Archief voor oktober, 2011

Luisteren gaat voor!

zondag 30 oktober 2011

Gisteren was de Beschermheer met het hele gezin op bezoek bij de Secretaris. Tijdens het keuvelen over ditjes en datjes als onze wederzijdse lievelingsgerechten, de stelling of management nu de oplossing is of het probleem (veelal het laatste) en het hoe en waarom van het bereiden van kruidcake deed de Secretaris een serieuze waarschuwing uitgaan in de richting van de Beschermheer. Docenten hebben twee grote valkuilen, aldus de Secretaris. 1. Ze verliezen gaandeweg het vermogen om hun eigen vakgebied te relativeren. 2. Ze gaan ongevraagd door met doceren in situaties waarin dat als ongewenst wordt ervaren.

Helaas is de Secretaris aan de late kant met zijn waarschuwing, aangezien de Beschermheer reeds volledig in beide valkuilen gestapt is, wat bij nader inzien ook wel de reden zal zijn dat hij deze waaschuwing überhaupt uitdeelde, waarvoor dank.

Al fietsend naar huis bedacht de Beschermheer zich dat het werkelijke probleem wellicht luisteren is. Iemand van wie verwacht wordt dat hij veel vertelt verliest waarschijnlijk eerder uit het oog dat het te allen tijde belangrijker is om juist goed te luisteren naar anderen. Dat wordt de laatste decennia toch al niet gemakkelijker aangezien al het geluid om ons heen explosief toegenomen is. Luisteren moet blijvend getraind worden dus, zeker door mensen die anderen onderwijzen. Gelukkig is daar Julian Treasure, een man met een schat aan kennis over geluid (sorry voor deze woordgrap). Vijf simpele oefeningetjes om beter te leren luisteren!

Geen viagra maar mentos

dinsdag 25 oktober 2011

Uitgerekend op de dag dat Khadaffi begraven werd op een geheime plaats in de woestijn die een dezer dagen wel uit zal lekken komt NUt met de resultaten van een alleszins belangwekkend onderzoek. Bij aanvang van die hele ellendige toestanden daar in Libië stuitten wij op een nieuwsbericht dat ons de wenkbrauwen deed fronsen. Khadaffi gaf volgens ter plekke actieve hulporganisaties Viagra aan zijn troepen om ze nog beestachtiger te keer te laten gaan.Even het geheugen opfrissen? Dat kan hier.

Nu zijn wij in het zogenaamde Westen nogal sterk in het scherp veroordelen van dit soort praktijken. Op zich natuurlijk terecht, maar hoeveel beter doen we het zelf? Wij besloten dit te onderzoeken. Wat geeft de NAVO eigenlijk te vreten aan haar vechtende troepen?

Via een anonieme bron kwamen wij in het bezit van een gevechtsrantsoen voor 24 uur. U ziet hieronder een foto van het pakketje:

Als eerste valt op dat een soldaat kennelijk niet geacht wordt te dineren. Volgens het opschrift gaat het namelijk enkel om een ontbijt en een lunch. Onduidelijk is wat die pacman rechtsonder betekent. Iemand suggesties? De inhoud is als volgt:

U ziet het: geen Viagra op de lijst. Wel volop snoep: fruitsnoepjes, chocola en kauwgum. Daar kom je de dag wel mee door. En anders zet je gewoon een kopje thee van 1 van die 2 zakjes uit het ene zakje. Dan de check of de inhoud ook klopt:

 

 

Nog steeds geen Viagra te zien. Of het moet zijn dat er iets geheel onverwachts in die Mentos verpakkingen zit :)

Eén en ander prikkelt wel de nieuwsgierigheid. Hoe gaat dat op zo’n NAVO slagveld? Stapt iedereen met zo’n pakketje onder de arm de tank in? En wordt er dan om half elf gezellig met zijn allen op bevel van de majoor een kopje chocomel gedronken? Zitten piloten achter de stuurknuppel te prutsen met doordrukstrips van kauwgumverpakkingen? En wat moet je onderweg met tissues als je geen Viagrapillen meegekregen hebt?

Tot slot, bijna offtopic, nog een wens die wij van NUt meegeven aan de Nederlandse NAVO politietrainers te Kunduz. Zouden jullie ook een cameraworkshop kunnen geven aan die lui? Die filmpjes van die Libiërs lijken namelijk nergens op.

