Archief voor oktober, 2009

Het tankstation (NUtcolumns #1)

zaterdag 31 oktober 2009

Een mens wordt vaak bedonderd in zijn leven. Eén van mijn vroegste herinneringen op dit gebied, nog ver voor het afsluiten mijn vijf woekerpolissen, de noodlottige vervanging van een peperdure, maar vooral helemaal niet kapotte wasmachinepomp, mijn fatale investeringen in het Robeco IT Equity Fund, diverse rampzalige garageavonturen en die keer dat iemand in een Franse supermarkt stiekem zijn boodschappenkarretje met daarin een nepmuntje verruilde voor de mijne met daarin natuurlijk een blinkend tien frank-stuk, dateert uit mijn lagere schooltijd. Ik was elf jaar en had les van de bovenmeester, een prachtig woord dat eigenlijk ook toen al niet meer gebruikt werd. Hij stond voor het bord en legde ons plechtig uit dat het einde der tijden nabij was, qua aardolie dan. Nog een jaartje of wat, misschien tien, maximaal vijftien, en het was gedaan met de pret. Droge oliebronnen betekenden geen autorijden meer én geen verwarming in de winter. Ai, dat was incasseren. Over die verwarming maakte ik mij niet zo’n zorgen. Wij hadden thuis een prima gietijzeren kachel staan en bovendien een bos aan brandstof achter het huis. De winters kwamen we voorlopig dus wel door. Het niet kunnen autorijden was een groter probleem. Hoe zouden wij dan met twee kano’s, drie surfplanken en vijf racefietsen bovenop onze bestelbus in Frankrijk geraken voor het hoogtepunt van het jaar: de zomervakantie?

Inmiddels zijn we niet tien, niet vijftien, maar eenentwintig jaar verder en sta ik nog steeds elke week bij het tankstation om daar een litertje of vijftig fossiele brandstof over te hevelen. Dat hele verhaal van die bovenmeester was dus complete lariekoek. En dat is buitengewoon jammer, want een bezoek aan het tankstation is natuurlijk keer op keer een treurigstemmende ervaring en niet alleen vanwege de klimatologische consequenties van frequent bezoek. Het is er gewoon slecht toeven, vooral qua biologische appels. Je kunt, nadat je erin geslaagd bent de te korte slang om de hoek van je automobiel te wurmen – hoe onthouden  al die andere mensen toch aan welke kant de vulopening zit? – en de tank te vullen, in de shop daarentegen wel terecht voor allerlei zaken die de Taliban terecht verboden hebben, zoals überkleffe broodjes-bal-gehakt, king size marsrepen, semi-ranzige porno, sneeuwkettingen voor hele andere bandenmaten dan de mijne en open haard hout in 2,5 kilozakken. De wc is smerig, het verkeer raast vijfentwintig meter verderop oorverdovend hard langs, er hangen ongeschoren beroepschauffeurs stinkend over het koffietafeltje en de schele caissière staat gezellig weg te kwijnen achter een glazen plaat.

Maar de wasstraat, die is wél leuk! Van kinds af aan ben ik gefascineerd door het strak georkestreerde samenspel van kleurige borstels, autoshampoo en turbowax. Wellicht was die buitengewone interesse vooral te danken aan het feit dat mijn vader nooit, maar dan ook nooit, zijn auto aan de wasstraat toevertrouwde. Hij keek wel uit, als trotse bezitter van een eersteklas hogedruk spuit. Die onbereikbaarheid van de carwash maakte het voor mij een des te interessanter fenomeen. Aan de andere kant, ik ben tegenwoordig zelf vader. En ik heb mijn tweejarige zoontje onlangs een keertje de wasstraatexperience mee laten beleven. Met grote ogen zat hij op de achterbank te kijken hoe de borstels langs de ramen zwierden. Geboeid luisterde hij naar mijn uitleg over de werking van de wasstraat, waarbij ik er halverwege achter kwam dat ik natuurlijk helemaal niet weet hoe die werkt. Toch, elke keer als we langs het tankstation komen roept mijn zoontje nu: “Papa auto wassen!”

