De secretaris zit momenteel op de bank met zijn oudste twee nakomelingen. Tijdens het slaapje van hun jongste broertje mag er regelmatig een DVD worden opgezet. Een relatief moment van rust derhalve, waarin de aanwezige ouder(s) ondertussen zelf ook suffen, het avondeten voorbereiden, de kamer trachten te fatsoeneren of een beetje met de smartphone zitten te hannesen. Er is echter een DVD-serie die de aandacht van de volwassene ook opslokt: ‘Er was eens – Het leven’.
‘Er was eens…’ is een Franse educatieve tekenfilmserie gericht op kinderen tot ongeveer tien jaar. Elke serie bestaat uit 26 afleveringen en is bedoeld om kinderen zowel te onderwijzen als te amuseren. Dit tweeledige doel is een opgave waar vele televisiemakers zich op stukbijten, maar de Franse producent Albert Barillé slaagt hierin met vlag en wimpel, althans wat de serie ‘Het leven’ (1986) betreft. Vooral de manier waarop diverse ziektes op heldere en kindvriendelijke wijze worden uitgelegd, is briljant en sluit perfect aan op de belevingswereld van nieuwsgierige jonge kinderen. Het veelvuldig gebruik van personificaties van lichaamsfuncties is 25 jaar na dato nog onovertroffen in zijn soort. Vooral de episode over de witte bloedlichaampjes is op dit vlak fenomenaal.
Bron: volkskrant.nl
De secretaris heeft de DVD met succes een dagje uitgeleend aan groep 1/2 van de lokale basisschool in het kader van het thema ‘gezondheid’, zodat de klasgenootjes van dochterlief meteen wat biologische en medische kennis is bijgebracht. Een stuk leuker en efficiënter dan dat hij zelf met een slaapverwekkende powerpoint-presentatie zou staan wauwelen over het wel en wee van een ziekenhuis.
En wie anders dan de destijds zeer beroemde Sandra Kim verzorgt de titelsong. Het was voor haar natuurlijk maar een klein stapje van ‘J’aime la vie’ (winnares songfestival 1986) naar ‘La vie’. Gevraagd naar hun opinie uitgedrukt in een cijfer, kwamen de 6- en 7-jarige met een vette negen op de proppen, snel daarna zelfs bijgesteld tot het volle pond. Dit was een duidelijke bevestiging van het oordeel dat de secretaris in gedachten had: +++++.
Onlangs was de secretaris in Giethoorn, één van Nederlands grootste trekpleisters, zeker aan die kant van het land. Giethoorn is wellicht niet voor eeuwig, maar voorlopig nog zeker wel verbonden aan de film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra uit 1958. Daarin valt een fanfare tijdens de voorbereiding voor een concours door tweedracht uiteen en proberen beide kampen zich al bekvechtend een gooi te doen naar de hoofdprijs. Alhoewel de film in de 21 eeuw ietwat gedateerd mag ogen, heeft de secretaris genoten van de meesterlijke beeldsequenties van Haanstra.
Inmiddels zijn de meeste hoofdrolspelers uit ‘Fanfare’ overleden, logisch ook 55 jaar na dato. Uitzondering hierop is acteur Wim van den Heuvel (1928) die de rol van politie-agent Douwe speelt, die stapelverliefd is op Marije. Door de spanningen tussen de twee korpsen is het onzeker of zij kunnen gaan trouwen. Wim van den Heuvel is de jongere broer van acteur/ regisseur André van den Heuvel. Hij speelde later in enkele andere films en ook in bekende TV-series als Pleidooi en Medisch Centrum West.
Van den Heuvel
Weisglas
Van den Heuvel kan net zo zuinig kijken als voormalig Tweede Kamervoorzitter Frans Weisglas. De VVD-politicus vervulde deze functie van 2002 tot 2006. Daarmee kwam er meteen een einde aan zijn activiteiten in het parlement, waarin hij vanaf 1982 zitting had met de portefeuilles Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Inmiddels doet Weisglas dingen die een ervaren politicus aan het staartje van zijn loopbaan betamen: hij deelt zijn kennis met jong en oud, zodat hij iets terug kan geven aan de samenleving. Volgens eigen zeggen (fransweisglas.nl) zet hij zich met veel plezier in als ambassadeur van Terre des Hommes. Verder is hij voorzitter van Workmate, een organisatie die bij bedrijven vrijwilligers werft voor goede doelen, en verzorgt hij gastcolleges voor universiteiten.