 

Het Industrieel Smalspoor Museum in Erica

dinsdag 25 oktober 2011

Nederland houdt heus niet op bij Zwolle, zoals sommige (vaak) randstedelingen badinerend plegen te zeggen. Op de tweede dag van zijn verblijf in Drenthe deden de secretaris en zijn gezin wederom een museum aan. Op de rol van oktober kindermaand viel meteen het Industrieel Smalspoor Museum in Erica op, een plaats die muziekkenners wellicht een belletje doet rinkelen vanwege de groep Skik die daar zijn roots heeft.

Toegegeven, tijdens de laatste kilometers naar het museum lijkt het alsof je de wereldbol afrijdt, maar wat een ruimte daar! Bij aankomst hadden we geluk: we konden meteen instappen voor een ritje per smalspoortrein. De tocht voerde door een mooi natuurgebied, grotendeels over een origineel traject, dat vroeger gebruikt werd voor turftransport. In 1850 verhuisde een stelletje ambitieuze Amsterdammers naar Drenthe om de veengebieden (circa 2000 ha) te gaan ontginnen. In het gebied was met name de fabricage van trufstrooisel aantrekkelijk. 

Bron: locaalspoor.nl

Een uitgebreid smalspoornet werd aangelegd, voor het vervoer van grondstof naar de turfstrooisel fabrieken. Eén fabriek is er nog overgebleven (de enige in ons land in originele staat) en tijdens de treinrit wordt hier halt gehouden om notie te nemen van het fabricageproces. Een aardig plaatje vormt ook de 4-sporige smalspoor remise uit 1910, die jaren dienst heeft gedaan als werkplaats voor het museum.

De secretaris besefte door deze nieuwe wetenswaardigheden maar weer eens hoe weinig hij eigenlijk weet van oude ambachten en gebruiken. Glaskunstenaar Cees van Olst drukte hem de dag ervoor nog met de neus op de feiten: met een kort, maar fel betoog spoorde hij de aanwezigen aan om de strijd aan te gaan met de moderne (digitale) tijd. Kinderen moeten volgens hem vooral naar buiten om aan den lijve te ondervinden wat er in ons land gebeurt en gebeurde op het gebied van natuur en cultuur, zodat door (voor)ouders opgedane kennis en kunde niet teloor gaat.

Foto: W. Klijn

In het Smalspoor Museum konden onze kinderen dit adagium in ieder geval zelf in de praktijk brengen. Na de rondrit speelden zij zelf voor machinistje en bewezen zij hun stuursmanskunsten op oude locomotiefjes die achter het hoofdgebouw gestationeerd staan. Binnenin het gebouw probeerden enkele onhandige vrijwilligers de zaak op een fatsoenlijke wijze te exploiteren. Uit hun woorden opmakend hadden ze ook nog de beschikking over twee stagiaires, maar die hadden waarschijnlijk een enkeltje veengebied genomen. Ondanks hun enorme traagheid werden we toch warm van hun inzet en beleefdheid.

De secretaris trachtte zich nog te verdiepen in de grondprincipes van de veenontginning, maar zijn aandacht werd afgeleid door een persoon met een bijzondere naam die in het midden van de 19e eeuw in Drenthe de infrastructurele basis legde voor deze activiteit. Maar even geduld: daarover binnenkort meer.

Hoezo vriendschap? (+++)

maandag 24 oktober 2011

Als je bij de voordeur van een dorpshuis verwelkomd wordt door een doodgraver die zo uit Lucky Luke weggelopen is, dan weet je dat je een bijzondere avond tegemoet gaat. Zeker als de betreffende gelegenheid als Den Durpsherd door het leven gaat. We zijn, kortom, in Berlicum, het is zondagavond en we hopen er maar het beste van. Op het programma staat een voorstelling van een ons gedeeltelijk bekend gezelschap, waarvan we de naam niet kennen, maar de titel van de voorstelling dan weer wel: Hoezo vriendschap? 

De Beschermheer schraapt de keel. Hoe schrijf je een recensie van een voorstelling waarvan de makers/slash/uitvoerders deels bekenden zijn? Nou, zoals u het van ons gewend bent: oprecht constructief kritisch. En volgens de sandwichmethode natuurlijk: eerst positief, dan negatief , om tenslotte positief af te sluiten.