Summer of ’89

vrijdag 30 oktober 2009

Bryan Adams scoorde ooit met ‘The summer of  ’69′, de secretaris denkt vanavond terug aan de zomer van 1989. Daarin gingen we met het vliegtuig naar Mallorca, naar Puerto de Andraitx om precies te zijn. Wat ik me nog herinner, was dat een Spaanse tennisleraar me aan mijn toen nog felblonde haar plukte. Mijn vader moest me beschermen, want toen wist ik nog niet dat Spanjolen alle remmen loslaten als ze blond zien. Wat me meer bezig hield, was de overgang naar de middelbare school. Ik was er niet helemaal gerust op. De basisschool was een mooie tijd geweest met een hechte en gezellige klas. Die vastigheid moest ik nu verlaten en de onzekerheid gierde die juli- en augustusweken regelmatig door mijn puberlijf.

Muziek is op zo’n leeftijd een van de weinige manieren van ondersteuning, want dergelijke gevoelens deelde je destijds met ouders noch met vrienden. Een van de nummers die paste in deze cocktail van weemoed en angst, was ‘Toy soldiers’ van Martika. Het verdriet wat deze Amerikaanse artieste bezingt, dringt door tot je ziel. De zin ‘Only emptiness remains’: ja, de leegheid na de mooie periode basisschool. Op internet lees ik dat de tekst handelt over het vroegere drugsgebruik van haar broer. Dat had ik weer eens niet in de gaten, maar een herkenning van emoties blijft.

Een tweede hit komt van eigen bodem, namelijk van de relatief onbekend band Tambourine. Met hun hippie-kledij en flower-power videoclip scoren zij met ‘High under the moon’. Ze drukken hun hang naar de jaren ’60 ook in hun muziekstijl uit en de secretaris met zijn nostalgische inborst, liet zich er door meeslepen. De Brabantse band met zangeres Saskia van Orly creeerde een eigen sound door naast de tamboerijn een zelfgebouwde sitar te bespelen.

En de middelbare school? Na een slow start vond de secretaris zijn draai nog wel als brugpieper……

Gasterij “Als toen” (+++1/2)

vrijdag 30 oktober 2009

De secretaris deed onlangs een overstap naar een nieuwe functie bij zijn huidige werkgever. Een beetje verfrissing kan immers na 5 jaar trouwe dienst geen kwaad; voor je het weet sta je meerdere keren per dag bij de koffieautomaat te ouwehoeren en draait de automatische piloot op volle toeren. Hij prakkezeerde over een bescheiden afscheid van zijn oude kameraden, maar toen de secretaris al te lang draalde, werd hem een heus afscheidsdiner aangeboden. De secretaresse had, vlak voordat ze in dienst trad, haar huwelijk inclusief spijzen gevierd in Gasterij “Als toen” in de door sommige Nijmegenaren nog steeds onderschatte wijk Hees. Het frappante was dat geen enkele collega, ook niet de door de wol geverfde tafelaars, hier eerder de avondmaaltijd genuttigd had.

De secretaris betrad met zijn eega, die kennelijk nog binnen het afdelingsbudget paste, met gemengde gevoelens het pand, want partir c’est mourir un peu. Al snel maakte ontspanning zich van hem meester, daar ambiance en gastvrijheid bij “Als toen” hoog in het vaandel staan. Daarbij kwam dat alle gezonde collega’s kwamen opdagen -je moet altijd maar afwachten wat ze echt van je vonden. Het interieur is gevarieerd door de verschillende soorten meubilair: wij namen plaats aan een verhoogde tafel, zodat je een aan-de-bar-zit gevoel kreeg.

Het verrassingsmenu had qua kwaliteit in een andere chronologie moeten verlopen. Het klinkt wellicht marginaal, maar het vooraf geserveerde brood met pesto was heerlijk met een originele vondst van zoetzure olijven, waar je zelfs de meest conservatieve hater van deze Zuid-Europese lekkernij over de streep zou kunnen trekken. De geraffineerde bloemkoolsoep met geschaafde amandelen was een uitstekend vervolg. Ondertussen werd de secretaris overstelpt met cadeautjes en complimenten, die zijn aangeboren verlegenheid ondanks de robuuste witte wijn naar boven deed komen.

