Archief voor de ‘Muziek’ Categorie

Maar nu hebben we Anouk

dinsdag 14 mei 2013

Eerlijk is eerlijk, het songfestival bezorgt de Beschermheer al jaren jeuk. Maar u weet hoe dat gaat met jeuk. Even krabben is heerlijk, maar al snel daarna heb je er diepgaande spijt van. Zo werkt het dus ook met het songfestival. Je zet toch maar even de tv aan om de Nederlandse inzending te bekijken. En even later zet je hem huilend van het lachen of ellende weer uit.

Deze handelswijze zorgde er vorig jaar voor dat we een wat merkwaardige act bekeken. Wij waren onmiddellijk hoopvol. Dit liedje bleef hangen en viel op. We hadden natuurlijk beter moeten weten. Zelfs in Oost-Europa snappen ze dat een vals jengelende nepindiaan omringd door uit de maat tamboerijnende modellen rrrrraaaaarrr is.

Maar nu hebben we Anouk. En dat zorgt ervoor dat het dit jaar alleen maar goed kan gaan. Sowieso hebben wij bij NUt een zwak voor Anouk. Je hoeft er niet van te houden, maar zij is in ieder geval wel origineel en oorspronkelijk. En ook humeurig, daar houden we wel van.

Anouk kwam op de proppen met het liedje Birds. Mooi liedje, roepen wij, daarbij niet gehinderd door enige kennis van muziek. Ons oordeel is daarmee niet zo waardevol. Maar gelukkig zijn er mensen die wel een waardevol oordeel kunnen geven. Studenten van de rockacademie bijvoorbeeld. Zij vonden het heeeeelemaal niks. En dan weet je dat het juist goed zit. Gegarandeerd.

Of oordeelt u liever zelf?

De kelder raakte vol dus begon ik een platenwinkel

vrijdag 15 maart 2013

In iedere man zit een verzamelaar (hopelijk stuit ik nu geen dames tegen de borst). Of het nu gaat om postzegels, ex librissen, luchtziektezakjes of smurfen, het wordt allemaal verzameld.
En vaak gebeurt dit door mannen omdat we nu eenmaal van oudsher van de jager-verzamelaar afstammen.

Paul Mawhinney uit Pittsburgh is een verzamelaar van de buitencategorie.
Je kunt zijn verzameling met recht een uit de hand gelopen hobby noemen. De Amerikaan bezit ruim een miljoen langspeelplaten en nog ‘ns anderhalf miljoen singles. Eind jaren zestig raakte zijn kelder vol en besloot hij, op aanraden van zijn vrouw, een platenwinkel te beginnen. Dat werd Record-Rama.
De winkel draaide een miljoenenomzet totdat de crisis in 2008 toesloeg. Zelfs de Library of Congress kan niet tegen de verzameling op; Mawhinneys platencollectie is twee keer zo groot.

Vanwege slechte gezondheid (Paul is bijna blind) heeft hij meerdere malen geprobeerd zijn collectie te verkopen. Zijn vraagprijs is drie miljoen dollar maar er is, na enkele pogingen, nog geen serieuze koper langsgekomen.
Documentairemaker Sean Dunne filmde in 2008 een portret van Mawhinney. The Archive laat elk verzamelaarshart sneller kloppen.

Een actueel feit is dat zonder Mawhinney de wereld een groot artiest armer was geweest. Het eerste album van David Bowie, Space Oddity, werd drie jaar na verschijnen door de jonge verzamelaar op slimme wijze de wereld ingeslingerd. Dit verhaal kunt u via deze link beluisteren.

Bronnen: lovedox.com en Wikipedia

Eighties-nostalgie (XXIII): Hall & Oates

woensdag 13 maart 2013

In de week van de jaren ’80 op radio 2 mag natuurlijk geen blog ontbreken over the eigthies. Er zijn van die artiesten die zelf geen grote dijken van hits hebben gescoord, maar niettemin een grote stempel hebben gedrukt op de popscene. Eind jaren ’70 meldde het duo Hall & Oates zich aan het front met een mengeling van pop, soul en blues. De blonde Daryl Hall (1946) en donkere John Oates (1949) hadden in Nederland een bescheiden hit in 1977 met ‘Rich Girl’. Pas in het volgende decennium begonnen ze wat beter te scoren, alhoewel de top 3 nooit gehaald werd.

De meest bekende nummers zijn ‘Maneater (oh oh here she comes….)’ uit 1982 en ‘Adult Education’ uit 1985, dat de vierde plaats bereikte in de top 40. De secretaris is daarnaast ook gecharmeerd van de ballad ‘Sarah smile’ uit 1976 waarin Hall zijn warme stemgeluid etaleert, maar dit nummer zag in ons land nooit het levenslicht. Naast hun eigen hits zorgden Hall & Oates op diverse manieren ook voor successen voor anderen. Zo werd ‘I can’t go for that (no can do)’ meerdere malen gesampled in R&B songs, met als hoogtepunt de versie van Notorious B.I.G. en R. Kelly.

Ook Paul Young, toch al de koning van de covers, profiteerde van de talenten van het tweetal uit Philadelphia: met het door Hall & Oates gemaakte ‘Everytime you go away’ scoorde hij een aardige hit. De twee zestigers treden inmiddels nog steeds op. Ze zien er eigenlijk nog best goed uit voor hun leeftijd, ofschoon je je bij de ijdele Daryl Hall afvraagt welke kunstgrepen hij hiervoor heeft laten uitvoeren. Afijn, zijn muzikale kwaliteiten staan buiten kijf en velen in de muziekwereld zijn schatplichtig aan hen. Hieronder secretaris’ mooiste:

Aerophone en gasten – Spierballen en stembanden

maandag 11 maart 2013

Als goede vrienden zich onderdompelen in een met passie bedreven hobby, dan vindt de secretaris dat je daar als het even kan, op zijn minst notie van moet nemen. Zo werd Jurgen de Jong, inmiddels een bekende tenor in de regio Nijmegen, een tijd terug geïnviteerd door het duo Aerophone om als gast te zingen en te spelen in de voorstelling ‘Spierballen & Stembanden’. De linguïst in de secretaris werd gekieteld door de tweede zin in de wervingstekst: “Een krachtig muziektheaterprogramma vol vuige gevechten en snode en snaakse plannen”.

Gelukkig had Jurgen de snaakste foto al gestuurd na de eerste voorstelling, zodat de secretaris enigszins mentaal voorbereid en met een gerust hart naar het tweede optreden reed, in de aula van het NSG in Nijmegen. Aerophone en co maakten het zich ogenschijnlijk vrij onmogelijk door sport en klassieke muziek in een voorstelling te combineren. Het gezelschap werd echter een beetje geholpen door de actualiteit: met de bekentenis van Michael Boogerd deze week was de eerste ronde van de uitvoering over het thema doping erg herkenbaar.

In dit eerste deel zien we een onbenullige atleet die zich door vrouwelijk schoon laat verleiden tot stimulantia. Daar past ‘El Desdichado’ (de ongelukkige) van Camille Saint-Saëns. Verder horen we een aaneenrijging van stukken van divers pluimage, bijvoorbeeld ‘Maria’ uit de West Side story, gevolgd door ‘O mio babbino caro’ uit de opera ‘Gianni Schicci’ van Pucchini. De gastzangers (Jurgen de Jong en Rob Hazenberg van het ensemble Omnitet) en het Aerophone-duo (bestaande uit Sarah Lee Ketner en Nicolet Jansen) proberen ondertussen deze  stukken ook nog acterend aan elkaar te knopen. Dit lukt verrassend goed: het lijkt de secretaris immers geen sinecure om volledig toegewijd flink met de stem uit te halen, terwijl je ondertussen ook nog attributen aan moet nemen of smoorverliefde danwel afkeurende blikken over het podium uit moet strooien.

Aerophone

In ronde twee zien we dan het al aangekondigde vuige gevecht waarin de vrouw stoer ten strijde trekken, terwijl de mannelijke coaches bloed ruiken. Op de achtergrond -het verguldde de secretaris- een fragment uit Brechts ‘Dreigroschenoper’; het Duits past perfect in deze woeste strijd. Grappig is ook het duet tussen Hazenberg en Jansen waarin ze tegen elkaar opbieden met Irving Berlins ‘Anything you can do’. Na de pauze volgt de derde ronde, waarin we verzeild raken in de onderwereld van bedriegers en matchfixers. Dit laatste deel sluit iets minder aan op de vorige twee en verloopt iets rommeliger en minder optimaal dan de eerste twee. De hoofdrolspelers tonen echter  ten enen malen hun veelzijdigheid en schakelen moeiteloos over van het Italiaans (Rossini, Verdi) naar het Frans (Bizet). Als toegift wordt pianist Frank Leurs geknuffeld, een terecht gebaar, want hij weet onder al het acteer- en zanggeweld goed overeind te blijven.

Het publiek lijkt na afloop unaniem opgetogen over deze originele voorstelling boordevol talent. Jammer dat het drieluik aan optredens alweer ten einde is. Misschien is het geen gek idee om de spierballen en stembanden ook eens te etaleren aan een jong publiek: het stuk is door zijn speelsheid en afwisseling uitermate geschikt om de nieuwe generatie te enthousiasmeren voor klassieke muziek. De secretaris kan het weten, want hij wordt door een dergelijke ervaring ook een beetje bijgespijkerd….

Dubbelgangers (11): Rick van der Linden en Marcel Veenendaal

zaterdag 9 maart 2013

Toegegeven, de secretaris volgt de huidige vaderlandse popartiesten niet bepaald op de voet. Voornamelijk door DWDD blijft hij nog een beetje op de hoogte. Onlangs schoof daar Marcel Veenendaal (1982) aan tafel, de inmiddels al lang niet meer nieuwe (want, sinds eind 2009) zanger van Di-rect. Bijzondere vent, die Veenendaal en niet alleen door zijn bos haar. Hij brengt een mooie intensiteit aan in zijn performance. Waarschijnlijk is dit deels te herleiden op zijn theaterervaring in diverse musicals. Knap hoe hij het vertrek van de populaire leadzanger Tim Akkerman zo gemakkelijk heeft doen vergeten.

Zijn rossige, woeste uiterlijke deed de secretaris denken aan wijlen toetsenist en componist Rick van der Linden (1946-2006), het eveneens gepassioneerde boegbeeld van de symfonische rockband Ekseption. Eind jaren ’60, begin jaren ’70 had deze groep succes met op klassieke muziek gestoelde progressieve rockmuziek. Hun bekendste nummer is waarschijnlijk ‘The 5th’, naar de vijfde van Beethoven.

De aan het conservatorium opgeleide Van der Linden combineerde graag klassiek en rock. Zijn talenten werden ook internationaal opgemerkt; zo was hij gastspeler bij niemand minder dan Vangelis, ook een bruggenbouwer tussen verschillende muziekculturen en -stijlen. Zijn veelzijdigheid hield hier echter niet op: wat te denken van zijn samenwerking met Deep Purple, de Roemeense panfluitspeler Katalin Tereblea en onze eigen Liesbeth List en Conny Vandenbos. Als eerbetoon aan Rick van der Linden en om zijn muziek levend te houden, heeft zijn weduwe Inez een tribute band opgericht. Maar gelukkig wordt door de jaarlijkse Top 2000, waarin naast ‘The 5th’ ook ‘Air’ zich een vaste stek heeft verworven, Ekseption zeker niet vergeten!

Rick van der Linden

Marcel Veenendaal

Rock ‘n’ Popmuseum, Gronau (+++)

maandag 4 maart 2013

Rock 'n' Popmuseum‘Je moet een tijdvak kiezen en de schuifjes omhoog schuiven, dan verschijnt het videobeeld, vertelt een medewerker.’ Ik sta voor een touchscreen, verschillende bands passeren op een groot scherm en er is geen moment van herkenning.

Tijdens een weekendje Twente doen we het Rock ‘n’ Popmuseum in Gronau (Duitsland) aan. Het museum werd bijna tien jaar geleden geopend en is nog steeds het enige Europese museum voor pop- en rockmuziek.

Volgens de partner van de Voorzitter heeft het museum echter punten laten liggen op het gebied van actuele artiesten. Daarnaast ontbreekt een grondige uitwerking van diverse stijlen in de popmuziek (waar is bijv. de punk en techno?).
Wel was er aandacht voor Udo Lindenberg, de bard uit Gronau die een prominente plek inneemt in het museum. Maar waar zijn Nena, Modern Talking of Rammstein?

Er waren ook goede punten te noemen zoals de ruimte die gewijd is aan het Festival der Liebe (1970) op Fehmarn met Jimi Hendrix als publiekstrekker. Storytelling doet hier zijn werk en het helpt dat het bühnehemd van Hendrix er hangt.
Een verdieping hoger is de originele opnamestudio van Can, legendarische pioniers van de elektronische muziek, gereconstrueerd. Wegbereiders van bands als NEU!, Kraftwerk en later Depeche Mode. Een mooi tijdsdocument, opnames van andere bands vinden hier nog steeds plaats.

We lezen dat het Rock ‘n’ Popmuseum aan mismanagement en financiële wanpraktijken lijdt. Als daar een oplossing voor is gevonden, zullen er één of twee conservators moeten opstaan om de lijnen uit te zetten.
Een door de wol geverfde Europese muziekjournalist of ‘gepensioneerde’ popartiest bij voorkeur. Wat doet Jan Douwe Kroeske eigenlijk tegenwoordig?

Enfin, omdat we toch in de buurt waren, zijn we niet teleurgesteld.
Bij potentiële bezoekers (die de reis niet kunnen of willen maken) zou een 3.0 update van de website nog wel ‘ns de juiste noot kunnen raken.

(Afbeelding: de Voorzitter)

3x fantastische funk

dinsdag 5 februari 2013

De secretaris bekruipt soms het gevoel dat hij te laat geboren is. Hoewel hij een echte eighties-fan is, heeft hij dit decennium voor een deel niet bewust  meegemaakt. De muziek van met name de eerste helft van de jaren ’80, de massale politieke en maatschappelijke demonstraties, misschien een vleugje kraakbeweging: hij had het graag ten volle meegemaakt. Rond 1965 was wellicht een prima fabricagemoment geweest. Dat zou meteen de mogelijkheid bieden om een andere muziekstroming mee te pikken: de funk.

De secretaris wordt met terugwerkende kracht gegrepen door deze ritmische muziekstijl, waarin percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten een heerlijk dynamisch samenspel vormen. Belangrijk element bij funk is de syncope, een verlegging van het ritmische accent op een minder gebruikelijke plaats, hetgeen de zo kenmerkende ‘swing’ veroorzaakt.

Na dit stukje theorie gauw door naar een trio goede voorbeelden. Hieronder een top 3 van fantastische funksongs, waarbij het onmogelijk is om de ledematen koest te houden:

3. Johnny ‘Guitar’ Watson – Real mother for ya: Een tijd terug nieuw leven in geblazen door de reclame van autotrack.nl, dit nummer uit 1977. Watson (overleden in 1996) deed alles wat God verboden heeft, versleet honderden vrouwen, maar dit nummer doet je deze ondeugden vergeten.

2. Wild Cherry – Play that funky music: Heerlijke funkrock uit 1976. Zanger Rob Parissi is blank, maar zijn stem is verrassend zwart. Nummer met onvergetelijke intro en fantastische climaxen dat nog steeds veel wordt gedraaid op disco-, 40+- en andere nostalgische feestjes.

1. Tom Browne – Funkin’ for Jamaica: Moeilijk kiezen, maar deze uit 1980 is het allermooist. Schitterende gitaarriffs, ongelooflijke dynamiek en spelplezier en de zwoele charme van zangeres Toni Smith, plus natuurlijk de sublieme trompet.

Hilde, een begaafd pianiste (++++½)

vrijdag 11 januari 2013

Een nieuwe bijdrage van gastauteur Trudy, over een al eerder beschreven boek op dit blog; Hilde.

Bij het aanraken van dit boek, had ik het gevoel, dat ik iets breekbaars vasthield.
De lay-out van de kaft was de oorzaak. Wat een prachtige uitstraling!
Een uitnodiging om te gaan lezen over Hilde, een begaafd pianiste. ‘Hilde.., wat een eigenaardige naam voor een pianiste,’ dacht ik. Maar ja, Martha (Argerich) is ook niet een typische artiestennaam.

Hilde introduceert zichzelf als een oude vrouw, die denkt rust te kunnen vinden in haar geboorteland Suriname. Dit lukt haar alleen door te luisteren naar de stem van dat kleine dromerige meisje, dat ze ooit was. De pracht, de weerbarstigheid, de stekeligheid, de kwetsbaarheid en de kleur van de bougainville kunnen we lezen als symbool van haar leven en loopt als een rode draad mee door het boek.

Ik had het genoegen aanwezig te mogen zijn bij de presentatie van dit boek.
Karen van Gelder, evenals Hilde een vrouw op zoek naar een thuisgevoel.
Citaat: ‘Was ik in Nederland, verlangde ik naar het warme Suriname, waar ik niets hoefde te plannen, kon genieten van het bos en paste me met gemak aan aan de gewoonten van het land. Was ik in Suriname, verlangde ik naar orde, regelmaat, goede organisatie maar vooral naar klassiek muziek, waar ik zoveel van houd!’
Nu, met een dosis levenservaring , heeft ze het gevoel een vaderland en een moederland gevonden te hebben door met regelmaat in beide landen te kunnen wonen.

Is Hilde dan een autobiografie? Nee! De enige overeenkomst tussen de twee vrouwen is de gave dialogen met zichzelf te kunnen voeren om ten slotte rust te vinden in hun veelbewogen levens.

BougainvilleTijdens het lezen van het boek kon ik aanvankelijk niet loskomen van de koppeling Hilde/auteur , tot ik op een bladzijde belandde met de volgende tekst:
‘Vooruit Hilde, het is nu eenmaal zo dat je je leven aan het beschouwen bent, dan is het net als met de bougainville in de grote regentijd. Als de regens eenmaal losbarsten, verliest ze de meeste van haar opvallende schutblaadjes. Zonder haar kleur is ze wat kaal en lijkt ze kwetsbaar. Maar ze heeft nog altijd de doorns om zich te verdedigen en haar gezonde diepe wortels, van waaruit ze kracht put om de volgende groei en bloei weer aan te kunnen’.

Vanaf die dialoog, heb ik me ondergedompeld in het leven van Hilde en heb met bewondering en verbazing dit leven gevolgd, dankzij de boeiende schrijfstijl van de auteur.
Een prachtig boek, zeker de moeite waard om te lezen over Hilde, die tijdens haar leven alle vormen van emotie heeft ondervonden.
Hopelijk blijft het niet bij deze enige roman van Karen van Gelder.

Hilde door Karen van Gelder, verkrijgbaar bij de auteur
Schrijverij Mooi Mens
ISBN/EAN: 978-94-90352-29-5
Prijs: € 17,50

(Afbeelding: verrereizenmetkinderen.nl)

Memorabele videoclips

maandag 24 december 2012

20121224-223857.jpgDe generatie van de Voorzitter (geboren in de jaren 70) is opgegroeid met de videoclips van MTV. Deze ‘MTV-generatie’, probeert zich te onderscheiden van de generatie babyboomers en hippies maar heeft geen verbindend doel waarin ze zich kan vast bijten. Behalve dan videoclips op MTV …(*) Wij horen daarbij, of we nu willen of niet.

Het tv-kanaal zette clips in omdat artiesten natuurlijk niet altijd live op de buis konden verschijnen.
Enfin, ik heb er veel van geleerd van die video’s. Allereerst mijn (al zeg ik het zelf) niet geringe kennis over populaire muziek en liefde voor filmbeelden.

Er zijn videoclips die een nummer complementeren, afzwakken of zulke ingrediënten bevatten dat het als ‘memorabele videoclip’ bestempeld kan worden. Die elementen zijn moeilijk te definiëren omdat dit ook met smaak te maken heeft.

Het gezaghebbende Britse tijdschrift New Musical Express (NME) publiceerde onlangs hun lijst van ’100 greatest music videos’.
Op nummer 1 staat de video voor Hurt van Johnny Cash met Just van Radiohead als goede tweede. Het doet me deugd dat Enjoy the Silence van Depeche Mode op nummer 46 voorbij komt. De winnaar zou wat mij betreft Da Funk van Daft Punk (#67) moeten zijn. Een film an sich van regisseur Spike Jonze.

Grote afwezigen zijn wat mij betreft Unfinished Sympathy van Massive Attack (zie ook Bitter Sweet Symphony van The Verve) en Paranoid Android van (alweer) Radiohead. Wat is uw favoriete videoclip?

* Bron: LA Times, 1991
(Afbeelding: wellyousaythatblogspot.nl)

Eighties-nostalgie (XXII): Gino Vannelli

maandag 10 december 2012

Goed beschouwd klopt deze tweeëntwintigste aflevering van de 80′s niet helemaal, want het succes van de hoofdpersoon beperkt zich allerminst tot dat decennium. In 1985 maakte de secretaris kennis met de in 1952 geboren Canadese hartenbreker Gino Vannelli, toen deze scoorde met het zoetsappige, maar onweerstaanbare ‘Hurts to be in love’. Twee jaar volgde in dezelfde lijn ‘Wild horses’ en met zijn goede looks, zwoele stem en ophitsende kreetjes leek hij het prototype van het ideale vrouwenidool met een gelimiteerde houdbaarheidsdatum.

Maar niets is minder waar. Vannelli is typisch een artiest -excuus voor het kolossale cliché-  die met zijn tijd mee is gegaan en nog steeds gaat. In de jaren ’70 brak hij door met de nummers ‘Powerful people’ en ‘People gotta move’ dat onlangs nog gebruikt is in het ANWB-reclamespotje. Zijn werk is dan al doordrongen van jazzinvloeden die makkelijk te herleiden zijn tot zijn vader die jazz-zanger was in een big band.

In de jaren negentig grijpt hij weer terug op de jazz en maakt hij albums met zijn eigen platenlabel voor een kleiner publiek. Rond de eeuwwisseling richt de donkere krullenbol zich meer op de klassieke muziek. Vanaf die tijd resideert Vannelli een deel van het jaar in Nederland. Als u vaak door Amersfoort dwaalt, loopt u de sympathieke Canadees wellicht eens tegen het lijf. Vannelli werkt ook regelmatig samen met Nederlandse artiesten; nog niet zo lang geleden trad hij op met het Metropole orkest. Misschien kan hij voor hen weldra een benefiet-concert organiseren, nu het doek voor dit talentvolle gezelschap dreigt te vallen.

In interviews komt Vannelli altijd erg charmant en beminnelijk over: je zou wensen dat het je (schoon)vader was. De videoclips uit de eighties zullen aan deze gedachte enigszins afbreuk doen door het wat kleffe karakter, maar Gino kan bij de secretaris in ieder geval niet meer stuk:


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 181 other followers