de tafeltjes tamelijk dicht bij elkaar staan, heb je toch een gevoel van ruimte door de aanwezige bomen. En wat een rust, zo midden in de stad!
Aangezien we genoeg NUttigs te bespreken hadden, beperkten we het voorgerecht tot een stokbroodje met kruidenboter. De Voorzitter was daarnaast druk met het pesten van de wesp die het glas Tonic van de secretaris nogal aantrekkelijk vond. Het hoofdgerecht liet ons net iets langer dan de norm wachten, maar wellicht moeten we wat coulant zijn gezien de relatieve drukte op deze dinsdagavond. De Voorzitter kreeg een flink stuk gegrillde tonijn op zijn bord met een zomerse salsa die medium gebakken uitstekend tot zijn recht kwam. De secretaris koos voor een vegetarische optie, de ravioloni, gevuld met ricotta en pestosaus en bedekt met pijnboompitten en oude pecorino. Erg smaakvol met als extraatje in een glaasje geserveerde basilicum room. De bijgeserveerde friet, gekookte witlof en salade getuigden van weinig creativiteit, maar we lieten er ons door de prima hoofdgerechten allerminst door ontmoedigen.
Terras Odessa, bron: www.foodz.nl
De espresso sloot aan bij het niveau van de tonijn en de ravioli en samen met de uiterst vriendelijke bediening en het prettige decor waanden we ons al enigszins in vakantiestemming. Na het betalen van de rekening hielden we impulsief halt aan de bar om daar de wijn en de port aan een strenge keuring te onderwerpen. En het moet gezegd: ook hier scoorde Odessa genoeg sterren, al kwam het misschien doordat de Voorzitter daarvoor zijn NUt-visitekaartje had afgegeven aan de zichtbaar nerveus wordende serveerster. We zijn echter de beroerdsten niet: na deze goede ervaringen verzekerden we haar dat ze de recensie met open blik tegemoet kon treden.
Traditiegetrouw liepen we bekenden tegen het lijf: dit keer was het de secretaris die het echtpaar tegenkwam die hij jaren geleden op een fietsvakantie in Polen had ontmoet en waarvan de vrouwelijke helft momenteel dezelfde broodheer dient. Zij probeerden de Voorzitter nog hun zeilboot te verkopen toen deze pochte dat hij deze tak van sport goed beheerst. Het beruchte avontuur in Mook moet toch maar eens wereldkundig worden gemaakt…Een te korte nacht heeft ons oordeel niet aangetast: met de wind in de zeilen koersen we af op een ++++.
De avonturen van de voorzitter in Waals-Brabant
maandag 27 juli 2009
Wist u dat Kuifje de eerste man op de maan was? Jazeker, hij landde daar al in 1954. Fictief natuurlijk maar aan de ‘echte’ eerste landing wordt ook nogal eens getwijfeld.
In Mannen op de Maan kunnen we zien hoe het Kuifje c.s. verging tijdens hun maanreis.
Dit feitje wordt breed uitgemeten in het onlangs geopende Hergé Museum (Musée Hergé) te Louvain-la-Neuve. Het stadje is gebouwd op parkeergarages (!). Wegen lopen erlangs en tussendoor, dit is werkelijk bizar. De reden dat deze plek als locatie is gekozen is een conflict tussen de overheden en de weduwe Hergé geweest.
Enfin, de idee van architect Christian de Portzamparc was om het museum los te plaatsen van het stadscentrum. Dit effect wordt deels bereikt door de houten loopbrug (zie foto links). Bij benadering van het gebouw via de brug, groeit de opwinding; de gevel is indrukwekkend!
Gesnapt
Eenmaal binnen worden alle disciplines van R.G. (fonetisch Hergé, de omgekeerde initialen van Georges Remi) getoond. De Brusselaar was bijvoorbeeld een excellent reclametekenaar en bovendien geestelijk vader van de kwajongens Quick en Flupke.
De zaalwachten bederfen echter het feestje, ze zitten op je lip en dus ook op die van de voorzitter. Fotograferen wordt niet op prijs gesteld (hoewel dit nergens wordt vermeld). Het lukte de voorzitter toch om enkele foto’s van, vooral Joost Swarte’s (scenograaf van het museum) werk, te knippen voordat hij ‘gesnapt’ werd.
