Archief voor augustus, 2010

Op zoek naar een bijzondere voornaam

dinsdag 31 augustus 2010

Na de ontsluiting van de familienamen (zie ook dit eerdere blog) heeft het Meertens Instituut sinds 3 juni nu ook een website met voornamen gepubliceerd. De Nederlandse Voornamen Databank geeft informatie over 500.000 verschillende voornamen die in Nederland voorkomen. Het bestand is gebaseerd op de voornamen die als eerste naam en/of als volgnaam omstreeks 1 juli 2006 bij de Gemeentelijke Basisadministratie geregistreerd waren, aangevuld met recentere eerste voornamen die verkregen zijn van de Sociale Verzekeringsbank. In de databank is tevens te zien wat de verspreiding is over het land en wat de frequentie van geboortes in de de laatste decennia. 

Zo zien we dat de naam ‘Martijn’ eind jaren ’70 zijn hoogtepunt kende, met bijna 1500 geboortes per jaar. ‘Jayden’ is het laatste decennium aan een opmerkelijke opmars bezig en duidelijk meer vrouwen dan mannen zijn toegerust met de naam ‘Henny’. De secretaris zal de site eens aanwenden voor de zoektocht naar een voornaam voor de derde nakomeling. Criteria: geen top 20 naam, uitspreekbaar aan de telefoon en een naam om trots op te zijn. Wens ons succes…

Polman’s Huis (++++/-)

zondag 29 augustus 2010

Het is Restaurant Week en de Voorzitter en zijn partner vonden dit een geschikt moment om ‘ns wat anders te proberen dan gebruikelijk (lees eetcafé) in het Utrechtse restaurantaanbod. Voor € 25,- worden een verrassingsvoor-, hoofd- en nagerecht geserveerd.

Zo kwamen wij zaterdag, na een bezoek van de secretaris met familie, terecht in Polman’s Huis aan de Keistraat. Een sjiek etablissement in de stijl van een Parijse bistro.
Bij binnenkomst werden wij ontvangen door een wat oudere dame met een vogelnestje als knotje, een contrast met de jongste bediende die ik op zestien jaar schatte. Wij werden gezeteld vlak naast een familie van vier. De Voorzitter ergerde zich vanaf het begin aan de onverschilligheid van het viertal. Zoonlief zat te gamen op een laptopje, vader zat te bellen. Later verdwenen vader en moeder ineens om een sigaretje te paffen bij de prominente entree, de koters alleen achterlatend.

Enfin, dit vond plaats voor het voorgerecht wat bestond uit een artisjokbodem met zalm, een zachtgekookt eitje en truffel met salade. Redelijk goed. Brood en boter bij het voorgerecht bevatten ‘fleur de sel’ wat een aangename zoutsensatie veroorzaakte.

Toen kwam de ‘daurade royale’ van een goede textuur en een puike safraanrisotto. Jammer van de beure blanc saus. De rode huiswijn (cabernet franc) hierbij was overigens voortreffelijk; een zachte afdronk met vlagen van vanille en eerder zoet dan droog.
Het nagerecht, ‘tarte au chocolat’, kon zelfs de Voorzitter deels bekoren. De bosvruchtensorbet was subliem en de taartjes zelf tongstrelend (volgens mevrouw de Voorzitter).

Naast de erg mooie en klassieke omgeving en de frisse, jonge bediening stemde het geheel ons tevreden. De fles Sourcy (of was het kraanwater; de fles werd geopend op tafel gezet) van € 5,20 is een minpuntje. Wij gaan in samenspraak met partner voor vier – plussen (++++/-).

P.S. Het plafond van het restaurant is overigens ook de moeite om af en toe een blik op te werpen.

(Foto: CarinV, flickr.com)

Op z’n Zoetemelks!

zondag 29 augustus 2010

Terwijl gisterenavond de Vuelta in een donker Sevilla van start ging, realiseerde de Beschermheer zich plotsklaps dat het dezer dagen 25 jaar geleden is dat er voor het laatst een Nederlander wereldkampioen wielrennen werd. Op 1 september 1985 reed Joop Zoetemelk als eerste over de streep in Giavera de Montello. Een formidabele overwining, die om twee redenen uniek was. Ten eerste is Zoetemelk nog altijd de oudste wereldkampioen wielrennen ooit: hij was destijds 38 jaar en 9 maanden oud. Ten tweede leidde de demarrage die de aanzet vormde tot de overwinning tot een nieuwe wielerterm: op z’n Zoetemelks.