Het gezelschap blijkt te bestaan uit een drietal mannen en vier vrouwen, waaronder twee tweelingzussen en minstens vier geliefden. Wij komen nogal wat wetenswaardigheden van eenieder te weten, want Hoezo vriendschap? blijkt een zeer persoonlijke voorstelling. Weeshuizen in Birma, gastouderschap, miskramen, moeders die euthanasie plegen, het komt allemaal voorbij. Bij vlagen is het ontroerend en in ieder geval getuigt het van lef. De liejes worden aan elkaar gekeuveld door het clubje, dat zo te horen ook met Kerst en Pasen liefde en leed met elkaar deelt. Het zal er daarbij gezellig aan toe gaan, al verlopen de dialogen dan hopelijk wat minder gekunsteld. Want, en daar delen wij toch een fors kritiekpunt uit: dit gezelschap heeft vele kwaliteiten, maar acteren kunnen ze niet. Beter was het wat ons betreft geweest om een concert te geven en de liedjes op een losse manier aan elkaar te praten. Dat had ons meteen het gevoel bespaard in een kerkmis in schaapskleren te zijn beland. Want zo zoet en belerend waren de teksten wel. Eerlijk is eerlijk, ook de kledingkeuze (zat ergens tussen Hanny en de Rekels en Jomanda in, als u begrijpt wat wij bedoelen) droeg hieraan bij. Sorry, wij zijn nou eenmaal niet in de wieg gelegd om als Parochianen door het leven te gaan en smachtten op driekwart van de tijd naar iemand die keihard fuck it! riep. Hetgeen natuurlijk niet gebeurde.

Bewondering hebben wij van NUt echter voor de muzikale kwaliteit van het gezelschap. Er wordt echt goed gezongen en sommige liedjes zijn buitengewoon mooi, al zijn ze vaak wel aan de lange kant. Het is soms tenenkrommend belerend en zalvend, maar wel oprecht en goedbedoeld. Wij herkenden onze vrienden er volledig in. Het is dus goed zo. Maar less was more geweest. En een keertje vloeken had opgelucht.

Opmerkelijk dorp: Veenhuizen

zondag 23 oktober 2011

De secretaris bivakkeert met zijn gezin deze week in de provincie Drenthe om de schade van de enigszins ingekorte zomervakantie in te halen. Dat trof, want de maand oktober staat in Noord-Nederland inmiddels een decennium synoniem voor kindermaand, een initiatief dat overigens ooit in Drenthe begonnen is. Het programmaboekje dirigeerde ons zaterdag naar een dorpje in het noordwesten van de provincie, Veenhuizen. Een bezoekje aan het lokale gevangenismuseum leek logisch, maar om potentiële kindernachtmerries te voorkomen, kozen we voor het naastgelegen glasmuseum.

Bron: google maps

De intocht in het dorp vergulde ons met verbazing. We reden op langs prachtige, statige panden met stichtelijke opschriften die, zo leerden we, iets over de (voormalige) functie zeggen, zoals ‘Arbeid adelt’, Bitter en Zoet’ (apotheek), ‘Leerlust’ en ‘Elk tot gerief’ (winkelier). Deze moraliserende teksten grijpen terug op de 19e eeuw, toen Veenhuizen een kolonie werd voor bedelaars en landlopers. Dit gepeupel moest door middel van dergelijke aanmoedigingen beteugeld en gedisciplineerd worden. Het dorp staat verder bol van rijksmomumenten en kan met gemak een openluchtmuseum genoemd worden.

Na deze wonderlijke ontvangst sloegen wij rechtsaf naar de Laan Weldadigheid en na het geboefte gepasseerd te hebben, bereikten wij onze bestemming. De eerste gedachten aan een glasmuseum zijn gespeend van enige spanning, maar de in het wereldje bekende glaskunstenaar en tevens directeur van het museum, Cees van Olst, heeft er een leuke plek van gemaakt. Voor de kunstliefhebber is er een tentoonstelling met talrijke mooie voorbeelden van (internationale) glastechniek en historici en technici kunnen hun hart ophalen in de fabriek om na te gaan hoe onze (over)grootouders zich jarenlang in harde en vooral zeer hete omstandigheden wijdden aan de productie van glaswerk.

De secretaris werd aangetrokken door een filmpje over het Afghaanse plaatsje Herat, waar tot voor kort een eeuwenoude techniek werd gebruikt om glas te maken. Helaas is Herat door een bomaanslag in de jaren tachtig weggevaagd, waardoor het ambachtswerk van de lokale glasblazers nu in nevelen gehuld blijft. 

