Archief voor de ‘Literatuur’ Categorie

Zomerhuis met zwembad – Herman Koch (++++)

donderdag 29 maart 2012

Een collega van de Beschermheer leende onlangs het boek Zomerhuis met zwembad van Herman Koch uit, waarvoor dank. Vorige week vertoefde de Beschermheer in de Franse Alpen, Morzine om precies te zijn. Een uitgelezen moment om een boek te lezen zullen we maar zeggen. Immers, na het snowboarden zijn altijd nog wel een paar loze uurtjes die het beste op de bank doorgebracht kunnen worden.

Knap geschreven boek, wij kunnen niet anders zeggen. Marc, een huisarts op leeftijd ergens in de Amsterdamse grachtengordel, houdt zijn praktijk op routine draaiende. De patiënten interesseren hem allang niet meer echt, maar ze blijven komen omdat hij ze twintig minuten de tijd geeft in plaats van tien. En omdat hij ze gemakkelijk stimulerende middelen voorschrijft en niet moeilijk doet over overvloedig alcoholgebruik. Hij heeft een hekel aan de premières van zijn patiënten, die nou eenmaal allemaal acteur zijn danwel regisseur of zoiets.

Op een van deze gelegenheden biedt één van zijn patiënten – de acteur Ralph Meier, die ons steeds deed denken aan Ron Brandsteder – hem aan om samen met vrouw en kinderen langs te komen bij zijn zomerhuis met zwembad. Hij gaat er slinks op in omdat hij vreemd wil gaan met de vrouw van de acteur, al heeft hij wel in de gaten dat de acteur op zijn beurt maar wat graag zijn eigen vrouw tussen de lakens zou hebben.

Eenmaal bij het zomerhuis volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Wie wil weten wat er precies gebeurt moet het boek maar lezen. In ieder geval zit het vol met prachtige motieven: losbandige seksuele moraal bijvoorbeeld, maar ook het loslaten en opvoeden van je kinderen, eerlijkheid tegenover je partner, de afweging om het recht in eigen hand te nemen, wat we als samenleving moeten doen met pedofielen…

Het boek van Koch bevat weinig overbodige details en zit knap in elkaar. In tegenstelling tot het diner zit er bovendien een vleugje humor in, vooral in de passage waarin een Nederlandse filmregisseur in de auto een achtervolging inzet op onverharde wegen. Mooi boek dus, wij hebben er vier sterren voor over. En oh ja, nadat je het gelezen hebt bedenk je je wel twee keer voor je nog eens naar de huisarts gaat.

Bonita Avenue – Peter Buwalda (++++)

vrijdag 2 maart 2012

Een tijdje terug ontspon zich in de Volkskrant een discussie over het boek Bonita Avenue, het debuut van auteur Peter Buwalda. Sommige details van deze psychologische roman konden namelijk niet waar zijn. Dat klopt, wij vonden er ook eentje. Ergens in het boek is sprake van een dochter die op zondag urenlang naar veldrijden kijkt. Vreemd, want een veldrit duurt maximaal een uur en een beetje.

Maar goed, erg relevant is dat allemaal niet. Sinds wanneer namelijk, dient een roman realistisch te zijn?

Precies.

Goed, wij lazen het boek. En waren best wel een beetje onder de indruk. Buwalda is zonder meer een krachtige verteller die een groots familiedrama op meeslepende wijze op papier gezet heeft. Complex en rijk aan details, maar toch goed leesbaar. Qua chronologie en vertelperspectief is het af en toe even zoeken aan het begin van een hoofdstuk, maar soit, dan moet je als lezer maar een beetje opletten.

 

Qua thematiek omzeilt Buwalda geen taboes. Seks en de exploitatie van seks nemen een cruciale plek in. Het boek koppelt een verzonnen verhaal aan waargebeurde feiten als de ontploffing van S.E. Fireworks in Enschede, en dit soort truukjes om de stemming erin te houden, daar houdt de Beschermheer wel van.

Als wij een klein puntje van kritiek mogen geven, en dat mogen wij, dan vinden wij het naar het einde toe allemaal nét te lang duren. Daarenboven (is dat eigenlijk wel een correct woord?) houden wij er niet van om de gedachten te lezen van een persoon die krankzinnig wordt, daar is namelijk toch geen touw aan vast te knopen. En wij hebben er vooral het geduld niet voor.

Mooi boek, great story. Vier sterren.

Op de helling – Boudewijn Smid (+++)

zondag 26 februari 2012

Onlangs kreeg de Beschermheer van NUt een wat verlaat verjaardagscadeau overhandigd, waarvoor dank. Het was het boek Op de helling van Boudewijn Smid. Een boek over fietsende vrienden, leuk!

Achterop lezen we dat het gaat over een vijftal vrienden die jaarlijks de fiets in de auto gooien en dan een weekje kinderen en vrouwen achterlaten om overdag te fietsen en het ‘s avonds op een zuipen te zetten. En dan opeens is er het onzalige idee om aan la Marmotte deel te nemen.

Ha, La Marmotte. De Beschermheer kan het parkoers van deze wedstrijd, die voor iedereen toegankelijk is, dromen. Hij mag zichzelf in deze namelijk triple gold medalist noemen, wat hij op onbescheiden dagen (en dat zijn er veel) ook doet. Wat maakt la Marmotte speciaal? Welnu: Col de la Croix de Fer (via de Glandon), Col du Télégraphe, Col du Galibier, l’Alpe d’Huez. Oftewel: goed vergelijkbaar met de koninginneritten in de Tour de France.

Triple gold medalist zullen de vijf heren nooit worden, zoveel wordt al snel duidelijk. Krabbers zijn het, en dat maakt het boek redelijk hilarisch voor de wat meer getrainde wielrenner. Natuurlijk is die hele wielrennerij niet meer dan een aantrekkelijke saus om te scheppen over een aantal weinig subtiel op papier gezette spanningen tussen de leden van de vriendengroep.

Vrienden zijn het vooral op papier. Vooral tussen de hoofdpersoon Thomas en Jaap is een keiharde concurrentiestrijd gaande. Ze misgunnen elkaar de zege dermate dat uiteindelijk niemand op l’Alpe d’Huez zal finishen en Jaap zelfs in een ambulance de wedstrijd eindigt: als een ongetrainde versie van Tommy Simpson van zijn fiets gevallen als gevolg van totale uitputting.

Dit alles maakt het nog niet tot een slecht boek, eerder tot een redelijk vermakelijke roman. Geen hoogstandje, maar wel leuk om te lezen. Vermakelijk vooral vanwege het leedvermaak dat het geklungel van het vijftal oproept bij de wat meer geoefende fietser. En herkenbaar bovendien. Want Boudewijn Smid heeft zich goed verdiept in de route, dat verdient lof. De stijgingspercentages, de landschappen die hij beschrijft, het klopt. We geven hem er een ster extra voor: +++

Mein gelbes iPhone, over het ‘Reclam-Heft’

maandag 13 februari 2012

Reclam HefteHet moet een jaar of twintig geleden zijn geweest; Helmut Kohl regeerde in Bonn en de Duitse Mark was nog een sterke munt.

Op een grijze dinsdagmiddag opende mijn leraar Duits een archiefkast en haalde daar tientallen gele boekjes uit tevoorschijn. Die Leiden des jungen Werthers, deze klassieker van Goethe lazen wij klassikaal. Niet voor iedereen weggelegd (ongeïnteresseerde medeleerlingen werden verzocht ‘buiten te gaan spelen’).
Over het algemeen kun je zeggen dat er in het Nederlandse onderwijs twee soorten leraren Duits bestaan. Het soort dat je een levenslange aversie tegen de taal en het volk bezorgt (zie Otto den Besten, een typetje van Wim de Bie). Of het soort dat de liefde voor de taal en literatuur overbrengt en van Duitsland een oprecht leuk vakantieland maakt (meneer Bolscher, zijn naam had hij mee).

Enfin, zur Sache.
De genoemde archiefkast zat vol met ‘Reclam-Hefte’, klassiekers op zichzelf. Uitgever Philip Reclam maakte in 1867 een begin met deze Universalbibliothek. Hij kocht (in een felle competitiestrijd) de rechten van vele Duitse klassiekers die net vrij waren gekomen. Het eerste deel van de ‘UB’ was Goethes Faust.
Achteraf bleek de zet van Reclam een briljante. De boekjes met steevast (vanaf 1970) een gele kaft* en karakteristieke typografie, meten plusminus 15 bij 10 centimeter. Ideaal formaat dus om bij je steken (bijvoorbeeld bij winterse dienstregelingen van onze landelijke spoorwegmaatschappijen). En … de verkoopprijs is gemiddeld slechts drie euro (Goethes Urfaust kost momenteel € 1,60).
Studenten en scholieren waren gretige afnemers en stelden bovendien zo voor weinig hun eigen Universalbibliothek samen.