Bron: www.eet.nu

Bron: www.eet.nu

Gauw door naar het hoofdgerecht dat in ieder geval voor de visliefhebbers dissoneerde. De schelvis was weliswaar prima bereid en doorbakken, maar door de veel te neutrale saus werd de totaalsensatie welhaast bleker dan de vis zelf. En niet voor de eerste keer hadden de secretaris en zijn geliefde moeite met de bijgeserveerde groente: waar is de tijd gebleven dat we naar hartelust konden kiezen uit haricots verts, broccoli of desnoods worteltjes? Moeten we in deze wisselvallige herfstmaanden dan thuis nog een vitaminepilletje door de keel laten glijden? De aangeboden koolsalade stemde ons tijdelijk bedrukt. Tijd dus voor een afscheidsspeechje waarin de secretaris op zijn lustrum en met name op zijn collega’s een lichtje wilde bijschijnen. Het dessert diende zich alras aan, maar was niet van een zodanig niveau dat de secretaris zijn redevoering liet afbreken. De waarheid gebiedt te zeggen dat hijzelf de ingredienten niet kan opdreunen, maar geholpen door zijn eega bleek het hier om een “veel te citroenerige mousse met een bol vanille-ijs plus koekje erboven op” te gaan.

De slogan van de gasterij is: “Geniet van goed eten, geniet van de sfeer, geniet van de gastvrijheid, geniet “Als toen”. De middelste twee frases lukken zeker in het aan de Kerkstraat gelegen restaurant. De uitbaters zijn uiterst vriendelijk, attent en makkelijk aanspreekbaar. Bij het vertrek werd de secretaris zelfs in zijn jas geholpen, een zeldzame ervaring, waardoor hij bijna dacht dat hij in het spreekwoordelijke ootje werd genomen. Op de site www.eet.nu wordt “Als toen” culinair ook flink geroemd, maar de secretaris kan hier slechts ten dele bij aansluiten. Hoe dan ook: hij kan bogen op een uitstekende avond waarmee hij een mooie periode op een heel prettige manier afsluit. Voor NUt blijven we kritisch en nuchter, want het objectieve oordeel luidt: +++1/2.

De Erasmusstudent (Irish Culture Essays #2)

vrijdag 30 oktober 2009

In een ver verleden studeerde de voorzitter in Baile Átha Cliath ofwel Dublin, de hoofdstad van Ierland.
Hij genoot (van) een zogenaamde Socrates-beurs (vroeger Erasmus-beurs).
De details zal ik u besparen; in bijgaand (Engelstalig) essay probeer ik de positie van de Erasmusstudent in en uit de Ierse republiek rond de eeuwwisseling kort te beschrijven en analyseren.

Het (Franstalige) filmpje dient ter illustratie en komt uit de film L’auberge espanole (2002).

Bekijk het essay ‘Ireland in the New Europe’

Irish cinema in Northern Ireland (Irish Culture Essays #1)

vrijdag 30 oktober 2009

Cinema in Ierland was lang een ondergeschoven kindje. Met de komst van het Irish Film Centre begin jaren 90 kreeg de Ierse film een flinke impuls.

Twee regisseurs maakten naam met films als In the Name of the Father en Michael Collins.
In het volgende (Engelstalige) essay probeer ik hun bijdrage aan het beeld van (Noord)-Ierland een plaats te geven.

Ter illustratie een scène uit In the Name of the Father.

Bekijk het essay ‘Irish Cinema in Northern Ireland’

Andre Agassi: tenniscrack

donderdag 29 oktober 2009

Oei, oei, gisteren bezorgde Andre Agassi de ATP het schaamrood op de kaken. Behalve tenniscrack bleek de Amerikaan in het verleden ook crackgebruiker te zijn geweest. Een positieve dopingtest werd bij de ATP echter wel héél gemakkelijk in een doofpot gestopt na een flauwe smoes van de winnaar van vele Grand Slams.

Wat is dat toch met tennissers en stimulerende middelen? Het lijstje van gebruikers van coaïne en speed is best lang. En het zijn niet de meest kinderachtige wannabe’s die erop staan: Hingis, Novacek, Gasquet, Wilander en nu dus ook Agassi. De smoezen zijn al net zo flauw en fantasierijk als in het wielrennen, met het verschil dat de ATP een hele grote doofpot moet hebben, anders pasten alle zaken er nooit in.

De bekentenis van Agassi intrigeert. Vooral de omschrijving van wat de drug met hem doet is bijzonder. Wij halen uit De Volkskrant: “… al snel deed het klassieke pepmiddel zijn werk. Crystal meth geeft zoveel energie dat Agassi als een razende zijn huis gaat schoonmaken.”

