Een collega van de Beschermheer leende onlangs het boek Zomerhuis met zwembad van Herman Koch uit, waarvoor dank. Vorige week vertoefde de Beschermheer in de Franse Alpen, Morzine om precies te zijn. Een uitgelezen moment om een boek te lezen zullen we maar zeggen. Immers, na het snowboarden zijn altijd nog wel een paar loze uurtjes die het beste op de bank doorgebracht kunnen worden.
Knap geschreven boek, wij kunnen niet anders zeggen. Marc, een huisarts op leeftijd ergens in de Amsterdamse grachtengordel, houdt zijn praktijk op routine draaiende. De patiënten interesseren hem allang niet meer echt, maar ze blijven komen omdat hij ze twintig minuten de tijd geeft in plaats van tien. En omdat hij ze gemakkelijk stimulerende middelen voorschrijft en niet moeilijk doet over overvloedig alcoholgebruik. Hij heeft een hekel aan de premières van zijn patiënten, die nou eenmaal allemaal acteur zijn danwel regisseur of zoiets.
Op een van deze gelegenheden biedt één van zijn patiënten – de acteur Ralph Meier, die ons steeds deed denken aan Ron Brandsteder – hem aan om samen met vrouw en kinderen langs te komen bij zijn zomerhuis met zwembad. Hij gaat er slinks op in omdat hij vreemd wil gaan met de vrouw van de acteur, al heeft hij wel in de gaten dat de acteur op zijn beurt maar wat graag zijn eigen vrouw tussen de lakens zou hebben.

Eenmaal bij het zomerhuis volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Wie wil weten wat er precies gebeurt moet het boek maar lezen. In ieder geval zit het vol met prachtige motieven: losbandige seksuele moraal bijvoorbeeld, maar ook het loslaten en opvoeden van je kinderen, eerlijkheid tegenover je partner, de afweging om het recht in eigen hand te nemen, wat we als samenleving moeten doen met pedofielen…
Het boek van Koch bevat weinig overbodige details en zit knap in elkaar. In tegenstelling tot het diner zit er bovendien een vleugje humor in, vooral in de passage waarin een Nederlandse filmregisseur in de auto een achtervolging inzet op onverharde wegen. Mooi boek dus, wij hebben er vier sterren voor over. En oh ja, nadat je het gelezen hebt bedenk je je wel twee keer voor je nog eens naar de huisarts gaat.
Goed, wij lazen het boek. En waren best wel een beetje onder de indruk. Buwalda is zonder meer een krachtige verteller die een groots familiedrama op meeslepende wijze op papier gezet heeft. Complex en rijk aan details, maar toch goed leesbaar. Qua chronologie en vertelperspectief is het af en toe even zoeken aan het begin van een hoofdstuk, maar soit, dan moet je als lezer maar een beetje opletten.
Het moet een jaar of twintig geleden zijn geweest; Helmut Kohl regeerde in Bonn en de Duitse Mark was nog een sterke munt.
maar de Voorzitter vindt de subtiele toevoeging van een wit vlak en de soepele overgang naar een ander lettertype geslaagd!
Isaacson neemt de lezer keurig mee langs het grillige levenspad van Steve Jobs. Gaandeweg vraag je je als lezer af waarom Jobs überhaupt wilde dat er een boek over hem geschreven werd. Zoveel positiefs is er niet te melden. De man wordt, kennelijk terecht, neergezet als een eersteklas hufter. Het boek telt 945 pagina’s op de iPad, of zoiets, en een stuk of 944 daarvan gaan over ruzie. Om de paar pagina’s barst Jobs in huilen uit omdat hij zin niet krijgt. Voor niemand is hij gemakkelijk danwel aardig: zijn (niet-biologische) ouders, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn medewerkers, Bill Gates, Barack Obama.
Wat herinnert u zich nog van de laatst gelezen roman of een recente bioscoopfilm? Het geheugenpaleis, geschreven door Joshua Foer, de broer van de auteur van Extreem luid en ongelooflijk dichtbij, is een boek dat ingaat op waarom wij steeds meer lijken te vergeten (of minder lijken te onthouden).
Wat cultuur betreft: wist u dat de meeste vliegtuigongelukken zich voordoen in situaties waarbij de meest ervaren van de twee piloten (er zijn er altijd minsten 2 aanwezig in een verkeersvliegtuig) achter de knuppel zit? De minder ervaren piloot durft namelijk, zeker in landen met culturen die hoog scoren op de cultuurdimensie machtsafstand (Hofstede, Allemaal Andersdenkenden), zijn meer ervaren collega niet goed aan te spreken op de fouten die deze maakt. Echt waar: er zijn vliegtuigen uit de lucht gevallen omdat piloten uit Zuid-Amerika (grote machtsafstand) niet aan de bazige Amerikaanse verkeersleider (kleine machtsafstand) duidelijk wisten te maken dat de brandstof bijna op was (verkeerstoren: “U dient nog even rond te blijven cirkelen” – Piloot: ”Als de baas het zegt…”).