Archief voor oktober, 2010

Indrukwekkende sportvrouwen (16): Daniela Silivas

vrijdag 29 oktober 2010

Vorige week was het WK turnen in ons land, een evenement dat we pakweg 20 jaar geleden nooit dachten te mogen organiseren. De secretaris heeft zelf een wat moeizame relatie met deze gymnastische sport. Tijdens de gymles vroeger stikte hij van de zenuwen, als de docent aankondigde dat er geturnd moest gaan worden. Angst is een slechte raadgever, waardoor de pogingen van de secretaris om over de bok te komen vaak zowel lichamelijk als geestelijk een pijnlijke afloop hadden. Nee, het liefst was hij gevlucht naar moeders schoot. Het cijfer bedroeg bijna altijd een 6 of een 6-, waarbij dat laatste resultaat synoniem was voor ‘kan er niets van, maar doet z’n best’.

Desalniettemin vond de secretaris het geen traumatische belevenis om naar de wereldtoppers te kijken. Een sportvrouw die in die zenuwslopende turnjaren veel indruk op hem maakte, was de Roemeense Daniela Silivas. Dat heel vaak piepjonge turnsters flink gedrilld werden om maar te presteren, is alom bekend, zeker in die tijd. Tijdens wedstrijden zag je hun gespannen en afgetrainde bekkies zeer zelden een glimlachje produceren om de jury in te palmen. Zo niet Silivas. De Roemeense steelde tijdens de Olympische Spelen van Seoul in 1988 met haar ontwapenende optreden, en dat voor een Oost-Europese!

Born: library.thinkquest.org

De samengestelde oefening individueel was een uiterst spannende aangelegenheid. Silivas en de Russische Yelena Shushunova zweepten elkaar met perfecte oefeningen op tot een ongekend niveau. Shushunova, door haar norse uitstraling een tegenpool van Silivas, trok uiteindelijk aan het langste eind met een score van 79,662 tegenover 79,637: een zeer miniem verschil dus. Het publiek had de Roemeense tiener echter in de armen gesloten en moedigde haar in de losse toestelfinales hartstochtelijk aan, zeker nadat Silivas met de andere Roemeensen ook de landenwedstrijd nipt had verloren van het Rusland van Shushunova.

Silivas stelde haar fans niet teleur: ze pakte maar liefst driemaal goud: op de brug met ongelijke leggers, de evenwichtsbalk (waar ze haar grote rivale met enkele tienden versloeg) en de vloer. Silivas’ gemoed werd alras opgeluchter en vrolijker, zodat ze -om de woorden van commentator Hans van Zetten te herhalen- de hele wereld haar ‘guitige koppie’ toonde. De secretaris herinnert zich nog de slowmotionbeelden van Silivas in de NOS-samenvatting van de Olympische Spelen, waar de omroep de begintonen van ‘Father Figure’ van George Michael onder hadden gezet. Rillingen, maar dan van een heel andere aard dan tijdens de gymlessen van de secretaris….

Fermat’s Last Theorem (De laatste stelling van Fermat) +++++

vrijdag 29 oktober 2010

Het moet een jaar of tien geleden zijn geweest toen de Voorzitter Fermat’s Last Theorem zag. Een intigrerende documentaire van BBC Horizon die wat mij betreft (nog) niet geëvenaard is.

Hoofdrolspeler is de Britse wiskundige (Sir) Andrew Wiles. Een typische nerd; de bebrilde wat schrale man blijkt ook inderdaad altijd op zijn zolderkamer met zijn neus in de boeken te zitten. Hij is bekend geworden doordat hij het bewijs construeerde van de laatste stelling van Fermat.

Ik wil u deze stelling graag uitleggen maar de Voorzitter was nooit een ster in wiskunde … Het is echter een beroemde stelling uit de wiskunde opgesteld door Pierre de Fermat (van beroep advocaat) die stelde dat het onmogelijk is een macht hoger dan de tweede op te delen in twee machten met diezelfde graad (?).

