Etape 2: neutrale wagen

Saint Lô – Cherbourg-en-Cotentin, 183 km

Daar stond ie dan, Richie Porte. Ook met een fiets van 10.000 euro kun je gewoon een lekke band krijgen, zo bleek maar weer. Deze crevaison was ongelukkig getimed. Een slechter moment was nauwelijks denkbaar. Ga maar na. Meer dan drie kilometer voor de streep, zodat je je niet kunt beroepen op de drie-kilometer-regel die ervoor zorgt dat je tijdverlies wordt weggestreept. Maar ook minder dan tien kilometer voor de streep, zodat je meteen de hoop kunt laten varen dat je weer aan kunt sluiten bij je op hol geslagen tegenstanders. Zeker als de finale zoals vandaag een paar klimmetjes kent die het peloton uiteen geslagen hebben. Het gevolg daarvan is namelijk dat niet alleen de renner met de lekke band hulpeloos om zich heen staat te kijken, ook de ploegleider in de auto erachter eet zijn stuur op van frustratie. Die rijdt namelijk ver weg achter de achterblijvers, zo lang er geen gat van een halve minuut valt mag hij er niet tussen.

En dus stond die arme Richie daar hulpeloos langs de weg de Tour de France te verliezen. Wat zou er door hem heen gegaan zijn? Wellicht stond hij zijn ploeggenoten te vervloeken, die ondanks alle afspraken waren doorgereden in plaats van hun achterwiel af te staan aan hun kopman. Of misschien durfde hij die niet eens aan te pakken. Vorig jaar overkwam hem immers in de Giro hetzelfde. Toen zag Simon Clarke hem ook al zo vertwijfeld staan. Die vond het zo’n sneu gezicht dat hij zijn eigen wiel weggaf aan landgenoot Porte, hoewel die voor een hele andere ploeg reed. Een bijzonder sympathiek gebaar, vond iedereen. Nou ja, bijna iedereen. De jury vond het tegen de regels en gaf zowel Porte als Clarke twee minuten tijdstraf. Dag roze trui.

Ah, daar was de neutrale wagen. Misschien kwam het toch nog goed. De mecanicien stapte uit met een nieuw achterwiel en … begon te klungelen. Misschien was Porte vergeten af te schakelen, misschien stond de man te trillen van de spanning, misschien was hij gewoon onhandig. Hoe dan ook, voor de empathische televisiekijker voelde het als van de regen in de drup.

Is er nog een schrale troost te vinden voor Richie Porte? Jazeker! Het kan namelijk nog veel erger, zo heb ik zelf ooit ontdekt. Lang geleden reed ik een tweedaagse koers in Zuid-Frankrijk. De organisatie van de Tour de la Vistrenque had een eerste etappe uitgezet in het vlakke, landelijke gebied tussen de stad Nîmes en de Camargue. Bij de start keek ik onwennig om me heen. Het was prachtig helder lenteweer, maar de tramontane joeg de laatste herfstbladeren over het dorpsplein. Dit was mijn tweede koers hier. Zouden die fransen kunnen waaierrijden? Zou ik er als individuele inschrijver iets van bakken zonder ploeggenoten?

In mijn zenuwen haalde ik training en wedstrijd even door elkaar en stak ik geheel onnodig vlak voor de start een bandje en een pompje in mijn shirt. De koers ging van start. Ze konden inderdaad niet echt waaierrijden, die Fransen. De eerste dertig kilometer waren een ongeorganiseerd festival van goedbedoelde demarrages met wind tegen. Op de één of andere manier bleef alles bij elkaar. En net toen na vijfendertig kilometer het stof een beetje leek neer te dalen, reed ik tussen de velden lek.

Ha, even denken, hoe zat het ook alweer? Naar rechts sturen, remmen, afschakelen. Schoenen uitklikken, afstappen, snelspanner open zetten, achterwiel eruit. Met de linkerhand de fiets vasthouden, met de rechterhand het wiel omhoog houden. Ik was tevreden met mijzelf. Dit ging soepel – en ik werd nu ongetwijfeld vermeld op de koersradio. Crevaison numéro soixante-huit. Voiture neutre: assistance! Eerst flitste het laatste deel van het peloton voorbij. Toen een paar heftig claxonnerende wagens. Vervolgens wat achterblijvers en toen een lange karavaan van voorbijrazende motoren, ploegleidersauto’s, een ambulance en tenslotte een busje met een bezem erop.

Juist ja, een busje met een bezem erop. De voiture balaie, de laatste wagen in koers, was zojuist op anderhalve meter van me gepasseerd en verdween nu in hoog tempo uit het zicht. Een weldadige rust daalde neer over het platteland. Er stonden hier suikerbieten, zag ik nu. En er zoemde vlak naast me een hommel rond een paarse bloem in de berm. Ik zuchtte eens diep. Mooie streek, maar hoe kwam ik er in godsnaam vandaan? Toen voelde ik iets prikken in mijn rug. Het per ongeluk meegenomen pompje, dat inmiddels een stuk minder onnodig was. Ik legde er een nieuw bandje op en reed in de richting waar ik de eindstreep vermoedde. Na enig zoeken vond ik die. De organisatie toonde zich clement na mijn verhaal aangehoord te hebben. Ik mocht bij hoge uitzondering starten op dag twee. Die twee strafminuten van Porte vielen nog mee, ik kreeg er twintig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s