Een stukje dactyologie

NUtblog is geïnteresseerd in de herkomst van woorden, maar aangezien het overgrote deel van de communicatie via de non-verbale weg verloopt, waarom geen aandacht besteden aan de oorsprong van gebaren? Laten we eens met een controversiële beginnen: het tonen van de middelste vinger.

Over het ontstaan van dit gebaar leest de secretaris verschillende verhalen.  Maar waarom zouden we kinderboekenschrijver Arend van Dam niet geloven, getuige zijn verklaring in het boek ‘Ridder zonder kasteel?’

Bron: dactyologie.nl

Het opsteken van de middelvinger is een gebaar dat in de vroege middeleeuwen is ontstaan. Boogschutters zijn ermee begonnen. Een boogschutter spant de pees van de boog met de sterkste vinger van zijn rechterhand: de middelste vinger. Als een boogschutter in handen van de vijand viel, werd hij vaak gestraft. Voor straf werd zijn middelvinger afgehakt. Daarna werd hij vrijgelaten. Zonder middelvinger kon hij nooit meer zo goed schieten als voorheen.

Wat deden boogschutters als ze tegenover elkaar stonden op het slagveld? Om elkaar te pesten staken ze de middelvinger naar elkaar op. “Kijk, ik heb hem lekker nog!”

 

Advertenties

Een gedachte over “Een stukje dactyologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s