Graphic novels als kunstvorm
Hergé was een ‘huisfilosoof’ en las veel filosofieboeken. Ik wil afsluiten met een mooie voorspelling van de meester zelf. Gevraagd naar de staat van de strip in het jaar 2000 (tijdens een interview in 1964), antwoordde hij:
‘ … Ik hoop oprecht dat de strip dan burgerrechten heeft, daarmee bedoel ik dat deze op gelijke voet staat met de literatuur- en filmkunst (met deze kunsten bestaan overigens veel verbanden). Een kunst op zich dus, met haar eigen grootheden. Iemand die de tekenkunst naar een hoger plan brengt en niet wars is van een literaire ondertoon in zijn werk …’
Was het niet rond de eeuwwisseling dat de graphic novel wereldwijd bodem onder de voeten kreeg?
Duizend bommen en granaten – epiloog
Terug naar huis moest ik even aan kapitein Haddock denken (die trouwens noch in het Frans, noch in het Engels een naamsequivalent heeft). Tijdens het tanken had ik een ‘duizend bommen-moment’ toen ik de tankdop probeerde te ontgrendelen.
Waar is Trifonius Zonnebloem als je hem nodig hebt, dacht ik, terwijl de rij achter mij steeds langer werd. Inmiddels putte ik verder uit het vocabulaire van Haddock: ‘Alle donders, verdraaide basji-boezoek. Stuk boordschuttertje met je slabbetje voor. @#?*!’
De handleiding bracht uiteindelijk uitsluitsel …
Goed, het eindoordeel. Mits het museum niet integraal wordt verplaatst naar een geschikt(ere) omgeving en de zaalwachten wat meer afstand nemen, blijft het bij +++½ als oordeel. Een extra plus zou in bovengenoemd geval toegekend worden!

Bronnen: www.tintin.com, Wikipedia en de (mini)catalogus Hergé Museum (éditionsmoulinsart, 2009)
Étape 21: L’arrivée
zondag 26 juli 2009Étape 21: Montereau-Fault-Yonne – Paris Champs-Elysées: 164 kilomètres
Zo’n laatste etappe stelt natuurlijk niet echt wat voor. Beetje wandelen naar het centrum van Parijs en daar een leuk sprintje. De echte strijd is allang gestreden. Alberto Contador heeft voor zijn indrukwekkende zege slechts zeven kilometer aan hoeven vallen. Hij heeft de rest werkelijk geplatzerwaseld.
Je zou toch denken dat die Tourrenners het na drie weken wel even gehad hebben met dat gefiets. Als het meezit beginnen de wonden van die valpartij in de eerste week verdorie eindelijk een beetje te genezen. Eenentwintig etappes lang je lichaam slopen en dan ook nog elke ochtend naar het gezever van je ploegleider moeten luisteren. Elke dag ‘s morgens pasta en ‘s avonds pasta, lekker. ‘s Nachts wakker gehouden worden door de snurkende ploeggenoot naast je, hoera. Een normaal mens zou juichend naar huis vertrekken en het er eens een paar weken goed van nemen.
Maar ja, wielrenners zijn natuurlijk geen normale mensen. Steven de Jongh lepelde desgevraagd even zijn werkzaamheden voor de komende week op: “Boxmeer, Acht van Chaam, Wateringen, Heerlen en dan ben ik een weekend vrij. Oh nee, zondag moet ik Buggenhout rijden, dus ben ik niet vrij.” Juistem, morgenavond staat het eerste criterium dus al op het programma. Eerst een paar uur handtekeningen uitdelen aan allerlei malloten. Dan de handen schudden van de burgemeester, de notaris en de hoofdsponsor, die meestal nog stinkt naar zijn onderneming in riooltechniek. Vervolgens met je uitgewoonde lichaam en geest honderdtwintig kilometer rondjes rijden over klinkers, langs stinkende biertenten en loeiende boxen met stuiterende kermismuziek. Daarna doodop met de auto naar huis, om daar ver na middernacht aan te komen. En dat twee weken lang. Wat een leven, wat een pret.
Ik zou het persoonlijk wel weten. Leuk die criteriums, maar mij niet gezien. Geld is ook niet alles. Ik huurde mooi een huisje met een leuk zwembad erbij in de Franse Alpen. Mijn fiets liet ik mooi thuis. Een week lang ging ik in mijn zwembroek op de badrand zitten. Mijn benen legde ik naast me neer, die had ik toch even niet nodig. In het zonnetje zou ik lekker dagenlang naar de bergtoppen staren. De wetenschap de hele week daar niet naar boven te hoeven fietsen, heerlijk.