De meeste liefhebbers weten precies wat op z’n Zoetemelks betekent, al is het nog niet eens zo gemakkelijk te omschrijven. Het gaat om een beetje een sluipende, tam ogende demarrage waarbij de aanvaller in het zadel blijft zitten en waarop simpelweg niet gereageerd wordt, zodat de aanvaller wel degelijk wegrijdt en zoveel voorsprong pakt dat hij niet meer terug te pakken is. Een demarrage op kousenvoeten dus. Een op z’n Zoetemelks demarrage mag overigens eigenlijk alleen zo genoemd worden wanneer de betreffende renner de race ook daadwerkelijk winnend afsluit. Daarnaast wint bij een echte op z’n Zoetemelks niet de sterkste maar de slimste renner in koers (beide voorwaarden zijn bij deze bepaald).

Slechts weinigen snappen echter waarom de op z’n Zoetemelks demarrage zo goed werkt. Welnu, allereerst is het zo dat het voor de renners die op de demarrage zouden moeten reageren verleidelijk is om niet direct te reageren. Bij een felle demarrage is het gevaar immers direct zichtbaar en is het alle renners direct duidelijk dat er gas gegeven moet worden om niet achter het net te vissen. Bij een goede op z’n Zoetemelks denken de concurrenten enkele fracties van seconden dat de betreffende renner wellicht gewoon een beetje het tempo op wil voeren. Er gaat zo weinig kracht vanuit dat de renners onbewust geen gevaar signaleren. Ze besluiten dus even te wachten. En zoals altijd is een eenmaal genomen besluit moeilijk om te zetten in het tegenovergestelde, zo is nu eenmaal de menselijke natuur. Tegen de tijd dat dat gelukt is, is de vogel gevlogen.

Vervolgens is het zo dat de op z’n Zoetemelks demarrage ook aan de aanvaller nauwelijks krachten heeft gekost. Hierdoor houdt hij meer energie over om zijn voorsprong te verdedigen op het moment dat de tegenaanval alsnog op gang komt.

En natuurlijk hebben we er beeld van! De op z’n Zoetemelks zit op 5:34

Ook leuk zijn de laatste meters van Joop met commentaar van Mart Smeets:

Hoogtepunten aan de Côte d’Amour

vrijdag 27 augustus 2010

Het NUtblog is duidelijk terug van weggeweest, want we beleven een unieke dag doordat alle drie de auteurs vandaag een bijdrage leveren, met zeer uiteenlopende onderwerpen. De secretaris verhaalt – want nu nog enigszins in het geheugen- van het tweede deel van zijn vakantie. Op de rand van Bretagne en de Vendée probeerde hij van twee walletjes te eten. Vanuit Pornic staken we de indrukwekkende brug bij Saint-Nazaire over om door te reizen naar de Côte d’Amour. Zoonlief was helemaal in zijn nopjes, want op de midget-golf baan op de camping stond een hole die was gebaseerd op deze Pont St. Nazaire, die de Loire-oevers met elkaar verbindt.

Doel van de trip was Le Grand Blockhaus in Batz-sur-mer, een bunker die de Duitsers bouwden in het kader van de Atlantikwall. Om de geallieerden te misleiden, werd de bunker aan de buitenkant omgevormd tot een hotel door middel van schilderingen. Binnenin troffen we ook vernuftige snufjes aan en hadden we een verrassend ver uitzicht over de baai. Omdat onze toeristische  honger nog niet verzadigd was, draaide de secretaris implusief het stuur richting Guérande, toen zijn oplettende bijrijdster op de bordjes ‘centre médiévale’ had zien staan.

Winkelgevel in Guérande, foto: T. Klijn

Winkelgevel in Guérande, foto: T. Klijn

Dit was een uitermate prettige spontane actie, want wat een overweldigende entree naar de binnenstad: door de hoge poort in de stadswal waan je je een hooggeplaatst heerschap. Uiteraard is het knusse centrumpje niet van toeristische prullaria gevrijwaard, maar leuke boetiekjes, artistieke winkeltjes en talrijke regionale lekkernijen maakten een wandeling tot een klein feest.

Rondom het kerkplein sloegen we willekeurige steegjes in en doolden we als vanzelf weer terug. Het gezin van de secretaris nam zelfs de gelegenheid te baat om op een terrasje te gaan zitten van één van de aanwezige theehuisjes. Wees niet bevreesd, voorzitter: de secretaris hield het (uiteraard) bij een koffie. Zijn eega doekte in Guérande een zeer arty handtasje op, en dochterlief werd er weer een sieraad rijker.

