Een dinsdag-antwoord is geen donderdag-antwoord (NUtviews #1)

NUtviews 1

Filosofisch consulent Harm van der Gaag is toonaangevend in zijn vak en één van de weinigen in Nederland die met dit werk in zijn levensonderhoud voorziet. Sinds 2004 spreekt hij over levensvragen met mannen en vrouwen uit alle geledingen.

In zijn wijsgerige praktijk aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht bereidt Van der Gaag een stevige espresso. Wij nemen plaats in twee uiterst comfortabele leren fauteuils. Het interview kan beginnen.

U geeft therapie of hoe noemt u het precies?

‘Dat het heilzaam is, sluit ik niet uit. Een therapie moet je meer in de medische hoek zoeken.
Het gaat hier over levensvragen en daar iets mee te doen. Het is een gezond onderdeel van het menselijk functioneren om levensvragen te hebben en daar iets mee te doen. De betekenis van dingen; waar moet het heen, wat mag je geloven, wat mag je hopen?’

Kun je een sessie bij u vergelijken met een goed gesprek onder vrienden?

‘Vrienden willen iets. Die willen dat je blij de deur uitgaat en hebben een bepaald beeld van je, waar ze zich aan vast houden.’
‘Ik neem een neutrale positie in terwijl de betrokkenheid er wel is. Een goed gesprek in een café kan makkelijk drie uur duren. Ik praat drie kwartier en dan is het schluss.
‘Het gaat hier om datgene wat voor de klant belangrijk is, bij een gesprek met een vriend heb je een wisselwerking.’

Hoe gaat u te werk?

‘Ik ben geinteresseerd de klant te helpen zijn of haar vraag goed te ontwikkelen. Er zijn collega’s die heel protocolair te werk gaan, collega’s die zonder opgelegde structuur werken én collega’s die filosofen aanhalen in hun sessies.
Mijn aanpak onderscheidt zich doordat ik de nadruk op de vraag leg. Mensen komen bij mij met overwegingen, emoties, vooroordelen, plannen. Ik maak daar met hen een vraag van, een volzin met een vraagteken aan het einde.
Die vraag gaan we vervolgens bezien. Die vraag gaan we ontleden, uitleggen, openvouwen. Dan verandert die vraag. Het zich ontwikkelen van de vraag, dát proces, daar gaat het om. Antwoorden zijn daarbij bijproduct,’ benadrukt Van der Gaag.

Harm van der GaagU ordent de gedachten van de klant en geeft ze richting?

‘Nou nee, het ordenen doen we samen. Het is een gezamenlijke inspanning, waarbij de grootste inspanning bij de klant ligt.
De vraag en de ontwikkeling van die vraag sturen ons een richting op. Mijn opvatting doet er helemaal niet toe.’
‘Het gaat om het bevragen van de vraag. Wijsheid is een kwestie van goede vragen stellen. Niet van mooie antwoorden geven. Met een goeie vraag kom je verder dan met een volmaakt antwoord. Een vraag gaat mee met de dingen. Een vraag die vandaag heel erg goed is, is morgen ook heel erg goed. Die kan wel langzaam veranderen maar daarmee wordt deze niet minder krachtig.’
(Korte stilte) ‘Een ‘dinsdag-antwoord’ is geen ‘donderdag-antwoord’.’

Vanwaar de groeiende interesse in uw vak, is dat het tijdsgewricht?

‘Ik doe dit werk nu acht jaar, ik geef ook les (beroepsopleiding tot filosofisch consulent, red.) op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Dit jaar ronden 10 studenten de opleiding af. In september beginnen twee groepen, zo’n 20-25 mensen, aan het traject.’

‘We hebben de laatste decennia veel zekerheden overboord gezet. Daar kwam voor de meeste mensen niets voor in de plaats. Beperkende en bepalende ideologieën werden bij het vuilnis gezet. En toen was er niets meer. Je kunt dan gaan wachten op de nieuwste iPad … en die moet dan je leven vervulling geven,’ schetst Van der Gaag ironisch.
‘Sommigen gaan dan terug in een keurslijf, worden bijvoorbeeld heel gelovig en gaan bij de SGP-jongeren.
Anderen zeggen, ik moet zelf ‘ns dieper gaan nadenken over wat ik ervan vind. De filosofische praktijk biedt dan uitkomst. Bij mij kun je dat in dialoog doen.’

Gebruikt u een bepaalde leer uit de filosofie?

‘Het punt is: de klant moet zelf filosoferen, ik moet dat niet gaan invullen. dan zitten we namelijk nog bij de kerk of synagoge. Ik heb natuurlijk een eigen opvatting of filosofische positie. Mensen zijn ook wel nieuwsgierig naar de boeken die ik hier op bureau heb liggen.
De arbeid moet echter verricht worden door de klant.’

‘Als mijn klanten niet ál te eigenaardige ideeën hebben dan kunnen we daar vanuit gaan in het opbouwen van een gesprek. Dus als mensen morele kwesties met mij willen doornemen kan dat natuurlijk. Ik kan met het referentiekader van zo iemand aan de slag, dat neemt niet weg dat ik ook weleens een schop kan geven tegen dat referentiekader (dit meld ik hem of haar ook in een introductiegesprek).’

