Toegegeven, het voelt een beetje als mosterd na de maaltijd. Toch recenseert de Beschermheer een paar maanden na de Boekenweek graag nog even kort het boekenweekgeschenk voor u. Zoals u misschien nog weet gaat het om De Verrekijker van Kees van Kooten. Wij troffen het afgelopen weekend aan op de salontafel van de ouders van A. en mochten het lenen en lezen. Daar was niet veel tijd voor nodig. Zoals meestal heeft het boekenweekgeschenk een bescheiden formaat. Binnen een uur heeft een vlotte lezer het wel uit.
De vraag is: heb je dan dat uurtje goed besteed? Het antwoord luidt wat ons betreft ja. Het boekje is onmiskenbaar een echte Kees van Kooten. De auteur moet weliswaar uitkijken dat hij niet in ouwemannengemopper vervalt (dat doen we desgewenst zelf wel), hij heeft een stevige eigen stijl. Niet iedereen zal de fijnbesnaarde humor die eronder ligt snappen, maar wij kunnen het wel waarderen.
Onderwerp van het boek is de verrekijker van de vader van Van Kooten. De ‘verderkijker’, zoals hij hem in zijn jeugd noemde, was in het bezit van zijn vader, maar reisde na diens dood mee naar de verschillende huisadressen van Kees. En nu is er dan dat oude briefje waarin een burger uit Berkel en Rodenrijs het Nederlandse leger vraagt om vergoeding van 9 gulden 75 voor een door sergeant Van Kooten in 1940 gevorderde verrekijker. Dit briefje brengt Van Kooten aan het twijfelen. Heeft zijn plichtsgetrouwe vader hier een steek laten vallen? Is de verrekijker waar hij altijd mee speelde en zulke warme herinneringen aan bewaart een roofstuk uit de oorlog? Valt zijn vader lang na zijn dood nog een beetje van zijn voetstuk? Hij besluit het uit te zoeken en schetst daarbij in zijn kenmerkende stijl een paar vrolijke scenario’s voor dit kleine oorlogsleed voordat hij uiteindelijk het antwoord vindt.
Het boek is geen topper, maar alleszins lezenswaardig. Drie sterren!

Tijdens het lezen van het boek kon ik aanvankelijk niet loskomen van de koppeling Hilde/auteur , tot ik op een bladzijde belandde met de volgende tekst:
Maffia was het, als we Tyler moeten geloven. En waarom niet? Het zal misschien niet the truth, the truth and nothing but the truth zijn, maar de bekentenissen zijn dermate gedetailleerd dat wij over de geloofwaardigheid van zijn verhaal minder twijfels hebben dan we over de wielersport zelf jarenlang hadden. Het is de geschiedenis van een getalenteerde, jonge Amerikaanse renner die naar Europa komt en de keuze maakt om het spel van de echte mannen mee te spelen. Het levert hem geld, roem en stress op. Hij wint Olympisch goud, maar valt hard door de mand. Alles bij elkaar toch weer een treurig gedoe.
Hilde is een oude dame die terugblikt op haar flamboyante leven. Ze groeit op in een welgestelde vrouwengemeenschap in de Surinaamse smeltkroes van rassen, rangen en standen.
Op de levensader van Utrecht, de Oudegracht, is een nieuw kunstwerk te bewonderen. Een gedicht, wel te verstaan.

Het grote filosofieboek bewijst dit, het heeft qua lay-out iets weg van de ‘voor Dummies’-serie maar het is een compleet naslagwerk.