Archief voor juli, 2011

Pleidooi voor het treuzelen (+++½)

vrijdag 29 juli 2011

De tijd, een favoriet thema van de Voorzitter, is hét onderwerp in een nieuw boek van Peter Delpeut. Pleidooi voor het treuzelen is een serie verhalen of essays waarin Delpeut situaties, momenten en observaties beschrijft die hem be- of ontroeren en verwonderen.
Delpeut is filmmaker en schrijver; hij schrijft geregeld columns over kunst in NRC Handelsblad.
Gilbert & George, The Paintings
Ikzelf werd gegrepen door de titel van het boek en de afbeelding op de kaft (de schrijver besteedt ook een hoofdstuk aan dit schilderij). In deze tijden van infobesitas en het zoeken naar diepgang is deze uitgave een aangename verrassing.

Eén van de essays, Pleinvrees in de woestijn, over een fietstocht door Tunesië, is inhoudelijk inspirerend en boeiend. Terechtgekomen in een zandstorm beschrijft Delpeut zijn fysieke ervaring op dit moment. Claustrofobie gecombineerd met de pleinvrees van de onmetelijke ruimte.

Na die fietstocht probeert de essayist een equivalent van dat gevoel in een foto terug te vinden. Bladerend in een catalogus van een Parijse expositie lukt hem dit niet maar stuit hij wel op tekeningen van ene Charles de Foucauld. De ontdekkingsreiziger, taalkundige en heremiet, blijkt in 1885 precies dezelfde plek bezocht te hebben als Delpeut en heeft daar met een paar potloodstreken ‘de uitdijende ruimte subliem vastgelegd.’

Zo bevat de bundel nog enkele hoogtepunten, waaronder een beschrijving van een geschilderd portret van Sarah Bernhardt en een dagje uit met Gilbert & George.
Niet alle essays beklijven moet ik zeggen. Misschien komt dit door mijn onrust om écht voor de verhalen te gaan zitten. Aan de kwaliteit van de verhalen kan het niet liggen …
Een boek om tijd voor te maken dus en treuzelend door te werken.

Pleidooi voor het treuzelen
Peter Delpeut
ISBN 978 90 457 0455 5
208 pagina’s, €24,95

Met dank aan Uitgeverij Augustus voor het recensie-exemplaar.
(Afbeelding: kunstbeeld.nl)

America – Horse with no name

donderdag 28 juli 2011

Afgelopen zondag speelde de secretaris op youtube sinds enige tijd weer het nummer ‘Horse with no name’ af, een klassieker uit 1972 van de groep America. Een merkwaardige speling van het lot, want die nacht overleed de zanger en oprichter van de groep, Dan Peek, op 60-jarige leeftijd. De countryrockgroep verwierf slechts een bescheiden populariteit, ofschoon ze in het jaar dat Horse with no name uitkwam, een Grammy wonnen voor beste nieuwe artiest. Bij het horen van de intro en de melodie van deze hit zal menigeen echter het ‘oh ja’-gevoel bekruipen, want die herken je uit duizenden.

Horse with no name kende veel succes in Nederland en Engeland, het land van waaruit de groep in eerste instantie opereerde. Het lied handelt over de jeugdherinneringen van bandlid Dewey Bunnell; het bezingt de droogte en warmte van een woestijngebied. Niet iedereen deelde evenwel deze brave interpretatie: in enkele staten in de VS werd het verboden, omdat het zou refereren aan drugsgebruik. Het woord ‘horse’ is overzees namelijk een synoniem voor heroïne. Commentaar kwam er ook op een aantal banale zinnen uit de songtekst, zoals ‘ The heat was hot’. Ondanks deze kritische geluiden heeft het nummer de storm des tijds doorstaan. In Nederland nestelt het zich al jaren tussen de beste 200 hits van de Top 2000, met als hoogtepunt een 96ste positie in 2002.