Binnenstad Guérande. Foto: T. Klijn

Binnenstad Guérande. Foto: T. Klijn

Buiten Guérande hoeft men zich ook niet te vervelen. Het is de regio van de ‘Marais Salants’, de zoutmoerassen die voor elk jaargetijde een eigen kleur schijnen te bewaren. Voeg daar de Keltische geschiedenis (Gwenrann is de Keltische naam van Guérande) en de zonnige uitzichten op de lieflijke kust aan toe, en wij snappen best hoe deze strook tot ‘Côte d’Amour’ is gedoopt!

Wie de trui past trekke hem aan – Maarten Ducrot (+++)

vrijdag 27 augustus 2010

Een sympathisant stelde onlangs het boek Wie de trui past trekke hem aan van Maarten Ducrot ter beschikking. Een geste die met dankbaarheid werd aanvaard door de Beschermheer die dit werk van de oud-wielrenner/wielercommentator al enige tijd op een overigens kwijtgeraakt verlanglijstje had staan. Hij onderbrak zijn boek over het leven van Bill Clinton (waarover later meer) er zelfs voor.

De uit Middelburg afkomstige Maarten Ducrot mengt in zijn boek zijn visie op de evolutie van het wielrennen in de laatste 25 jaar met belevenissen uit zijn eigen carrière. De term “het nieuwe wielrennen” valt daarbij minder vaak dan gevreesd. In heldere bewoordingen zet Ducrot uiteen hoe het allemaal gekomen is zoals het er nu voor staat en legt daarbij een meer dan behoorlijk inzicht in de psychologie van de verschillende actoren in de sport en hun onderlinge politieke verhoudingen aan de dag. Toch vonden wij van NUt dit het minder interessante gedeelte van het boek. Veel meer plezier beleefden we aan de anekdotes uit de carrière van Ducrot, die bol stond van het amateurisme en middeleeuwse praktijken.

Met name geestig zijn de verhalen waar de bijzondere mens Jan Raas een rol in speelt. Die blijkt een vloekende rasopportunist die de boel keer op keer flikt en na een donderspeech jubelend de gordijnen van zijn hotelkamer inspringt. Hij gaat zelfs zo ver dat hij er als ploegleider voor zorgt dat zijn eigen coureur Ducrot naast de gele trui grijpt, omdat hij hem anders in de toekomst niet zal kunnen betalen. Als Ducrot een beetje Jan Raas was geweest, dan had hij Raas zonder aarzeling vol op zijn bek geslagen, maar daar was en is Maarten te netjes voor, zo weet de Beschermheer uit eigen ervaring.

Al met al een aardig boek om te lezen, maar er had minder visie en meer anekdoterie  (schijnt een echt bestaand woord te zijn) in mogen zitten. En de anekdotes hadden nog wat beter uitgewerkt mogen zijn. Dan was het echt smullen geblazen geweest, nu zijn het drie sterren geworden: +++

Foto: bol.com

Vegetarisch eetcafé Bij José, Nijmegen (++++)

donderdag 26 augustus 2010

Ondanks een gloednieuwe keuken raakte de secretaris afgelopen zaterdag geen pollepel aan. Reden was dat zijn nakomelingen met oma en opa de Osse Kermis bezochten, hetgeen ons de kans bood om na een dag poetsen uit eten te gaan. In een uitermate prettig weertje fietsten de secretaris en zijn echtgenote naar eetcafé Bij José, op Kelfkensbos. Het eetcafé is van specifieke signatuur, want er valt geen grammetje vlees te verorberen.

Bij binnenkomst moesten we ons even over de leegte heenzetten, want de potentiële cliëntèle zat op Lowlands of was nog op vakantie. Niet getreurd, op het terras achter was het lekker toeven, zeker toen het verrukkelijke voorgerecht werd voorgeschoteld. De secretaris schrokte bijkans zijn knoflookchampignons naar binnen; zijn eega genoot van een op haar lijf geschreven crostini met walnoten, geitenkaas en honing. De serveerster was echt een scheetje; minpuntje was wel -helaas komen we dit steeds vaker tegen- dat ze de toch niet al te uitgebreide biologische wijnkaart niet uit haar hoofd had geleerd.

Eetcafé Bij José. Bron: www.sienbrak.nl

Het menu van Bij José verandert periodiek: 3 vegetarische gerechten wisselen elkaar 2-wekelijks af. De secretaris koos de minst spannende: spinazielasagne met broccoli. Een degelijke uitvoering, behalve dat enkele bladeren wat taai wegbeten. Zijn disgenote nam meer risico door te opteren voor de spaghetti met sinaasappelsaus. Een combinatie waar je vooraf je vraagtekens bij kunt zetten, maar de kok maakte er een smaakvol geheel van. De hoeveelheden bij Bij José zijn overigens uitstekend, zeker gezien de zeer schappelijke prijs. Leuke frivoliteit was de blaadjes munt die de citroen vergezelde in ons (gratis) karafje water.

