Étape 18: Te boek staan als lezer

Sallanches – Megève, 17 km

Daar stapte Bauke Mollema uit de teambus. Hij zette een paar stappen op zijn onhandige wielerschoenen en slingerde toen zijn pezige linkerbeen over het zadel van zijn tijdritfiets. Klaar om in te rijden op de Tacx. Nog drie kwartier en dan zou duidelijk worden of zijn slechte benen na van de dag na de rustdag vandaag weer op orde waren. Er stond tijdens deze tijdrit een tweede plaats op het spel. Adam Yates zat hem op de hielen, slechts zesentwintig seconden was het verschil. Alles wat Herbert Dijkstra zich echter namens de Nationale Omroep Stichting afvroeg was: “Zou hij zijn boek al uit hebben?”

Het lezen van een boek is voor een renner als het gebruiken van doping. Doe het niet en als je het toch doet, zwijg er dan over als het graf. Zodra de buitenwereld erachter komt, heb je een probleem. Als journalisten ruiken dat er een boek in het spel is, trekken ze alle registers open. De hele wereld moet weten wie het boek verhandeld heeft, wat de titel is, hoeveel pagina’s de renner dagelijks tot zich neemt en wanneer hij dat doet. Een renner die een een boek leest. Een intellectueel op een fiets. Sensatie! Dat moet de hele wereld weten!

Arme Bauke. Die leest gewoon graag een boek. Geeft hem rust in het gekkenhuis dat Tour de France heet. En misschien steekt hij er nog wat van op ook. Helemaal geen slecht idee, want van fietsen word je niet veel slimmer. Wat dat betreft zit de wielersport raar in elkaar. Er is geen sport die zoveel belangstelling trekt van intellectuelen als de wielersport. Tegelijkertijd doet diezelfde sport ontzettend spastisch op het moment dat een renner naast pindakaas ook boeken consumeert.

Schermafbeelding 2016-07-22 om 09.30.21

Renners zijn misschien wat rare mensen, het blijven mensen. Ze hebben dus ook een behoefte aan zelfontplooiing. Het peloton herbergde in het verleden best wat slimmeriken. Peter Winnen, bijgenaamd de student, is eigenlijk onderwijzer, Nick Nuyens heeft een diploma communicatiewetenschappen en Pedro Horillo is afgestudeerd filosoof. Ook in het huidige peloton staat Bauke, die in Groningen een propedeuse in de economie gehaald heeft, echter niet alleen. Romain Bardet studeerde bijvoorbeeld business management aan de grande école van Grenoble, Laurens ten Dam is gediplomeerd commercieel econoom en Floris Gerts was tot voor kort een corpsbal die er geneeskunde en wielrennen een beetje bij deed.

Wielrennen en studeren, het kan dus prima. Maar ook studeren en wielrennen gaan prima samen, zo heb ik ondervonden. Zelf heb ik Internationale Bedrijfscommunicatie aan de Universiteit van Nijmegen gestudeerd, met als specialisatie Frankrijk en de Franse taal. Tegenwoordig zou ik die studie best interessant vinden, maar als twintigjarige keek ik er heel anders tegenaan. Hoorcolleges, dikke boeken, saaie artikelen: niet te doen.

Tot we, ergens in jaar twee, de opdracht kregen om een wetenschappelijke taalkundige vergelijking te maken tussen de Franse en Nederlandse economische journalistiek. Ik stak mijn vinger op. Mocht ik niet l’Equipe kopen en de wielerartikelen vergelijken met die van de AD Sportwereld? De docente keek bedenkelijk en nam vervolgens een besluit dat mijn wetenschappelijke carrière redde. Als ik er ook de Volkskrant, NRC, Trouw en le Monde, le Figaro en France Soir bijpakte mocht het. Focus je op de koppen en stijlfiguren daarin, gaf ze nog als tip.

Ik pakte mijn fiets en racete opeens wél gemotiveerd naar het station, de enige plek waar ze internationale kranten verkochten. Thuis sloeg ik aan het vergelijken. Een week of twee later verscheen onder de titel RICHARD VIRENQUE, CHEVALIER FANTASTIQUE OF FANTASTISCHE RIDDER? een paper waarin geconcludeerd werd dat in Franse kranten het aantal stijlfiguren in krantenkoppen bij artikelen over de Tour de France significant groter was dan in Nederlandse.

Nature heeft het niet gehaald, maar ik had een acht en de smaak te pakken. Een onderzoek naar interculturele hobbels in de communicatie tussen samenwerkende Franse en Nederlandse organisaties, dat kon natuurlijk het best onderzocht worden bij de Tourstart in ‘s-Hertogenbosch. En afstuderen, dat kon in plaats van bij een Frans bedrijf dat moeilijke dingen deed als hypotheken verkopen of brugpijlers fabriceren bij nader inzien ook prima bij Farm Frites, sponsor van een professionele wielerploeg. Reed ik tijdens mijn afstudeerstage – tussen het in kaart brengen van de effecten van die sponsoring door -opeens in de Tour een bergetappe als chauffeur van een gastenwagen.

Tegenwoordig werk ik zelf als docent aan een hogeschool. Als een student bij het verstrekken van een opdracht zijn vinger opsteekt en zegt “Mag ik ook…” hoef ik de rest van de zin in principe niet meer te horen. Ik wens zo’n student altijd succes, en vooral veel plezier.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s