Post Tagged ‘tennis’

De serve and volley speler: een uitstervend ras

donderdag 7 maart 2013

Het internationale toptennis kent momenteel een ongekend hoog niveau, wellicht het beste in de ruim 100-jarige tennishistorie. Federer, Djokovic, Nadal, Murray en Del Potro zijn zeer complete spelers die eigenlijk elke slag wel beheersen. Daarnaast combineren ze hun aangeboren klasse met heel hard werken en een gedisciplineerd bestaan. Toch mist de secretaris iets. En nee, dat is niet eens zozeer de glamour of vreemde capriolen van de tennissterren van weleer, zoals Connors, McEnroe of Noah. Bekijk je de huidige ATP-top 100, dan staat er slechts één rasechte serve and volley speler in, de Fransman Michaël Llodra.

Nog niet zo lang geleden waren ze weliswaar evenmin dik bezaaid, maar sprongen er genoeg van rond: de Australiërs Philippousis en Rafter, onze eigen Siemerink, de Britten Henman en Rusedski en met een beetje coulance konden ook Sampras en Krajicek tot dit bijzondere gilde worden gerekend. De oorzaken van de teloorgang van de aanvallende speler lijken ondertussen wel bekend: iets grotere, zwaardere ballen, gras op hardere ondergronden en andere maatregelen die het servicegeweld een beetje moesten indammen. Maar deze goedbedoelde acties hebben echter nauwelijks de opslag, maar juist de volleys enigszins de nek omgedraaid.

Michaël Llodra. Bron: 20minutes.fr

Maar Llodra lijkt zich weinig aan deze feiten gelegen te laten liggen. Met fris en aanvallend spel weet hij menig baseliner nog in de luren te leggen. Twee van zijn vijf single ATP-titels won Llodra overigens in Nederland: in 2004 Rosmalen en 2008 Rotterdam. In het dubbelspel is hij uitermate succesvol: hij wist met verschillende landgenoten meerdere grand-slam toernooien te winnen. Helaas bevindt de linkshandige Fransman zich in de herfst van zijn tennisloopbaan. Met 32 jaar zal hij zijn fanatieke tripjes naar het net niet zo lang meer vol kunnen houden.

De vraag is wie te zijner tijd zijn leegte kan invullen. Misschien tovert Australië, toch de bakermat van het serve and volley spel, weldra een nieuwe Cash of Rafter uit de hoed?

Matthew Cronin – Borg vs McEnroe; de grootste tennisrivalen ooit (++++)

maandag 13 augustus 2012

Tennisliefhebbers komen er in de literatuur maar bekaaid vanaf. Waar wieler- en voetbalfans het hele jaar door lezend over hun favoriete sport kunnen doorbrengen, moeten zij het doen met een sporadische uitgave. Maar als zelfs de niet bepaald sport-georiënteerde krant Trouw aandacht besteedt aan een nieuw tennisboek moet er wel iets moois verschenen zijn. Het betreft hier het bij Thomas Rap uitgegeven ‘Borg vs McEnroe; de grootste tennisrivalen ooit’, geschreven door de Australische tennisjournalist Matthew Cronin. De ondertitel is, gelijk een tiebreak, een dubbeltje op zijn kant. De duels Nadal-Federer zijn inmiddels ook legendarisch om nog maar te zwijgen van Edberg-Becker of Sampras-Agassi in een nog niet zo grijs verleden.

Het interessante aan Cronins boek is dat hij uitgebreid ingaat op de (tennis)jeugd en opkomst van de tennisgrootheden Björn Borg en John McEnroe. Hij wisselt deze hoofdstukken geslaagd af met eeen verslaggeving van de Wimbledonfinale tussen beide heren in 1980. Heerlijk om als liefhebber eens een uitgebreide rapportage voorgeschoteld te krijgen van een tennisfinale; de doorsnee krant loopt hier immers ook niet van over.

Borg en McEnroe zijn in hun jeugd al verschillende figuren: Borg is een gedisciplineerd trainingsbeest dat een bizar aantal uren op de tennisbaan aflegt. McEnroe speelt liever partijtjes dan dat hij zijn trainingen gedwee afwerkt, maar zijn talent is onmiskenbaar. En waar Borg op een gegeven moment zijn (puberale) woede-uitbarstingen onder controle krijgt, blijft McEnroe soms onweerstaanbaar. Cronin probeert door zijn gesprekken met andere spelers, coaches en zelfs sportpsychologen McEnroes onaangepaste gedrag te verklaren, maar een duidelijk antwoord houdt de lezer er niet aan over. Opvallend wel is dat ‘Mac’ zijn beruchte optredens nimmer ten toon spreidde tegen Borg, zeer waarschijnlijk omdat de flegmatieke Zweed de enige speler was waarvan hij van zichzelf mocht verliezen.

Bron: boeken-kopen.nl

Wonderbaarlijk is ook dat McEnroe bijna altijd met zijn soms illegale gedrag wegkwam. Sommige spelers konden het bloed van de Amerikaan door zijn provocaties en spelbederf wel drinken, maar gek genoeg grepen scheidsrechters en toernooidirecteuren toen zelden in. Wellicht waren de toppers in die tijd zulke grote helden dat ongewenste uitspattingen met de mantel der liefde werden bedekt. Het netwerk van McEnroe met andere VIPS was ook enorm groot: met name wereldberoemde acteurs en actrices weken nauwelijks van zijn zijde.

Bij Borg is zijn relatie met de zeer extraverte en helaas veel te vroeg overleden Vitas Gerulaitis frappant. De twee zijn ogenschijnlijk tegenpolen: de koele, rustige en vrij teruggetrokken Borg versus het charmante, sociale feestnummer Gerulaitis. Later in zijn loopbaan gaat de Zweed steeds meer tot in de late uurtjes stappen met de Amerikaan van Litouwse komaf, om op de een of andere manier de volgende dag toch weer fris op de tennisbaan te staan. Tennistechnisch blijft vooral Borgs onverstoorbare houding en slagen op de ‘big points’ bij: hij verklaarde dan net even wat meer en anders te kunnen doen dan normaal: alsof hij doorgaans op 90% speelde en op de belangrijkste momenten zijn uitzonderlijke klasse kon etaleren.

Genoeg stof dus voor de tennisliefhebber om eens lekker op de bank of campingstoel te gaan zitten met het boek van Cronin. Af en toe valt hij wel in herhaling met de ‘clowneske’ Nastase en de ‘irritante’ Connors. Ook vergaloppeert hij zich een beetje door te pogen met het politieke klimaat van destijds de tennissport te duiden: zijn geopperde verbanden zijn daarbij te kort door te bocht. Niettemin blijft er, mede door de bovengenoemde constructie, een prima boek over dat zeker de fans van toen zal enthousiasmeren en voor hen herkenning zal oproepen: ++++.

De NUt-secretaris was in Nuth!

dinsdag 15 mei 2012

De naam ‘NUt’ is, voor diegenen die dit niet weten, voor meerdere uitleg vatbaar. NUt staat niet alleen voor de meest gangbare betekenis ‘waarde’, of  ‘zin’, maar is ook een samentrekking van de woonplaatsen van de oprichters van NUt, Nijmegen (secretaris) en Utrecht (voorzitter). Voeg daarbij de eerste letter van de huidige woonplaats van de beschermheer en we komen vanzelf terecht bij ‘Nuth‘, dat tevens een plaatsje is in Limburg. En laat de secretaris daar nu afgelopen zondag geweest zijn!

LTC Nuth. Bron: tennisloods.nl

Toegegeven, de secretaris was hier niet geheel uit eigen beweging naar toe gegaan en een excursie was het allerminst. De tenniscompetitie bracht het team van het Nijmeegse Avanti verrassenderwijs anderhalf uur zuidwaarts, waar het aan moest treden op de gravelbanen van tennisvereniging LTC Nuth. Uiteraard werden zij met Limburgse vlaai ontvangen en maakten kennis met lokale tennishelden als Jo en Rigtje, die over het algemeen door de secretaris redelijk goed verstaan werden.