Weisglas was in zijn hoogtijdagen één van de ‘slachtoffers’ van het satirische programma ‘Kopspijkers’ waarin Owen Schumacher de Tweede Kamervoorzitter persifleerde. Zijn grote neus en enigszins benepen uitstraling werden daarin extra aangezet.
De moeder van de secretaris heeft de (koffie)smaak goed te pakken. Nu de lente zich in volle glorie toont, wordt de drang naar cappuccino’s almaar sterker en sterker. De secretaris was bij de eerste test nog als controleur aanwezig, maar de volgende ervaring kon moederlief gerust alleen af. Deze keer was wel haar andere zoon getuige, zodat hij mee kon proeven aan de cappuccino van ijssalon Venezia in Oss, locatie Molenstraat.
Venezia is een begrip in Oss: de familie De Marco exploiteert al decennia lang hun ijssalon. In 1942 opgezet door Mario en zijn vrouw Ginetta, toendertijd gevlucht voor Mussolini’s regime, en inmiddels is de derde generatie in de persoon van Alessandro de enthousiaste uitbater. Het ijsassortiment van de De Marco’s is tot in de wijde omgeving bekend en geliefd.
De moeder van de secretaris is een regelmatige bezoeker van Venezia en – op een enkele vergissing na – is het niveau van de cappuccino altijd prima. Ook deze keer werd het gezelschap niet teleurgesteld. De crèmelaag zag er goed uit en de koffie smaakte uitstekend. Hij had wel een tikkeltje warmer gemogen, ofschoon de mening tussen de echtelieden hierin varieerde: uiteraard ook een kwestie van persoonlijke voorkeur.
Foto: F. Klijn
De koffie werd geserveerd in onlangs nieuw aangeschafte kopjes en op het schoteltje lag een Italiaans stukje chocolade verpakt in cellofaan. Daarbij werd in een klein glaasje advocaat met een dot verse slagroom gebracht. Tel daarbij de vriendelijke bediening en dit leverde een eindscore van 8,5 op!
Op een zeer langzaam ontluikende lentemiddag had de secretaris de primeur dit jaar van één van zijn favoriete zondag-bezigheden: het bestijgen van een pontje, het liefste natuurlijk zonder gemotoriseerde passagiers, dat is immers het echte kneuterige, romantische gevoel. Plaats van handeling was de Ijssel, om precies te zijn tussen Fortmond en Veessen (Salland).
De geschiedenis van deze oversteek gaat ver terug. In de Middeleeuwen al kende het dorpje Veessen (aan de westkant van de Ijssel) een veerdienst. In het begin van de negentiende eeuw bouwden de Kozakken er een schipbrug, die daarmee de geallieerden hielpen om het Franse leger te achtervolgen. Deze brug deed echter maar kort dienst en het vervangende veer was nuttig voor de vele arbeiders die op de steenfabriek Fortmond werkten.
Foto: T. Klijn
Het huidige vaartuig is een voormalig Belgisch garnalenbootje dat zich op de Westerschelde en de Noordzee heeft begeven, nog te herkennen aan de spuigaten aan de achterzijde. Het motorpontje wordt hoofdzakelijk bemand door vrijwilligers; een nichtje van de schoonmoeder van de secretaris mag zich circa 1x per 2 weken ook de schipper noemen van het Kozakkenveer.
Er heerste een typische eerste lentedag sfeer: zowel het personeel als de fietsers en voetgangers waren erg relaxed en vriendelijk. Het gezelschap rondom de secretaris nam het er van en streek neer aan de Veessense zijde bij restaurant ‘IJsselzicht‘ en zag dat het goed was.
Op de terugweg ontdekte de secretaris kunst en poëzie waar hij op zo’n plek en met zo’n ambiance uiteraard extra voor open staat. Het betrof een werk gemaakt van epoxie op panelen, getiteld ‘Meekijken’ van Monica Ligteringen uit 2012. Nabij gelegen stond het gedicht ‘Het gezicht van de IJssel’ van Henk Posthouwer gepositioneerd. Tevreden stapte de secretaris weer aan boord: de ‘nul’ is in 2013 qua pontjes weer van het bord!
De voorzitter, zijn eega en de secretaris doken na een geslaagde opening van hét wayfindingbureau van Nederland, nog snel een eetcafé in om een aanvullend hapje te eten. De bittergarnituur op de receptie was immers uitstekend verzorgd – de beschermheer zou op zijn hongerige wenken bediend zijn geweest. Het nabijgelegen Orloff aan het Kadijksplein leek voor het overeengekomen doel, een redelijk snelle, doch serieuze hap, de ideale kandidaat.
Maar het drietal kwam bedrogen uit. Allereerst was de bestelde wijn nauwelijks te drinken, aldus de eega van de voorzitter. Vervolgens moest de barman annex ober (personeelsbezuiniging?) uit de coulissen geplukt worden om überhaupt een bestelling te kunnen plaatsen. Na tien minuten kwam de ongeloofwaardige mededeling dat de als bijgerecht bestelde friet helaas op was. In wat voor amateuristische zaak waren zij in hemelsnaam beland?
Bron: Orloff.nl
Onze laatste hoop was gevestigd op de maaltijdsalades, maar al bij de eerste aanblik werd deze subiet de grond in geboord. De eieren in de Caesarsalade waren zodanig lang doorgekookt dat ze een opmerkelijk groene tint hadden gekregen. De voorzitter moest de weinig appetijtelijk combinatie ansjovis en kip naar binnen zien te werken; hij denkt er daags daarna nog met afgrijzen aan terug. De secretaris trof nauwelijks een beter lot: de Caprese-salade bracht hem allesbehalve frisse plakjes mozzarella en tomaat. Zouden ze tijdens lunchtijd zijn meegenomen uit een middelmatig bedrijfsrestaurant?
De eega van de voorzitter wist gelukkig nog een lichtpuntje te vinden. De bijgeleverde hompen brood gaven tenminste wel een goede beet. Maar gauw vergeten deze mislukking; de gedachten gingen nog even naar de heerlijke snackschalen eerder op de avond. Orloff zit ook in Utrecht, misschien kan de voorzitter daar eens in de herkansing gaan. Voor de Amsterdamse versie komt de secretaris echt niet verder dan +1/2.
De moeder van de secretaris heeft de laatste maanden helaas veel moeten inleveren aan kwaliteit van leven. Veel dingen waarvan ze genoot, kunnen nu niet of nauwelijks meer. Echter, een cappuccino drinken kan ze nog steeds als de beste. De secretaris kwam onlangs op het idee om dit specifieke talent juist in deze fase uit te buiten en roept daarom een nieuwe serie in het leven: ‘het Cappuccino commentaar’. Hierin zal de moeder van de secretaris haar oordeel vellen over her en der genuttigde cappuccino’s.
Het eerste slachtoffer van dit prille plan was Eeterij/ restaurant De Kriekeput te Herpen, een dorpje ten westen van Oss. De Kriekeput is in de omgeving van oudsher vooral bekend vanwege het openluchtzwembad waar in de zomers hordes mensen op af kwamen. De secretaris heeft daar jaren geleden ook eens rondgedobberd, maar werd snel weggejaagd door de talrijke horzels die zijn gevoelige huidje flink teisterden. Inmiddels heeft het zwembad een overkapping gekregen, en is het vanaf april t/m de herfstvakantie met of zonder dak geopend.
Bron: kriekeput.nl
Op een maartse zondagmiddag met een weinig overtuigend zonnetje probeerden de secretaris en zijn ouders de koffiekunsten uit van De Kriekeput, terwijl twee kleinkinderen het piratenschip aan een test onderwierpen. Om tot een goede beoordeling te komen, werden door het drietal twee kopjes per persoon gedronken, waarbij het finale oordeel uiteraard voor de moeder van de secretaris was. Gevraagd naar een toelichting expliceerde zij dat de koffie aan de iets te lauwe kant was en dat het schuimproces niet optimaal was verlopen.
Uiteindelijk resulteerde dit in een 6 1/2, een volgens de secretaris terecht cijfer, waaruit zowel blijkt dat zijn moeder er kijk op heeft als ook dat ze beschikt over kritische smaakpapillen. Vol vertrouwen naar een volgende recensie dus: de cappuccino-brouwers in de regio Oss kunnen hun borst natmaken!
In de week van de jaren ’80 op radio 2 mag natuurlijk geen blog ontbreken over the eigthies. Er zijn van die artiesten die zelf geen grote dijken van hits hebben gescoord, maar niettemin een grote stempel hebben gedrukt op de popscene. Eind jaren ’70 meldde het duo Hall & Oates zich aan het front met een mengeling van pop, soul en blues. De blonde Daryl Hall (1946) en donkere John Oates (1949) hadden in Nederland een bescheiden hit in 1977 met ‘Rich Girl’. Pas in het volgende decennium begonnen ze wat beter te scoren, alhoewel de top 3 nooit gehaald werd.
De meest bekende nummers zijn ‘Maneater (oh oh here she comes….)’ uit 1982 en ‘Adult Education’ uit 1985, dat de vierde plaats bereikte in de top 40. De secretaris is daarnaast ook gecharmeerd van de ballad ‘Sarah smile’ uit 1976 waarin Hall zijn warme stemgeluid etaleert, maar dit nummer zag in ons land nooit het levenslicht. Naast hun eigen hits zorgden Hall & Oates op diverse manieren ook voor successen voor anderen. Zo werd ‘I can’t go for that (no can do)’ meerdere malen gesampled in R&B songs, met als hoogtepunt de versie van Notorious B.I.G. en R. Kelly.
Ook Paul Young, toch al de koning van de covers, profiteerde van de talenten van het tweetal uit Philadelphia: met het door Hall & Oates gemaakte ‘Everytime you go away’ scoorde hij een aardige hit. De twee zestigers treden inmiddels nog steeds op. Ze zien er eigenlijk nog best goed uit voor hun leeftijd, ofschoon je je bij de ijdele Daryl Hall afvraagt welke kunstgrepen hij hiervoor heeft laten uitvoeren. Afijn, zijn muzikale kwaliteiten staan buiten kijf en velen in de muziekwereld zijn schatplichtig aan hen. Hieronder secretaris’ mooiste:
Als goede vrienden zich onderdompelen in een met passie bedreven hobby, dan vindt de secretaris dat je daar als het even kan, op zijn minst notie van moet nemen. Zo werd Jurgen de Jong, inmiddels een bekende tenor in de regio Nijmegen, een tijd terug geïnviteerd door het duo Aerophone om als gast te zingen en te spelen in de voorstelling ‘Spierballen & Stembanden’. De linguïst in de secretaris werd gekieteld door de tweede zin in de wervingstekst: “Een krachtig muziektheaterprogramma vol vuige gevechten en snode en snaakse plannen”.
Gelukkig had Jurgen de snaakste foto al gestuurd na de eerste voorstelling, zodat de secretaris enigszins mentaal voorbereid en met een gerust hart naar het tweede optreden reed, in de aula van het NSG in Nijmegen. Aerophone en co maakten het zich ogenschijnlijk vrij onmogelijk door sport en klassieke muziek in een voorstelling te combineren. Het gezelschap werd echter een beetje geholpen door de actualiteit: met de bekentenis van Michael Boogerd deze week was de eerste ronde van de uitvoering over het thema doping erg herkenbaar.
In dit eerste deel zien we een onbenullige atleet die zich door vrouwelijk schoon laat verleiden tot stimulantia. Daar past ‘El Desdichado’ (de ongelukkige) van Camille Saint-Saëns. Verder horen we een aaneenrijging van stukken van divers pluimage, bijvoorbeeld ‘Maria’ uit de West Side story, gevolgd door ‘O mio babbino caro’ uit de opera ‘Gianni Schicci’ van Pucchini. De gastzangers (Jurgen de Jong en Rob Hazenberg van het ensemble Omnitet) en het Aerophone-duo (bestaande uit Sarah Lee Ketner en Nicolet Jansen) proberen ondertussen deze stukken ook nog acterend aan elkaar te knopen. Dit lukt verrassend goed: het lijkt de secretaris immers geen sinecure om volledig toegewijd flink met de stem uit te halen, terwijl je ondertussen ook nog attributen aan moet nemen of smoorverliefde danwel afkeurende blikken over het podium uit moet strooien.
Aerophone
In ronde twee zien we dan het al aangekondigde vuige gevecht waarin de vrouw stoer ten strijde trekken, terwijl de mannelijke coaches bloed ruiken. Op de achtergrond -het verguldde de secretaris- een fragment uit Brechts ‘Dreigroschenoper’; het Duits past perfect in deze woeste strijd. Grappig is ook het duet tussen Hazenberg en Jansen waarin ze tegen elkaar opbieden met Irving Berlins ‘Anything you can do’. Na de pauze volgt de derde ronde, waarin we verzeild raken in de onderwereld van bedriegers en matchfixers. Dit laatste deel sluit iets minder aan op de vorige twee en verloopt iets rommeliger en minder optimaal dan de eerste twee. De hoofdrolspelers tonen echter ten enen malen hun veelzijdigheid en schakelen moeiteloos over van het Italiaans (Rossini, Verdi) naar het Frans (Bizet). Als toegift wordt pianist Frank Leurs geknuffeld, een terecht gebaar, want hij weet onder al het acteer- en zanggeweld goed overeind te blijven.
Het publiek lijkt na afloop unaniem opgetogen over deze originele voorstelling boordevol talent. Jammer dat het drieluik aan optredens alweer ten einde is. Misschien is het geen gek idee om de spierballen en stembanden ook eens te etaleren aan een jong publiek: het stuk is door zijn speelsheid en afwisseling uitermate geschikt om de nieuwe generatie te enthousiasmeren voor klassieke muziek. De secretaris kan het weten, want hij wordt door een dergelijke ervaring ook een beetje bijgespijkerd….
Toegegeven, de secretaris volgt de huidige vaderlandse popartiesten niet bepaald op de voet. Voornamelijk door DWDD blijft hij nog een beetje op de hoogte. Onlangs schoof daar Marcel Veenendaal (1982) aan tafel, de inmiddels al lang niet meer nieuwe (want, sinds eind 2009) zanger van Di-rect. Bijzondere vent, die Veenendaal en niet alleen door zijn bos haar. Hij brengt een mooie intensiteit aan in zijn performance. Waarschijnlijk is dit deels te herleiden op zijn theaterervaring in diverse musicals. Knap hoe hij het vertrek van de populaire leadzanger Tim Akkerman zo gemakkelijk heeft doen vergeten.
Zijn rossige, woeste uiterlijke deed de secretaris denken aan wijlen toetsenist en componist Rick van der Linden (1946-2006), het eveneens gepassioneerde boegbeeld van de symfonische rockband Ekseption. Eind jaren ’60, begin jaren ’70 had deze groep succes met op klassieke muziek gestoelde progressieve rockmuziek. Hun bekendste nummer is waarschijnlijk ‘The 5th’, naar de vijfde van Beethoven.
De aan het conservatorium opgeleide Van der Linden combineerde graag klassiek en rock. Zijn talenten werden ook internationaal opgemerkt; zo was hij gastspeler bij niemand minder dan Vangelis, ook een bruggenbouwer tussen verschillende muziekculturen en -stijlen. Zijn veelzijdigheid hield hier echter niet op: wat te denken van zijn samenwerking met Deep Purple, de Roemeense panfluitspeler Katalin Tereblea en onze eigen Liesbeth List en Conny Vandenbos. Als eerbetoon aan Rick van der Linden en om zijn muziek levend te houden, heeft zijn weduwe Inez een tribute band opgericht. Maar gelukkig wordt door de jaarlijkse Top 2000, waarin naast ‘The 5th’ ook ‘Air’ zich een vaste stek heeft verworven, Ekseption zeker niet vergeten!
Het internationale toptennis kent momenteel een ongekend hoog niveau, wellicht het beste in de ruim 100-jarige tennishistorie. Federer, Djokovic, Nadal, Murray en Del Potro zijn zeer complete spelers die eigenlijk elke slag wel beheersen. Daarnaast combineren ze hun aangeboren klasse met heel hard werken en een gedisciplineerd bestaan. Toch mist de secretaris iets. En nee, dat is niet eens zozeer de glamour of vreemde capriolen van de tennissterren van weleer, zoals Connors, McEnroe of Noah. Bekijk je de huidige ATP-top 100, dan staat er slechts één rasechte serve and volley speler in, de Fransman Michaël Llodra.
Nog niet zo lang geleden waren ze weliswaar evenmin dik bezaaid, maar sprongen er genoeg van rond: de Australiërs Philippousis en Rafter, onze eigen Siemerink, de Britten Henman en Rusedski en met een beetje coulance konden ook Sampras en Krajicek tot dit bijzondere gilde worden gerekend. De oorzaken van de teloorgang van de aanvallende speler lijken ondertussen wel bekend: iets grotere, zwaardere ballen, gras op hardere ondergronden en andere maatregelen die het servicegeweld een beetje moesten indammen. Maar deze goedbedoelde acties hebben echter nauwelijks de opslag, maar juist de volleys enigszins de nek omgedraaid.
Michaël Llodra. Bron: 20minutes.fr
Maar Llodra lijkt zich weinig aan deze feiten gelegen te laten liggen. Met fris en aanvallend spel weet hij menig baseliner nog in de luren te leggen. Twee van zijn vijf single ATP-titels won Llodra overigens in Nederland: in 2004 Rosmalen en 2008 Rotterdam. In het dubbelspel is hij uitermate succesvol: hij wist met verschillende landgenoten meerdere grand-slam toernooien te winnen. Helaas bevindt de linkshandige Fransman zich in de herfst van zijn tennisloopbaan. Met 32 jaar zal hij zijn fanatieke tripjes naar het net niet zo lang meer vol kunnen houden.
De vraag is wie te zijner tijd zijn leegte kan invullen. Misschien tovert Australië, toch de bakermat van het serve and volley spel, weldra een nieuwe Cash of Rafter uit de hoed?