Fermat's Last TheoremZeven lange jaren werkt Wiles aan zijn bewijsvoering. Na die periode van isolatie in zijn huis in Princeton denkt hij eruit te zijn. Totdat zijn collega, Dr Nick Katz, een fatale fout in de theorie ontdekt.
Het duurt nóg een jaar voordat Wiles het gat in de theorie ontdekt. Vlak voor die ontdekking geeft hij bijna op. Het eureka-moment daarna is tevens het begin van de documentaire, een moment van ontroering.

De inhoud van de theorie blijft voor de Voorzitter abacadabra, desalniettemin is het een documentaire die mij altijd bij zal blijven. Misschien is het het mysterie wat om de stelling van Fermat hangt of is het de (het) klavecimbel die de film af en aan begeleidt.
Ik zou zeggen, ontdek het zelf op een rustige zondagmiddag of laat op de avond na een korte wandeling: Fermat’s Last Theorem (1996) (op de kop af drie kwartier).

Bronnen: Google videos en Wikipedia
(Afbeeldingen: lovedox.com en brera.unimi.it)

Restaurant Frú Berglaug, Reykjavik (++++1/4)

donderdag 28 oktober 2010

Dat IJsland een overweldigende natuur heeft, moge alom bekend zijn (hierover later meer), maar dat je er ook aardig kunt schaften, kan gerust een verrassing heten. Afgelopen zaterdagavond dwaalden de secretaris en zijn eega door de hoofdstraat van Reykjavik-centrum, Laugavegur, op zoek naar een geschikte eetgelegenheid. Na een iets te vaag en te verantwoord vegetarisch restaurant te hebben afgewezen, waagden we de gok bij restaurant Frú Berglaug.

Laugavegur, Reykjavik

De menukaart stootte qua pecunia allerminst af en bevatte een gevarieerd aanbod van vlees en vis. Bij binnenkomst werd de secretaris meteen vrolijk van de ontzettend schattige serveerster. We kozen een plekje op de rustige eerste etage, zodat ze wat extra aandacht aan ons kon besteden. Aangezien we nog niet bekend waren met de IJslandse maatstaven, sloegen we het voorgerecht over. Voorspel bleek ook niet nodig, want wat waren onze beider hoofdgerechten verrukkelijk! De secretaris had een zeer appetijtelijke salade met kreeft, veldsla, mango en meloen, begeleid door een goed afgemeten mosterdsaus.

Naast zeevruchten is de IJslandse keuken ook gespecialiseerd in lam, en dat heeft vrouwlief geweten. Ze genoot met volle teugen van het uiterst malse stuk lamsvlees dat bekoorlijk lag te drijven in een lekkere champignonsaus. Om elkaar deelgenoot te maken van deze smaaksensaties, werden halverwege de borden omgewisseld, al moet gezegd worden dat de secretaris de meeste kreeftjes al naar binnen had gewerkt. Het is bovendien toch oppassen met de combinatie zeevruchten en zwangere vrouwen.

De schetige serveerster bleek ook nog een enigszins afstandelijke doch sensuele collega te hebben die opvallend goed Engels sprak, wat van bijna alle IJslanders gezegd kan worden trouwens. Over de drank valt minder spannends te vertellen: de Chileense Chardonnay was een zeventje waard en de echtgenote van de secretaris maakte kennis met de Ijslandse sinas-variant, ‘Egils Appelsina’, die duidelijk minder goedkoop smaakt dan onze 3ES-sinas. De espresso na afloop was van Italiaanse kwaliteit.

Los van de prettige attitude van het aanwezige (vrouwelijke) personeel, was de sfeer niet op en top. Het meubilair was van een bedroevende saaiheid en daarnaast dwarrelde er een vreselijk vervelende tocht rond, waardoor de secretaris in een ongemakkelijke en weinig romantische houding het diner verorberde. Dubbel glas of een flinke tochtstrip moet voor Frú Berglaug toch geen onoverkomelijke investering zijn. Een constatering die het eindoordeel lastig maakt, daarom net geen vier-en-een-half: ++++1/4.