Kortom, u weet wat u te doen staat als de woonkamer weer eens moedeloos makend veel lijkt op Burgers Bush, bezaaid met kinderspeelgoed, broodkruimels, vage tissues, kattenkots en een half jaar correspondentie met de Belastingdienst. Succes!

Govert van Brakel stopt ermee

donderdag 29 oktober 2009

Het aardige van radio is dat je de presentator niet kunt zien. Als je vanwege drukdrukdruk niet de moeite neemt om eens op internet wat speurwerk te verrichten, blijft het gissen naar de leeftijd en het uiterlijk van de persoon achter de stem. Zo schrokken wij van NUt gisteren een beetje toen we, ook over de radio, te horen kregen dat Govert van Brakel met pensioen gaat. Van Brakel bleek al bijna zestig, terwijl hij in het radio 1 journaal en bij Langs de Lijn klinkt als een jonge god.

Govert van Brakel heeft een zeer prettige stem, maar bovenal een zeer prettige benadering van de onderwerpen. Een echte vakman, met gevoel voor humor bovendien. Na 33 jaar achter de microfoon vindt hij het mooi geweest. Govert heeft ons vele genoeglijke en informatieve uurtjes bezorgd, waarvoor dank! En nu maar gaan genieten van de vrije tijd!

AMF: Huilende voetbaltrainers

maandag 26 oktober 2009

Het is weer eens zover, NUt legt een AMF (Algemeen Maatschappelijk Fenomeen) voor u bloot.  Ditmaal menen wij de volgende trend ontdekt te hebben: het is opeens hartstikke in om als voetbaltrainer op leeftijd te gaan huilen of anders toch tenminste te beweren dat je een heel emotioneel mens bent.

Zo hadden wij een week of twee geleden te maken met Louis van Gaal, die tijdens zijn ééndaagse media-offensief  ter ere van de publicatie van zijn boek zelfs bij Thijs van den Brink van de EO aanschoof. Deze wist hem natuurlijk onmiddellijk te ontlokken dat de beste man bijna elke  dag de tranen in de ogen springen. Nu is het voetbal van Bayern München ook om te huilen de laatste tijd, maar toch. Overigens beweerde Louis van Gaal ergens in die dagen ook dat hij tot het zeldzame soort mensen behoort die nog voor hun dood een autobiografie schreven. Wij denken vooral dat er niet veel mensen zijn die zulke komische beweringen met droge ogen kunnen doen.

En dan hadden we vanavond Dick Advocaat bij Holland Sport, die tijdens een interview met Wilfried de Jong in een eenzame hotelkamer even vol schoot bij een herinnering aan zijn te vroeg overleden vader. Dat hij even later bekende veel meer van zijn moeder te hebben gehouden, deed daar niet veel aan af.

Toegegeven, deze score van twee is statistisch gezien niet overweldigend, maar de echte trendwatcher kan er maar beter vroeg bij zijn. De grote vraag is welk belang de heren trainers – op het eerste gezicht spijkerharde types toch – hebben bij deze emotionele coming-out. Wie het weet mag het zeggen, er zit niet voor niets een reactieformulier onder aan deze post. En ondertussen zien wij graag de tranen van Guus Hiddink en Leo Beenhakker tegemoet.

Museumpark Orientalis (++++)

zondag 25 oktober 2009

Gisteren was het in de provincie Gelderland ‘Gratis Museumdag’. Uiteindelijk zetten 69 musea de poorten open en boden daarmee de kans aan vrekken en cultuurbarbaren om nu wel eens die verantwoorde stap te zetten. De secretaris opteerde met zijn gezin voor Museumpark Orientalis in het dorp met de mooiste naam van Nederland: Heilig Landstichting. Toegegeven moet worden dat dit park al lang op het lijstje stond, maar dat de vrij hoge toegangsprijs (1o euro voor een volwassene, 6 euro voor een kind van 4 t/m 13 jaar) ons weerhield en deed wachten op een buitenkansje.

