Étape 10: Verliefd op Luzette en Madeleine

Weet u wat de woorden Lavelanet, Mirepoix, Plavilla en Fendeille met elkaar gemeen hebben? Alle vier zijn het plaatsjes die vandaag op de route van de Tour lagen. Ze geven mooie namen aan hun stadjes, onze Franse vrienden. Mirepoix klinkt toch beter dan Dronten, Lavelanet een stuk galanter dan Veendam. Zelfs de kleinste gehuchtjes hebben vaak de mooiste namen. Lastioulles bijvoorbeeld, of Mazagran, of Puechabon, of desnoods Sounalou.

mont ventouxDe mooiste namen worden echter, zo lijkt het wel, bewaard voor de bergpassen.
Soms lijken de cols vernoemd naar het mooiste meisje van een lycée. Luzette en Madeleine bijvoorbeeld, daar zou ik als puber op vakantie zo verliefd op zijn geworden. Soms ligt de betekenis van de naam voor de hand. De Mont Ventoux, daar waaien je inderdaad de oren van de kop. Of de Col de la Baraque, Col de l’Homme Mort, Col du Minier… daar kunnen we ons wat bij voorstellen. Evengoed gaat mijn fantasie juist met me op de loop bij de meer onverklaarbare namen. Even een greep uit de afgelopen dagen.

“Doet u mij als plat principal toch maar de hourquette d’ancizan“, zei de man na lang aarzelen tegen de ober. “Maar dan wel graag bien cuit.”

  • “Heb je ook die chute in de eerste etappe gezien?”
  • “Zo, ja, ging die Contador me even keihard op z’n peyresourde!”

“Ha, voiture weer de retour uit de garage? Wat was er nou kapot? – Oh, was finalement pas grande chose. Dolgedraaide tourmalet aan de onderkant van de dynamo. Was gefixt en une minute.

-“Comment vas-tu? Een beetje bijgekomen na je ontslag uit het hôpital?”
– “Oui, ça va, maar ik zal toch nog wel even last houden van die afgescheurde aspin.”

Nee, het is een mooie taal dat Frans. We zijn er met z’n allen gek op. Zo gek dat het Nederlandse wielervocabulaire stikt van de mooie franse wielerwoorden. De bidon collant, bijvoorbeeld, waar ik het een paar dagen terug over had. Een versnellingsapparaat noemen we een derailleur. Een zinloze achtervolging is een chasse-patate. We beklimmen geen bergpas, maar een col. Wie een zwaar verzet trapt, rijdt op de grote plaat. Maar soms hoor je ook wel het grote plateau. Ook een hele mooie: de term voor de man die de coureur na de finish begeleidt naar de dopingcontrole en ondertussen in de gaten houdt of er niet op zijn Pollentiers geklooid wordt met een met urine gevuld condoom onder de oksel of in de anus. Die heet ook in het Nederlands chaperon.

Veel Franse wielerwoorden in onze wielertaal zijn echter waarschijnlijk via Vlaanderen bij ons terecht gekomen en daardoor nog maar half frans. Ravitaillering bijvoorbeeld, is in het frans gewoon ravitaillement. Een mecanieker is een mécanicien. Een andere naam voor de ploegleider is het volgens mij enkel in de wielersport voorkomende woord sportdirecteur, wat rechtstreeks afgeleid moet zijn van directeur sportif.

Er is zelfs een Nederlands wielerwoord dat perfect verfranst is zonder dat het tot het Frans terug te herleiden is. Vandaag kwam de ardoisier regelmatig bij de kopgroep met ritwinnaar Michael Matthews langs om het tijdsverschil met het achtervolgende peloton aan te geven. Zittend achterop een motor houdt hij een panneau – een bord – omhoog waarop met krijt de voorsprong in minuten en seconden staat geschreven. Een man met een bord… Dat noemen we, heel frans klinkend, een bordeneur. Prachtig toch?

Au revoir et les ballons!

 

 

 

2 gedachtes over “Étape 10: Verliefd op Luzette en Madeleine

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s