De serveerster vergat tijdens de hoofdmaaltijd te vragen of we nog behoefte hadden aan extra drank, wellicht doordat ze in de stress was geraakt van de komst van het enige andere gezelschap van die avond. Dan maar over naar het dessert waar Bij José duidelijk een origineler aanbod heeft dan een gemiddeld eetcafé. We werden verleid door het huisgemaakt gebak: een kolossaal stuk worteltaart, waar de secretaris een muscaat bij dronk die even soepel was als de eerdere glazen rosé en rode wijn.

De eindsom van alle versnaperingen overschreed nog niet eens de vijftig euro, zodat de secretaris en zijn echtgenote nog budget overhielden om romantisch aan de Waalkade te zitten. Een pluspuntje van Bij José is ook dat ze doorlopend kunstenaars de gelegenheid te bieden om hun werk aan veelal vegetariërs en veganisten te etaleren. Ons eindoordeel (niet bedoeld voor carnivoren) sluit goed aan bij de recensies op de website Puur uit eten: ++++.

Corso, Brunico (++)

woensdag 25 augustus 2010

Als je dan toch in Italië bent, kun je net zo goed eens een pizza gaan eten. Wij kozen er een regenachtige dag voor en stapten in het Zuid-Tirolse stadje Brunico binnen bij een restaurant-hotel met de naam Corso. We werden verwelkomd door een mevrouw die de Beschermheer sterk deed denken aan de personage Juffrouw Bulstronk uit het boek Mathilda van Roald Dahl: een uit de kluiten gewassen wezen waaraan elk spoortje van raffinement ontbrak. Nadat zij de kaarten op tafel gesmeten had, probeerden wij onze kennis van het Duits aan die van het Italiaanse te koppelen om zo te vermijden dat we klössen of ander lokaal en als een baksteen op de maag slaand bergvoer voorgezet zouden krijgen.

Als voorgerecht kozen we uiteindelijk voor meloen met Parmaham. We besloten samen een portie te delen, wat verstandig was, want de meloen was muf van smaak en de ham weliswaar ok, maar onbeschoft veel. Toen juffrouw Bulstronk de borden weg kwam grissen vroeg ze staccato of het gesmaakt had, daarbij overduidelijk niet geïnteresseerd in het antwoord. Toen wij dat gaven, was ze namelijk alweer terug naar de keuken geklost.

We vervolgden ons uitje met twee pizza’s die, wel aardig, vol in het zicht in de houtoven bereid werden. Ze smaakten ook niet slecht, maar waren wel net zo fantasieloos als de gemiddelde Nederlandse afhaalpizza. We dronken onze op de gok gekozen wijn op, waarbij de duurdere aanmerkelijk minder lekker was dan de goedkope en tikten de rekening af, die met een kleine 45 euro alles meeviel. Veel meer had het ook niet moeten zijn, want Corso bleek ondanks een keurig verzorgd interieur een zeer middelmatig restaurant.

Het ijsje uit de kraam op het pleintje voor het restaurant was het lekkerste onderdeel van de maaltijd, dat zegt genoeg. Krap twee sterren, that’s it. En geen arrivederci wat ons betreft.

Foto: http://www.hotelcorso.com/

De alleskunners van de 800 meter

dinsdag 24 augustus 2010

Afgelopen zondag verbrak de Keniaan David Rudisha het dertien jaar oude record op de 800 meter. De jonge Afrikaanse atleet liep in Berlijn een tijd van 1.41.09 en was daarmee twee tellen sneller dan de befaamde Wilson Kipketer in 1997. Dat het record zo lang gestaan heeft, zegt niet alleen iets over de klasse van Kipketer, maar ook over het constant hoge niveau van de atleten op dit boeiendste loopnummer van de atletiek. Want de secretaris noteert bij grote toernooien naast het hoogspringen altijd het tijdstip van deze kortste middellange afstand (snapt u het nog?) in zijn agenda.

De 800 meter vergt een enorme veelzijdigheid van de deelnemers. Wie te hard van start gaat, verzuurt voor de laatste bocht en ziet zijn concurrenten voorbij vliegen. Wie zijn krachten wat denkt te sparen, moet in de laatste 200 meter zijn benen onder zijn kont vandaan rennen om de voorhoede nog in zicht te houden. Alles draait om de balans: ook letterlijk, want er wordt wat afgeduwd en gesjord om een goede positie, liefst in de binnenbaan, te verwerven.