Cees van Olst. Foto: T. Klijn

Ons hoogtepunt werd echter een demonstratie van Van Olst die feilloos en op humorvolle wijze  liet zien uit welke voorbereidingen de vervaardiging van een schaal of vaas bestaat. De technieken komen aan op een flinke dosis timing en concentratievermogen hetgeen onder een verzengende hitte (de gasoven mat circa 1200 graden!) geen sinecure is. Uiteraard vormde het glasblazen het moment suprême, maar we ervoeren dat dit slechts een klein onderdeel is van de totale fabricage.

Als beloning voor het getoonde zitvlees kregen de kinderen een duit knikkers mee, zodat we letterlijk en figuurlijk vol van glas naar het park in Aalden terugkeerden.

Kingsriver Shiraz (++++)

zaterdag 22 oktober 2011

Onlangs dineerden de Voorzitter en de Beschermheer gezamenlijk in de Verkadefabriek te ‘s-Hertogenbosch, een faai stukje industrieel erfgoed dat keurig omgebouwd is tot een culinair en cultureel centrum. Het was zo’n avond waarop de Beschermheer enige theorieën over sociale netwerken uit de doeken deed (power law distribution ditmaal), vervolgens geen keuze kon maken uit de hoofdgerechten, dan maar de serveerster lastig viel met het idee om de kok lief aan te kijken en een voorgerecht uit te vergroten, daarna te veel brood met kruidenboter en tapenade naar binnen schrokte, het uitvergrote voorgerecht vervolgens cynisch als te zout beoordeelde en tenslotte rusteloos begon te vloeken op de lokale wifi, die matig functioneerde in combinatie met zijn iPad. Zo’n avond dus, die geheel in stijl afgesloten werd met een brandalarm van Verkade, kennelijk had iemand de koekjes aan laten bakken. Iedereen naar buiten dus, en wel nu meteen! “Jammer”, sprak de Beschermheer, terwijl hij met de Voorzitter op de stoep naar de nodeloze bestorming door de brandweer stond te kijken, “dat we de rekening al betaald hebben.”

Onder zulke omstandigheden zouden we bijna vergeten dat het juist die avond was dat de Voorzitter een bijzonder aardige geste in petto had. Hij had voor de Beschemheer een fles wijn meegenomen, helemaal uit Zuid-Afrika! En niet zomaar eentje, een echte Kings River uit 2007. Gezien de persoonlijke connecties van de Voorzitter in Zuid-Afrika, was hij erg benieuwd naar de smaakbeleving van de Beschermheer. Welnu, bij deze.

Een wijn uit 2007, voor de Beschermheer is het een zeldzaamheid. Niet dat hij nou zo’n veelverslinder is, maar de meeste wijnen halen bij ons thuis de vier jaar echt niet. Is ook niet nodig, zo leerden wij onlangs in een boekje van Ilja Gort, Hollandsch wijnheer van naam in de Bordeauxstreek, van wie wij overigens onlangs een wijntje achterover sloegen dat vies tegenviel, maar dat geheel terzijde. Hoe dan ook, het zou zonde zijn om dit bijzondere presentje van de Voorzitter direct achterover te kantelen. Nee, hij mocht eerst even verder rijpen in de wijnkelder van de Beschermheer.

En toen werd het herfstvakantie, hetgeen best gevierd mocht worden. De wijn dus uit de kelder. Eerst maar eens het etiket bekeken. Sjiek vormgegeven, met veel goud op het etiket. Een aansprekend verhaal op de achterzijde, dat doet vermoeden dat deze wijn daadwerkelijk met liefde gemaakt wordt. De kurk zat er damned strak in, terwijl de favoriete kurkensmurfer (smurfentrekker?) natuurlijk weer eens onvindbaar was. 

Hoe dan ook krijgen we zo’n fles natuurlijk wel open. De Beschermheer en mevrouw de Beschermheer schonken zich twee glazen in en toastten, waarna zij het dieppaarse vocht de keel in lieten glijden. De smaak: krachtig, robuust, pittig, veel eikenhout. Dit is geen kinderachtig wijntje voor beginners, zeker ook vanwege de grote hoeveelheid tannines, die de wijn stroef doen aanvoelen in de mond. Wij adviseren dan ook de combi te maken met een kaasje, dat laat hem optimaal tot zijn recht komen. We deelden vier sterren uit en namen nog een glaasje. En hoopten op een nieuw reisje van de Voorzitter naar Zuid-Afrika.

