In Vlaanderen lopen de temperaturen dezer dagen in meerdere opzichten op. Niet alleen wordt er voor zaterdag uitzonderlijk warm weer verwacht voor begin april, ook is zondag de Hoogmis van het Vlaamse wielrennen: de Ronde. Sporza loopt uiteraard op de Ronde van Vlaanderen vooruit met diverse programma’s, daar is het een nationale publieke zender voor. En uiteraard wordt al het wielervuurwerk dat de aanloop naar Vlaanderens mooiste vormt verslagen door Michel Wuyts, één van de betere improvisatiedichters van het Nederlandse Taalgebied.
Neem nu dit filmpje, waarin Wuyts vertelt over de Ronde van Vlaanderen van 1969. Onbedoeld of niet, pure poëzie.
De Beschermheer leest op het ogenblik het boek Cognitive Surplus van Clay Shirky. Stiekem doet hij dat deze keer in het Nederlands (niet verder vertellen), dan is de titel Slimmer, wat een matige vertaling is (de titel, niet per se het boek in zijn geheel). Van dit boek verschijnt vast en zeker zeer binnenkort op dit blog een recensie, maar graag delen wij nu reeds een paar interessante inzichten met u.
Zo blijken Shirky en de Beschermheer een ervaring te delen. Als je mensen bijpraat over hoe veel mensen schijnbaar belangeloos bijdragen aan de ontwikkeling van waardevolle en minder waardevolle, of soms zelfs vrij waardeloze, content op het web, zucht de toehoorder eens diep. Daarna zegt deze: “Waar halen ze toch de tijd vandaan?” En: “Waarom doen mensen dat in godsnaam terwijl ze er niet eens voor betaald krijgen?”
De antwoorden blijken simpel. Mensen hebben tijd zat. Het enige dat ze hoeven te doen is de tv uitzetten. De meesten onder ons hebben decennia lang meerdere uren per dag stompzinnige tv-programma’s gekeken. Als je daarmee stopt, de computer aanzet en je interesses volgt, is creatie van content ineens heel dichtbij. Tot voor kort moest je daarvoor ook nog opstaan van de bank, maar met de komst van laptops, wifi, smartphones en tablet computers (neutraal woord voor iPads), hoeft dat ook al niet meer.
Dan de tweede vraag. Waarom doen mensen dit terwijl ze er niet voor betaald krijgen? Het antwoord is confronterend. Ze doen dit namelijk juist omdat ze er nog nooit voor betaald hebben gekregen. Shirky legt in zijn boek helder uit hoe de menselijke psyche reageert als er een marktplaats gecreëerd wordt waarin prestaties gewaardeerd worden met een tegenprestatie. Intrinsieke motivatie blijkt erg gemakkelijk de nek omgedraaid te kunnen worden. Hij haalt hiervoor een bekend en interessant onderzoek aan van Deci (& Ryan) uit de jaren ’70 van de vorige eeuw. Zij nodigden studenten uit voor een experiment. Een eerste groep werd gevraagd vrijwillig een uur lang te puzzelen met een soma kubus. Het eigenlijke experiment vond na dit uur plaats: dan werd geobserveerd hoe lang mensen vrijwillig door puzzelden als de onderzoeker de ruimte verliet om ‘even wat anders te gaan doen’. Een tweede groep kreeg dezelfde opdracht, maar dan tegen een kleine vergoeding. De mensen uit deze tweede groep bleken gemiddeld veel minder lang door te puzzelen… En als vervolgens gevraagd werd nog een keer een uur te puzzelen, maar dan vrijwillig, hadden ze er helemaal geen zin meer in!
Dit moet ons aan het denken zetten. Ongemotiveerde scholieren, zijn die niet de dupe van de marktplaats die ons onderwijs creëert? Een prestatie wordt daar immers beloond met een cijfer. Wordt hun intrinsieke motivatie niet de nek omgedraaid? En wat te denken van het vermarkten van fundamentele maatschappelijke functies als zorg en openbaar vervoer? Moeten we daar wel zo gelukkig mee zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden… Vanaf vandaag zijn wij van NUt tegen.
Deze week stond op nu.nl te lezen dat mannen en vrouwen elkaar even aantrekkelijk vinden met bril als zonder bril. Van de ruim 500 ondervraagde Nederlanders gaf circa 4/5 aan dat een bril niet knapper of lelijker maakt. Ondanks dat het onderzoek is uitgevoerd door Specsavers en men onmogelijk met een voor hen ongunstig resultaat kon komen, ziet de al 20 jaar bebrilde secretaris wel degelijk een kentering in het imago van de brildrager.
