Étape 3: fietsen met losse handjes

Granville – Angers, 223,5 km

Tweehonderdrieëntwing-en-een-half. Da’s niet alleen een lang woord, het is ook lang fietsen. Zo lang, dat zowat niemand er echt zin in had vandaag. En dus gebeurde er 213,5 kilometer lang vrijwel niks. Alleen Armindo Fonseca was gek genoeg om voor het peloton uit te gaan rijden. Dapper trapte hij eenzaam over de vlakke wegen naar het Zuiden. Niet te hard, want bij elke versnelling zou het peloton vier minuten achter hem óók gewoon wat harder gaan rijden. Pas in de laatste vijftig kilometer kreeg hij gezelschap. Thomas Voeckler maakte de sprong naar voren om zijn gekke bekken naar de camera te kunnen trekken. Kreeg ie nog de prijs van de strijdlust voor ook. Van aansteller naar gediplomeerd aansteller. Bravo & bizar. Die beloning had Fonseca natuurlijk moeten krijgen.

Bon, dat urenlang loom hobbelen over franse wegen… wat vonden de renners er zelf van? Een blik op de timeline van Twitter leerde dat de meningen verdeeld waren. Simon Gerrans schreef dat hij  als amateur een tijdje in de aankomststad gewoond had. Waarschijnlijk had hij alle tijd gehad om herinneringen op te halen, want hij had het over “pretty cool racing into Angers.” Geraint Thomas was met zijn gedachten bij de mensen die al die lege uren moesten vullen met bespiegelingen over de middeleeuwse kastelen langs de route: “Today was not a very good day te be a commentator.”  Bauke Mollema had het juist enorm naar zijn zin gehad en had het over “Een ouderwetse wandeletappe. Heerlijk.” Niet iedereen was het met hem eens. Sagan schijnt op op de persconferentie sarcastisch verteld te hebben dat hij gedurende de dag een paar maal overwogen had om een drankje te doen in een dorpsbar. En voor Tom Dumoulin, die nooit verlegen zit om een mening,  hoefde het al helemaal niet. “Zo’n rit van boven de 200 kilometer is niet meer van deze tijd. Hier heeft de organisatie niemand een plezier mee gedaan.”

Diezelfde Tom Dumoulin zorgde nog voor de etappe begonnen was voor een klein hoogtepuntje – vooruit, een vluchtheuveltje – op deze saaie dag. Hij meldde ’s morgens in een Tweet dat de focus en de benen er nog niet helemaal waren. Zijn ploeggenoot Roy Curvers had de dag tevoren al voor de camera uitgelegd dat dat te wijten was aan een valpartij tijdens de training, maar de NOS ging toch even op onderzoek uit. En wat bleek: de beste tijdrijder van Nederland was onderuit gegaan toen hij eventjes met losse handen fietste. “Wie doet dat nou, met losse handen fietsen?”, vroeg de verslaggever. “Ja, antwoordde Tom, kleine kinderen die hun tandjes willen verliezen.”

Daar had Tom een punt. Fietsen met losse handjes, dat gaat zelden goed bij kleine renners. Als kind reed ik op mijn eerste racefietsje vele rondjes in de tuin. Ik won elke massasprint en stak daarbij steevast beide armen hoog in de lucht. Deed mijn held Sean Kelly op tv immers óók! Daarbij eindigde ik echter, bij gebrek aan controle over mijn rijwiel, regelmatig ondersteboven in de heg. En deze week nog haalde ik mijn kinderen met de fiets van school. Mijn oudste zoon van negen reed vast vooruit. Rap trappend op zijn BMX verdween hij uit het zicht. Achter de voorlaatste bocht bleek het noodlot echter toegeslagen te hebben. Mijn zoon stond met een nat pak zijn crossfietsje uit de sloot achter ons huis te vissen. U raadt al wat er gebeurd was: l’histoire s’était répétée. Junior had een poging gedaan tot het fietsen met losse handjes.

Maar fietsen met losse handen, ook bij volwassenen gaat het vaker fout dan goed. Ik heb ooit met een vriend enkele leerzame uurtjes doorgebracht op de eerste hulp van het ziekenhuis van Montpellier. Mountainbike – losse handen – klap – smoelwerk lelijk toegetakeld. Wel goed voor mijn Franse medische vocabulaire, dat dan weer wel. Ook mooi: er bestaat een heel geestig YouTube filmpje (zie onder) van een amateurrenner die solo op de finish afstevent, de handen triomfantelijk vlak voor de meet in de lucht steekt, de controle verliest, tegen de grond smakt en zo onhandig weer opstapt dat hij gepasseerd wordt door een concurrent die op zijn beurt vertwijfeld de armen in de lucht steekt.

Bon, na 213,5 km saaiheid en 9700 meter angstaanjagende sprintvoorbereiding werd er vandaag 300 meter fantastisch gesprint. Cavendish won met 3 cm voorsprong op André Greipel. Weet u wie ik miste? Nacer Bouhanni! Die lag vorige week de nacht voor het nationale kampioenschap op bed in een hotel bij Metz. Herrie bij de buren, zo deed monsieur geen oog dicht! Het Franse spurtbommetje besloot verhaal te gaan halen. Maar herriemakende hotelgasten, die zijn meestal niet nuchter. Het liep uit de hand en de nogal explosieve Nacer sloeg er op los. Zo hard dat hij zijn hand blesseerde. Geen nationaal kampioenschap en vooral géén Tour voor Bouhanni.

Tja, fietsen met losse handjes, het gaat soms goed fout.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s