Post Tagged ‘lance armstrong’

De wielermaffia – Tyler Hamilton (+++1/2)

zaterdag 15 december 2012

Stukje bij beetje is de afgelopen tijd duidelijk geworden hoe de wielerwereld de gewone wereld jarenlang voor de gek gehouden heeft. Voor wie wil weten hoe het precies in elkaar zat maar geen zin heeft in het lijvige rapport van Usada over Lance Armstrong is er een prima alternatief. Het ligt sinds kort in de winkel en heet in het Nederlands De Wielermaffia. Het boek van Tyler Hamilton, jarenlang ploeggenoot, buurman en concurrent van the Boss heet in het engels The Secret Race, maar na het gelezen te hebben concluderen wij: die Nederlandse titel is beter.

Maffia was het, als we Tyler moeten geloven. En waarom niet? Het zal misschien niet the truth, the truth and nothing but the truth zijn, maar de bekentenissen zijn dermate gedetailleerd dat wij over de geloofwaardigheid van zijn verhaal minder twijfels hebben dan we over de wielersport zelf jarenlang hadden. Het is de geschiedenis van een getalenteerde, jonge Amerikaanse renner die naar Europa komt en de keuze maakt om het spel van de echte mannen mee te spelen. Het levert hem geld, roem en stress op. Hij wint Olympisch goud, maar valt hard door de mand. Alles bij elkaar toch weer een treurig gedoe.

Misschien klinkt het gek, maar de Beschermheer werd met de pagina vrolijker. Bloedzakken, testosteroneieren, EPO, dus dáárom was hij zelf bij lange na niet goed genoeg om echte potten te breken in de wielersport! Tyler Hamilton neemt ons allemaal misschien een illusie af, maar hij doet mij er ook eentje cadeau! Met terugwerkende kracht mogen wij denken dat we de Tour hadden kunnen winnen, als… :).

Een mooie inkijk in een verrotte wereld van een wielrenner die wel erg hoog opgeeft van zijn eigen vermogen om pijn te leiden. Drieëneenhalve ster!

Wat een filmtrailer over Lance Armstrong ons kan leren over storytelling

zaterdag 3 december 2011

Ja sorry hoor mensen, daar gaan we weer. De Beschermheer kan het niet laten een crossover te maken tussen zijn vak en dit blog. Storytelling dit keer.

Communicatie heeft alles te maken met het vertellen van verhalen. Daar is een goede reden voor. Verhalen zijn namelijk niet alleen makkelijk te onthouden, ze zijn ook hóe we onthouden. Ons geheugen is opgebouwd uit verhalen. Het bewijs: toen de wereld nog van media verschoond was (lekker rustig trouwens), werden verhalen verteld om belangrijke gegevens en wijze lessen over te dragen.

Anyway, nu komt het. Een verhaal vertellen is één, maar hoe weet je nou of een verhaal een verhaal is en of het ook een goed verhaal is? Een verhaal is een weergave van feiten, verrijkt met emotie. Verhalen doen een beroep op ons voorstellingsvermogen en onze emoties. We worden er verdrietig van, of blij, of boos, of teleurgesteld, etc. De Beschermheer heeft daarnaast een check bedacht om te kijken of een verhaal een behoorlijke kracht heeft. Als je er een boeiende filmtrailer van 1 minuut van kunt maken, dan is het goed.

Om te checken of zijn check werkte, nam hij het verhaal van Lance Armstrong. Hij fabriceerde, met dank aan iMovie, de volgende trailer in elkaar:

Ok, het verhaal van Lance is geslaagd voor de test. Dat kon ook moeilijk anders, want het verhaal van Lance verloopt volgens het standaardpatroon van een verhaal uit de oudheid. Dit is namelijk de opbouw van een Griekse huis-tuin-en-keuken mythe: kampioen doet het leuk en aardig, ontmoet tegenslag, worstelt zich er doorheen en komt sterker en wijzer uit de strijd terug.

De Lance Factor – Mart Smeets (+++)

zaterdag 17 september 2011

Onlangs kreeg de Beschermheer van een attente collega een boek in de handen gedrukt over Lance Armstrong. Daarmee was het boek bij voorbaat interessant, want Lance, daar willen we natuurlijk het fijne wel van weten. The man is a story: opgegroeid zonder vader, op jonge leeftijd wereldkampioen wielrennen, getroffen door kanker, bewonderenswaardig teruggekomen, zevenvoudig tourwinnaar, begenadigd fund raiser voor Livestrong en toekomstig Amerikaans president. Een unieke sportman en een unieke persoonlijkheid.

Het boek heet De Lance Factor en is van de hand van good old Mart Smeets. Wij Nederlanders denken altijd dat Smeets en Armstrong een soort van vrienden van elkaar zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze tolereren elkaar, dat wel. En dat is in beide gevallen misschien op zich al wel bijzonder te noemen. Wel is het zo dat Smeets met al zijn vakmanschap in het verleden prachtige televisie wist te maken van en met de Texaan.

En nu dus een boek over the man. Dat boek is geschreven op zijn Smeets: het leest vlot weg en altijd heeft de lezer het gevoel dat Smeets er ergens de rem op heeft als het gaat over dopingkwesties. De door hemzelf aangehaalde omerta?

De Lance Factor kent een wat aparte opbouw. Elk hoofdstuk behandelt een aspect van Lance en zijn omgeving: Lance en zijn teamgenoten, Lance en zijn vrouwen, Lance en zijn tegenstanders, Lance en zijn ploegleiders, etc. Deze stukken zijn waarschijnlijk nogal los van elkaar beschreven, want af en toe valt Smeets een beetje in herhaling als het gaat om anekdotes, overigens zonder dat dit erg storend wordt. Elk hoofdstuk bevat op zijn beurt weer een aantal anekdotes waaruit blijkt hoe speciaal Armstrong was en is, als sporter en als mens. Op den duur word het wel wat vermoeiend dat elke anekdote beëindigd wordt met een dubbele punt, gevolgd door de Lance Factor. Voorbeeld: renner zus en zo reed niet volgens de afspraken met Armstrong en won vervolgens nooit meer een wedstrijd: de Lance Factor. Daar waar het gissen is of er sprake is van de Lance Factor, staat er voor de afswisseling een vraagteken: de Lance Factor? De uitgever had hier wel wat kritischer naar mogen kijken.

Wie Smeets’ werk goed kent en al een aantal boeken van en over Lance gelezen heeft, komt overigens niet heel veel nieuwe stof tegen. Mooiste passage is het verslag van Armstrong aan de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam, aan de vooravond van de Tourstart in Rotterdam. Het boek van Mart Smeets is tot slot goed gedocumenteerd, beter dan veel andere gelijksoortige werken, dat wel. Goed dus, dat hij het geschreven heeft, drie NUt sterren: +++.

 

Foto: bol.com

De laatste Tour de Lance: Livestrong!

zaterdag 3 juli 2010

Inderdaad, op het moment van schrijven is de Tour net van start gegaan. De eerste renners zijn inmiddels van het Rotterdamse startpodium gerold. Onder hen die nog staan te wachten tot ze ook mogen/moeten, de 38 jarige Texaan Lance Armstrong. Eén van de weinigen die eigenlijk helemaal niet meer hoeft. Geld genoeg immers. Dat kan dan ook zijn motivatie niet zijn om – zoals in de wielrennerij gezegd wordt, zijn kloot (hij heeft er immers nog maar één) af te draaien en zo te proberen een 8e zege te behalen.

Voor wie ziekelijk twijfelt aan de motivatie die Armstrong zelf aandraagt voor zijn comeback – kankerbestrijding – is het misschien geneeslijk om dit filmpje van de NOS eens te bekijken. Het lijkt ons Lance op zijn best en op zijn echtst.

De afgelopen weken werden wij van NUt weer met meerdere moedeloos stemmende berichten geconfronteerd. Een geval van botvlieskanker, een geval van botkanker, een geval van bloedkanker, een geval van darmkanker met uitzaaiingen naar de lever, een geval van kleincellige longkanker. De verhalen zijn steeds weer schrijnend. Het is niet eerlijk.

Wie twijfelt aan de motivatie van Lance Armstrong, doet de patiënten en hun omgeving tekort.  Ben zuinig op uzelf. Tel uw zegeningen en Livestrong, zouden we willen zeggen.