Uw Zomergastenlijstje?
zondag 26 juli 2009
Goed, het is weer tijd voor Zomergasten, het jaarlijks terugkerende feuilleton van de VPRO.
Je kunt je afvragen, waar heb ik in deze tijden van You Tube en illegale kopieën, Zomergasten nog voor nodig, ik maak mijn eigen compilatie wel. Aan de andere kant is het ook wel fijn dat iemand het voor je doet, nietwaar?
In ieder geval loopt iedereen wel rond met een standaardlijstje van tv-momenten die hij/zij graag nog ‘ns zou zien. Hetzij vanwege weemoed/nostalgie of omdat het gewoon onvergetelijke momenten zijn.
Om het maar kwijt te zijn, geef ik u hier het lijstje van de voorzitter, (in willekeurige volgorde:
- fragment uit Helvetica – documentaire van Gary Hustwit uit 2007 over het gelijknamige lettertype; het font wordt hier als een wereldster geprezen;
- dubbelspelfinale Wimbledon, 1992 (fantastisch spel van McEnroe/Stich vs. Grabb/Reneberg 5-7 7-6 3-6 7-7 19-17, in finale verspreid over twee dagen);
- willekeurig fragment van La Linea (hier al eerder besproken);
- fragment uit Running Fence – documentaire over een gigantisch project van Christo uit 1978, onnavolgbaar vastgelegd door de gebroeders Maysles;
- My Morning Jacket – een portret van de onvolprezen band My Morning Jacket door VPRO’s Lola da Musica (2000), jammer dat dit programma van de buis is;
- fragment uit Crumb (Terry Zwigoff, 1994) – over de cartoonist R.Crumb en zijn twee broers, bizar tot de derde macht, zeker als je bedenkt dat Davind Lynch de producent was;
- de eindscène uit Mephisto – hiervoor moet u de rest van de film ook hebben gezien maar an sich geeft de eindscène al een goede indruk van deze, nu nog, actuele film (István Szabó, 1981);
- fragment Lisdoonvarna, Lourdes of Love – ontroerende Nederlandse documentaire over een matchmaking festival in West-Ierland, Hans Heijnen (1999);
- en … eigenlijk ook nog de beruchte scène (nee, niet ‘Heeere’s Johnny!’) uit The Shining (Stanley Kubrick, 1980) waar hoofdpersoon Jack (Jack Nicholson) al dagen zit te typen aan zijn zogenaamde roman. In een onbewaakt moment kijkt zijn vrouw naar de honderden vellen die hij geproduceerd heeft en ziet tot haar schrik dat er alleen maar ‘All work and no play makes Jack a dull boy’ te lezen staat! Zij draait (ook) door.
Dat was het, wij zijn benieuwd naar uw lijstjes! De voorzitter gaat naar het strand …
(Afbeelding: VPRO)
Étape 20: Midlife Mountain
zondag 26 juli 2009Étape 20: Montélimar – Mont Ventoux 167 kilomètres
Nog niet zo lang geleden fietste een kale man de Ventoux op. Tussen de mistflarden door kon je even denken dat het Marco Pantani was, als Jezus opgestaan uit de dood en bezig aan een herhaling van de Kruisweg van het Cyclisme. Wie iets beter keek, zag dat het Wilfried de Jong was, schrijver, televisie- en theatermaker. Hij werd vijftig en dus was het de hoogste tijd om, samen met wat vrienden en zijn zoontje, de Reus van de Provence op te zwoegen. Of de Monte Ventoso. Of de Kale Puist. Of de Mythische Berg. Geen berg die zoveel bijnamen heeft als de Mont Ventoux.
Wilfried de Jong staat niet alleen. Reed ik bij mijn eerste beklimming in 1996 nog alleen door het verschrikkelijke naaldbos, dik tien jaar later werd ik omgeven door talloze oefenvijftigers*. In de zomermaanden wagen elke dag gemiddeld 1500 mensen een poging om de Mont Ventoux te beklimmen. Dik, dun, getraind, grijs, kaal, op mountainbikes, op waanzinnig dure racefietsen en verkerend in alle gradaties van fysieke conditie.
