Étape 5: Knettergek

By De Beschermheer

Étape 5: Le Cap d’Agde – Perpignan 196.5 kilomètres

Chute dans le péloton! Zeker in de nerveuze eerste week van de Tour klinkt deze kreet, die natuurlijk ‘valpartij in het peloton’ betekent, dagelijks over de koersradio. Onze eigen frisse, Hollandse jongens lagen er ook een paar keer bij. Gisteren verliet Piet Rooijakkers met een gebroken elleboog de Tour, vandaag was het de beurt aan Robert Gesink met een gebroken pols. Zij hadden nog geluk, de Spanjaard Pedro Horillo viel vorige maand tijdens de Giro bijna dood in een ravijn. En ook hij had nog geluk, want doden zijn er in het veleden ook al te betreuren geweest in de Tour. Wielrennen is dus niet alleen een schitterende sport, maar ook een reuze gevaarlijke. Conclusie: een mens die er vrijwillig voor kiest deze sport als hobby in competitieverband te beoefenen, moet wel knettergek zijn.

Er wordt wel gezegd dat iedere wielrenner voor iedere koers bang is voor een valpartij. Schrijver-wielrenner Tim Krabbé was er zelfs keer op keer van overtuigd dat het déze keer dramatisch met hem af zou lopen. Gek, maar zo fatalistisch was ik in mijn eigen, bescheiden carrière helemaal niet. Tuurlijk, je kon vallen, maar anderen hadden daarvoor veel meer talent dan ik. Het zijn namelijk altijd dezelfde klungels die erbij gaan liggen: de Frank Schlecks, David Zabriskies en Denis Menchovs van deze wereld. Koning van de valpartij was de Zwitser Alex Zuelle, maar die werd dan ook benadeeld door zijn beperkte gezichtsvermogen, het best te vergelijken met de waarnemingscapaciteit van een mol op een stralende zomerdag.

Anderen zijn stukken handiger in  het omzeilen van het pijnlijke onheil, dat trouwens vergezeld gaat van een typisch geluid van ledematen en fietsonderdelen die schuren over grof asfalt. Ik heb renners op de meest onwaarschijnlijke manieren overeind zien blijven en noodstops zien maken. Zelf ben ik ooit eens in een reflex in één vloeiende beweging over zowel een gevallen renner als zijn fiets heengesprongen. Met zestig kilometer per uur hoef je dan helemaal niet zo hoog te springen, dacht ik nog triomfantelijk tijdens mijn vlucht.

Jaja, stoere verhalen te over.

Natuurlijk ben ik ook wel eens gevallen tijdens een koers. Ik herinner me een schuiver tijdens een zomeravondcriterium in het centrum van Zeist. Het parkoers was merkwaardig: een vierkant met een lengte van precies 1 kilometer. Er reed een kopgroep weg en in een poging me bij de gelukkigen te vervoegen, nam ik in één van de vier bochten te veel risico. Mijn voorwiel gleed weg en ik schoof genadeloos richting de hekken. Tijdens het opstaan schoot de pijn door mijn lichaam en opeens leek wielrennen zo’n logische levenskeuze niet meer. Ik graaide naar mijn fiets, draaide me om en keek in de grote ogen van een vrouw die zich losgemaakt had uit het publiek. Ze klom over het hek en liep op me af. Ze was nog maar een meter van me vandaan toen ze haar rok in een wilde beweging omhoog gooide en triomfantelijk gilde: “Ik ben ook gevallen met de fiets! Kijk maar!” En inderdaad, behalve een door rossig schaamhaar omgeven slip werd er ook duidelijk een flinke schaafwond op haar rechterknie zichtbaar.

Daar op die warme zomeravond in Zeist, was niet alleen de wielrenner knettergek.

Categorie: , , , , , , , , , , , ,

Reageer