Deze maand introduceerde het Reclam Verlag een nieuwe vormgeving van de serie. Je kunt er veel over zeggenOude en nieuwe vormgeving maar de Voorzitter vindt de subtiele toevoeging van een wit vlak en de soepele overgang naar een ander lettertype geslaagd!
Een Reclam-Heftliefhebber pende onlangs een ode aan het gele boekje: ‘Mein gelbes iPhone’ (p.91-93).
Met andere woorden: verkoop niet zomaar je ziel aan Apple!

*De kleuren rood (vreemde talen), blauw (leerboeken) en oranje (tweetalige versies) worden ook gebruikt.

Bronnen: stern.de en wikipedia.de
(Afbeeldingen: ksta.de en reclam.de)

iSteve – Walter Isaacson (++++)

zondag 12 februari 2012

Gisteren gelezen in de krant: de FBI deed in het verleden onderzoek naar de handel en wandel van Steve Jobs, de inmiddels overleden voorman van Apple. De man was briljant, nogal explosief van aard en gebruikte LSD. Bovendien vrij handig met computers. Er waren kortom, grote twijfels over de moraal van deze potentiële staatsvijand.

De FBI had zich de moeite kunnen besparen. Het is allemaal te lezen in iSteve, de biografie die direct na het overlijden van Steve Jobs verscheen. Een lijvig boekwerk van de hand van Walter Isaacson, die eerder al Henry Kissinger, Benjamin Franklin en Albert Einstein onder handen nam. Walter werd door Steve zelf gevraagd.

Isaacson neemt de lezer keurig mee langs het grillige levenspad van Steve Jobs. Gaandeweg vraag je je als lezer af waarom Jobs überhaupt wilde dat er een boek over hem geschreven werd. Zoveel positiefs is er niet te melden. De man wordt, kennelijk terecht, neergezet als een eersteklas hufter. Het boek telt 945 pagina’s op de iPad, of zoiets, en een stuk of 944 daarvan gaan over ruzie. Om de paar pagina’s barst Jobs in huilen uit omdat hij zin niet krijgt. Voor niemand is hij gemakkelijk danwel aardig: zijn (niet-biologische) ouders, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn medewerkers, Bill Gates, Barack Obama.

Kennelijk bestaan er verschillende soorten empathie. Jobs blijkt namelijk een gevoelloze hork met een feilloos gevoel voor wat mensen willen en leuk vinden. Zo bouwt hij, terwijl hij van conflict naar conflict dendert, achtereenvolgens Apple, NEXT (vooruit, dat was een wat minder succes), Pixar en opnieuw Apple uit tot bedrijven die de wereld veranderden.

En juist dat laatste, daar was het hem allemaal om te doen. Hij wierf er zijn medewerkers mee: “Blijf je veilig zitten waar je zit of kom je bij ons om een deuk in het universum te slaan?” Het is hem gelukt. De Beschermheer dweept met de producten van Apple. De iMac, de iPhone, de iPad, ze zijn onverslaanbaar als het gaat om design en usability. En Jobs veranderde eigenhandig de computer, animatie en muziekindustrie.

Jobs was, zo leren wij uit zijn biografie, een ongelofelijk hufterige briljant. Of een ongelofelijk briljante hufter. Ongrijpbaar bovendien, want ook dik 900 pagina’s volstaan kennelijk niet om nou te weten te komen wat de man echt dreef. Waarom hij de keuzes maakte die hij maakte. En vooral, wat hij er nou in zijn laatste dagen zelf allemaal van vond. Goed gedocumenteerd is iSteve echter wel. En wat sterk voor deze biografie pleit is dat Jobs zich niet echt bemoeid lijkt te hebben met de inhoud. Het verhaal lijkt niet mooier gemaakt dan het is. En mooi is het op vele fronten dan ook niet.

Prima boek! Wij geven het vier sterren: ++++

Grip – Stefan Enter (++)

zondag 5 februari 2012

Mijn dochter, een belhamel eersteklas van juist drie jaar oud, zette gisterenochtend de schaar in een boek. Kaft en vier pagina’s exit. Zoiets dient natuurlijk een reprimande op te leveren, en dus stond zij even later kortstondig te mokken op de gang. Ondertussen constateerde de Beschermheer een gevoel van opluchting. Het boekwerk waar dochterlief namelijk in knipte, was het tot nog toe slechtste boek van 2012. Er was geen meesterwerk vernield.

Vreemd toch, hoe een persoonlijke mening af kan wijken van het oordeel van de recensenten van de bekende dagbladen in ons land. Trouw, Volkskrant, NRC, alle waren ze razend enthousiast. Vandaar dat de Secretaris dit boek cadeau deed aan de Beschermheer. Die begon het belangstellend te lezen en concludeerde al snel dat hij een hele andere mening toegedaan was.

We hebben het, maar dat had u al begrepen uit de titel van dit bericht, over Grip van Stefan Enter. Naar de bescheiden mening van de Beschermheer heeft de auteur een geweldig verhaal bedacht en dat vervolgens de nek omgedraaid. Het uitgangspunt is namelijk prachtig: vier mensen die elkaar kennen van hun Alpinisme-expedities tijdens hun studententijd ontmoeten elkaar weer aan de kust van Wales, waar twee van hen wonen. Tijdens een trip naar de Lofoten zijn wat dingen gebeurd die met raadselen omhuld zijn, waarna twee van de vier met elkaar trouwden.

Het is echter jammerlijk uitgewerkt. De Beschermheer werd er gewoon een beetje verdrietig van. Hij had voortdurend het gevoel dat de auteur zichzelf de opdracht gegeven had om literatuur te schrijven, géén lectuur. Het gevolg: nodeloos ingewikkeld en matig leesbaar. Overdreven bloemrijk taalgebruik, verzanding in details, moeilijke woorden om de moeilijke woorden. Een nogal vervelend boek, eigenlijk.

Over smaak valt te twisten. Wij geven het twee sterren. ++

Het geheugenpaleis (++++)

zondag 1 januari 2012

Het geheugenpaleisWat herinnert u zich nog van de laatst gelezen roman of een recente bioscoopfilm? Het geheugenpaleis, geschreven door Joshua Foer, de broer van de auteur van Extreem luid en ongelooflijk dichtbij, is een boek dat ingaat op waarom wij steeds meer lijken te vergeten (of minder lijken te onthouden).

De Voorzitter moet toegeven dat hij het ging lezen in de hoop een aantal geheugentrucs te leren. En die komen zeker in het boek voor, die trucs. Maar de insteek is anders. Foer werkt vanaf het begin van zijn schrijfsel toe naar deelname aan de Amerikaanse geheugenkampioenschappen.

Om iets te begrijpen van zijn zoektocht en duiding van het geheugenpaleis, beginnen we bij Simonides. Deze dichter uit de Griekse oudheid kon zich, na instorting van een eetzaal, precies herinneren hoe de situatie voor de instorting was geweest. Hier ontstond de geheugenkunst.

De technieken in de geheugenkunst zijn gebaseerd op het feit dat menselijke hersenen heel goed beelden en inrichtingen van ruimtes vasthouden (ooit handig voor het lokaliseren van voedsel). Om iets goed te onthouden, verzin je bij een reeks te onthouden feiten opmerkelijke beelden. Deze plaats je op herkenbare plaatsen in een jouw vertrouwde omgeving. Om je de feiten weer te herinneren, hoef je later alleen maar in gedachte door deze omgeving te wandelen.

Foer’s zoektocht naar de mnemotechniek leidt naar Infographicbijzondere figuren. Ed Cooke, grootmeester uit Oxford is wereldkampioen geheugen. EP,een voormalig laboratorium-assistent die zich al jaren niets herinnert van zijn bestaan, behalve dan de laatste twee minuten.
En ook Gordon Bell, onderzoeker bij Microsoft en iemand die alles registreert wat hij meemaakt d.m.v. een miniscule camera die hij altijd om zijn nek draagt. In bijgaande infographic is goed te zien wat Bell al heeft vastgelegd in zijn leven.
Ook Tony Buzan komt aan bod (bij de lezers wellicht bekend als uitvinder van het ‘mindmappen’). Aan hem is zelfs een heel hoofdstuk gewijd.

Hoe is het met het geheugen van de Voorzitter na het lezen van dit boek? Inmiddels zetelt een reusachtige koffieboon op mijn zitbank; de koffie zal ik morgen niet vergeten.

Joshua Foer. Het geheugenpaleis (356 pagina’s). ISBN: 978 90 234 4209 7. € 19,90.

(Afbeeldingen: de Bezige Bij en gizmodo.com)

Arto Paasilinna – De zelfmoordclub (+++1/2)

vrijdag 16 december 2011

De secretaris krijgt zo af en toe van zijn schoonmoeder een boek in handen waarvan ze beweert dat die wel iets voor hem zou kunnen zijn. Meestal komt deze inschatting uit en daarom sloeg de secretaris vol goede moed – en dat leek nodig gezien de titel –  aan het lezen in ‘De Zelfmoordclub’ van de Finse schrijver Arto Paasilinna.

Een failliete zakenman (Onni Rellonen) en een depressieve kolonel (Hermanni Kemppainen) ontmoeten elkaar toevallig wanneer ze op dezelfde plaats zelfmoord willen plegen. Ze vinden troost bij elkaar en al brainstormend vatten ze het idee op om een advertentie te zetten om samen met andere suïcidale landgenoten hun plannen te verwezenlijken. Er meldt zich een overweldigend aantal kandidaten, zodat Rellonen en Kemppainen verantwoordelijkheid voelen om aan deze behoeftes te voldoen. 

Ze plannen met flinke spoed een lotgenotenbijeenkomst, want – en daar beginnen de eerste scheurtjes in het collectieve zelfmoordplan zich af te tekenen - beide heren willen voorkomen dat iemand vroegtijdig een einde aan zijn leven zal maken, omdat ze zich dan mede schuldig zouden voelen. Na een intensieve en emotionele bijeenkomst besluit het gezelschap met een gloednieuwe bus van een suïcidale chauffeur, vanaf de kliffen van de Noordkaap de koude IJszee in te storten.

Bron: boek.net

Maar als het bijna zo ver is, beginnen een aantal passagiers bedenkingen te krijgen bij het plan. Onderweg zijn vriendschappen en relaties gevormd en de busreis werkt louterend en relativerend. De groep van circa 30 mannen en vrouwen zet via Duitsland koers naar de Zwitserse Alpen. Onderweg worden er doldwaze avonturen beleefd. Men raakt onder andere slaags met Duitse hooligans en enkele vrouwen halen seksuele escapades uit in een ingeslapen Elzasser dorpje. Uiteindelijk belandt de bus in de zuidwestelijke punt van de Algarve, bij de Kaap van het Einde van de Wereld. Maar inmiddels beschikt het gezelschap over zoveel levenslust dat van de oorspronkelijke voornemens bar weinig terecht komt.

Paasilinna beschrijft deze ernstige kwestie met een opmerkelijke lichtvoetigheid. Met een flinke dosis ironie en nonchalance loodst hij de lezer makkelijk door het verhaal. Je zou haast op een verkeerd spoor worden gebracht: staat het boek nu het leven centraal of toch de dood? Want zo erg lijken de persoonlijke en zakelijke besognes van de zelfmoordkandidaten uiteindelijk niet te zijn. Het boek zou zich overigens uitstekend lenen voor een ‘roadmovie’: enkele passages roepen direct een amusante voorstelling op.

Jammer is dat Paasilinna teveel personages enige achtergrond wil geven. Hij had zich wat dat betreft beter kunnen concentreren op de hoofdpersonen aan het begin van het verhaal: het zou het boek ook meer diepgang hebben kunnen geven. Verder had hij de reis wel kunnen inkorten, want gaandeweg wordt het meer van hetzelfde. Niettemin is het een soepel en origineel boek dat ook lezers die slecht tegen sombere verhalen kunnen, zeker zou kunnen bevallen: +++1/2 met een compliment voor de mooie surrealistische voorkant.

Wat een filmtrailer over Lance Armstrong ons kan leren over storytelling

zaterdag 3 december 2011

Ja sorry hoor mensen, daar gaan we weer. De Beschermheer kan het niet laten een crossover te maken tussen zijn vak en dit blog. Storytelling dit keer.

Communicatie heeft alles te maken met het vertellen van verhalen. Daar is een goede reden voor. Verhalen zijn namelijk niet alleen makkelijk te onthouden, ze zijn ook hóe we onthouden. Ons geheugen is opgebouwd uit verhalen. Het bewijs: toen de wereld nog van media verschoond was (lekker rustig trouwens), werden verhalen verteld om belangrijke gegevens en wijze lessen over te dragen.

Anyway, nu komt het. Een verhaal vertellen is één, maar hoe weet je nou of een verhaal een verhaal is en of het ook een goed verhaal is? Een verhaal is een weergave van feiten, verrijkt met emotie. Verhalen doen een beroep op ons voorstellingsvermogen en onze emoties. We worden er verdrietig van, of blij, of boos, of teleurgesteld, etc. De Beschermheer heeft daarnaast een check bedacht om te kijken of een verhaal een behoorlijke kracht heeft. Als je er een boeiende filmtrailer van 1 minuut van kunt maken, dan is het goed.

Om te checken of zijn check werkte, nam hij het verhaal van Lance Armstrong. Hij fabriceerde, met dank aan iMovie, de volgende trailer in elkaar:

Ok, het verhaal van Lance is geslaagd voor de test. Dat kon ook moeilijk anders, want het verhaal van Lance verloopt volgens het standaardpatroon van een verhaal uit de oudheid. Dit is namelijk de opbouw van een Griekse huis-tuin-en-keuken mythe: kampioen doet het leuk en aardig, ontmoet tegenslag, worstelt zich er doorheen en komt sterker en wijzer uit de strijd terug.

Uitblinkers – Malcolm Gladwell

maandag 28 november 2011

De Beschermheer zag onlangs Malcolm Gladwell in het echt en concludeerde: dit is een rasverteller. Zoals dat gaat bij zo’n gelegenheid stond hij voor hij het zelf in de gaten had met een tweetal boeken van de beste man in de handen, een totaal ongeplande aankoop. En als je dat soort boeken eenmaal hebt, kun je ze net zo goed lezen.

Het bleken bepaald geen miskopen. Neem nou het boek Uitblinkers. Gladwell constateert terecht dat we aan mensen die uitblinken in een bepaalde discipline (sport, ondernemer, kunst) overdreven veel kwaliteiten toeschrijven. Overtuigend bewijst hij dat deze uitblinkers weliswaar inderdaad veel talent hebben en zonder uitzondering hard gewerkt hebben om dit talent uit te bouwen, maar dat ze stuk voor stuk ook geluk gehad hebben et de kansen die zich aangediend hebben door het tijdsvak waarin ze geboren werden, hun leefomgeving, hun gezinssituatie, hun cultuur, etc.

Wat cultuur betreft: wist u dat de meeste vliegtuigongelukken zich voordoen in situaties waarbij de meest ervaren van de twee piloten (er zijn er altijd minsten 2 aanwezig in een verkeersvliegtuig) achter de knuppel zit? De minder ervaren piloot durft namelijk, zeker in landen met culturen die hoog scoren op de cultuurdimensie machtsafstand (Hofstede, Allemaal Andersdenkenden), zijn meer ervaren collega niet goed aan te spreken op de fouten die deze maakt. Echt waar: er zijn vliegtuigen uit de lucht gevallen omdat piloten uit Zuid-Amerika (grote machtsafstand) niet aan de bazige Amerikaanse verkeersleider (kleine machtsafstand) duidelijk wisten te maken dat de brandstof bijna op was (verkeerstoren: “U dient nog even rond te blijven cirkelen” – Piloot:  ”Als de baas het zegt…”).

We zijn de link van de laatste anekdote met het begrip Uitblinkes even kwijt, maar Gladwell is ook op papier een meesterverteller. En het blijkt geenszins toeval te zijn dat Steve Jobs en Bill Gates ongeveer even oud zijn/waren. Zijn boeken zijn genieten. Interessant. Vier sterren voor Uitblinkers. Over het andere boek, Intuïtie, hebben we het vast nog wel eens.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 182 other followers