Stukje bij beetje is de afgelopen tijd duidelijk geworden hoe de wielerwereld de gewone wereld jarenlang voor de gek gehouden heeft. Voor wie wil weten hoe het precies in elkaar zat maar geen zin heeft in het lijvige rapport van Usada over Lance Armstrong is er een prima alternatief. Het ligt sinds kort in de winkel en heet in het Nederlands De Wielermaffia. Het boek van Tyler Hamilton, jarenlang ploeggenoot, buurman en concurrent van the Boss heet in het engels The Secret Race, maar na het gelezen te hebben concluderen wij: die Nederlandse titel is beter.
Maffia was het, als we Tyler moeten geloven. En waarom niet? Het zal misschien niet the truth, the truth and nothing but the truth zijn, maar de bekentenissen zijn dermate gedetailleerd dat wij over de geloofwaardigheid van zijn verhaal minder twijfels hebben dan we over de wielersport zelf jarenlang hadden. Het is de geschiedenis van een getalenteerde, jonge Amerikaanse renner die naar Europa komt en de keuze maakt om het spel van de echte mannen mee te spelen. Het levert hem geld, roem en stress op. Hij wint Olympisch goud, maar valt hard door de mand. Alles bij elkaar toch weer een treurig gedoe.
Misschien klinkt het gek, maar de Beschermheer werd met de pagina vrolijker. Bloedzakken, testosteroneieren, EPO, dus dáárom was hij zelf bij lange na niet goed genoeg om echte potten te breken in de wielersport! Tyler Hamilton neemt ons allemaal misschien een illusie af, maar hij doet mij er ook eentje cadeau! Met terugwerkende kracht mogen wij denken dat we de Tour hadden kunnen winnen, als… :).
Een mooie inkijk in een verrotte wereld van een wielrenner die wel erg hoog opgeeft van zijn eigen vermogen om pijn te leiden. Drieëneenhalve ster!

De uit Middelburg afkomstige Maarten Ducrot mengt in zijn boek zijn visie op de evolutie van het wielrennen in de laatste 25 jaar met belevenissen uit zijn eigen carrière. De term “het nieuwe wielrennen” valt daarbij minder vaak dan gevreesd. In heldere bewoordingen zet Ducrot uiteen hoe het allemaal gekomen is zoals het er nu voor staat en legt daarbij een meer dan behoorlijk inzicht in de psychologie van de verschillende actoren in de sport en hun onderlinge politieke verhoudingen aan de dag. Toch vonden wij van NUt dit het minder interessante gedeelte van het boek. Veel meer plezier beleefden we aan de anekdotes uit de carrière van Ducrot, die bol stond van het amateurisme en middeleeuwse praktijken.
Sla De eenzame vluchter open en je zit midden in een etappe in de Tour de France. Of beter gezegd: in het hoofd van de wielrenner die tegen wil en dank op kop ligt, met nog 140 kilometer te rijden. Alleen met de weg, de wind en de pijn in zijn benen. Alleen met zijn gedachten. Een kans om te winnen heeft hij eigenlijk niet. Aan het begin van zijn loopbaan was hij nog een veelbelovende renner, maar in de loop der jaren heeft hij het geloof in eigen kunnen verloren, en werd hij links en rechts ingehaald door jongere coureurs. Door Cornelisse bijvoorbeeld, die ook al achter zijn vriendin Patricia aan zit. Maar dan keert het tij. De eenzame vluchter komt in het ritme, ziet zijn voorsprong groeien, en daarmee ook zijn hoop op succes – in de sport, en ook in de liefde.