Wellicht kennen sommigen dit museum nog onder de voormalige naam, Bijbels Openluchtmuseum, maar om een breder publiek te trekken en ongetwijfeld meer geld in het laatje te krijgen, werd de naam enige jaren geleden getransformeerd tot de huidige.  Volgens eigen zeggen biedt Museumpark Orientalis “een eigentijdse kijk op de drie religies die bepalend zijn geweest voor de identiteit van hedendaags Europa: jodendom, christendom en islam. Orientalis laat zien dat er meer is dan het bekende spanningsveld tussen deze drie: een gemeenschappelijke oorsprong, de gedeelde geschiedenis, verwante tradities, verhalen en rituelen. Het museum wil een plaats zijn waar mensen met verschillende culturen en levensbeschouwingen elkaar kunnen ontmoeten. Zo wil Orientalis bijdragen aan een samenleving waarin vriendschap en respect de plaats innemen van angst en vooroordeel”.

Blik op de Via Orientalis. Bron: www.trouw.nl.

Blik op de Via Orientalis. Bron: www.trouw.nl.

Dit lijken nogal ambitieuze en lastig te praktizeren doelstellingen, maar het moet gezegd: het aanbod is gevarieerd en niet alledaags. Momenteel bestaat het museum uit een binnenmuseum, het joodse Beth Juda met een oosterse boerderij, de islamitisch-Arabische karavanserai met daarnaast het hart van het museum, het tentenkamp Ain Ibrahim, het moslimdorpje Tell Arab en de vroeg-christelijke en Romeinse Via Orientalis. Ter gelegenheid van het thema van de Gratis Museumdag, ‘Zet je zintuigen op scherp’, had Orientalis alle vrijwilligers uit de kast getrokken om met name het jonge publiek te bedienen.

Het kroost van de secretaris vermaakte zich dan ook met het verhaal van de ark van Noach, waarbij de kleuters op het hooi in de boot mochten aanschuiven. Tevens werd er druk gekleid in het binnengedeelte onder de bezielende begeleiding van moeders, zodat de secretaris zelf de tijd had om een op drie schermen geprojecteerde video over de drie religies in zich op te nemen, waarbij (overlappende) culturele aspecten op de voorgrond stonden. Het onderschrift van Orientalis is immers niet voor niets: ‘Cultuur en religie’.

Een paar kamers verder was de tentoonstelling ‘Humor en religie’, een combinatie die niet iedereen voor mogelijk houdt, hoewel cartoonisten het laatste lustrum er een aardige boterham mee kunnen verdienen. De secretaris werd daarbij verrast door koperertsen van James Ensor, ‘De Hellevaart en de zeven hoofdzonden’. Het was Ensor op zijn best: wrang, vol symboliek, mooi in zijn angstaanjagendheid. Wie meer van de expositie wilde zien, moest daarvoor de andere nederzettingen ook aandoen, maar uiteraard behoorde dat al tot onze plannen.

James Ensor- De Luiheid. Bron:http://62.221.199.163/vkc/Home.aspx

James Ensor- De Luiheid. Bron:http://62.221.199.163/vkc/Home.aspx

We struinden over het bedoeienenkamp waar heuse dromedarissen (die met 1 bult) ons ontspannen toekauwden. We verkenden de islamitisch-Arabische karavanserai, waar een enthousiaste ouder heerschap ons enkele nieuwe weetjes bijbracht. Wist u bijvoorbeeld dat Joden op jeugdige leeftijd een keppeltje op het hoofd krijgen, om te voorkomen dat ze een groeispurt krijgen richting God? En wist u dat het woord schaakmat een vernederlandsing is van de Perzische woorden shāh māt, dat de koning zit in een hinderlaag betekent?

De laatste etappe eindigde op de Via Orientalis, een gezellig straatje waar enkele winkeltjes de toeristen trachten te verleiden. Wie heeft er niet zin om even bij te komen in de Romeinse herberg of zijn kroost te trakteren op een leuke snuisterij? We slenterden heel symbolisch met een Jodekoek in de mond terug richting auto, waar bleek dat de secretaris vergeten was de tankdop van het dak te halen bij het tankstation. Een auto-onderdeel armer, maar een fijne ervaring rijker kachelden we tevreden huiswaarts.

Jammer dat het moslimdorpje Tell Arab door verbouwing niet toegankelijk was, maar voor de rest is Orientalis een uitstekende dagbesteding, eventueel te combineren met het iets verderop gelegen Afrika-museum. De prijs voor kinderen is normaliter toch echt te hoog; een beetje zwak dat de website de schuld schuift in de schoenen van de regering. Toch geeft de secretaris zonder schroom 4 NUt-sterren: ++++.

Sportman/vrouw/etc. van het jaar…

vrijdag 23 oktober 2009

Kijkt u er al naar uit? De verkiezing van sportman/vrouw/coach/team en gehandicapte sporter van het jaar komt er langzamerhand weer aan! Of gruwelt u van het gestuntel tijdens de uitreikingen? Hoe dan ook: bereid u geestelijk voor en lees onderstaande column van drs. Joris van Dooren

De winnaar verdient een beetje bescherming

Het jaar kruipt weer naar december toe. Hoogste tijd dus om wat awards uit te reiken. Wie wordt er ondernemer/sportman/veefokker/reclameman /transporteur/koikarperkweker van het jaar? The winner takes it all! Voor de evenementenbranche zijn het dankbare dagen. Mooie theaterzaal afhuren, even peinzen over de act die het programma moet breken, geinige filmpjes maken van de genomineerden en een paar afzichtelijke trofeeën bestellen. Sommige van de uitreikingen, zoals de verkiezing van sportman, sportvrouw, sportcoach, gehandicapte sporter en sportteam van het jaar, komen zelfs op tv en hebben dus een miljoenenpubliek!

Er is iets aan deze laatste feestelijkheid dat mij keer op keer verbaast. De spanning wordt doorgaans mooi opgebouwd. De genomineerden worden keurig voorgesteld met audiovisueel materiaal en een vooraanstaand persoon uit de sportwereld mag de trofee uitreiken. Tot zover niets mis mee. Maar wat vervolgens gebeurt is tenenkrommend.

De overwinningstune start in. De gelukkige winnaar slaat zijn handen voor zijn ogen. Dit had hij nóóit gedacht, hoewel hij als genomineerde toch wel degelijk een meer dan gemiddelde kans maakte. Geëmotioneerd struikelt hij of zij, of in het slechtste geval een heel waterpoloteam met te breed gezwommen schouders in te krappe galajurken, naar voren om bij het bestormen van het podium net aan een carrièrebedreigende blessure te ontsnappen. Nogal onhandig duwt de ingehuurde coryfee daar bruusk de trofee in de handen van de gelukkige. Het handen schudden/zoenen, dat eigenlijk had moeten gebeuren vóórdat die loodzware Jaap Eden een aanslag deed op de armspieren, verloopt vervolgens nogal onhandig. Ik heb wel eens het gevoel dat nijlpaarden dit nog stijlvoller kunnen.

Dan wordt de winnaar geacht nog wat te zeggen. De inhoud van deze minispeeches is over het algemeen om te huilen. Meestal komt er niet meer uit dan wat gestamel, soms komt er een lullig verfrommeld briefje uit de broekzak, zodat ook opa en oma niet vergeten worden in de lijst van te bedanken mensen zonder wie het nóóit gelukt was. Misschien maar beter dat we het meestal allemaal niet horen. De microfoon achter het katheder staat namelijk te hoog of te laag afgesteld voor de persoon in kwestie. In het ergste geval valt de winnaar bij het afgaan trouwens ook nog van het podiumtrapje.

Kortom, kan dit niet anders? Er wordt wel de moeite genomen om een dag lang met een camera en de genomineerde op pad te gaan. Is het dan zoveel moeite om de mogelijke winnaar voor de uitreiking even voor te bereiden op wat er gebeurt of zou moeten gebeuren als zijn naam, hoewel hij het nóóit gedacht had, toch uit de koker tevoorschijn komt?

Wie echt wil scoren, weten we als communicatiespecialisten, moet een verhaal te vertellen hebben. Dat kan, ook zonder dat de spontaniteit volledig verloren gaat. Zie Maarten van der Weijden, die vorig jaar geëmotioneerd doch standvastig zijn afscheid als zwemmer aankondigde en een positieve uitzondering vormde. Een kwartiertje voorbereiding per genomineerde vraag ik u, that’s all. Eventjes een keer dat podium op en af lopen. Kort de volgorde van handelingen doornemen, voelen hoe het is om een paar zinnen te zeggen in de microfoon. En misschien vooraf ook de do’s en dont’s van een korte, maar rake speech even samen bekijken.

De ondernemer/sportman/veefokker/reclameman/transporteur/ koikarperkweker van het jaar heeft recht op een beetje bescherming. Het is de verantwoordelijkheid van de professionele evenementenorganisator om daarvoor te zorgen. Die tweeëneenhalve minuut in de spotlights kunnen het verschil maken. Make sure that the winner takes it all!


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers