De familie Mann is de bekendste auteursfamilie uit Duitsland. Der Thomas is allicht de bekendste, vooral door zijn boeken ‘De Toverberg’ en ‘Dood in Venetië’. Bekende kinderen van Thomas Mann zijn o.a. Erika, Golo en Klaus, die het fantastische ‘Mephisto’ schreef. Thomas had ook een oudere broer die er ook wat van kon, Heinrich Mann. De secretaris las afgelopen week (een ongekend korte periode voor zijn doen) ‘De blauwe engel’, in het Duits bekend onder ‘Professor Unrat oder Das Ende eines Tyrannen’ uit 1905. Het is heel goed mogelijk dat u bij De blauwe engel aan Marlene Dietrich denkt, want in 1929 speelde zij in de gelijknamige film van de Oostenrijkse regisseur Josef van Sternberg.
De blauwe engel gaat over de gymnasiumleraar Metz, die steevast door zijn leerlingen ‘Mest’ genoemd wordt. Metz is er eentje van de oude stempel, die leerlingen als onderdanen ziet. Hij veracht ze, en is er continu op uit diegenen die hem uitschelden te ‘nemen’, en daarvoor zoekt hij ‘bewijzen’. Een parallel met Bordewijks ‘Bint’ ligt voor de hand, maar het verhaal neemt na een enigszins vergelijkbare ouverture een andere wending. In een poging om een drietal leerlingen (Lohmann (zijn grootste vijand) Von Erztum en Kieslack) te betrappen op losbandig gedrag, komt hij op een avond terecht in nachtclub ‘De blauwe engel’. Daar ontmoet hij de artieste Rosa Fröhlich, van wie hij nog meer in de ban raakt dan dat zijn vermaledijde scholieren doen.

In een rechtzaak over gekras op een hunebed, waarbij de drie leerlingen en Rosa aanwezig waren, gedraagt Metz zich zo agressief dat hij wordt ontslagen. Ook de leerlingen moeten het veld ruimen. Dit geeft Metz, een verstokte vrijgezel, de gelegenheid om helemaal op te gaan in zijn liefde voor Rosa en uiteindelijk trouwt hij met haar. Rosa is voor hem het ultieme vehikel om wraak te nemen op de rest van het dorp, waarvan het gros bestaat uit (oud-)leerlingen. Hij aanschouwt in een overwinnigs- en drankroes hun begerige blikken tijdens de optredens van ‘zijn’ Rosa. Rosa waardeert Metz, omdat ze eindelijk iemand ontmoet heeft die haar au sérieux neemt. Na verloop van tijd nemen ze hun intrek in een villa buiten het dorp, waar in eerste instantie kleinere opvoeringen ten tonele worden gebracht, maar later stromen er steeds meer belangstellenden toe, als er geruchten gaan over spannende gokwedstrijden, drankpartijen en ‘orgie-achtige’ taferelen. Metz beschouwt de bezoekers van zijn huis als slachtoffers, die hun ‘domme nieuwsgierigheid, hun onder een moreel vernis verborgen wellust, hun hebzucht en ijdelheid’ tonen.
Na een jaar of twee ontmoet Rosa Fröhlich opeens Lohmann die na zijn ban is teruggekeerd in het dorp. Hij komt langs bij hen thuis en Rosa zingt een lied dat ooit door hem is gecomponeerd. Wanneer Metz binnenkomt, slaat hij op tilt. Hij ziet zijn grootste angst uitkomen: zijn grote vijand Lohmann samen met Rosa. De politie pakt hem op en de joelende menigte noemt hem weer een ‘mesthoop’.
Manns roman neemt de arrogantie en zelfingenomenheid van de mens op een losse manier op de hak. Enerzijds symboliseert Metz de hoogmoedige die hard valt. Anderzijds krijgt ook de bourgeoisie er van langs: de bezoekers van Metz’ villa vallen willoos ten prooi aan verleidingen die ze normaal gesproken bespotten. Een geslaagde, soms cynische analyse van sociologische misstanden, waarbij de lezer niet echt partij kan kiezen voor een bepaald personage, zodat hij ergens met lege handen achterblijft. De roman levert daarnaast echter nog genoeg moois op, daarom komt NUt tot een familie Mann-waardige ++++.