My Tour (Andy Schleck) ++++

vrijdag 21 oktober 2011

Wat is de overeenkomst tussen Prinsjesdag en de Tour de France? Precies, de plannen voor het volgende jaar waren al bekend voor de troonrede gelezen werd door de vorsten van de beide koninkrijken. Het lek zat ook op dezelfde plek: een niet zo handige systeembeheerder die de boel al online gezet had en enkel het jaartal in het webadres veranderd had.

Dientengevolge hadden wij de afgelopen week tijd over. Het parkoers was immers vorige week al bestudeerd (valt tegen, al maken de renners de koers). U weet hoe dat gaat: tijd die over is, is zo weer vergeven. Desalniettemin vonden wij een overgebleven uurtje om de in het voorjaar verschenen documentaire over Tourkroonprins Andy Schleck te bekijken. We werden positief verrast. Het is een prettige, rustig gesneden docu die een heel aardige inkijk biedt in de mens Andy Schleck en wat er bij komt kijken om tweede te worden in de Tour.

We moeten nog maar zien of dat volgend jaar ook lukt. We hadden Andy een beter parkoers gegund. De documentaire krijgt van ons vier sterren en bekijkt u hier:

The Cosby Sweater Project

donderdag 20 oktober 2011

Eindelijk is dan voor elkaar waar u en wij al lange tijd met smart op wachten: een collectie van de truien van Bill Cosby! Het project heet, heel toepasselijk, The Cosby Sweater Project. De truien van Cliff Huxtable, zoals hij in de serie gek genoeg heet, zijn hier verzameld.

Ja, en dan is het natuurlijk wachten tot een gelijksoortig initiatief voor die andere truiengoeroe: Mart Smeets. Maar zie, ook dat blijkt al te bestaan onder de sierlijke naam WTF draagt Mart? Inclusief commentaar op de outfits! U vindt het hier.

De heldhaftige dood van Roald Amundsen

vrijdag 14 oktober 2011

De secretaris verhaalde eerder over de edelmoedige dood begin 1912 van de Engelse ontdekkingsreiziger Robert Falcon Scott, na zijn verloren wedkamp om de Zuidpool tegen de Noor Roald Amundsen. Deze laatste zou jaren later minstens even heldhaftig aan zijn einde komen.

Amundsen had na het grote succes van het bereiken van de Zuidpool op zijn lauweren kunnen gaan rusten, maar kennelijk stroomde er nog genoeg avonturiersbloed door zijn aderen. In 1918 probeerde hij de Noordoostelijke Zeeweg te bevaren, maar respectievelijk een splinterbreuk in de schouder, een aanval van een nijdige ijsberin en een bijna fatale koolmonoxidevergitiging wierpen hem ver terug.

In 1926 vergezelde hij de Italiaanse ingenieur Umberto Nobile in het luchtschip de Norge, waarmee ze vanuit Spitsbergen de Noordpool overstaken naar Alaska. Het lukte de bemanning om op circa 200 meter boven het ijs te komen, zodat ze de Italiaanse en Noorse vlag met precisie konden laten vallen. Zijn geboorteland vond dat Nobile te weinig eer van dit werk had gekregen. Twee jaar later besloot de in aeronautische techniek bekwaamde Nobile nog eens te gaan, ditmaal met als doelstelling vooral wetenschappelijk onderzoek.

De Italia. Bron: whoi.edu

Vanaf de pool werd Nobiles luchtschip Italia evenwel geteisterd door sterke zijwinden en sneeuwstormen. Zes bemanningsleden kwamen om toen het wrak, nadat ze neer waren gestort en bekneld waren geraakt, door een wind werd meegesleurd. Nobile zelf had een gebroken been en arm. Voor hem en de andere overlevenden was er voorlopig nog voldoende proviand, maar hulp moest natuurlijk niet te lang uitblijven. Op SOS-meldingen werd in eerste instantie niet gereageerd. Uiteindelijk lukte een Zweeds toestel het om dichtbij te komen, maar het had slechts plaats voor 1 passagier: dat werd, mede vanwege zijn beperkte gewicht, Nobile. Uiteindelijk slaagde de Russische ijsbreker Krassin de overige mannen te bereiken. Nobile kreeg bij thuiskomst een storm van kritiek over zich heen, omdat hij zijn eigen mensen had achtergelaten.

Het ongeluk met de Italia veroorzaakte hiernaast indirect een beroemd slachtoffer. Onder de vele reddingsploegen bevond zich ook Roald Amundsen. De Noor besloot, ondanks zijn matige band met Nobile, ook een poging te doen om het pakijs te bereiken. Hij stortte echter met zijn watervliegtuig neer in de Barentsz Zee. Zijn vliegtuig werd nooit meer teruggevonden. In februari 2009 startte een Noorse marine een zoektocht naar Amundsen. Helaas werd zijn lichaam niet aangetroffen. De Noor stierf op 55-jarige leeftijd in het harnas, tijdens een van de vele avontuurlijke en gevaarlijke tochten waar hij zijn hele leven aan had gewijd.

Bron: britannica.com

Bron tekst: Paolo Novaresio – De grote ontdekkingsreizen

Drive – Daniel Pink (+++++) De verrassende waarheid over wat ons motiveert.

donderdag 13 oktober 2011

Wow. Dat is zo’n beetje het gevoel dat de Beschermheer bekroop tijdens het lezen van het boek Drive van Daniel Pink. De verwachtingen waren na Een compleet nieuw brein hooggespannen en we werden geenszins teleurgesteld. In Drive legt Pink de vinger op een plek die vele managers zeer zal doen. Het denken over motivatie is in onze samenleving totaal achterhaald door de wetenschap.

We verdienen beter. Met z’n allen.

Pink zet in z’n boek de geschiedenis van de motivatietheorie op laagdrempelige wijze uiteen. Verrassend veel elementen uit klassieke motivatietheorieën worden nog altijd gehanteerd. Het basisprincipe: beloon het gedrag dat je wil, straf het gedrag dat je niet wil. Dit principe werkt prima, onder één voorwaarde. Het werk waarvoor we mensen trachten te motiveren moet routinematig zijn. Zodra er ook maar iets van creativiteit om de hoek komt kijken, werkt het niet meer – of brengt het zelfs enorme schade toe. En laat de toenemende complexiteit in de wereld nou net om steeds meer creativiteit vragen…Pink draagt voor dit alles overigens overtuigend wetenschappelijk bewijs aan.

Terwijl het bedrijfsleven blijft roepen dat bonussen nodig zijn om goede managers vast te houden, adviseert Pink ons feitelijk om beide af te schaffen. Mensen raken gemotiveerd door drie zaken: autonomie, zingeving en meesterschap. Natuurlijk werk je ook voor het geld. Maar het is eigenlijk een onderwerp dat van tafel moet, daarom moet je mensen genoeg betalen. En genoeg betekent: marktconform en genoeg om een fatsoenlijk leven te kunnen leiden. De drie factoren van Pink is waar het echt om draait. Autonomie betekent zelf kunnen bepalen met wie je werkt, hoe je werkt, wanneer je werkt en waar je werkt. Zingeving heeft alles te maken met hogere doelen. Meesterschap, tenslotte, heeft te maken met de lol die we kunnen beleven aan het echt goed worden in iets.

Pinks boek bevat vele herkenbare elementen. Werken op basis van declarabele uren, daar word je creatief noch gelukkig van. Bonussen zetten aan tot onethisch gedrag. Opgelegde targets versmallen je focus. Veel managers zitten hun werknemers meer in de weg dan dat ze hen faciliteren. (Pink: “management is niet de oplossing, het is het probleem.”) Enzovoort, enzovoort.

Dat kan dus anders en dat moet ook anders. Het is de hoogste tijd voor motivatie 3.0. Wat dat precies is, leest u in Drive, dat van ons de maximale score van 5 NUtsterren toebedeeld krijgt. Het is in ieder geval niet empowerment of flexibiliteit, door Pink prachtig aangehaald: “empowerment impliceert dat de organisatie de macht heeft en een deel daarvan welwillend in de kommen van dankbare medewerkers schenkt. Maar dat is geen autonomie. Dat is puur een iets geciviliseerdere vorm van controle. Of neem het feit dat veel managers weglopen met ‘flextijd’. Ressler en Thompson noemen het zwendelarij en dat is het ook. Met flexibiliteit maak je het hok eenvoudigweg wat ruimer en open je af en toe het hek. Ook dat is weinig meer dan controle in schaapskleren.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 137 other followers