Een bezoekje aan Camp Nou (+++)

dinsdag 26 oktober 2010

Wat doe je als je de Pyreneeën uitregent en het moreel van zo’n tachtig voetballiefhebbers een beetje op wil krikken? Over de achtergrond van deze vraag zullen wij hier niet uitweiden, maar het antwoord lijkt me duidelijk: je propt ze in een bus en rijdt naar Barcelona voor een bezoek aan Camp Nou.

Inderdaad, Camp Nou is het stadion van FC Barcelona, volgens zichzelf més que un club, oftewel: meer dan een club. Wat ze dan meer zijn dan een club werd tijdens ons bezoek niet echt duidelijk, behalve dan dat ze ook een geldmachine en een sterk merk zijn, want een bezoek aan het lege stadion kost zonder groepskorting maar liefst 19 euro en die lieve som leggen vele liefhebbers zonder aarzelen neer.

Goed, je betreedt de tentoonstelling via een bijgebouw aan een kant van het stadion die aanvoelt als de achterzijde. Vervolgens krijg je een soort groot uitgevallen mp3 speler mee die ook Nederlands spreekt. Hoe kan het ook anders na Cruyff, Van Gaal, Rijkaard, Koeman en vele anderen? Vervolgens maak je via een brede slurf je entree in het stadion. Hier staan ontelbaar veel zilveren bekers en bokalen opgesteld die de club in zijn rijke historie bemachtigd heeft. Daarnaast uiteraard vele gesigneerde shirts, ballen en keeperhandschoenen. Ook troffen we een gele trui van Miguel Indurain aan, van huis uit toch niet echt een Catalaan.

Een beetje duizelig van zoveel lelijk zilverwerk begin je vervolgens aan de rondloop door het stadion. Deze brengt je langs een Eftelingfotograaf die je desgewenst vereeuwigt met de Champions League beker, de kleedkamer van tegenstanders en de indrukwekkend grote perstribune. Op het letterlijke hoogtepunt heb je een mooi uitzicht over de wijk en het kerkhof naast het stadion. Het figuurlijke hoogtepunt wordt uiteraard gevormd door de spelerstunnel naar het veld, die door de Catalanen – heel dramatisch – voorzien is van stadiongeluiden. De wandeling naar het veld wordt kort onderbroken om een blik te werpen in het beroemde kapelletje waar gelovige voetballers voor het fluitsignaal om de nodige geestelijke ondersteuning kunnen vragen. Eenmaal op het veld volgt toch wel een kleine deceptie. Het is leeg, leger, leegst. En zoals iemand al voorspelde: just another footballstadium, waar je je maar moeilijk van kunt voorstellen dat er zoveel emotierijke sportgeschiedenis geschreven is.

Bij de uitgang wordt de bezoeker uiteraard langs de fanshop geleid, maar de Catalanen hebben het niet helemaal begrepen: deze ging op hetzelfde tijdstip dicht als het stadion, zodat wij feitelijk voor een gesloten deur stonden. U zult dus zelf een keertje die kant op moeten als u daar een beeld van wilt krijgen. Wij vonden het wel mooi geweest zo, en keerden naar de bergen teurg, waar de zon eerste tekenen van herstel vertoonde.

Het Ontbijt

zaterdag 23 oktober 2010

Hieronder volgt een column die de secretaris wellicht zal plezieren. Ongeveer een jaar geleden zette hij namelijk bij de Beschermheer de opdracht uit om een schrijfsel te produceren over Het Ontbijt, vermoedelijk vanuit de gedachte dat als een boek over Het Diner een bestseller kan worden, een blogpost over Het Ontbijt ook wel links en rechts wat bezoekers zal trekken. Kortom, het heeft even geduurd, maar hier is ie dan.