Substantieel succes boekte de Amerikaanse band na Horse with no name nog in de jaren ’74/’75 (toevallig ook de naam van een hit van The Connells). Peek stapte, vermoeid van al het toeren, in 1977 uit de band. Hij ging zich toeleggen op gospelmuziek en componeerde voor onder andere Jars of Clay en Garth Brooks. Peek laat zijn naasten nu achter, maar de wereld zal nog regelmatig genieten van zijn meesterwerk:

Geocaching in Midden-Brabant: de Essche stroom + Boxtel en de Tommies

dinsdag 26 juli 2011

De secretaris ontfermt zich deze twee weken over het nieuwe, imposante domicilie van de beschermheer in een lommerrijk dorp in het Midden-Brabantse land. Een prima gelegenheid voor het gezin van de secretaris om hun relatief prille hobby uit te oefenen: geocaching. Voor diegenen die dit fenomeen nog niet kennen: Wikipedia geeft de volgende, complete omschrijving: ‘Geocaching is een buitensport en spel, waarbij gebruik wordt gemaakt van een GPS-ontvanger om ergens ter wereld een zogenaamde cache (schat) te vinden. Een cache is in het algemeen een kleine waterdichte doos, voorzien van een logboek en de “schat” (ook wel “goodies”, ruilspulletjes die voor kleine kinderen erg leuk kunnen zijn).’

Gelukkig waren de zoektochten van de secretaris en zijn gezin deze keer succesvol, hetgeen natuurlijk niet onbelangrijk is voor het humeur van de meespeurende kinderen. Dochterlief was notabene degene die de eerste cache ontdekte, op een idyllisch plekje na een kilometertje plezierig wandelen evenwijdig aan de Essche stroom. Een tweede cache lag op een steenworp afstand, namelijk op de doorgaande weg tussen Oisterwijk en Boxtel. Bood de eerste schat dus een stukje natuurschoon, het tweede exemplaar bracht ons een lesje historie.

Monument 'Boxtel en de Tommies'. Foto: T. Klijn

Op de Kapelweg bevindt zich namelijk een monument over Boxtel en de Tommies. Arthur Wellesly, beter bekend als de Hertog van Wellington, vocht in 1794 en 1795 tegen de Fransen in Nederland. Hij was aanwezig bij de Slag om Boxtel in september 1794, waarbij de benaming ‘Tommy’ voor de Britse soldaten zou zijn uitgevonden. Volgens de overlevering trof de hertog van Wellington, die het bevel had over het 33e infanterieregiment, één van zijn soldaten zwaar gewond aan. De soldaat, Thomas Atkins, zei tegen Wellington: ‘It’s all right sir. It’s all in a day’s work’ en stierf kort daarna. Sinds die tijd werden Britse soldaten ‘Tommy’ genoemd vanwege hun vermeende optimisme en moed.

De Hertog van Wellington speelde later nog een glansrijke rol in de Slag bij Waterloo. Met behulp van de Pruisen versloeg hij Napoleon. Mede door deze daden staat er in het Hyde Park in Londen een kolossaal bronzen standbeeld van de in Dublin geboren militair leider.

Wilt u ook op jacht naar bovengenoemde schatten: surf voor de exacte coördinaten naar geocaching.nl of geocaching.com.

Creatief met…hardlopen

woensdag 20 juli 2011

De beschermheer manifesteert zich sinds de Nutferentie overduidelijk als goeroe in spé op het gebied van creativiteit. De secretaris aanschouwt deze persoonlijke ontwikkeling met een mix van nieuwsgierigheid en bewondering. Hij beschouwt zichzelf verre van vindingrijk: hij is meer de man van de coördinatie en inlevingsvermogen die de nadruk legt op een goede procesgang en structuren.

Toch onderneemt de secretaris activiteiten die zijn creativiteit zouden moeten verhogen, zo las hij onlangs in de nieuwsbrief van Runners World. De titel luidde gevat: ‘Een looptraining is het uitgelezen moment om de ramen van je bovenkamer eens flink tegen elkaar open te zetten’. Het hardloopblad stelt dat tijdens het lopen een loden last van je af valt. Problemen worden gerangschikt naar relevantie. Emoties als agressie, onrust of angst worden minder heftig, de oplossingen voor problemen realistischer.