Veel van hen zijn landgenoten. Nederlandse mannen van middelbare leeftijd trekken massaal naar de Provence om daar met de fiets de berg te beklimmen. Zij zullen wel eens eventjes laten zien dat papa weliswaar elke zondagmiddag op de bank in slaap valt, maar dat er nog altijd rekening gehouden dient te worden met zijn fantastische karakter en prestaties. Zijn ooit gespierde torso telt inmiddels een paar zwembandjes te veel, maar een paar weekjes trainen en hij is zo weer in vorm! Voor deze types is de Ventoux de ideale berg. Exact ver genoeg van huis. Als de Ventoux in de Ardennen gelegen had, was hij toch iets minder heroïsch geweest. Disneyland Parijs klinkt ook stoerder dan de Efteling. terwijl de laatste zeker zo leuk is. En ook weer niet te ver weg, op en neer precies te doen in een lang weekend. Goed bereikbaar bovendien vanaf de snelweg, zodat er geen al te ingewikkelde toeren uitgehaald hoeven te worden met de lease-Volvo, de Twinny Load installeren is immers al moeilijk genoeg.
Op de flanken, in het unieke maanlandschap, wacht de dramatiek. Tommy Simpson is hier immers tijdens de beklimming doodgegaan. Niet figuurlijk, maar letterlijk. Wie wél bovenkomt, al doet hij er de hele dag over, heeft dus een beetje de dood verslagen. En wie boven niet aan het zuurstof hoeft, doet het beter dan jeugdheld Eddy Merckx. Anderzijds is de Ventoux ook weer niet té lastig. De Alto del Angliru en de Passo di Mortirolo zijn bijvoorbeeld veel steiler. Bij de Ventoux lopen de heren geen al te grote kans dat zij thuis op kantoor moeten liegen over het resultaat. Je zult toch maar opschepperig met dat vastomlijnde doel helemaal naar Zuid-Frankrijk rijden en dan niet boven komen. Zie dan de sales targets voor volgend jaar nog maar eens geloofwaardig te presenteren. Mannen die helemaal de weg kwijt zijn, verhalen over een spirituele ervaring. Hou toch op, met je tong tussen je ketting een kale berg op zwoegen, daar is niks spiritueels aan. Dat heet gewoon afzien.
Laatste grote pluspunt van de Mont Ventoux: aan de voet liggen talloze wijnboerderijen, zodat de overwinning gevierd kan worden met een aantal goede glazen Côtes du Ventoux. De Nederlander van middelbare leeftijd lust ‘m namelijk wel, zo heeft onderzoek recentelijk uitgewezen.
Vraag: wat willen al die kerels toch bewijzen? Antwoord: dat zij weliswaar niet meer zo’n harde erectie hebben als vroeger, maar dat zij wel degelijk nog een lichamelijke prestatie van formaat kunnen leveren. Zoals gezegd, geen berg met zoveel bijnamen als de Mont Ventoux. In Vrij Nederland dook enkele weken terug de meest treffende op. Midlife Mountain. En zo is het.
* Woord geleend van Volkskrant-columnist Wim de Jong, vermoedelijk geen familie van.
Memoires uit het klasgenotenboekje
zaterdag 25 juli 2009Had u het vroeger ook, zo’n poeperig vriendenboekje, waar uw klasgenootjes intieme feitjes aan het papier toevertrouwden? De secretaris heeft het kleinood nog altijd en heeft het speciaal voor NUt van zolder gegrist. De meeste kinderen uit mijn toenmalige groep 6 hielden niet van spruitjes, witlof en afwassen. De meisjes wilden later graag kapster of schoonheidsspecialiste worden; de jongens waren wat minder unaniem, alhoewel op die leeftijd spannend klinkende beroepen als piloot, militair en zelfs commando en geheime politie werden gememoreerd. De secretaris droomde omstreeks 1986 van een status als beroemde zanger, schrijver of korfballer.
Dat derde beroep bracht hem in die jaren enkele sportieve lokale succesjes, ofschoon dat niet al te moeilijk moet zijn geweest in een door een anderhalve man en een paardenkop beoefende sport. Op relationeel gebied haalde de secretaris meer prijzen binnen, want – en de cliches worden weer eens bevestigd- deze gemengde sport leverde hem zijn eerste twee vriendinnetjes op. Het eerste beroep oefende de secretaris indertijd ook uit in de praktijk: het duo Thomas en Thomas formeerde de groep ‘The Stars’. Daarmee probeerden ze zich, naast hun vol enthousiast ingezette playbackcarriere, in de schijnwerpers te treden.