Schitterende loopstijl op de 800 meter: Alberto Juantorena. Bron: chinadaily.com

Wereldrecords zijn, zoals uit dit nieuwsbericht blijkt, spaarzaam op de 800 meter. Voor Kipketer (die in 1997 de toptijd 3 keer aanscherpte) was het wereldrecord sinds 1981 in handen van de legendarische Sebastian Coe. Dit steekt nog bijna schril af bij de vrouwen:  de 1.53.28 van Jarmila Kratochvilova (Tsjechië) dateert uit 1983, waarmee het momenteel het oudste officiële wereldrecord outdoor is. Helaas kleven hier wel Oostblokse dopinggeruchten aan.

Door de vele schermutselingen en positiewisselingen is de 800 meter een aantrekkelijk schouwspel met een uitstekende duur. Waar de 100 en 200 meter in een vloek en een zucht voorbij zijn en de 3000 en 5000 meter teveel van de concentratie vergen, vormen de krap twee minuten van de 800 meter een prima spanningsboog voor de geïnteresseerde kijker. Daarnaast biedt de afstand een confrontatie tussen talrijke nationaliteiten: het is het strijdtoneel van West-, Oost, en Zuid-Europeanen, Noord-Amerikanen, Afrikanen en Oceaniërs.

Leuk voor Nederland is dat we ons kunnen beroepen op twee grote successen: in 2006 werd de sympathieke Bram Som Europees kampioen. De andere prijs staat in het collectieve geheugen gegrift: wie herinnert zich niet het intens vermoeide maar dolgelukkige gezicht van Ellen van Langen op de Olympische Spelen van 1992?

De blits maken als vader: met de fietskar naar Italië

maandag 23 augustus 2010

Natuurlijk, je kunt als vader je kinderen elke dag heel betrokken afleveren bij de crèche en de peuterpeelzaal. En elk weekend met ze van de glijbaan gaan in het plaatselijke zwembad. Maar wie echt de wereld wil laten zien hoe een geweldige modelvader hij is, koopt het best een fietskar. Dat concludeert de Beschermheer tenminste na een enkele jaren van gematigd intensief gebruik.

Wij kochten via-via een Burley Honeybee voor een mooi prijsje toen onze oudste junior zo’n 7 maanden oud was. Eerlijk gezegd was het een aanschaf uit eigenbelang van de vader, die het maar lastig vond dat hij niet kon oppassen en trainen tegelijk. Zo’n kar achter de racefiets maakte de combi mogelijk. Junior heeft het apparaat even moeten leren waarderen, de eerste tochtjes was hij het snel zat. Dit veranderde later in een groot enthousiasme, misschien omdat hij halverwege de fietstocht geregeld een ijsje overhandigd kreeg.

Inmiddels zitten ze er met zijn tweeën in en blijk je er prima in te kunnen slapen. Niet alleen voor de kinderen is het leuk, ook de vader/ouders kunnen rekenen op een oneindige sympathie van de overige verkeersdeelnemers. Wel jammer dat een fietskar inmiddels allesbehalve een zeldzaamheid in het Nederlandse landschap is, waardoor je toch iets minder de blits maakt, maar juist daarom bleek het wel een aardige zet om de kar mee te nemen naar de Dolomieten.

Italianen smelten heel gemakkelijk weg voor A blonde bambini en B sportievelingen. Dit samengevoegd in de racefiets-fietskar combi leidde tot een stortvloed van complimenten, verzuchtingen, opgestoken duimen en wat dies meer zij tijdens elk onbenullig fietstochtje. Wel jammer dat de wegen in de Dolomieten nogal eens steil omhoog lopen, het heeft de Beschermheer bijkans een paar knieën gekost om het gewicht van 11,3 kg (kar) + 15 kg (kind 1) + 11 kg (kind 2) + 3,5 kg (rugzak in het bagagevak) mee omhoog te zeulen à 4 km per uur.

Dankzij de handige duwbeugel kun je er ook prima mee wandelen. Wij deden eerst wat lacherig over de polsband die je als extra zekerheid kunt gebruiken bij het bergaf lopen. Totdat we daadwerkelijk een steile weg afliepen en voelden hoe graag de kar bij ons vandaan wilde racen. Bergaf fietsend bleek het soepel rollende karretje trouwens prima te sporen. Je hebt er met de fiets in de afdalingen geen kind aan.

Foto: ergens via Google.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers