Op een zeer langzaam ontluikende lentemiddag had de secretaris de primeur dit jaar van één van zijn favoriete zondag-bezigheden: het bestijgen van een pontje, het liefste natuurlijk zonder gemotoriseerde passagiers, dat is immers het echte kneuterige, romantische gevoel. Plaats van handeling was de Ijssel, om precies te zijn tussen Fortmond en Veessen (Salland).
De geschiedenis van deze oversteek gaat ver terug. In de Middeleeuwen al kende het dorpje Veessen (aan de westkant van de Ijssel) een veerdienst. In het begin van de negentiende eeuw bouwden de Kozakken er een schipbrug, die daarmee de geallieerden hielpen om het Franse leger te achtervolgen. Deze brug deed echter maar kort dienst en het vervangende veer was nuttig voor de vele arbeiders die op de steenfabriek Fortmond werkten.
Het huidige vaartuig is een voormalig Belgisch garnalenbootje dat zich op de Westerschelde en de Noordzee heeft begeven, nog te herkennen aan de spuigaten aan de achterzijde. Het motorpontje wordt hoofdzakelijk bemand door vrijwilligers; een nichtje van de schoonmoeder van de secretaris mag zich circa 1x per 2 weken ook de schipper noemen van het Kozakkenveer.
Er heerste een typische eerste lentedag sfeer: zowel het personeel als de fietsers en voetgangers waren erg relaxed en vriendelijk. Het gezelschap rondom de secretaris nam het er van en streek neer aan de Veessense zijde bij restaurant ‘IJsselzicht‘ en zag dat het goed was.
Op de terugweg ontdekte de secretaris kunst en poëzie waar hij op zo’n plek en met zo’n ambiance uiteraard extra voor open staat. Het betrof een werk gemaakt van epoxie op panelen, getiteld ‘Meekijken’ van Monica Ligteringen uit 2012. Nabij gelegen stond het gedicht ‘Het gezicht van de IJssel’ van Henk Posthouwer gepositioneerd. Tevreden stapte de secretaris weer aan boord: de ‘nul’ is in 2013 qua pontjes weer van het bord!


Stapels autofolders, van BMW tot Mazda van Citroën tot Toyota. Ik kreeg ze van een schoolvriendje. Hij was, net als ik, zo’n jongen die op de AutoRAI alle stands afstruinde en met plastic tassen vol papier huiswaarts keerde. De folders belandden uiteindelijk onder mijn bed om stof te verzamelen.
Tijdens het lezen van het boek kon ik aanvankelijk niet loskomen van de koppeling Hilde/auteur , tot ik op een bladzijde belandde met de volgende tekst:






Afgelopen weekend sprong mij een krachtige variant in het oog (zie foto, genomen in de buurt van Ludwigshafen).Oh ja, N – UT 1234 heb ik nog nooit voorbij zien komen …