Dit bleef echter voornamelijk beperkt tot de lampen van de slaapkamer, want behalve over twee zeer matige keeltjes beschikten de twee evenmin over enige beheersing van welk muziekinstrument dan ook. Een uitzondering vormde de blokfluit, waarin zij gedurende een klein jaar op een vreselijk belerende wijze geschoold waren door de door vele leerlingen uitgekotste juffrouw S., die nog stamde uit de tijd van de boekjes van dokter Spock. De songteksten daarentegen waren niet van de geringste kwaliteit. Van het debuutalbum waarvan me de naam helaas ontschoten is, herinner ik me het verrassend volwassen klinkende ‘Vertrouw jezelf’. Het refrein: “Vertrouw jezelf, dat is al een groot stuk in je leven” getuigt van een zekere rijpheid voor een 9-jarige.

Bron: www.hetspeelplein.nl
The Stars wisten, ondanks hun vocale beperkingen, wel waar een goed album aan moest voldoen. Een tweede hit zou ‘Denk aan ons’ moeten worden, tegenkracht voor het gevoelige ‘Vertrouw jezelf’. Het refrein “Denk aan ons, dan word je weer vrolijk; denk aan ons, dan word je weer blij” is simpel maar pittig. Bent u nog niet helemaal overtuigd van het niveau van de Brabantse groep: de beste song betrof de enige cover die de groep in petto had, ‘Ik dans dus ik besta’. Oorspronkelijk gezongen door Henk en Henk van Het Goede Doel, dachten Thomas en Thomas van The Stars dit wel dunnetjes over te kunnen doen.
En voor zowaar geen slechte poging: het is ook het enige nummer dat met een echt muziekinstrument werd begeleid. U raadt het al: die vermaledijde blokfuit. Op de andere creaties van het album gebruikten we met name de knokkels van onze handen die menigmaal op de kastdeur of het bed werden geslagen. Thomas H is in vorm en blaast het nummer naar een goed einde, waarbij de secretaris vocaal keurig in het ritme blijft. Na dit debuutalbum droogde de creativiteit enigszins op en deden voorts een ons uitlachende broer, andere hobbies en een succesvollere playbackcarriere deze ambities langzaam doven.
En de tweede droom? Daar biedt NUt de laatste jaren inspiratie voor en u kunt zelf oordelen of dat iets voorstelt. Mocht u overigens nog interesse om enkele noten van bovenstaand te horen, dan haalt de secretaris zonder schroom het cassettebandje van de zolderkamer. Als u nog weet waar u dat in kunt stoppen, natuurlijk.
Étape 19: Gevangen
vrijdag 24 juli 2009Étape 19: Bourgoin-Jallieu – Aubenas 178 kilomètres
Je kunt gevangen zitten in het ploegenspel, zoals Alberto Contador gedurende twee weken Tour de France. Maar je kunt ook écht gevangen zitten. In de bak, de lik, de nor of – in mooi frans – het cachot. Dan valt er weinig te fietsen, zou je denken. Dat valt echter mee. Zo werd er voorafgaand aan de echte Tour de France een Tour de France voor gevangen georganiseerd. Zo’n 200 gedetineerden fietsen 2200 kilometer in 14 etappes, daarbij begeleid door een karavaan van gevangenisbewaarders. Ontsnappen uit het peloton zal wel uit den boze geweest zijn.
De bedoeling van zo’n delinquententour is natuurlijk dat er wat gebeurt met al die slechte karakters in dat peloton. Een paar duizend kilometer afzien zou louterend moeten werken. Het scheen te lukken.”Er is sprake van groeiende solidariteit en we helpen elkaar heel veel”, sprak de 20 jarige deelnemer Jimmy.
Nu het bezit en het gebruik van doping in steeds meer nationale wetgevingen strafbaar gesteld wordt, kunnen we nog heel wat pret gaan beleven met deze vorm van Tour de France. Moet je voorstellen welke kwaliteit het deelnemersveld op dit moment zou kunnen herbergen: Thomas Dekker, Alexander Vinokourov, Michael Rasmussen, Roberto Heras, Ricardo Riccò, Davide Rebellin, Emanuele Sella, Bernhard Kohl en Leonardo Piepoli bijvoorbeeld. En afgelopen week nog is Danilo di Luca gecontracteerd. Ik pleit voor een extra wild card in de echte Tour in 2015. Dan stellen we een team samen van de renners die inmiddels strafrechtelijk vervolgd en schuldig bevonden zijn voor gedoe met doping. Manolo Saiz wordt ploegleider, Eufemiano Fuentes de teamarts. En ze dragen streepjestruien.