Deze procedees sluiten aan bij de reden waarom sommige mensen gaan hardlopen: ze willen hun hoofd leegmaken. Van een duurloop verbetert je humeur; je leervermogen wordt groter; en je bent beter opgewassen tegen rampspoed. Runners World verklaart dat na een paar minuten lopen het lichaam overschakelt op de automatische piloot. De monotonie van je loopbeweging brengt je prefrontale cortex (de voorhersenen) tot rust. Dit deel van het brein zorgt ervoor dat je logisch kunt nadenken. Net als in de laatste minuten voordat je in slaap valt, is er ruimte voor intuïtieve en creatieve denkprocessen. Zo kun je een probleem vanuit diverse invalshoeken benaderen en soms zelf oplossen.

Bron: weerkamp.net

Interessante (en bewezen? er stond helaas geen bron bij) theorie. Deze hypothese zou als de opvolger beschouwd kunnen worden van de jarenlang geponeerde stelling dat door het hardlopen er ‘gelukshormonen’ (serotoninen en endorfinen) vrijkomen die zorgen voor een geestelijke oppepper. De laatste tijd raakt deze zogenaamde ‘runners high’-assumptie uit de gratie, aangezien blijkt dat deze stofjes de hersenen niet zouden bereiken.

Hoe dan ook, de secretaris voelt zich meestal prima na een rondje hardlopen. Trots dat je ondanks je lamlendigheid toch gegaan bent, een excuus binnen om excessief te gaan snoepen en een gevoel van fitheid, waarmee je weer de wereld (lees: de kinderen) aankunt. En inderdaad, soms zijn bepaalde zorgen of problemen gereduceerd; de link naar de in het artikel geopperde intuïtieve en creatieve denkprocessen is hiermee gelegd. Wellicht moet de secretaris eens de proef op de som nemen door voorafgaand aan een werkdag te gaan hardlopen om vervolgens aan collegae te vragen of hen iets opviel die dag. Hopelijk is dat dan meer dan een rooie kop…..

Kitten

dinsdag 19 juli 2011

Verhuizen heeft een boel nadelen, totaal gedesoriënteerde katten en consequent abusievelijk geadresseerde post bijvoorbeeld, maar ook voordelen. Een nieuwe start geeft het leven nieuw elan. En on top of that: tijdens het onvermijdelijke klussen komt gegarandeerd het moment naar boven waar je al weer een paar jaar tevergeefs op gewacht hebt. Precies, het mogen vasthouden van het kitpistool.

Kitten is net als barbecuen, het brengt de echte man in ons naar boven. De Beschermheer vindt het een prachtige activiteit waar hij bij voorkeur zeer bij kijkt alsof hij een echte vakman is. Wat hij overduidelijk niet is, maar dat terzijde. Kit is prachtlijm. Het is gemakkelijk aan te brengen met een apparaat dat in de verte een beetje lijkt op een heus geweer. Ongewenste druppels zijn eenvoudig te verwijderen met behulp van wat afwasmiddel. Zolang het goedje nog niet gedroogd is tenminste, want dan is er geen beginnen meer aan. Het wordt bijzonder stevig en blijft toch elastisch. Toverspul.

Begrijpt u dit flauwe grapje?

De Beschermheer praat graag de bouwmarktverkoper en de geraadpleegde vakman na en adviseert u Polymax van het bekende merk prairierunderen. Er zijn meerdere varianten verkrijgbaar en die lijmen allemaal zo ongeveer alles. Geen zorgen dus, kitten maar!

North Sea Jazz en Paul Simon (resp. + en +++++)

vrijdag 15 juli 2011

Een bijdrage van gastauteur Harm!

