Dezső Kosztolányi – De bekentenissen van Kornél Esti (++++1/2)

Een paar maanden geleden verscheen op het NUtblog een zeer positieve recensie van het boek ‘De avonturen van Kornél Esti’, van de hand van de Hongaarse schrijver Dezső Kosztolányi. In 2006 werd een vergelijkbare verzameling uitgebracht van deze Oosteuropese stijlvirtuoos, namelijk ‘De bekentenissen van Kornél Esti’. De secretaris draalde geen moment en liet via een Utrechts antiquariaat ook deze bundel tot zich komen. En wederom leidde dit tot een paar uur literatuurgenot.

Esti is een soort alter ego van de auteur en de lezer krijgt achttien hoofdstukken te maken met telkens andere aspecten van zijn persoonlijkheid – en tegelijkertijd met Kosztolányi’s meest gekoesterde idealen. Soms is Esti zelf de hoofdpersoon (in eerste of derde persoon), in andere verhalen treedt hij louter op als verteller. Het tweede verhaal, over de eerste schooldag van Esti, is werkelijk ontroerend en spreekt een dikke eeuw later nog ijzersterk tot de verbeelding. Het derde verhaal laat de lezer al helemaal naar adem happen; de secretaris raakte zelfs een beetje geëmotioneerd door het stilistische niveau en de rake sfeerschetsen van Kosztolányi, die daarin Esti een treinreis (misschien wel zijn beste ‘genre’) laat maken van Boedapest naar Fiume. Hij raakt in de greep van een zachtaardige en innemende vrouw, maar uiteindelijk krijgt hij tegen zijn wil een zoen van haar lelijke dochter.

Elke beweging van die vrouw getuigde van gevoel voor maat en goede smaak. Ze bewoog zich overigens nauwelijks. Het was zelfs een beetje vreemd, die enorme rust. Ze zat te peinzen en deed niets. Esti dacht soms dat hij op een gegeven moment – als ze zou niezen of haar neus snuiten- plotseling in haar teleurgesteld zou raken. Maar die verwachting kwam niet uit. Alle kleine verrassingen rechtvaardigden zijn snelle sympathie alleen maar. Zelfs haar ledigheid werd niet saai. Alles wat ze deed of naliet was goed, mooi en prettig en het was goed, mooi en prettig zoals zij het had gedaan of nagelaten.

Hoofdstuk zes sprankelt ook: hierin doet Esti op uiterst serieuze en daardoor komische wijze uit de doeken hoe hij zeer georganiseerd zo onopvallend mogelijk van een erfenis probeert af te komen. Ook het verhaal over een ‘gesprek’ met een Bulgaarse conducteur die hij helemaal niet verstaat, geeft blijk van Kosztolányi’s zeldzame verteltalent. Met een hoop ‘hm-en’ en wisselende gelaatsuitdrukkingen kom je kennelijk een heel end.

Het grootste minpunt van de bundel is, en dat is ook meteen het risico met een ogenschijnlijk willekeurige verzameling verhalen, dat enkele niet dit hoge niveau halen en daarom wat uit de toon vallen. Het voordeel bij de ‘De bekentenissen van Kornél Esti’ is dat dit met name het middengedeelte betreft, want aan het einde is de lezer weer helemaal murw geslagen door Kosztolányi’s elegantie. Hierin volgen enkele absurde vertellingen met bijna onnavolgbare conversaties elkaar op en als klap op de vuurpijl is daar het slotverhaal. Dit betreft weer een reis, een tramrit deze keer, die symbool staat voor het verloop van het mensenleven. Het leven is niets anders dan een voortdurende strijd om je plaats – een zitplaats- te bevechten.

Zelden is de secretaris daadwerkelijk geraakt geweest door literatuur zoals door Kosztolányi. Zowel inhoud als taal en stijl: het is echt genieten geblazen. Door de onbalans niet het volle pond, maar ++++1/2 verdient deze wegbereider van de Hongaarse literatuur zeker!

Advertenties

Een gedachte over “Dezső Kosztolányi – De bekentenissen van Kornél Esti (++++1/2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s