Alle gekheid op een stokje, ik vind de Tour de France voor gedetineerden een komisch project. Als een mens ergens slecht van wordt, is het wel wielrennen. Neem nou mijzelf. Van nature een brave borst van de planche supérieure. Opgevoed door een vader en een moeder die beide in het onderwijs zaten, dan weet je het wel. Maar eenmaal op een racefiets veranderde ik automatisch in een eersteklas slechterik. Ik heb concurrenten een oor aangenaaid, deelde zonder een spoor van wroeging een kwak uit als het moest en liet expres gaten vallen. Ik profiteerde van anderen waar het maar kon en voerde theaterstukken op die bekroond hadden kunnen worden met een Louis d’Or. Als anderen vielen, maakte ik me over hun verwondingen totaal geen zorgen. Ik dacht enkel: mooi, die zijn we vast kwijt.
Alleen doping heb ik nooit gebruikt. Als ik dat vertel, gelooft niemand me. Het bewijs dat ik aandraag is traditioneel. Ik ben in mijn carrière één keer gecontroleerd. En nooit positief bevonden.
Étape 18: Longo en Lance: Anneciens
donderdag 23 juli 2009Étape 18: Annecy – Annecy: 40.5 kilomètres
Lance Armstrong twitterde het al: Annecy is may be one of the prettiest spots in France. Zo zie je maar, het verstand komt met de jaren. Toen Lance nog vooraan in de twintig was had hij enkel oog voor mooie dames als Daniëlle Overgaag en snelle auto’s. Kennelijk heeft hij nu ook aandacht voor cultuur, want Annecy is niet alleen het decor van de 40,5 tijdritkilometers van etappe nummer 18, het is ook een schitterende stad aan een diepblauw meer. Het heeft een werkelijk prachtig en zeer gezellig middeleeuws centrum, dat qua karakter slechts overtroffen wordt door één van de meest bekendste inwoonsters: de onvermoeibare Jeannie Longo.
Als het verstand inderdaad met de jaren komt, dan is Jeannie Longo ongetwijfeld een zeer verstandig wielrenster. Kunt u zich de duels die ze uitvocht met onze eigen Leontien van Moorsel nog herinneren? Met prachtige sur places probeerde ze Tinus in de Tour Féminin tevergeefs uit haar evenwicht te brengen tijdens de beklimming van l’Alpe d’Huez. Had u toen al het gevoel dat die Jeannie Longo een oude heks was? Dat klopt, in ieder geval dat van dat oude dan. Begin jaren negentig was zij namelijk al ruim over de dertig. Nu is ze de vijftig voorbij en nog steeds fietst ze op hoog niveau.
Of Longo ook een heks is, daar zijn de meningen over verdeeld. Longo zelf vindt van niet, de rest vindt van wel. Een dergelijk gebrek aan populariteit zal zijn redenen wel hebben. Ze schijnt een eigenwijze en humeurige tante te zijn, die altijd haar eigen plan trekt. Fransen hebben een mooi woord voor dit soort karakters: glaciale. Ik vind dat dit soort mensen juist onze sympathie verdiend. Ze brengen met hun eigenheid en eigenaardigheid kleur in ons bestaan. Wat zouden de smurfen zijn zonder de moppersmurf?
Veel van de antipathie in de richting van Jeannie Longo zal wel berusten op frustratie en jaloezie. Zo leuk is het immers niet om verslagen te worden door een vijftigjarige. Dit jaar nog werd ze nationaal kampioen op de tijdrit! Dan moet je toch wel een heel pittig karakter hebben. Ik vermoed dat aan de mannelijke zijde van de sport alleen Lance Armstrong, daar is hij weer, net zo koppig is.
Ergens zit een connectie tussen die twee. Lance Armstrong houdt van Annecy en ergens anders lees ik dat Jeannie Longo uit Annecy ereburger is van de Amerikaanse staat Texas. Beide zijn oud, fietsen hard en maken zelf wel uit wanneer ze stoppen. Toeval bestaat niet. De inwoners van Annecy worden Anneciens genoemd. Als je dat snel uitspreekt hoor je anciens: oudgedienden. Gisteren maakte Lance bekend dat hij er volgend jaar nog een jaartje aan vastplakt. Voor wie een hekel aan hem heeft: hij is nog lang geen vijftig. Ik wens u veel sterkte de komende twaalf jaar.