Overigens, u kunt nog altijd via het Alpe d’Huzes project van Joris van Dooren KWF Kankerbestrijding steunen. Klik daarvoor hier.

24 nietjes – Thomas Zijlma (+++1/2)

woensdag 16 juni 2010

Thomas Zijlma is een jongen met een geschiedenis. Die vertelt hij in zin boek 24 nietjes. Het verhaal is indrukwekkend. Op 17-jarige leeftijd gaat hij met stevige klachten naar een huisarts. Die kijkt zorgelijk en verwijst hem direct door naar het ziekenhuis. Daar wordt teelbalkanker bij hem geconstateerd. Hij blijkt er op zijn zachtst gezegd niet best voor te staan: overal uitzaaiingen. Zijlma is echter vastbesloten om te overleven. De chemotheapie lijkt aanvankelijk goed aan te slaan, maar om de laatste restjes kanker uit zijn lichaam te wringen moeten de medici echter tot het gaatje gaan. Gelukkig overleeft de Noord-Hollander het uiteindelijk.

Tijdens zijn ziekbed heeft Zijlma veel steun aan het boek “Door de pijngrens”  van Lance Armstrong. De Amerikaanse wielrenner heeft immers ook teelbalkanker gehad en weet daarna weer op topniveau te presteren. Wat heet, hij wint zeven maal de Tour de France. Zijlma begint zich gaandeweg voor wielrennen te interesseren. Hij volgt de Tour vanuit zijn ziekbed op tv en eenmaal genezen gaat hij zelf fietsen. Dan hoort hij van een fietsevenement voor KWF Kankerbestrijding: Alpe d’Huzes. Op één dag wordt geprobeerd zes keer l’Alpe d’Huez te beklimmen. Thomas schrijft zich in en doet aan het begin en het einde verslag van zijn beklimmingen.

Het boek van Thomas Zijlma is, hoewel nuchter geschreven, hartverscheurend. Het beeld van een jongen die een schijnbaar hopeloze strijd levert tegen een oneerlijke ziekte zal geen enkele lezer koud laten. De symboliek achter de zes beklimmingen van Alpe d’HuZes evenmin. Voor wie reeds “Beter” van Maarten van der Weijden en “Door de pijngrens” gelezen heeft, is het boek echter enigszins een herhaling van zetten,dit keer met een aanvankelijk anonieme hoofdpersoon. Indrukwekkend, toch. Drieëneehalve NUtster: +++1/2. En maar hopen dat het kankerspook voorlopig in zijn hok blijft. Brrrr.

En oh ja, de 24 nietjes komen bij Zijlma uit zijn hoofd na een operatie uit een hersentumor. Het zijn de mooiste sieraden die hij ooit gezien heeft. Begrijpelijk.

The good work of Bahiti

donderdag 4 februari 2010

Nog meer mensen op racefietsen die mooie initiatieven ontplooien, want via twitter wees Lance Armstrong ons op een ander mooi initiatief… Een prettig filmpje, mooi gemaakt ook.

Étape 18: Longo en Lance: Anneciens

donderdag 23 juli 2009

Étape 18: Annecy – Annecy: 40.5 kilomètres

Lance Armstrong twitterde het al: Annecy is may be one of the prettiest spots in France. Zo zie je maar, het verstand komt met de jaren. Toen Lance nog vooraan in de twintig was had hij enkel oog voor mooie dames als Daniëlle Overgaag en snelle auto’s. Kennelijk heeft hij nu ook aandacht voor cultuur, want Annecy is niet alleen het decor van de 40,5 tijdritkilometers van etappe nummer 18, het is ook een schitterende stad aan een diepblauw meer. Het heeft een werkelijk prachtig en zeer gezellig middeleeuws centrum, dat qua karakter slechts overtroffen wordt door één van de meest bekendste inwoonsters: de onvermoeibare Jeannie Longo.

Als het verstand inderdaad met de jaren komt, dan is Jeannie Longo ongetwijfeld een zeer verstandig wielrenster. Kunt u zich de duels die ze uitvocht met onze eigen Leontien van Moorsel nog herinneren? Met prachtige sur places probeerde ze Tinus in de Tour Féminin tevergeefs uit haar evenwicht te brengen tijdens de beklimming van l’Alpe d’Huez. Had u toen al het gevoel dat die Jeannie Longo een oude heks was? Dat klopt, in ieder geval dat van dat oude dan. Begin jaren negentig was zij namelijk al ruim over de dertig. Nu is ze de vijftig voorbij en nog steeds fietst ze op hoog niveau.

Of Longo ook een heks is, daar zijn de meningen over verdeeld. Longo zelf vindt van niet, de rest vindt van wel. Een dergelijk gebrek aan populariteit zal zijn redenen wel hebben. Ze schijnt een eigenwijze en humeurige tante te zijn, die altijd haar eigen plan trekt. Fransen hebben een mooi woord voor dit soort karakters: glaciale. Ik vind dat dit soort mensen juist onze sympathie verdiend. Ze brengen met hun eigenheid en eigenaardigheid kleur in ons bestaan. Wat zouden de smurfen zijn zonder de moppersmurf?

Veel van de antipathie in de richting van Jeannie Longo zal wel berusten op frustratie en jaloezie. Zo leuk is het immers niet om verslagen te worden door een vijftigjarige. Dit jaar nog werd ze nationaal kampioen op de tijdrit! Dan moet je toch wel een heel pittig karakter hebben. Ik vermoed dat aan de mannelijke zijde van de sport alleen Lance Armstrong, daar is hij weer, net zo koppig is.

Ergens zit een connectie tussen die twee. Lance Armstrong houdt van Annecy en ergens anders lees ik dat Jeannie Longo uit Annecy ereburger is van de Amerikaanse staat Texas. Beide zijn oud, fietsen hard en maken zelf wel uit wanneer ze stoppen. Toeval bestaat niet. De inwoners van Annecy worden Anneciens genoemd. Als je dat snel uitspreekt hoor je anciens: oudgedienden. Gisteren maakte Lance bekend dat hij er volgend jaar nog een jaartje aan vastplakt. Voor wie een hekel aan hem heeft: hij is nog lang geen vijftig. Ik wens u veel sterkte de komende twaalf jaar.

Étape 15: The boss is back

zondag 19 juli 2009

Étape 15: Pontarlier – Verbier 207,5 kilomètres

The Boss is back. Om Livestrong te promoten en misschien wel om de Tour te winnen. Hij is vriendelijker dan vroeger, fietst voor zijn plezier. Verliest zelfs. En trekt alle aandacht naar zich toe. Elke dag dezelfde beelden bij de bus van Astana: fotografen, cameramannen, journalisten gewapend met blocnotes of microfoons. Daarnaast publiek, veel publiek. Misschien staat zelfs mevrouw van Zetten uit Tiel er wel bij. Ze drommen samen rondom het fenomeen, die dan weer vriendelijk een kankerpatiënt te woord staat en dan weer een al te opdringerig persoon een uitbrander geeft.

Als ik Lance Armstrong zo vrolijk twitterend bezig zie, moet ik terugdenken aan een ontmoeting zo´n vijftien jaar geleden.

Ik sta in de schaduw van de St. Pietersberg. Op de maasboulevard in Maastricht, precies 150 meter achter de eindstreep van de Amstel Gold Race. De rappe Italiaan Stefano Zanini komt als eerste over de streep. Solo. Raar, sprinters horen niet alleen aan te komen. Gejuich, applaus, gebalde vuisten, flitsende fototoestellen. Misschien zelfs tranen.

De achtervolgende groep stormt over de streep en raast voorbij . Eén renner knijpt direct in de remmen als hij de verzorger bij de auto naast me ziet. Ze dragen hetzelfde shirt. Hij kucht, stapt af, en gooit zijn fiets tegen de auto. De witte zoutranden op het riempje van zijn valhelm getuigen van inspanningen die op zijn gezicht nauwelijks meer af te lezen zijn. Hij is breder, robuuster dan ik gedacht had.

De verzorger legt liefdevol een hand op zijn schouder. Intiem moment, zo met zijn drieën. “Goe gereden”, klinkt het in onvervalst Vlaams.“It was fucking crazy,” antwoordt hij met een onmiskenbaar Texaanse tongval , “all these turns and little roads. Where are the showers?” Hij lijkt geen antwoord te verwachten en pakt zwijgend de aangeboden sporttas aan. Ik richt mijn compacte camera en druk af. Het toestel klikt en zoemt.  “Rechtdoor, two kilometers,” zegt de verzorger dan toch nog zachtjes. De atleet gooit de tas op zijn rug, pakt nonchalant zijn fiets en rijdt weg. Links het water van de Maas, rechts de beboste helling. En verder niets. Langzaam trapt hij de eenzaamheid tegemoet.

Het is april 1996. De man op de foto heeft zijn beide testikels nog. Zeker, hij is ex-wereldkampioen, maar de Tour de France die straks in juli wordt verreden  is nog het domein van Spanjaarden, Fransen, Italianen en misschien een verdwaalde Deen of Duitser. Van gele armbandjes tegen kanker heeft nog nooit iemand gehoord.

En dus is op de maasboulevard in Maastricht niemand – maar dan ook helemaal niemand – geïnteresseerd in Lance Armstrong.

Ravijnduiken

donderdag 21 mei 2009

Deze week viel Rabobankrenner Pedro Horillo in een ravijn. Daarom geheel in de geest van onze secretaris vandaag een heuse top tien. Die van de tien meest gedenkwaardige ravijnduiken uit de wielergeschiedenis…

10. Het was maar een heel klein ravijntje, meer een soort sloot eigenlijk, waar Jan Ullrich indook tijdens een Pyreneeënetappe. Maar het werd toch een memorabel sportmoment doordat zijn concurrent Lance Armstrong netjes op hem wachtte. Zoals meestal in de wielersport werd deze geste keurig terugbetaald. Enige jaren later wachtte Ullrich in een klim op Armstrong nadat die ten val was gekomen nadat hij met zijn stuur in de tas van een toeschouwer haakte. Om er ververvolgens door de Amerikaan genadeloos af gereden te worden, dat dan weer wel. 

9. De eer van plaats 9 gaat naar de Fransman Mickael Pichon. Hij viel vorig jaar tijdens de Dauphiné Liberé in een ravijn en liep zware letsels op. Let wel, Pichon staat wat ons betreft symbool voor de anonieme wielrenner die het ravijn in rijdt. Want wie in een kleine koers het ravijn in rijdt, de verkeerde nationaliteit heeft of bij een te klein ploegje rijdt, krijgt slechts zelden de aandacht die hij verdient met zijn daad. In plaats van Mickael Pichon had hier ook Rigoberto Uran kunnen staan (Colombiaan, ravijnduik in de Ronde van Duitsland vorig jaar). Of vele andere namen.

8. De volgende plek wordt bezet door Oscar Pereiro Sio. De voormalige Tourwinnaar mist op 20 juli 2008 een bocht in de afdaling van de Col Agnel. Vreemd eigenlijk, een ervaren renner, een compleet peloton en nog redelijk vroeg in de koers. De Spanjaard stuitert een meter of 5 omlaag om ongelukkig terecht te komen op het asfalt van de weg die na de volgende haarspeldbocht weer terug gedraaid is. Einde Tour voor Pereiro, die er inmiddels weer helemaal bovenop is. De beelden zijn niet erg duidelijk… toch zien? Klik hier.

7. In de Tour van 2008 wordt de Cime de la Bonnette beklommen van de zuidkant. Een hele hoge col, met een spectaculair afdaling. Dat ondervindt ook de Zuid-Afrikaan John-Lee Augustyn van Barloworld. Hij mist een bocht en glijdt een puinhelling af. Gelukkig valt hij niet diep en kan hij met de hulp van een toeschouwer de weg weer bereiken. Een wielrenner zonder fiets, het blijft een raar gezicht. De valpartij wordt keurig geregistreerd door de helikoptercamera’s trouwens. Kijk hier maar eens: http://www.youtube.com/watch?v=Js7B8cZfXj0

6. De enige ravijnduik waar ik persoonlijk bij betrokken was. Tijdens een trainingsrit in het Centraal Massief duikt S.van.D. tijdens de afdaling van de Pas de Peyrol (Puy Mary) in een scherpe bocht het ravijn in. Omdat hij achteraan het groepje rijdt, wordt zijn afwezigheid pas enkele kilometers verder ontdekt door de beschermheer. Die besluit om te draaien om te kijken waar zijn trainingsgenoot blijft. Hij komt hem wandelend tegen, op zijn sokken, schoenen in de hand en zonder fiets. Die ligt namelijk ergens in het ravijn. S. blijkt tijdens zijn val eerst een paar meter over steil, zacht gras naar beneden gegleden te zijn en heeft zich vervolgens aan een boompje vast weten te klampen. Hij is op eigen kracht weer naar de weg geklommen, ondanks het drukke verkeer blijkt niemand het ongeluk gezien te hebben. Zijn fiets vinden we vijftien meter onder de weg terug, zonder achterwiel. Dat blijkt op een meter of 50 onder de weg te liggen als we van onderuit een zoekactie starten naar het missende onderdeel. Van onderen is ook pas goed te zien hoe onwaarschijnlijk veel geluk S. gehad heeft. Het had maar een haartje gescheeld of hij was van de steile rotsen afgedonderd, ongetwijfeld met een minder gelukkige afloop. Het wiel is krom. “Shit”, zegt S., “dat wiel heb ik geleend.” 

5. De Tour van ’96: in de mistige afdaling van de Cormet de Roselend mist de Belg Johan Bruyneel een bocht en duikt het ravijn in. De televisiecamera registreert het feilloos. De wereld houdt zijn adem in, maar zie: Bruyneel is een geluksvogel. Hij klimt zonder problemen weer uit de diepte en kan zijn weg vervolgen. Alleen zijn shirt is een beetje vies geworden. Bruyneel is later erg succesvol als ploegleider. Met Lance Armstrong wint hij zevenmaal de Tour. Klik hier voor de beelden!

4. De Luxemburger Frank Schleck is samen met een medevluchter ontsnapt in een etappe in de Ronde van Zwitserland van 2008. Ze lijken samen op weg naar een fraaie sprint à deux. Helaas, Schleck vliegt over de vangrail in een afdaling. De motorrijder die erachter rijdt, heeft het hele incident in beeld. Wonder boven wonder komt de mazzelaar zonder een schrammetje weer tevoorschijn. De etappe winnen zit er echter niet meer in. De beelden zijn pas leuk om te zien als je weet dat hij het er levend vanaf gebracht heeft: http://www.youtube.com/watch?v=PTL3dMRXs3E

3. Deze week: de Spanjaard Pedro Horillo valt 60 tot 80 meter diep in de Giro d’Italia. Niemand die het gezien heeft, maar zijn ploeggenoot Jos van Emden vindt het wel vreemd dat iemand de fiets van Horillo tegen de vangrail heeft geparkeerd. Toch maar even kijken beneden dus. Daar wordt Horillo aangetroffen op een uitstekende rotspunt. Met diverse breuken en een geperforeerde long. Wonderwel is hij bij bewustzijn en weet hij nog wie hij is. Het liefst wil hij weer op zijn fiets stappen, berichten diverse media. Die uitspraak wordt later genuanceerd door Rabobank. Horillo zou enkel gezegd hebben wie hij was om de doktoren te tonen dat zijn geheugen nog functioneerde. De gelukkige ongelukkige renner wordt geëvacueerd door toevallig aanwezige alpinisten. Gelukkig lijkt hij er weer helemaal bovenop te komen.

2.Het grote franse talent Roger Rivière duikt in de Tour van 1960 in de afdaling van de onbeduidende Col du Perjuret het ravijn in en komt tien meter lager ongelukkig tot stilstand. Resultaat: voor 80% verlamd. Rivière blijkt een rasechte pechvogel, op 40-jarige leeftijd sterft hij aan strottenhoofdkanker. 

1. In de Tour van ’51 duikt gele trui drager Wim van Est het ravijn tijdens de afdaling van de Aubisque. Hij wordt, huilend, aan een ketting van fietsbandjes weer omhoog gehesen. Zijn sponsor Pontiac maakt het voorval groot met een advertentiecampagne die een mooie slogan meekrijgt: Vijftig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, het was mijn Pontiac die nog liep. Er staat inmiddels een gedenkteken op de bewuste plek.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 181 other followers