Er wordt wel gezegd dat Het Ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is, maar dat is natuurlijk pertinente onzin en zekersteweten afkomstig van dezelfde bedenkelijke types van weinig gewetensvolle reclamebureaus die ons al sinds jaar en dag willen doen geloven dat Kip het meest veelzijdige stukje vlees is en de dag gebroken moet worden met een getikt eitje. Getikt zijn echter enkel zij die deze onzin geloven en denk maar niet dat de veel te snelle auto’s van die reclamegasten rijden op melk, de witte motor.

Goed, het ontbijt is dus helemaal niet belangrijk, wat overtuigend bewezen wordt door allerlei zorgeloze figuren die dag in dag uit helemaal niet ontbijten en desondanks behoorlijk in leven weten te blijven. Om dezelfde reden twijfelde de Beschermheer ook lange tijd aan het bestaan van vitamines trouwens.

Toch is het nog niet zo gek om te onbijten, want je kunt er donder op zeggen dat het overslaan van het ontbijt leidt tot ongezonde compensaties van diverse pluimage, zoals onbeschoft veel koffie drinken, koekjes snaaien of chocoladerepen naar binnen duwen. Kortom, de Beschermheer is een trouw ontbijter en probeert dit ook zijn kinderen aan te leren. Dit lukt echter maar matig. Onze westerse maatschappij is er immers op gericht om alles snel af te raffelen, maar kinderen zijn in die zin nog niet verpest. Heb je ze dus eenmaal uit bed gesleurd, onder de douche geslingerd en een trui over het hoofdje getrokken (auw papa, mijn haren!) dan gaan ze lekker zitten dralen aan de ontbijttafel. Uren lang kunnen ze frummelen met een bakje cornflakes, terwijl een kwartier verderop de oppas bedenkelijk op haar horloge kijkt. De laatste tijd belandt mijn zoontje dan ook steeds vaker op de autostoel met het bakje in zijn handen, zodat hij tijdens het korte autoritje lekker door kan knabbelen.

Misschien is het matige enthousiasme dat onze kinderen aan de ontbijttafel tentoon spreiden ook wel te wijten aan het gebrek aan fantasie waarmee het Nederlandse ontbijt samengesteld wordt. Beetje cornflakes, sneetje brood, bekertje melk, het houdt niet over. Nee, dan hebben ze het in Amerika beter bekeken. Pakt u er eens een stapeltje oude Donald Ducks bij. U vindt er ongetwijfeld een verhaal in waarin Donald voor de verandering eens wél een baan heeft. Sterker nog, hij heeft een functie aanvaard met taken waarin hij werkelijk uitblinkt. Tien tegen één dat een dergelijk verhaal begint met Donald die ontbijt met een enorme stapel heerlijke pannenkoeken (ja, met tussen-n).

De Beschermheer was nog niet zo heel lang geleden in New York en wat bleek: dit is de Amerikaanse realiteit! Zelden zo lekker ontbeten als bij het pannenkoekenbuffet van dat hotel naast Times Square. Er zijn dus plaatsen waar ze het wel degelijk serieus nemen, dat van die belangrijkste maaltijd van de dag. Op diezelfde plaatsen zijn de mensen bedenkelijk zwaarlijvig, dat dan weer wel. Bovendien, die verhalen van Donald Duck lopen altijd slecht af. Het is verdorie ook nooit goed.

Lekker wandelen op Punto Falconera

woensdag 20 oktober 2010

Als je, al rijdend naar het zuiden, na Perpignan nog even doorrijdt en dan ter hoogte van Figueres linksaf slaat, kom je zomaar bij het badplaatsje Roses terecht. Daar aangekomen openbaart zich de Costa Brava in zijn volle glorie. Wie naar het zuiden kijkt ziet de feestdorpjes en de playa’s. Mensen met een meer geciviliseerde insteek kijken echter beter de andere zijde op en zien dan Punto Falconera liggen.