Nuth is een dorpje met ruim 5.000 inwoners en is daarmee de grootste kern van de gelijknamige gemeente die verder uit vier kleinere kernen bestaat met sprookjesachtige namen als Schimmert en Wijnandsrade. Het landschap is al redelijk glooiiende in het gebied tussen Geleen en Heerlen, dichtgelegen tegen de A76. De regio lijkt te kampen met een lichte krimp van de bevolking, zoals ook elders in Limburg, hetgeen bijvoorbeeld het voortbestaan van sommige tennisclubs in gevaar brengt. Voor de hand liggende fusies zijn echter niet zomaar beklonken. De mensen aldaar hechten erg aan hun eigen dorpje en niet alleen op sportief gebied is er sprake van enige rivaliteit.

Sint-Bavokerk in Nuth. Bron: wikipedia

Helaas kwam een zeker vooroordeel van de secretaris enigszins uit: de Limburgse gezelligheid kent wel zijn grenzen. Enerzijds trakteert men de gasten op lekkere vlaai en een prima maaltijd na afloop (kom daar nog maar eens om in een tenniscompetitie tegenwoordig) en is men vol van joviaal vertelde verhalen over gezelligheid en feesten. Aan de andere kant klit men, zo gauw de mogelijkheid zich voordoet, samen met aanwezige familie en clubgenoten, terwijl de (ongeschreven) regel toch is dat de ontvangende club zich in de eerste plaats een gastheer dient te tonen voor de bezoekende partij.

Niettemin werd het tripje naar Nuth een geslaagde onderneming: met een 4-1 overwinning trokken de Avantianen na een uiterst zonnige dag content huiswaarts, zodat de hoop op het kampioenschap intact blijft. Wie de sportieve verrichtingen van de secretaris wil blijven volgen, klikke hier.

Top 10 exotische tennissers

donderdag 14 april 2011

Eén van de leukste aspecten van de internationale tennissport is dat die ook daadwerkelijk heel internationaal is. Waar schaatsen al gauw een wedstrijd is tussen een Noor, een Nederlander en een Amerikaan, herbergt de tennistop een breed scala aan nationaliteiten. De secretaris stelt hierbij een willekeurige top 10 samen van ‘exotische’ tennissers door de jaren heen:

1. Mansour Bahrami: clowneske Iranees die, zwervend door Parijs, van de straat werd geplukt. Maakte zonder coach furore met zijn ongelooflijke balgevoel.

2. Ronald Agenor: kleurrijke, gitaarspelende Haïtaan, klik hier voor meer details.

3. Paradorn Srichaphan: Thai met ongetwijfeld de mooiste naam uit de tennisgeschiedenis. Bereikte als eerste Aziaat de top 10 van de ATP-ranglijst. Ging in 2005 een week lang als de monnik ‘Mahaviro’ door het leven.

Srichaphan. Bron: tennistalk.com

4. Jaime Yzaga: kleine Peruaan met fluwelen backhand. Versloeg Pete Sampras 2 keer op de US Open, beide keren in 5 sets.

5. Marcos Bagdathis: lange en stevige Cyprioot die in 2006 als ongeplaatste speler de finale haalde van de Australian Open. Grilliger dan het weer op zijn geboorte-eiland.

6. Ismail El Shafei: Egyptenaar die aan de zijde van Tom Okker ooit eens een dubbeltoernooi won. Sleepte daarnaast 1 enkelspeltitel in de wacht, in 1974.

7. Mark Knowles: succesvolle dubbelspecialist uit de Bahama’s. Speelt al vanaf 1992 en vormde ooit een uitstekend duo met de Canadees Daniel Nestor.

8. Tony Wilding: Nieuw-Zeelander die in het tennis heerste vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Sneuvelde daarin echter in Noord-Frankrijk.

Wilding. Bron: lalanternadelpopolo.it

9. Hicham Arazi: behendige, linkshandige Marokkaan met eigenaardige ups and downs. Sloeg op sommige dagen nog geen deuk in het spreekwoordelijke pakje boter.

10. Jean-René Lisnard: voormalig Fransman, maar inmiddels een heuse Monegask. Bivakkeert inmiddels rond de 600e plaats op wereldranglijst, maar mag ieder jaar braaf meedoen met het toernooi van Monte Carlo.

Patrick Rafter, ideale sportman

vrijdag 28 januari 2011

De Australian Open maakt zich op voor beide tennisfinales. Behalve de soms zinderende hitte is het eerste Grand Slam van het jaar een prettig evenement, met een altijd enthousiast en sportief Australisch publiek. Deze editie kon het weinig genieten van hun eigen landgenoten. De als 5de geplaatste Samantha Stosur vond in de derde ronde haar waterloo en Lleyton Hewitt verkeert al jaren in de herfst danwel winter van zijn carrière. Voorafgaand aan het toernooi verscheen in de opwarmende demonstraties de zeer geliefde Patrick Rafter, een sportman waar ook buiten Australië nog talloze tennisfans met veel plezier aan terugdenken.

Rafter benaderde welhaast het ideale plaatje: met zijn frisse, agressieve spel wist hij de toeschouwers altijd te boeien. Hij combineerde zijn duidelijk aanwezige doch niet kolossale talent met een ongelooflijke inzet en wilskracht. Zijn groundstrokes waren eigenlijk vrij modaal, maar zijn volleys benaderden in zijn hoogtijdagen die van Stefan Edberg. Rafter had natuurlijk zijn looks ook mee, alhoewel zijn staartje misschien eerder gekortwiekt had moeten worden. Van de Australiër nam de secretaris de gewoonte over om flink wat zonnebrand op zijn gezicht te smeren, toen de berichten over de afbrokkelende ozonlaag zeker ook de mensen down under alarmeerden.

Bron: im.in.com

Los van zijn aantrekkelijke speelstijl was Rafter altijd zeer sportief op de baan, een verademing tussen sommige bijna maniakale collega’s als Jeff Tarango en Thomas Muster. Rafter gaf ooit zijn startgeld aan de toernooidirectie in Lyon terug, toen hij zich als kersverse US Open-winnaar schaamde voor zijn verlies in de eerste ronde. De voormalige nummer 1 van de wereld ( 1 week in de zomer van 1999) hield en houdt zich daarnaast veel bezig met liefdadigheidsprojecten, o.a. met zijn eigen stichting ‘Cherish the Children’. In 2002 werd hij zelfs gekozen tot Australiër van het jaar.

Op de Australian Open bereikte Rafter één keer de halve finale, de andere negen keer kwam hij niet verder dan de vierde ronde. Hij won in zijn loopbaan wel tweemaal de US Open, maar viste in Wimbledon als verliezend finalist even zo vaak net achter het net. In 2001 verloor Rafter met 9-7 in de vijfde set van Goran Ivanisevic. Zeer jammer, want de secretaris en velen met hem, hadden het de sympathieke Australiër graag gegund. De eerste week na deze nederlaag zat Rafter er helemaal doorheen, maar later gaf hij blijk van een flinke portie relativeringsvermogen: “…tennis -en welke andere sport dan ook- is maar een klein onderdeeltje van het leven. Het zou goed zijn als iedere atleet dat zou beseffen”.

Een bont gezelschap dubbelaars

zondag 28 november 2010

De tennisfans in Londen maken zich op voor de droomfinale tussen de twee beste spelers ter wereld, Rafael Nadal  en Roger Federer. Laten we echter niet vergeten dat er ook nog op een hoog niveau wordt gedubbeld, daar in de Engelse hoofdstad tijdens de afsluiting van het seizoen. Een qua publiciteit verwaasloosde discipline: 4 heren die elkaar bestoken met tactische opslagen, snelle returns en agressieve volleys. In Nederland raakte het herendubbel pas in zwang toen Haarhuis en Eltingh de absolute wereldtop bereikten.

Om naar te kijken doet het dubbel eigenlijk niet veel onder voor een single wedstrijd. De rally’s zijn weliswaar niet lang, maar regelmatig vallen er opwindende zoniet spectaculaire spelsituaties te noteren. In het dubbelspel verschijnen soms ook verrassende spelers aan de top uit allerlei windstreken. Zo zijn dit jaar de Indiërs Leander Paes en Mahesh Bhupathi ook weer van de partij. Een aantal jaar geleden vormden ze samen een fris en kleurrijk duo; dit jaar staan ze in de eindronde met respectievelijk de Tsjech Lukas Dlouhy en de Wit-Rus Max Mirnyi.

Nestor (l) en Zimonjic. Bron: vandaag.be

En wat te denken van het Poolse duo Matkowski en Frystenberg? Zeer opmerkelijk dat dit Oost-Europese land zonder noemenswaardige tennisgeschiedenis maar liefst 3 spelers in de finalepoule levert, want ook Kubot wist het selecte gezelschap te halen. Eveneens opmerkelijk is de aanwezigheid van de Canadees Daniël Nestor die al twintig (!) jaar meedraait aan de dubbeltop; dit jaar met de Serviër Nenad Zimonjic. Met zijn 38 jaar is Nestor echt niet de echte nestor: de boomlange Belg Dick Norman, aan de zijde van de Zuid-Afrikaan Moodie, telt nog een (tennis)jaar meer.

Op het moment van schrijven maken Bhupathi (ook al 36)/Mirnyi en Nestor/Zimonjic zich op voor de finale: de secretaris voorspelt, naast een zwaarbevochten overwinning voor Federer tegen Nadal, een zege voor de ‘oude’ Canadees, al was het maar omdat het hem zeer gegund is.

Het Melkhuisje is terug!

donderdag 7 oktober 2010

Nee, deze blog gaat niet over een kinderboerderij. De in tennis ingewijde lezer weet dat het Melkhuisje een club is in Hilversum. Verheugd las de secretaris onlangs dat het internationale toernooi weer terugkeert op de tennisagenda, na een afwezigheid van 17 jaar. De secretaris maakte als puber de laatste twee edities mee, begin jaren negentig. Zijn vader nam hem in de zomervakantie mee naar het lommerrijke sportpark, waar destijds een aantal graveltoppers hun kunsten vertoonde, zoals de Spanjaard Carlos Costa, de Zweed Magnus Gustafsson en de Tsjech Karel Novacek.

De secretaris herinnert zich nog een regenachtige dag waarop uiteindelijk geen enkele bal geslagen werd. Zijn vader was niet uit het lood geslagen: de volgende dag werd het ritje Oss-Hilversum opnieuw afgelegd en ditmaal zonder regenjas en lege tribunes. Het toernooi van het Melkhuisje blonk vooral uit door de gemoedelijke, informele sfeer die er op het knusse park hing. Je slenterde met gemak even van de ene naar de andere tribune en nam terloops een kijkje in de nog bescheiden rij van promostands.

Tom Okker op het Melkhuisje. Bron: melkhuisje.com

Omdat het succesvolle evenement uit zijn jasje groeide werd het toernooi in 1995 verplaatst naar Amsterdam. Daar was de lol er voor vader en zoon al snel vanaf: de ‘magie’ van de Hilversumse locatie was ver te zoeken, ofschoon de bezetting van het toernooi er nog steeds mocht wezen. Zeven jaar later verhuisde het wederom, naar Amersfoort, en daar kabbelde het toernooi voort tot 2008, toen de ATP-status werd verloren. Volgend jaar pakt het Melkhuisje deze Challengerstatus op; de secretaris hoopt vurig dat Hilversum er zodanig een boost aan kan geven dat oude tennistijden weer gaan herleven!

Indrukwekkende sportvrouwen (15): Amanda Coetzer

vrijdag 17 september 2010

De vrouwelijke tennissport wordt tegenwoordig bevolkt door lange, vaak tengere speelsters die mokerslagen afvuren op hun opponentes. Het unieke is dan ook dat de beste speelster van het laatste decennium, Justine Henin, slechts 1.67 meet. Maar die is duidelijk nog een maatje groter dan de Zuid-Afrikaanse Amanda Coetzer, die in 2004 haar lange carrière afsloot. Coetzer reikt tot 1 meter 58 en is desondanks jarenlang een succesvolle top tien speelster geweest.

Met haar fenomenale loopvermogen en inzet wist ze haar tegenstandsters vaak tot wanhoop te drijven en maakte daarmee haar eigen moderne David en Goliath versie. Verder zette Coetzer Zuid-Afrika ook bij het vrouwentennis op de kaart. Bij de mannen had ze al illustere voorgangers als Kevin Curren en haar maatje Wayne Ferreira met wie ze in 2000 de Hopman Cup won, het enige toernooi waar we mannelijke en vrouwelijke toppers naast elkaar zien schitteren.

Bron: tennisserver.com

Opvallend was altijd haar uiterst verzorgde voorkomen: Coetzer, toch al gezegend met een mooi gestel, was nimmer op een slordigheidje in haar kapsel of kledij te betrappen. Niet dat ze veel op zou hebben met het uiterlijk vertoon van enkele topspeelsters van nu: bij Coetzer was het altijd onopvallend tip en top. Een titel die ze volgens de secretaris deelt met de Amerikaanse Mary-Joe Fernandez, wier staart altijd perfect gestoken achter haar aan dartelde.

Het jaar 1997 was het succesvolst voor de kleine Zuid-Afrikaanse: ze haalde daarin de halve finale op zowel de Australian Open als Roland Garros, won twee WTA-toernooien en trakteerde daarnaast Steffi Graf op een afstraffing in Berlijn: 6-0 6-1. In totaal won Coetzer negen titels in het enkelspel en verrassend genoeg evenveel in het dubbelspel, een discipline waarbij je je geld gezien haar lengte en type spel niet snel op Coetzer zou zetten. Haar website is inmiddels gedateerd, maar met de subtitel kan de secretaris wel leven: ‘the southafrican princess of tennis’.

De 19 beste tennissers aller tijden. En de 13 meest markante spelers volgens Richard Krajicek

zondag 21 maart 2010

Als verjaardagscadeautje trakteerde vrouwlief de secretaris op het door de auteur zelf in DWDD aangekondigde boek ‘De 19 beste tennissers allertijden’ (en in de schaduw daarvan de ondertitel ‘en de 13 meest markante spelers volgens Richard Krajicek’). Lijstjes en tennis, een droomcombinatie voor de tennissende feitjesman die de secretaris pretendeert te zijn. Krajicek tracht daarmee wellicht een einde te maken aan de eeuwig opborrelende vraag: wie is de beste tennisser aller tijden? Is het Rod Laver, Björn Borg of inmiddels Roger Federer?

Uiteraard is het onmogelijk om hier fatsoenlijk en objectief antwoord op te geven. Helaas besteedt de oud-Wimbledonwinnaar er in zijn nieuwste boek te veel aandacht aan, met name tijdens de beschrijvingen van bovengenoemde spelers die hij -in omgekeerde volgorde- in de top 3 zet. Niettemin zijn de meeste portretten die Krajicek ons voorschotelt voor de tennisliefhebber verplichte en prima te verteren kost. Op basis van zowel zijn eigen ervaringen en ontmoetingen met ex-collega’s als zijn getrooste moeite om navorsingen te doen over vooroorlogse helden krijgt de lezer in een rap tempo een aardig overzicht over de tennishistorie.

Bron: webshop.libris.nl

Bron: webshop.libris.nl

Hier en daar zijn Krajiceks portretten onevenwichtig: aan sommige spelers wijdt hij in totaal te weinig woorden of aan één anekdote teveel woorden, zodat de sporter in kwestie te weinig uit de verf komt. En natuurlijk zal er op de volgorde en keuze door iedereen wat aan te merken zijn, maar een echte omissie in de top 19 is toch echt Fred Perry die maar liefst 8 Grand Slam titels won. En waarom staat de playboy Vitas Gerulaitis niet bij het markante gezelschap? Dapper van Krajicek is wel om de verguisde en a-populaire Ivan Lendl op een stevige vijfde stek te positioneren, iets wat gezien zijn erelijst helemaal niet onterecht is.

Enkele tennisprofs blijven je na het lezen van dit boek extra bij: het bijzondere levensverhaal van de Iraniër Mansour Bahrami, het zwarte gat van Roscoe Tanner en de dramatische teloorgang van de homoseksuele William ‘Bill’ Tilden. Krajiceks stijl is vlot, waarschijnlijk heeft de eindredactie door eega Daphne Deckers daar mede aan bijgedragen. ‘De 19 beste tennissers aller tijden’ verdient zeker een plaatsje in de hedendaagse tennislectuur die immers niet overloopt van interessante klassiekers, in tegenstelling tot de wielersport bijvoorbeeld. De secretaris laat dit keer een oordeel in sterren achterwege, maar Krajicek krijgt hiermee zeker geen breakpoints tegen.

Kleurrijk Haïti: Ronald Agenor

vrijdag 22 januari 2010

De secretaris heeft gisteren, zoals zovele medelanders, een gulle donatie gedaan voor Haïti. Helaas kwam hij er telefonisch meerdere malen niet door (185.000 andere telefoontjes strandden eveneens), maar via internetbankieren was hij nog op tijd voor de verdubbeling door de stralende minister Koenders. Het land kon wel wat steun gebruiken, want er is in de recente geschiedenis meer ellende geweest dan deze verschrikkelijke aardbeving. Dictatoriaal bewind, vreselijke armoede en andere natuurrampen hebben de voormalige kolonie aan de rand van de afgrond gebracht. Vandaag dacht de secretaris: kan ik als tegenwicht niet iets positiefs over Haïti vertellen?

Wie in ieder geval in me opkwam, is de kleurrijke tennisser Ronald Agenor. Na het afronden van zijn studie economie in Bordeaux maakte de in 1964 in Rabat (Marokko) geboren zoon van een diplomaat zijn entree in het tenniscircuit. In 1988 beleefde hij een behoorlijk succesvol jaar door zowel op Roland Garros (verlies tegen de latere winnaar Mats Wilander) als op de US Open de vierde ronde te bereiken. Een jaar later deed hij er in Parijs nog een schepje bovenop: kwartfinale, waarin hij weer verloor van de latere winnaar, de piepjonge Michael Chang die een ronde daarvoor de inmiddels legendarische wedstrijd tegen Ivan Lendl speelde, met de onderhandse opslag. Op deze Grand Slam zorgde hij voor een record door in 1994 het meest aantal games te spelen in een wedstrijd (althans in het tie-break tijdperk): 71 stuks tegen de Duitser Prinosil. Gelukkig voor de Haïtaan won hij de vijfde set met 14-12.

De carriere van Agenor besloeg maar liefst een slordige 20 jaar, waarin hij een opmerkelijke ‘head-to-head’ met Andre Agassi bewerkstelligde: hij won 3 keer en verloor nimmer van de evenmin saaie Amerikaan. Ook zorgde hij samen met Yannick Noah voor een primeur door op het affiche te staan van de eerste ‘zwarte’ tennisfinale, in 1987 in het Zwitserse Basel. Op de baan was Agenor zowel door zijn uiterlijk als zijn speels- en behendigheid een attractieve verschijning. Als zijn handen even geen tennisracket beethielden, dan was het wel een gitaar, want Agenor was tijdens zijn tennisloopbaan al een talentvol gitarist. Hij heeft al verscheidene albums uitgebracht. Verder lijkt zijn energie nog steeds tomeloos: Agenor is naast muzikant tv-commentator, tenniscoach, organisator van goede doelen acties en gastspreker. Mocht u nog niet gedoneerd hebben, dan kan deze vrolijke ex-tennisprof u wellicht over de drempel helpen!


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 183 other followers