Is het handig als je voorkennis hebt over filosfie?

‘Nee hoor, ik heb hoogleraren, timmermannen, tieners en tachtigers als klanten. Die mensen zijn echt niet allemaal op de hoogte van de filosofie. Het gaat, wat ik al eerder zei, om het scherpstellen van de vraag.
Als iemand teveel ideeën heeft, van Descartes hier, Kant daar en Heidegger zus. Dan is het ongelooflijk moeilijk om terecht te komen bij de eigen vraag. Dan helpt die kennis niet, dat moet ik ze afleren. Dus: het is niet altijd een voordeel en zeker geen vereiste.’

Heeft u voorkeur voor een bepaalde filosoof, ik noem Spinoza?

‘Die haal ik wel ‘ns aan, ongeveer drie keer per jaar vraagt een klant welke filosoof goed zou zijn om eens te lezen in verband met de kwestie die we bespreken. Twee van de drie keer gebruik ik dan Spinoza. Maar je kunt niet iedereen daarmee om de oren slaan.
Het gaat voor de klant, nog steeds, om vat te krijgen op hun eigen vraag. En als dan Spinoza in de coulissen instemmend zit te knikken, dan is dat mooi meegenomen.’





Waarom maken wij ons ongerust over geld en status en niet over wat écht belangrijk is?

‘Eén categorie klanten zijn eind dertigers, begin veertigers. Mensen met een goede baan, een eigen huis, partner en kinderen. Mensen met wie het in de ogen van hun omgeving goed gaat.
Ze hebben hun zaakjes op orde. Maar hebben het ongeruste idee dat er iets ontbreekt. Zoals in dat nummer van Doe Maar, ‘Is dit alles?’ (‘Een kind, een huis, een auto en elkaar …’). Zo’n situatie kun je afdoen als midlife crisis.’
Dit zijn dus succesvolle mensen die eigenlijk niet weten wat het allemaal te betekenen heeft en waar ze het allemaal voor dachten te doen.’

Die mensen zouden eigenlijk eerder moeten komen met hun vraag met wat ze nu écht willen.
Het is inderdaad, wat je zegt, een goed idee dat mensen zich niet zo zenuwachtig over geld maken en zich afvragen wat ze écht belangrijk vinden. Maar voor veel mensen is het antwoord op die vraag géld of een gróte auto!’

Waarom zou je dat willen?

‘Er zijn veel mensen die niet geïnteresseerd zijn in die vraag. Zoals het spreekwoord zegt: je kunt het paard wel naar het water leiden maar je kunt het niet dwingen om het te drinken. Je kunt dus mensen niet dwingen om vragen te stellen.’

Zolang deze mensen gelukkig zijn …

‘Er zijn niet zoveel mensen gelukkig. Er zijn veel mensen die het wel vol te houden vinden.
Geluk kan ook niet veel kritische beschouwing verdragen. Wat is dat geluk? Het is een vraag die een vraag oproept. Ik vraag: wat zouden de aanleidingen kunnen zijn om tot de uitspraak te komen dat je gelukkig bent? En snijdt dat hout? Een vraag waar veel mensen nooit over nadenken.’

Of er wordt gezegd wat er door anderen verwacht wordt?

‘Mensen zijn gewend aan hun eigen verhaal. In de gesprekken met mij wordt dat verhaal expliciet. Ik stel tegenvragen en dan begint dat verhaal er anders uit te zien.
Wat hier in deze kamer vaak gezegd wordt is: ‘hoe kan het nu toch dat ik daar niet eerder ben achtergekomen?’ Ik reik als het goed is niet veel nieuw materiaal aan. Maar men is gewend is naar het eigen verhaal te luisteren.
Ik steek af een toe een spaak in het wiel en zeg wat wil je eigenlijk met dat woord?’

Merken klanten dat gesprekken met u ze verder helpt?

‘Wat ik doe heeft tevreden klanten tot gevolg. Als mensen ontevreden zijn komt het vaak doordat ze niet werkelijk het proces willen aangaan.
De filosofische gesprekshouding die ik hanteer speelt daarbij een grote rol. Die staat nogal haaks op wat in deze cultuur als de juiste gesprekshouding wordt gepropageerd. Deze resultaat- en oplossingsgerichte, procedurele denkcultuur. Die is niet geschikt voor de dingen waar het écht om gaat in het leven.’

‘Dus werkt het? Ja. Mensen worden er wijzer van.’

Dit interview werd op vrijdag 30 maart 2012 afgenomen. Duur: ongeveer 45 minuten.
De complete tekst is ook als PDF beschikbaar (PDF, 61 KB).

(Foto: Chantal Bekker / GraphicAlert)
2012 © NUt / nutblog.nl

Een gedachte over “Een dinsdag-antwoord is geen donderdag-antwoord (NUtviews #1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s