Deze kaap markeert het begin van een prachtig natuurgebied, dat zich over een fiks aantal kilometers uitstrekt langs de rotsachtige kust. Er lopen enkele prachtige wandelpaden vlak langs de azuurblauwe zee. de Punto zelf heeft een militaire geschiedenis, wat nog goed te zien is aan de bunkerconstructies. Op de punto barst het van de wandelpaadjes. Je kunt er in oktober guave-achtige vruchten plukken van de kaktussen. Erg lekker, maar de stekels zit nu nog bij de Beschermheer in de lippen. Voorzichtig dus.

Het is in oktober heerlijk stil op de Punto en ten noorden ervan. Wie ver genoeg doorloopt heeft zicht op het befaamde en moeilijk bereikbare El Bulli restaurant, dat bestempeld wordt als één van de beste eetgelegenheden ter wereld. Avontuurlijke types klimmen er langs de rotsen naar beneden zwemmen er in zee, het water is nog zo’n 25 graden. Slechts zachtjes weerklinkt het geroep van de meeuwen.

Op het water zien we een enkel plezierjacht, wat vissersboten en af en toe een veerbootje. Het is, kortom, in oktober genieten op Punto Falconera. Of dat ‘s zomers ook zo is, is maar de vraag. Volgens een lokale bewoner, laten we hem Hans noemen (want zo heette hij ten slotte) stikt het er dan van de bootjes die allemaal hun eigen zwemplekje zoeken voor de kust. Het is er met wandelaars dan ook vast een stuk drukker, we kwamen nu slechts wat vriendelijke Duitsers op leeftijd tegen. Anyways, zo ziet het eruit:

Lass mal sitzen (+++½)

zaterdag 16 oktober 2010

Lass mal sitzenEigenlijk wist de Voorzitter het al, jaarlijks loopt Nederland honderden miljoenen mis in het handelsverkeer met onze oosterburen.
Oorzaak: de gebrekkige beheersing van het Duits of de Duitse taal.

Reinhard Wolff, van origine Duitser en werkzaam als psycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen schreef een boekje over de verhaspelingen van onze managers en decision takers.

De vorm van het boek is redelijk eenvoudig. Wolff deelt zijn boek op in zes thema’s. Hierin noteert hij veelvoorkomende  zinnen uit het dagelijks leven. Vormgegeven in grote kaders met daaronder de juiste Duitstalige uitdrukking. Het geheel is erg leerzaam en dan vooral voor de leek. Voor iemand met kennis van de Duitse taal op VWO-niveau is de informatie niets nieuws.

Sommige voorbeelden (‘Er konnte die Hure nicht bezahlen.’ = Hij kon de huur niet betalen.’) zijn hilarisch.
Het boekje kent zijn gelijke in de uitgave I always get my sin (BBNC uitgevers); een soortgelijke beschouwing in dit geval over het (foutieve) gebruik van de Engelse taal.

Wij blijven al met al steken op drieënhalve plus voor Hernn Wolff.

Rest mij nog u achter te laten met een paar favoriete Duitstalige uitdrukkingen van de Voorzitter:
‘Hier ist tote Hose’ (‘Er is hier niets te doen’) of
‘Die Qual der Wahl’ (‘De moeilijkheid van de keuze’).

Lass mal sitzen – Reinhard Wolff
Scriptum (1e druk 2010), 104 pagina’s
ISBN-13: 9789055947225
Prijs: € 10,-

(Afbeelding: buurtaal.de)

Virginia Lee Burton – Het huisje dat verhuisde (++++1/2)

vrijdag 15 oktober 2010

Een tijd terug kreeg de secretaris van zijn ouders het kinderboek ‘Het huisje dat verhuisde’ van Virginia Lee Burton. Dit was geen toevallige keus, want het uit 1942 stammende verhaal maakte destijds zeer veel indruk op de piepjonge secretaris. Uiteraard moest dit zo’n 30 jaar na dato worden overgedragen op het nageslacht: een spannend moment om na te gaan of de nostalgie wel terecht bleek. Hij werd niet teleurgesteld: anno 2010 is dit een boek dat nog steeds een kinderhartje sneller kan doen laten kloppen.

‘Het huisje dat verhuisde’ vertelt over het leven van een stevig gebouwd, lief huisje ergens op het platteland. Het huisje was in den beginne erg tevreden: het zag de seizoenen aan zich voorbijtrekken en genoot jaar in jaar uit van de ontluikende natuur en spelende kinderen. Op een gegeven moment tekenen de eerste verstoringen zich af in het vredige leventje van het huisje: (vracht)auto’s en bulldozers tasten de rustieke omgeving aan.

Het wordt al gauw van kwaad tot erger: nieuwe wegen, pompstations, winkeltjes en andere huizen komen het huisje vergezellen, om nog maar te zwijgen van de flat- en kantoorgebouwen. Het huisje raakt gedesoriënteerd: dag en nacht lijken steeds meer op elkaar en ook de seizoenen zijn minder goed te onderscheiden. Later doen tram, trein en metro hun intrede en dat slaat in op het gemoed van het huisje: het voelt zich eenzaam en treurig.

Bron: nrcboeken.nl

Gelukkig brengt de achter-achterkleindochter van de bouwer van het huisje redding. Ze herinnert zich het huisje van haar grootmoeder toen die nog klein was. Ze voelt de ellende en zorgt ervoor dat het huisje een nieuwe plek krijgt te midden van de weides en appelbomen, net zoals vroeger. Het huisje kan weer naar de zon en de maan kijken en voelt zich als herboren. Het zou nooit meer nieuwsgierig zijn naar de stad: “de lente was in het land en alles was stil en vredig”, zo eindigt het huisje dat verhuisde. 

De secretaris voelt zich verwant met het huisje: zijn geboortehuis stond eerst aan de rand van de stad, uitkijkend over schapewei en voetbalveld. Tegenwoordig is het opgegaan in massa’s anonieme nieuwbouwwoningen en straatjes vol gemene drempels. Naast deze herkenbaarheid bevat ‘Het huisje dat verhuisde’ schitterende prenten die het onafwendbare proces dat het huisje doormaakt, beschrijven. Wat echter de meeste indruk maakt, is de toegepaste personificatie: het huisje dat gevoelens heeft van vreugde en verdriet, zoals ieder kind die heeft. Een magistrale klassieker in een prachtige omslag: ++++1/2.

Het onschuldige jatwerk van K3

vrijdag 8 oktober 2010

De laatste maanden staat tijdens menig autoritje om de kinderen te plezieren een CD op van K3. Aangezien door drukte bij het in- en uitstappen gauw vergeten wordt om de inhoud van de gleuf te wisselen, zitten de creaties van Karin, Kristel en Kathleen (tegenwoordig Josje) gebeiteld in je hoofd. De achterbank maalt hier uiteraard helemaal niet om: zoon en dochter zingen alles uit het hoofd vrolijk mee. De secretaris op zijn beurt, continueert van lieverlee zijn speurtocht naar opvallend grote gelijkenissen met andere nummers.

Zo horen we bij ‘Oya lele’ verderop in het lied tijdens een muzikaal intermezzo de uitroep “Dansando lambada”, uit het nummer ‘Lambada’ van Kaoma uit 1989. Het vrij recente ‘Bij de politie’ is qua refrein duidelijk gestoeld op de discohit ’In the navy’ van The Village People. Het nummer ‘Mama Sé’ maakt het nog bonter: de begintune is bijna een kopie van ‘The Riddle’ van Nik Kershaw en nog geen minuut komt Jimmy Cliff langs met de kreet ‘A ja ja jeuh’ uit zijn reggaehit ‘Sunshine in the music’. Ook het begin van het wat schreeuwerige ‘Superhero’ lijkt niet vrij van plagiaat, maar daar weet secretaris nog geen man en paard te noemen.

Handjes draaien. Bron: officiele-k-3-hyves.nl

De secretaris zal wellicht de eerste zijn die zich er enigszins druk om maakt, want waarom die opwinding? Zijn zoon en dochter gedragen zich mede door die drie frisse meiden voorbeeldig in de auto en vergroten en passant hun woordenschat. Daarnaast zijn er al heel wat kinderhartjes geraakt door het vrolijke repertoire van deze immer enthousiaste meiden. Bovendien moet hij eerlijk bekennen dat een aantal liedjes zeer behoorlijk in elkaar steekt. Misschien heeft het te maken met de aversie van de secretaris tegen Studio100, de producent van de K3-nummers, dat mede geleid wordt door die vreselijke kerel van een Gert Verhulst die al meer dan 20 jaar tegen de hond Samson aanlult. Met zijn gladde kop en gelikt commercieel beleid heeft hij inmiddels vast zijn schaapjes op het droge.

De secretaris verwijt K3 zelf dus niets, sterker nog, het dit jaar uitgebrachte ‘Handjes draaien’ vindt hij stiekem een fantastisch nummer waarop hij al meerdere malen samen met het hele gezin in de woonkamer danste. Gelukkig zijn hier geen foto’s van…..

Geestelijke vader van Snelle Jelle overleden

vrijdag 8 oktober 2010

Het werd een beetje ondergesneeuwd door het min of meer zelfverkozen heengaan van Antonie Kamerling en verdient mede daarom wat extra aandacht: deze week overleed ook auteur Ad van Gils. U zult het wel met ons eens zijn: een man met zo’n gezellige Brabantse naam, die moet haast wel gemoedelijke boeken geschreven hebben. En inderdaad, Van Gils is vooral bekend geworden als de geestelijk vader van Snelle Jelle, hoofdpersoon van een vrolijke boekenreeks van aangename jongensboeken, hoewel de lezer her en der ook wel eens een unheimisch gevoel kan bekruipen.

Voor wie de boeken nooit gelezen heeft: snelle Jelle is een watervlugge jongen met een door Van Gils met grote zorg samengesteld vriendenclubje. Zo is er slagerszoon Kees Knarren, qua naam een geweldige vondst, want zeg nu zelf: bij het horen van zo’n slagersnaam dansen de scharrelvarkenslapjes toch spontaan heel biologisch in de pan. Daarnaast is er de helemaal niet zielige gehandicapte jongen Johan Tissen, die ons leert dat ook als je niet kunt lopen het leven meer dan de moeite waard is. Bovendien helpt hij ons altijd hoop te houden, want de vader van een derde vriend, van wie wij ons alleen de achternaam Van Rijsingen herinneren (als dat al klopt), zorgt er in een van de 28 delen voor dat hij weer kan lopen. Het derde vriendje heeft nog een andere functie: hij leert ons dat geld ook niet alles is, vooral niet als je ouderlijke aandacht tekort komt.

Snele Jelle zelf is een bij tijd en wijlen wat irritant en hyperambitieus mannetje dat alles net te goed kan om hem echt sympathiek te vinden. Een stuk ondeugd met het hart op de goed plaats. Slim en snel, met als gevolg dat hij zijn vriendjes in alles deklasseert, of het nu gaat om voetbal, hardlopen of surfen. Bovendien kun je er donder op zeggen dat hij om de vijftien pagina’s iemand het leven redt of anderszins een goede daad verricht. Geen wonder dat het jochie uiteindelijk in het Nederlands Elftal terecht komt.

Kortom, u heeft alle reden om er nog eens een Snelle Jelle bij te pakken. Pas wel op, want ondanks alles zijn de boeken ernstig verslavend. Snelle Jelle is overigens niet de enige creatie van Ad van Gils, het schijnt dat er voordat deze zijn voetbalkunsten ging vertonen vooral sprake was van ene Joep Spikkel, die gek was op fietsen. Heeft er nog iemand zo’n boek liggen?

Ad van Gils, geboren in Tilburg en opgegroeid in een groot gezin, werd 79 jaar. De laatste Snelle Jelle verscheen in 1998. Van Gils heeft echter nog een groot aantal andere titels op zijn naam staan, waaronder een boel verzetsverhalen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers