Het tankstation (NUtcolumns #1)

Een mens wordt vaak bedonderd in zijn leven. Eén van mijn vroegste herinneringen op dit gebied, nog ver voor het afsluiten mijn vijf woekerpolissen, de noodlottige vervanging van een peperdure, maar vooral helemaal niet kapotte wasmachinepomp, mijn fatale investeringen in het Robeco IT Equity Fund, diverse rampzalige garageavonturen en die keer dat iemand in een Franse supermarkt stiekem zijn boodschappenkarretje met daarin een nepmuntje verruilde voor de mijne met daarin natuurlijk een blinkend tien frank-stuk, dateert uit mijn lagere schooltijd. Ik was elf jaar en had les van de bovenmeester, een prachtig woord dat eigenlijk ook toen al niet meer gebruikt werd. Hij stond voor het bord en legde ons plechtig uit dat het einde der tijden nabij was, qua aardolie dan. Nog een jaartje of wat, misschien tien, maximaal vijftien, en het was gedaan met de pret. Droge oliebronnen betekenden geen autorijden meer én geen verwarming in de winter. Ai, dat was incasseren. Over die verwarming maakte ik mij niet zo’n zorgen. Wij hadden thuis een prima gietijzeren kachel staan en bovendien een bos aan brandstof achter het huis. De winters kwamen we voorlopig dus wel door. Het niet kunnen autorijden was een groter probleem. Hoe zouden wij dan met twee kano’s, drie surfplanken en vijf racefietsen bovenop onze bestelbus in Frankrijk geraken voor het hoogtepunt van het jaar: de zomervakantie?

Inmiddels zijn we niet tien, niet vijftien, maar eenentwintig jaar verder en sta ik nog steeds elke week bij het tankstation om daar een litertje of vijftig fossiele brandstof over te hevelen. Dat hele verhaal van die bovenmeester was dus complete lariekoek. En dat is buitengewoon jammer, want een bezoek aan het tankstation is natuurlijk keer op keer een treurigstemmende ervaring en niet alleen vanwege de klimatologische consequenties van frequent bezoek. Het is er gewoon slecht toeven, vooral qua biologische appels. Je kunt, nadat je erin geslaagd bent de te korte slang om de hoek van je automobiel te wurmen – hoe onthouden  al die andere mensen toch aan welke kant de vulopening zit? – en de tank te vullen, in de shop daarentegen wel terecht voor allerlei zaken die de Taliban terecht verboden hebben, zoals überkleffe broodjes-bal-gehakt, king size marsrepen, semi-ranzige porno, sneeuwkettingen voor hele andere bandenmaten dan de mijne en open haard hout in 2,5 kilozakken. De wc is smerig, het verkeer raast vijfentwintig meter verderop oorverdovend hard langs, er hangen ongeschoren beroepschauffeurs stinkend over het koffietafeltje en de schele caissière staat gezellig weg te kwijnen achter een glazen plaat.

Maar de wasstraat, die is wél leuk! Van kinds af aan ben ik gefascineerd door het strak georkestreerde samenspel van kleurige borstels, autoshampoo en turbowax. Wellicht was die buitengewone interesse vooral te danken aan het feit dat mijn vader nooit, maar dan ook nooit, zijn auto aan de wasstraat toevertrouwde. Hij keek wel uit, als trotse bezitter van een eersteklas hogedruk spuit. Die onbereikbaarheid van de carwash maakte het voor mij een des te interessanter fenomeen. Aan de andere kant, ik ben tegenwoordig zelf vader. En ik heb mijn tweejarige zoontje onlangs een keertje de wasstraatexperience mee laten beleven. Met grote ogen zat hij op de achterbank te kijken hoe de borstels langs de ramen zwierden. Geboeid luisterde hij naar mijn uitleg over de werking van de wasstraat, waarbij ik er halverwege achter kwam dat ik natuurlijk helemaal niet weet hoe die werkt. Toch, elke keer als we langs het tankstation komen roept mijn zoontje nu: “Papa auto wassen!”

Advertenties

3 gedachtes over “Het tankstation (NUtcolumns #1)

  1. Leuk verhaal en we hebben allemaal stukken uit ons leven waar we al dan niet met plezier aan denken, het is dat wat ons gemaakt heeft.
    Ja we worden allemaal bedonderd :) maar soms gaat het zover dat een (1) man in je leven, door een samenloop van omstandigheden, je leven totaal verbrijzeld en je moet vechten om de stukjes weer aan elkaar te plakken, je leven wordt als oud vuil weggegooid alsof het niets is, om jaren later er achter te komen dat diezelfde man slechter is geweest dat waarvan hij jou beschuldigd heeft.
    En terwijl jij nog steeds datzelfde gevecht moet leveren en er maar geen eind aan komt, dit je vrijheid betekend, heeft deze man de makkelijkste weg gekozen om maar niet ter verantwoording geroepen te worden.
    De pitbull was niets meer dan een bang wezeltje.
    Als ik lees over de uitleg van een wasstraat, doet dat me glimlachen en hoor ik de woorden “Papa auto wassen!” En droom ik over woorden, de echo die ik zo graag had willen horen, maar nooit zal horen omdat deze ene man ze weggenomen heeft.

  2. En het ergste is: de desbetreffende bovenmeester laat zijn benzine-slurpende heilige koe reinigen door zijn 3-jarige kleinzoon! Niks uitje naar de wasstraat met fleurig roterende borstels, maar een emmertje koud sop en een aftandse afwasborstel om de auto te laten glimmen. Maar J, ik zal het eens met hem hebben over je desillusie, al is het natuurlijk niet eerlijk om deze ene bovenmeester de onwetendheid van de gehele destijdse samenleving aan te rekenen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s