Eigenlijk hou ik helemaal niet van jazz. Vroeger, toen ik nog een druk leven als muzikant leidde naast het weinig inspannende bestaan als middelbare scholier, heb ik nog wel eens een tijdje in een jazz combo gespeeld. Best geinig om te spelen, maar het luisteren naar jazz heeft me nooit kunnen bekoren. Te onrustig naar mijn smaak, aangezien de noemer jazz een vrijbrief lijkt te zijn om met z’n allen door elkaar heen te gaan improviseren. De eerste (mij volkomen onbekende) artiest die we aantreffen op het North Sea Jazz festival, stelt me dan ook niet teleur. De gitaar van de zanger vecht om solo’s met de piano, die bespeeld wordt door een wat oude baardige man met witte hoed. Nu weet ik niet hoe muzikaal de gemiddelde Nut! Blog lezer onderlegd is, maar je kunt van zo’n piano verschillende toetsen tegelijk aanslaan. Dat hoeft geen probleem te zijn, als je maar die toetsen weet te raken die samen een prettig geluid opleveren. Nu wist de baardige-man-met-witte-hoed ook aardig wat toetsen tegelijk aan te slaan die volgens de theorie van de akkoordenleer niet zo goed samengaan. Gelukkig heeft men hier in de muziek ook een oplossing voor je bedacht: je noemt het opgewekte geluid gewoon “dissonant” en het is een volkomen legitieme actie. Zo kennen we in de muziek ook de term “rubato”, wat dan weer een excuus is voor uit de maat spelen. Tot zoverre de termen die de Beschermheer in het vervolg kan gebruiken om zijn muzikale uitspattingen te benoemen. Maar goed, een overmaat aan “dissonant” wordt in mijn oren al vrij snel irritant en dat kan toch onmogelijk de bedoeling zijn van al die inspanningen op het podium.

Ik kom dan ook niet voor de jazz naar North Sea Jazz. Aan de eerdergenoemde middelbare school periode heb ik een grote liefde voor de muziek van Paul Simon overgehouden, als ik het me goed herinner aangestoken door de Beschermheer zelve. De audio verzameling van de, buiten hem, zeer muzikale familie van de Beschermheer , telde een flink aantal platen, CD’s en cassettebandjes van Paul Simon en zijn kompaan Art Garfunkel. Een 10-pack TDK-SA 90 bandjes en uren kopieerwerk maakten ook mij de trotse bezitter van vele uren luisterplezier. Grijs gedraaid. Donkergrijs…

Paul Simon speelt op North Sea Jazz, reden genoeg om me een avondje onder te dompelen in het jazz-wereldje. Nu blijkt het dat een wereldje van wat oudere grijze mannen te zijn, waartussen Paul Simon prima past gezien zijn leeftijd van 69. Een broekie overigens vergeleken met de 85 jarige BB King die later die avond het podium nog bestijgt.

Paul Simon blijkt, net als mijn cassettebandjes, grijs geworden te zijn. Een kleine oude man met gitaar, maar zijn stem en muziek blijken nog net zo te sprankelen en overtuigen als de eerste keer dan het Concert in the Central Park uit de speakers van mijn radio knalde. Bij de eerste tonen van de accordeon (openingsnummer “The Boy in the Bubble”) ontploft de zaal bijna. De laatste tonen zijn nog niet weggestorven of de karakteristieke roffel van “50 ways to leave your lover” rollen door de zaal. Een fenomenaal begin van wat anderhalf uur muzikaal genot zullen worden. Simon put vooral uit zijn top-periode, dus komen er een flink aantal nummers van Graceland en Rhythm of the Saints voorbij, maar ook zijn nieuwere CD’s krijgen de aandacht. Wat maakt het optreden van Paul Simon dan zo speciaal? Het zijn de details… Elk riedeltje, tokkeltje of percussiegeluidje wat je op de CD’s hoort komt ook in het concert terug. Wat dat betreft doet hij absoluut geen concessies. De negen-koppige band die hij heeft meegenomen blijken dan ook allemaal multi-instrumentalisten te zijn, die makkelijk vier of vijf verschillende instrumenten per nummer hanteren. Bij de meeste bands wordt het een bende als er drie mannen met een gitaar staan, want gitaristen zijn ego-trippers. Dat krijg je er gratis bij als je zo’n ding omhangt. Niet hier, elke noot die gespeeld wordt staat in dienst van de muziek, subtiel, beheerst. Ook het hoogtepunt van het optreden blinkt hier in uit, een geweldige vertolking van ”Hearts and Bones”, sowieso één van zijn mooiste nummers.

