Van Mart naar Herman

De secretaris is verheugd weer een nieuwe gastauteur te kunnen introduceren, die na het schrijven van dit blog ambitieuze plannen kreeg om zich in de toekomst meer te gaan verdiepen in de kunst van het bloggen. Het betreft collega Rutger Wilhelm die zijn licht laat schijnen op een lopende internethype: hoe moet het verder met Mart Smeets?

Hebt u het al gehoord, dames en heren? Het is hét trending topic in de sportwereld de afgelopen dagen. Mart Smeets gaat stoppen. “Dé Mart Smeets?”, zult u zeggen. Ja. Zo’n beetje honderd jaar heeft hij het sportnieuws bij u in de huiskamer gebracht. U, met het bord op schoot voor de buis. Hij heeft ge-wel-di-ge historische sportmomenten van zéér dichtbij mogen meemaken en heeft alles gezien en gedaan wat er in de sportwereld te zien en te doen is. En als ik zeg ‘alles’, dan bedoel ik ook álles. Maar ook voor zo’n oude rot in het vak – en dat bedoel ik met het grootst denkbare respect, dames en heren -, valt ooit het doek. Het is finito. Basta. Schluss. En als je gedurende zoveel jaren je sporen in deze wereld hebt verdiend, dan hoef je je niet meer te bewijzen. Dan weet je waar Abraham de mosterd haalt. Dan tel je mee. Dan bén je iemand. En iedereen heeft respect voor je.

Mart, bron: eo.nl

Om Mart is veel te doen geweest. Aanmoedigend applaus of boegeroep, er zit bij Mart weinig tussen. We kennen hem als de pater familias, de patron van het Nederlandse sportnieuws. Toch twijfel ik wel eens aan mijn gevoel voor Mart. Ja, hij heeft veel vakkennis. En ja, hij beschikt over de flux de bouche. En ja, een studio zonder Mart oogt leeg.

Maar soms is ie het gevoel even kwijt, die aansluiting met de sporter en het publiek. Zoals met volleybalaanvoerster Flier. Ze hadden zich niet gekwalificeerd voor de Spelen. Veren in de reet bij de winnaars, trap omlaag naar de verliezers. Ai. Tenenkrommend. Manon hield het uiteindelijk niet droog. Mooie TV, zou je denken, emotie verkoopt. Maar niet altijd. Niet als het niet écht spontaan gebeurt. Niet als het zoeken is naar emotie. Trekken en sleuren, dat werk. Is het er wel, dan ontstaat er magische televisie. Denk maar aan Anky, Epke, of Maartje. Critici draaien er al jaren niet omheen. Het gaat niet om de sporters. Niet echt. Het gaat om het verhaal, de beleving eromheen. Met Mart als meesterlijk verteller. Story telling heet dat. Ben je goed, dan krijg je een belangrijke bijrol. Ben je héél goed, krijg je een van de hoofdrollen. Ben je dat niet, dan behoor je tot de figuranten, het ensemble in de grote Mart Smeets-show. Mogen we dat zo zeggen? Ja, dat mogen we zo zeggen.

Hij mag dan van het toneel verdwijnen, we zijn nog lang niet van hem af. De meester zelve heeft zijn gewenste opvolger al aangekondigd: Herman van der Zandt. Wie? Herman van der Zandt! Uhm. Precies. Vraag het een willekeurige honderd mensen op straat en met veel geluk toont een enkel persoon spontaan een blik van herkenning. Terwijl de beste man toch aardig wat jaartjes op tv meedraait. Mart vindt hem geestig. Knap vindt ie het hoe Herman met zijn hand losjes over het touchscreen swipet. En een goede wielrenner bovendien. Een waardig opvolger staat klaar, aldus Mart.

Trappen wij hier met z’n allen in? Hoe vaak heeft u om Herman gelachen door een rake kwinkslag, een vrijpostige opmerking, een speels bruggetje, of een stoutmoedige glimlach? Of doordat hij zijn tafelgenoot eens lekker stevig bij de spreekwoordelijke ballen grijpt? Vergeleken met Mart heeft Herman de flair van – hoe zullen we dat eens netjes zeggen – een pannenkoek. Herman heeft het élan dat inderdaad goed bij de Paralympics past. Neen, het is niet aardig, maar dit hoort ook bij de sport, dames en heren. Zo is het leven. Niets ten nadele van Herman, overigens.

Herman, bron: noordhollandsdagblad.nl

Mart bepaalt zelf zijn opvolging, híj regisseert. Het Nederlands publiek zal alleen hém herinneren. De godfather van de sportjournalistiek. Meesterzet. Stelt u zich het afscheid van Mart eens voor. Komt Herman dan de loftrompet over hem afsteken? Mart doet het nog liever zelf. Was getekend, Mart. Je zult het maar hebben, op zo’n moment Mart Smeets heten. Dan nog liever Herman van der Zandt. Toch zal ik hem missen, mon ami. Sterker nog, ik mis hem nu al. Staat u mij toe, dames en heren, om het maar gewoon te zeggen, om er geen doekjes meer omheen te winden? Laten we het beestje maar gewoon bij z’n naam noemen. En plein public. Mart is de beste sportpresentator in de vaderlandse geschiedenis. Ere wie ere toekomt. Vriend en vijand zijn het er over eens. ‘We’ zullen met z’n allen zeggen dat hij een standbeeld verdient. En ‘we’ zijn allen bereid onze belastingcenten daarvoor aan te wenden. Want Mart heeft ons veel gegeven.

Dan schrijven we 2028. De Spelen in Amsterdam zijn net afgelopen. Op internetradio hoort u de opvolger van Herman zeggen: “Weet u het nog, dames en heren? Eind 20ste, begin 21ste eeuw, Mart Smeets? Gaat er een belletje rinkelen? Het icoon van de Nederlandse sportjournalistiek, presentator pur sang. Hij had een sporthart, hij is niet meer”. En Herman pinkt thuis een traantje weg. Mooi, die emotie.

Advertenties

Een gedachte over “Van Mart naar Herman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s