Hans Andreus – De sonnetten van de kleine waanzin

Iedereen kent de generatie van de Vijftigers, een verzameling dichters en auteurs die zich in de jaren 50 van de vorige eeuw verzetten tegen de geldende kunstopvattingen. Lucebert, Hugo Claus, Simon Vinkenoog en Remco Campert zijn bekende exponenten van deze groep. De secretaris betreurt het dat in dit rijtje zelden meer Hans Andreus wordt genoemd. Sommigen kennen hem van zijn kinderboeken (o.a. Meester Pompelmoes), maar laten we eens stilstaan bij zijn openhartige poëzie.

Hans Andreus is het pseudoniem van J.W. van der Zant en werd geboren in 1926. Midden jaren vijftig heeft hij een heftige liefdesgeschiedenis achter de rug met een Parissienne, Odile Liénard. Hij schrijft vervolgens de ‘Sonnetten van de kleine waanzin’ om deze affaire te kunnen verwerken en zich weer enigszins genezen te voelen. Liefdesverdriet is echter niet het enige levensperikel voor Andreus. Hij worstelt met depressies en ondergaat therapie waarin ook zijn ongewenst kind-zijn naar boven komt. Hij raakt ervan overtuigd dat hij de helft van een tweeling is en dat zijn tweelingbroer is geaborteerd. De waanzin waar Andreus het letterlijk over heeft, kan dus mogelijk aan diverse persoonlijke misère refereren.

Uit diep geworteld ongeluk komt vaak prachtige kunst voort, zo bewijst ook Andreus (sonnet 4 van 39):

Ik loop waar ik val en mij op moet rapen

Geen boom en geen struik en geen horizon

Er hangen alweer stormen voor die zon

Ik wou dat ik één uur, één uur kon slapen.


Heet mij toch welkom, wereld van vandaag

Of van vandaag niet dan misschien tot morgen

Ik ga in mijn splinters en onweer verborgen

en ga alleen en weet niet wat ik vraag.


Maar ik wil de moed hebben tot het laatste,

niet meer aan mij denken of aan die ander

of aan wat mijn woorden aan zon terugkaatsten.


Dood is hier. Ik wil zien hoe ik verander

en of ik weggaan of alweer leven moet

Maar wil niet zonder zijn, niet zonder moed.


Heel dicht op de huid van Andreus word je als lezer gegrepen door zijn kwetsbaarheid. Hij probeert zijn gevoelens niet met ingewikkelde taal onder woorden te brengen, maar bedient zich van vragen en paradoxen. Het leidt tot springerige, hortende verzen die zijn gemoed op authentieke wijze lijken te weerspiegelen.

Bron: http://www.literatuurplein.nl

Arjan Peters heeft een mooi en respectvol voorwoord bij de tiende, afzonderlijke druk (2007, Uitgeverij Holland) geschreven. Het nawoord is verzorgd door Andreus’ biograaf Jan van der Vegt.

Advertenties

Een gedachte over “Hans Andreus – De sonnetten van de kleine waanzin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s