Étape 11: chez moi à Montpellier

Carcassonne – Montpellier, 162,5 km

En toen kwam de Tour ineens chez moi. Montpellier. Heb ik gewoond, bijna een jaar. En al is het zeventien jaar geleden, het blijft een beetje thuis. Ik woonde in een studentencomplex aan een uitvalsweg naar de Cevennen, aan de noordkant van de stad. Mooie kamer met uitzicht op een pizzabus. Gesubsidieerd door mijn ouders, maar ook de Nederlandse, Franse én Europese overheid. Mijn god, wat zijn die Britten connards met hun Brexit.

Ik heb er keurig een diploma gehaald aan Université de Montpellier II, maar dat hele studeren was natuurlijk een smoes om in de zon te kunnen fietsen. Daarvoor moest ik eerst een wielerclub vinden. Ik raakte bij het uitprinten van een studie-opdracht bij toeval aan de praat met de eigenaar van de copyshop tegenover mijn flat. Hij bleek zowaar een wielergeschiedenis te hebben. Ik had volgens hem de keuze uit twee clubs: AS Lattes of ASPTT de Montpellier. Ik keek eens op de kaart van de stad. Lattes lag helemaal aan de verkeerde kant. Wat was dat ASPTT precies? Aha, de Association Sportive des Postes, Téléphonies et Télégraphes. Een ploeg Post! Een variant op de US Postals van Lance! Kortom, daar moest ik maar eens een kijkje gaan nemen.

Ik meldde me bij de ASPTT de Montpellier, destijds een omnisportclub met een uitstekende wielertak. Die bleek gerund te worden door Régis, een amateur met een Melkertbaan. Hij werkte niet, of nou ja, volgens mij deed hij een kwartiertje per dag de administratie. De rest van de tijd trainde hij of deed hij niets. En met een beetje geluk won hij dan de Ronde van Guadeloupe. Alhoewel, geluk… Régis was relatief laat op de fiets gestapt, maar won direct wedstrijden. Een costaud, een spierbonk zonder weerga.

Régis concludeerde al snel dat ik voor mijn vertrek naar Frankrijk iets onhandigs had gedaan. Ik had namelijk mijn Nederlandse licentie aangehouden. En daarop stond dat ik élite was. En élite was in Frankrijk ook echt élite. In die categorie zaten landelijk zo’n 250 profs en semi-profs. Voor zover ik die al bij kon houden had ik volgens Régis vooral een transportprobleem. Er waren doorgaans in een weekend maar een paar wedstrijden voor deze categorie. In heel Frankrijk dan. De ASPTT was een prima club, maar een vliegtuig om naar Bretagne, de Elzas en het Baskenland te vliegen kon ik niet ontdekken.

Als ik nou de nieuwe Richard Virenque geweest was, had Régis dat probleem wel voor me opgelost wellicht. Al kon ik ze met mijn tong in mijn derailleur soms nog bijhouden ook, die Franse semi-profs, dat was ik niet. Dus besloot ik me bij wat wedstrijden op nationaal en regionaal niveau in te schrijven en te kijken wat er zou gebeuren. In een bureaucratisch land als Frankrijk leverde dat natuurlijk een boel gedoe op. Reed ik 200 kilometer met mijn autootje naar Aubenas om daar en principe geweigerd te worden door een norse koerscommissaris. Monsieur, vous êtes élite, vous ne pouvez pas participer. Wat nu? Toen de man even niet keek, jatte ik de klaarliggende rugnummers van de tafel, maakte dat ik wegkwam en verstopte me tussen de andere renners. Ik verwachtte een onmiddellijke diskwalificatie, maar reed de koers uit in het peloton en was later gewoon in de uitslag terug te vinden.

Régis was het met me eens: dat truukje ging me natuurlijk niet elke week lukken. Hij had eens wat speurwerk gedaan en een ander truukje bedacht. De ASPTT was niet alleen lid van de Fédération Française de Cyclisme (FFC), maar ook van de Fédération Française de Gymnastique et Travail (FSGT). Een wilde bond die óók wedstrijden organiseerde, vrij veel zelfs. Als ik nou dáár eens probeerde een licentie aan te vragen? Mocht officieel niet als ik al aangesloten was bij een bond die lid was van de UCI, maar wel de moeite van het proberen waard. Hij schreef me in en vroeg een licentie voor me aan. Een week later mocht ik me bij een arts melden voor een fysieke keuring mét inspanningstest. Tien kniebuigingen verder kreeg ik een illegale licentie. Régis was in zijn nopjes dat hij de autoriteiten om de tuin had weten te leiden en gaf me een shirt van de ASPTT de Montpellier. Maintenant, zei hij plechtig, tu es avec nous. Bovendien, voegde hij er optimistisch aan toe, wie weet waren er misschien maar tien écht goede coureurs bij die FSGT. Even later werd ik 11e in de Grand Prix de Salindres, dus misschien had hij nog gelijk ook.

Het werd een mooi voorjaar met behoorlijk wat ereplaatsen. Ik won zelfs een keertje, maar meestal verloor ik van de renners van… AS Lattes. Régis was echter trots op me. Vooral als het bergop ging, kon ik goed mee. Ik klaagde dan ook een keertje tegen hem over de wind die zo vaak uit de bergen over de vlakte aan kwam jagen. Ha, zei Régis, la tramontane. Jij wilt natuurlijk klimmen, mais ici à Montpellier, il faut aimer le vent. 

Dat laatste hebben we vandaag maar weer gezien. Waaiers! Froome en Sagan waren in hun element, maar Quintana spartelde onhandig in de wind. Ik had niet de indruk dat ie er al een beetje van begint te houden, die tramontane.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s