Tot diep in de vorige eeuw kreeg de bijziende een ernstige esthetische klap te verwerken. De moeder van de secretaris bijvoorbeeld is nog jarenlang draagster geweest van de klassieke ‘hoorntjesbril’; desondanks wist ze nog een vrij knappe man aan de haak te slaan. ‘It’s the inside that counts’, zal hij gedacht hebben.
Ook de secretaris kampte tijdens zijn puberteit met zijn beperkte visus. Om enigszins kans te maken bij de meisjes, dacht hij, gelijk zijn broer, dat lenzen de oplossing zouden brengen. Helaas lukte het hem nooit om twee van die krengen tegelijk in te krijgen, zodat er niets anders op zat dan zich te verzoenen met zijn lot als brildrager, met een extra portie onzekerheid als gevolg.
Overtuigd brillendrager: Marcel Vanthilt (Bron: gva.be)
De stormachtige ontwikkelingen op het gebied van de optiek waren de secretaris echter gunstig gezind. Er kwamen steeds meer leuke monturen op de markt en daarnaast konden de glazen steeds dunner geslepen worden, zodat de beruchte jampotjes van het toneel verdwenen. Scheldwoorden als ‘brillioot’ raakten pardoes uit de gratie. Een bezoek aan de opticiën werd een uitje in plaats van het begin van de ondergang van het zelfvertrouwen.
Tegenwoordig baalt de secretaris zelden van zijn bril, al is een café betreden hartje winter niet geheel zonder risico’s door de beslaande glazen. Van collegae heeft hij menigmaal complimenten gekregen vanwege een hip montuur. Met mede-brillendragers kunnen de laatste trends worden doorgenomen en met een bril kun je zelfs aan marketing doen: een collega heeft een ‘huisartsenmontuur’ en een ‘specialistenmontuur’, afhankelijk van de mensen die hij die dag ziet.
Nee, de bril met de vaste associaties sullig en lelijk is vervangen door begrippen als intelligent, kunstzinnig en trendy: dat had 30 jaar geleden wellicht alleen een helderziende kunnen voorspellen.
Op welke artiest bent u in uw jeugd verliefd geweest? De secretaris had onder meer de keus uit Madonna, Kim Wilde en Whitney Houston. Maar deze kopstukken voldeden niet aan de voorkeuren van de secretaris en bovendien zou hij hen dan met de halve wereld moeten delen. Daarom liet hij zijn oog vallen op de al eerder besproken Susanna Hoffs, maar ook op Anna Lacazio. Wie zult u zeggen? Lacazio is beter bekend van de formatie Cock Robin, een eightiesband met een aantal zeer prettig in het gehoor liggende popnummers.
Anna Lacazio (bron: vm-artfactory.com)
Cock Robin kwam halverwege dat decennium op, onder leiding van Lacazio en de sympathieke frontman Peter Kingsbery. De Amerikaanse band had veel meer succes in Europa dan in hun thuisland. In Nederland was hun start overdonderend: ‘The promise you made’ bereikte meteen de eerste plek van de Top 40. Dit nummer blijkt decenniumoverstijgende kwaliteiten te hebben, want het wordt nog regelmatig op de radio gedraaid.
Vrij snel na hun debuutsucces volgden ‘Thought you were on my side’, ‘When your heart is weak’ en ‘Just around the corner’. Helaas was de lekkere koek die Cock Robin ons voorschotelden al weer gauw op en in 1990 viel definitief het doek. Jammer, want Cock Robin maakte gepassioneerde popsongs waarin de lange Kingsbery en de kleine Lacazio elkaar qua stemgeluid en uitstraling prima aanvulden.
De naam blijkt, zo vond de secretaris uit, afkomstig uit een oud kinderboek “The courtship and Marriage of Cock Robin and Jenny Wren”. Voor de secretaris blijft de band Cock Robin een prima herinnering uit zijn kindertijd met een licht zwijmelgevoel voor Lacazio. Hierboven de clip van ‘Thought you were on my side’, omdat ze daarin zo heerlijk schattig danst en zwoel kijkt. De laatste jaren treden ze weer af en toe op, misschien eens bezien of ze nog zo mooi is als vroeger?
De film Gooische Vrouwen draait in de kern om vier in ‘t Gooi woonachtige vriendinnen, die feitelijk weinig met elkaar gemeen hebben, maar elkaar toch steeds opzoeken omdat ze dankzij hun onhandigheid, onnozelheid, onwetendheid en onzekerheid in een penibele situatie terecht komen.
Cheryl (Linda de Mol), de rijkste van de vier, is getrouwd met de uit de Jordaan afkomstige levensliedzanger Martin Morero (Peter Paul Muller). Het huwelijk van dit niet al te intellectuele stel staat flink onder druk vanwege de seksuele escapades van manlief. Met borstvergroting hoopt Cheryl haar man volledig voor zich te winnen. De kleine, gezette Roelien (Lies Visschedijk) stelt zich in deze film, meer dan in de serie, op als een extreem ecologisch verantwoord natuurbeschermer, die op onorthodoxe wijze probeert te voorkomen dat een oerboom gekapt wordt. Ook haar privérelatie met Evert (Leopold Witte) kent de nodige obstakels. Vrijgezel Anouk (Susan Visser) krijgt het met haar dochter aan de stok als die haar betrapt op een op handen zijnde knuffelpartij met één van haar mannelijke schilderscursisten. Deze reeds talentvolle kunstenaar is volstrekt niet in de cursus, maar in haar geïnteresseerd. Claire (Tsjitske Reidinga), de laatste van het kwartet, heeft haar drankverslaving weten te beëindigen en vervult met trots haar nieuwe rol als grootmoeder. Dankzij haar liefhebbende minnaar Dirk (Marcel Musters) krijgt de ijdele Claire er een paar kilo’s bij, maar ach, verder lijkt alles onder controle. Totdat haar dochter met de mededeling komt naar Burkina Faso te verkassen en ze door Dirk ten huwelijk wordt gevraagd. Door samenloop van hilarische omstandigheden raken de vier verzeild in Parijs, waar ze met andere lotgenoten tot bezinning komen.
De film Gooische Vrouwen sluit naadloos aan op de serie, maar staat in principe ook op zichzelf. De karakters zijn bijzonder overdreven, maar toch ook erg herkenbaar, getuige de reacties in de zaal in Zeist. Soms waren de grappen eenvoudig en flauw, maar bij veel dialogen kon ik een lach niet onderdrukken. Het was duidelijk dat de actrices op borstformaat gescreend waren; de decolletés vlogen om de oren. Meldenswaardig is ook het script van de dokter c.q. psychiater in deze film. Ik heb even geturfd, maar in die paar scènes heeft hij (Derek de Lint) werkelijk niets gezegd. Voor wie lekker een avond wil ontspannen of behoefte heeft aan ‘zelfrelativering’ is deze film een aanrader. Vriendinnengroepen analyseren aansluitend wie het beste past bij welk typetje, let maar op!
Aantal sterren: 3,5
Twintig jaar was de Beschermheer van NUt, toen hij, niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid, zichzelf tot communicatie expert benoemde. En meteen beging hij een enorme milkshake mistake. Het waren de dagen dat de eerste sms’jes verstuurd werden. “Een totaal zinloze, kortdurende en onzinnige hype”, zo oordeelde de Beschermheer. Wie had er nou écht behoefte om in slechts 160 karakters zijn medemens op de hoogte te stellen van het één of ander? Daar had je toch brieven voor? En daar kon je toch veel meer in kwijt? En als je snel wat wilde, dan belde je toch?
Een blunder van de eerste orde natuurlijk, deze jeugdzonde. En een echte milkshake mistake: een fout veroorzaakt door een totaal gebrek aan inlevingsvermogen. Herkomst van deze term: ooit wilde McDonalds (vergeef mij, voorzitter) de verkoop van milkshakes pushen. Onderzoeksers stortten zich op de smaak, de dikte en de temperatuur van het product. Fout. Slechts één van de onderzoekers bedacht dat het wel slim zou zijn om eens te gaan kijken waarom en wanneer mensen milkshakes kopen en welke functies de shakes vervullen. Hij ging om zich compleet in te leven achttien uur lang in een McDonalds filiaal zitten. Wat bleek: milkshakes werden vooral ‘s morgens besteld door eenzame mensen met kostuums aan. Ze gebruikten de milkshake als auto-ontbijt. Je kunt ze immers makkelijk achter het stuur oplurken. Buiten de vraag of wij van NUt het nuttigen van milkshakes zo op de vroege ochtend raadzaam vinden (om deze impliciet gestelde vraag dan toch maar te beantwoorden: nee), bood dit gegeven een spectaculair nieuw inzicht met volop nieuwe mogelijkheden. Waar alle andere duurbetaalde onderzoekers zich concentreerden op het product, koos deze ene onderzoeker ervoor om te kijken naar wat mensen met het product konden. Inlevingsvermogen bleek de sleutel.
Moraal van dit verhaal: de jeugdige Beschermheer had wel een kant-en-klare mening over de sms, maar als hij de moeite had genomen om zich een beeeeetje meer in te leven, dan had hij deze milkshake mistake niet gemaakt. Niet dat fouten maken erg is, deze sms-jeugdzonde was een les in nederigheid en heeft ons voor heel wat nieuwe fouten behoed. De vraag is vooral: wat is uw eigen milkshake mistake? Gebruik de reactiemogelijkheid onder deze blogpost!
Getipt door de wikipedia-pagina over magisch realisme, leende de secretaris onlangs het boek ‘De kellner en de levenden’ van Simon Vestdijk. Volgens de dichter Adriaan Roland Holst was Vestdijk ‘de man die sneller schrijft, dan God kan lezen’, een voorganger van de Beschermheer dus. Ondanks deze beroemde en veel herhaalde uitspraak, lijkt Vestdijk toch enigszins in de vergetelheid geraakt. Onterecht, zo constateert de secretaris na het lezen van deze beklemmende roman uit 1949.
Twaalf willekeurige flatbewoners worden door een stelletje zwijgzame politieagenten naar een geheimzinnige bioscoop gebracht. Het is daar een drukte van jewelste en via strakke omroepberichten en gedisciplineerde suppoosten wordt de groep van twaalf via een ingenieus kaartensysteem op een mysterieuze route door het gebouw gestuurd. De andere groepen bestaan uit dode mensen, die uiteindelijk allemaal met hen op een reusachtig station belanden.
Bron: svestdijk.nl
Op het station nemen de twaalf plaats in een wachtkamer met vier kellners (waarvan 1 boosaardige en 1 vriendelijke). Er ontspint zich een interessante discussie binnen de groep over wat dit nu allemaal te betekenen heeft: is het een droom, een slechte reclamestunt van de bioscoop of het laatste oordeel? Dit laatste standpunt lijkt de overhand te krijgen en, gestimuleerd door de rijkelijk vloeiende wijn, oreren de dominee, journalist, tandarts en anderen openhartig over hun zonden.
In het nauw gedreven komen ze in de catacomben terecht voor het aangezicht van de boosaardige kellner die de Duivel symboliseert. Hij probeert hen voor zich te winnen, maar geen van allen weigert God te vervloeken. Ten slotte capituleert de Duivel en keren ze na een weg vol zinsbegoochelingen terug bij hun flat, waar de vriendelijke kellner hen op staat te wachten.
‘De kellner en de levenden’ is een overweldigende roman die helemaal niet zo zwaar is als je op grond van het hoofdonderwerp, het laatste oordeel, zou vermoeden. Dit komt enerzijds door de soepele stijl die Vestdijk hanteert, en anderzijds door de vele dialogen die tussen de zeer verschillende personages plaatsvinden. Vestdijk toont daarbij zijn intellect door zienswijzes uit de religie, psychologie en zelfs astrologie handig te combineren. De visionaire projecties van het hiernamaals vergden hier en daar net iets teveel van de fantasie van de secretaris, maar dit leidde nauwelijks tot een reductie van de concentratie. Door de vele meningen is het aan de lezer zelf om te kiezen aan welke kant hij staat. Los van het feit of Vestdijks onheilspellende beelden de werkelijkheid benaderen, lijkt het beter om tijdens het leven iets aan je onvolkomenheden te doen dan te wachten op een laatste oordeel.
De Voorzitter heeft een mooie gewoonte (zo zegt hij zelf). Hij heeft een zwak voor achterzijden van bonnetjes, visitekaartjes, with compliments kaarten of ander papier van klein formaat met een blanco achterzijde.
Zoals de schrijver Jeroen Brouwers zijn manuscripten over het algemeen op de binnenkant van een gebruikte broodzak neerpent, houdt de Voorzitter het op maagdelijk wit papier voor zijn to do lijstjes.
Over het algemeen verzameld in bibliotheken, restaurants en op het werk, spaart dit een heleboel ‘nieuw’ papier uit. De gewoonte is om natuurlijk het to do punt door te krassen als het gedaan is waardoor er een mooi patroon ontstaat van blauwe lijnen en vlekken.
Hiernaast een recent voorbeeld van een volgekrast pinbonnetje (uniek want normaal vraag ik niet om een transactie bij de pinautomaat).
U zult begrijpen dat het een goed gevoel geeft als een blaadje volledig is volgekrast …
Dat het menselijk brein soms to verbijsterend weinig in staat is, blijkt uit het gedrag van sommige medemensen. Gevallen van briljantheid zijn helaas wat zeldzamer, laat staan gevallen waarin bewezen wordt dat het menselijk brein tot verbijsterend veel in staat is. Een dergelijk sterk staaltje zien we echter wel in onderstaand filmpje. Sinds de film rain man weten we, ondanks de kritiek die geleverd is op het beeld dat deze film schetst, collectief dat sommige autisten bijzondere gaven bezitten. Maar dit slaat wat ons betreft alles.
De Nederlandse gezondheidszorg staat internationaal goed aangeschreven. Maar worden we er met zijn allen wel letterlijk beter van? Als we kijken naar het percentage personen dat in 1 jaar een huisarts consulteert, zien we dat dat vanaf 1981 naar 2009 met 4% gestegen is. Een vergelijkbaar percentage is waar te nemen bij het bezoek aan de medisch specialist. Zelfs als er gecorrigeerd wordt voor de vergrijzing, blijft er sprake van deze toenemende zorgconsumptie (de lelijke term die de secretaris hier beroepshalve voor gebruikt). Extra illustratie: het aantal eerste polikliniekbezoeken per 1000 inwoners lag in 2005 op 526 en vier jaar later al op 579!
Natuurlijk, naast de vergrijzing speelt een rol dat er steeds meer (nieuwe) behandelingen beschikbaar komen en mensen wellicht sneller naar het ziekenhuis gaan voor een probleem. De zorg is, met alle kanttekeningen die je daarbij kunt plaatsen, door de jaren heen toegankelijker en transparanter geworden. Je kunt hier zelfs een plezierige boterham mee verdienen, zoals de secretaris bewijst. De rol van internet is een lastige: enerzijds raken potentiële patiënten wellicht nerveus bij het googelen naar gezondheidsinformatie en bellen ze de huisartsenpraktijk. Anderzijds wijzen huisartsen op de gevaren van ‘dr Google’: patiënten in de ontkenningsfase weten zogenaamd wel wat hen mankeert en stappen niet of te laat naar de huisdokter.
Bron: decitre.fr
Misschien zijn er wel hele andere verklaringen voor het stijgende zorggebruik. In 1923 verscheen het toneelstuk ‘Knock ou le triomphe de la médicine, van de Franse schrijver Jules Romains. Daarin neemt dokter Knock een praktijk over in een slaperig Frans dorpje. Knock weet gaandeweg het hele dorp ziek te praten, onder het motto ‘gezonde mensen zijn zieken die hun eigen toestand niet kennen’. Door wetenschappelijke demonstraties en ingenieuze redeneringen wekt de dokter belangstelling bij de dorpelingen en slaagt hij erin hen van gezonde mensen om te turnen in doodzieke patiënten. Dokter Knock en de plaatselijke apotheker spinnen er financieel garen bij en de huisarts annex zakenman ziet zijn gezag steeds verder groeien.
Maar aan het einde van het verhaal gaat het toch mis: dr Knock begint te twijfelen aan zijn eigen gezondheid. Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen succes: ‘À trompeur, trompeur et demi’ (de bedrieger bedrogen).
Dichter Michel Wuyts over de Ronde van ’69
dinsdag 29 maart 2011In Vlaanderen lopen de temperaturen dezer dagen in meerdere opzichten op. Niet alleen wordt er voor zaterdag uitzonderlijk warm weer verwacht voor begin april, ook is zondag de Hoogmis van het Vlaamse wielrennen: de Ronde. Sporza loopt uiteraard op de Ronde van Vlaanderen vooruit met diverse programma’s, daar is het een nationale publieke zender voor. En uiteraard wordt al het wielervuurwerk dat de aanloop naar Vlaanderens mooiste vormt verslagen door Michel Wuyts, één van de betere improvisatiedichters van het Nederlandse Taalgebied.
Neem nu dit filmpje, waarin Wuyts vertelt over de Ronde van Vlaanderen van 1969. Onbedoeld of niet, pure poëzie.
Tags:commentator, Michel Wuyts, Poëzie, ronde van vlaanderen, wielrennen
Geplaatst in Algemeen, Geschiedenis, Literatuur, Poëzie, Sport, tv | 2 Commentaar »