Laten we eerlijk zijn, ik ben natuurlijk een liefhebber en dus alles behalve onbevooroordeeld, maar het applaus, gefluit en gejuich wordt bij geen enkele andere artiest deze avond zo uitbundig en intens. Wat brengt de rest van de avond? Meer jazz… zoals jazz bedoelt schijnt te zijn. Het resultaat zijn een aantal zéér korte bezoekjes aan artiesten die we na één nummer alweer beu zijn, een nummertje of vier van BB King, die je toch eigenlijk ook één keer in je leven gezien moet hebben (behoorlijk te pruimen jazzzz overigens), wat magere covers en hitjes van Alain Clark en een aantal aangename verrassingen in de positieve zin. Ruben Hein weet ons op een klein buitenpodium gedurende zijn hele optreden te boeien, waarvoor hulde. Een zanger met bigband uit puerto rico (meen ik) weet de hele zaal te laten swingen, maar zijn muziek schurkt toch meer tegen de salsa aan. Niks mis mee, wat mij betreft.

Kortom, op North Sea Jazz zullen ze mij niet zo snel meer zien. Maar mochten ze besluiten om in het vervolg elk jaar Paul Simon uit te nodigen, dan ben ik erbij. Want voor die anderhalve uur topmuziek wil ik me best door wat taaie jazz heen worstelen…

North Sea Jazz 2011: 1 ster, maar het optreden van die ene ster krijgt van mij 5 sterren.

Toiletlandschap

donderdag 14 juli 2011

De Beschermheer heeft het al vaker gesteld en ziet zijn gelijk nog maar eens bewezen. Als je iets met een fototoestel lang consequent volhoudt wordt het vanzelf een waardevolle serie. Guido Benschop en Andreas Terlaak, beiden beroepsfotograaf, fotograferen al een tijd lang chemische toiletten in het Nederlandse landschap, zo schrijft de Volkskrant vandaag. Enig criterium: er mogen geen mensen op de foto. Het toiletlandschap is te zien op toiletlandschap.nl. Hieronder een fraai voorbeeld:

Dubbelgangers (7): Johnny Hoogerland en Wim van Est

dinsdag 12 juli 2011

Onvergetelijk beeld van een huilende Johnny Hoogerland eergisteren aan de meet, na de bizarre 9e etappe van de Tour de France. Alle snijwonden en 33 hechtingen ten spijt, zijn opmerkelijke val zal zijn populariteit geen windeieren leggen. Het betraande gelaat van de Zeeuwse doorzetter deed de secretaris plotsklaps denken aan die andere Nederlandse wielrenner die met een fikse buiteling in La Grande Boucle faam verwierf. Wim van Est stortte 60 jaar geleden in de afdaling van de Col d’Aubisque in het ravijn.

Hoogerland

Huilen maakt beroemd: Hoogerland en Van Est

Van Est

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Logischerwijs hebben twee grienende mensen iets van elkaar weg, maar de secretaris ziet wel meer gelijkenissen. De trouwe ogen, de rimpels rondom de mond, de iets scheve wenkbrauwen…..Hopelijk wordt Hoogerland meer dan ‘die aardige wielrenner van die belachelijke valpartij’. Van Est presteerde genoeg om zijn malheur naar de achtergrond te dringen, maar zeker na zijn carriere werd zijn naam steevast in verband gebracht met die beruchte dag in 1951. Laten we maar hopen dat hij zich nog vaak, ook in andere edities van de Tour, in de bolletjestrui mag hijsen.

Leuke (kinder)hobby: strijkkralen

zaterdag 9 juli 2011

Gisteren is in regio Zuid de vakantie begonnen voor de kinderen. Hartstikke leuk voor ze natuurlijk, maar als ouder krijg je het er op onderwijsloze dagen niet minder druk van. Gelukkig zijn er vriendjes en vriendinnetjes in de buurt, zodat ze elkaar kunnen vermaken – zeker bij mooi weer. Desalniettemin blijven er momenten waarop ze zichzelf binnen zullen moeten amuseren. Als computer en TV verboden terrein zijn, is het zoeken naar een adequate activiteit. In huize secretaris is er eentje die met kop en schouders prevaleert: strijkkralen.

Strijkkralen is een kruising tussen kunstzinnigheid, noeste arbeid, gepuzzel en accuratesse. Benodigd zijn een grote pot of zakjes met verschillende kleuren strijkkralen, legplankjes en een aantal uitdagende voorbeelden. Op internet zijn deze uiteraard ook te vinden. De opdracht vervolgens is simpel, doch niet in een mum van tijd volbracht: de kraaltjes moeten zeer secuur volgens het voorbeeldpatroon in het plankje worden gestoken. Vanzelfsprekend kan men ook een andere benaderingswijze kiezen: laat het kind zelf frank en vrij een kleurrijke creatie maken.

Foto: T.Klijn

De oudste twee nakomelingen van de secretaris hebben zo hun eigen specialiteiten. Dochterlief wijdt zich vooral aan met rose en paars bedekte hartjes; haar broer is aan een imponerende reeks voertuigen bezig. Daarnaast mogen de mondiale vlaggen zich in zijn grote belangstelling heugen. Naast zijn oog-hand coördinatie wordt zo ook zijn topografische kennis opgevijzeld. Hierboven ziet u de Britse en Zwitserse vlag het bijzondere vaandel van Nepal omringen.

Denk overigens niet dat u als ouder tijdens het strijkkralen rustig kunt gaan zitten suffen. Bij grote en ingewikkelde patronen is meekijken naar de exacte positie van de kleuren zeker niet overbodig. Tevens wil het nog wel eens voorkomen dat een zenuwachtige ledemaat het werkje deels ruïneert. In de praktijk betekent dit vaak dat de aanwezige volwassene vriendelijk doch met klem wordt verzocht alras de benodigde herstelwerkzaamheden te verrichten. Een minder acute maar langdurige hand- en spandienst bestaat uit het sorteren van alle kleuren uit de basispot die bij de secretaris uit maar liefst 15.000 kraaltjes bestaat.
 
Last but not least moet de creatie via het strijkijzer geëgaliseerd worden tot het ultieme resultaat (een techniek die de secretaris graag aan zijn eega overlaat): een vrolijk strijkkralenwerkje dat ergens in huis gestald kan worden. Een ander idee is om het aan een familielid cadeau te schenken; zo dient één exemplaar momenteel als onderzetter ergens op een universiteit in Barcelona!

Eighties-nostalgie (XIV) – Level 42

dinsdag 5 juli 2011

Er is een kleine groep artiesten en bands die door hun invloed en populariteit samen als het ware de ‘eighties’ hebben gedragen. Uiteraard horen Madonna, Prince, Michael Jackson en ook de Dire Straits hierbij. De band die nog wel eens vergeten wordt -of is het onderschatting?- , is Level 42, ofschoon de Britse formatie in dit rijtje in tweede instantie zeker genoemd mag worden. Level 42 is niet een popgroep waar je na één nummer direct idolaat van wordt, maar zet hun oeuvre bij elkaar en je komt tot de conclusie dat ze een heel aardige en kwalitatief goede reeks hits hebben neergezet.

Level 42′s muzikale dadendrang omvat het hele decennium: in 1980 werd de band opgericht door Mark King, Mike Lindup en de broers Phil en Rowland Gold. Een jaar later al volgt de eerste hit: ‘Love games’ (5e plaats in de top ’40). In die periode leunt Level 42 op zijn geraffineerde jazzfunksound, maar op de volgende albums verschuift de focus naar mainstream popmuziek. Midden jaren ’80 rijgt men de successen aaneen: nummers als ‘Hot water’, ‘Lessons in love’ and ‘Running in the family’ bestormen de hoogste regionen van de hitlijsten. De broertjes Gould hebben in die tijd de band al verlaten en worden vervangen door wisselende muzikanten. De eerste fricties dienen zich aan, hetgeen uiteindelijk tot het einde van de groep leidt in 1994.

Level 42 heeft het altijd moeten hebben van een continu goed niveau zonder echte uitschieters. Ook de leden zelf moesten het niet hebben van hun woest knappe uiterlijk of extravagante uitstraling. Toch bood de band een tweetal aansprekende kwaliteiten: frontman Mark King wordt nog steeds beschouwd als één van de beste basgitaristen ter wereld, mede befaamd om zijn left hand slap. Daarnaast heeft de innemende toetsenist Mike Lindup een mooie kopstem die uitblinkt op onder andere ‘Something about you’, maar ook zeer goed past in combinatie met King.

Kortom: Level 42 verdient een substantieel plekje in de pophistorie. Overigens zijn ze momenteel op tournee vanwege hun 30-jarig jubileum. Zou Mark King na al die jaren geen RSI-hand hebben gekregen?


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers