Étape 19: Scherven brengen geluk.

Dag na dag loodst een trein van zwarte shirts het gele wagonnetje Chris Froome over de cols. De Skybots worden ze al genoemd. Acht helpers die in elke andere ploeg kopman zouden zijn, wordt er dan bij gezegd. Dat lijkt me wat overdreven, maar ondertussen is het het koersverloop knap voorspelbaar en dat is knap vervelend. Gelukkig weten we sinds vandaag wat we moeten doen om de Skytrein en de wedstrijd te laten ontsporen. Tout ce qu’il faut est un peu de pluie: hemelwater.

Als je de Tour op zijn kop wil moet je een regenbui regelen. Liefst een stortbui in een afdaling. Dan mogen de renners eerst op de top lekker klooien met regenjasjes. Succes is gegarandeerd als je ook het wegdek nog vernieuwt en vervolgens kwast en latex pakt en wat aanmoedigingskreten op het asfalt kladt. Dan kun je de groene zeep zelfs thuis laten.

Vandaag lukte het allemaal. Vlak voor de top van de voorlaatste beklimming trakteerden cameraman en regisseur ons op een aantal plaatjes waar de gemiddelde meteoroloog het warm en koud tegelijk van zou krijgen. Pikzwarte wolken pakten zich samen rondom de alpentoppen, terwijl ver op de achtergrond de zon nog scheen. Nog even en het decor van de Tour zou een douche krijgen. Zagen we daar de eerste druppels al op de lens?

Achter elkaar gingen ze tegen het asfalt of rechtdoor in de bocht: Rolland, Navarro, Porte, Froome, Nibali, Zubeldia en Mollema. De Tourtrein ontspoorde. Het peloton was als een glas kapot gevallen op de weg en de scherven lagen her en op het asfalt. Weg was de regie, zowel in het peloton als op tv. Wie reed waar? Verwarring alom, eerlijk gezegd genoot ik ervan. Jammer alleen dat Porte en Froome terug konden komen, terwijl uitgerekend onze Boeke, pardon Bauke, de sigaar was.

Och, och, och, schokschouderend reed hij in zijn eentje omhoog. Hij kon nog net de laatste auto’s achter het peloton de bocht om zien draaien. Ik moest denken aan al die keren dat ik zelf met hartslag 180 en ontploffende longen een peloton onverbiddelijk uit het zicht zag verdwijnen en kreeg medelijden. In je eentje ben je kansloos tegen zo’n groep. Bauke wist dat, maar kon er niks aan veranderen. Dag podium, hallo 10e plek waar je niks aan hebt.Schermafbeelding 2016-07-23 om 15.14.20

En dus had de sympathieke Groninger het ’s avonds over de zwartste dag uit zijn carrière. Deze scherven waren morgen niet meer te lijmen. Down was hij, teleurgesteld. Dat gold ook voor Tom Dumoulin. Die ging al keihard op z’n Peyresourde voor de eerste druppel was gevallen. Pats-boem-pols gebroken, einde koers. Tom was in tranen. Niet vanwege het missen van de champagne op de Champs-Elysées, maar vanwege Rio. Daar wil Tom weer vliegen tijdens de tijdrit en het is maar de vraag of dat zal lukken met één lamme vleugel.

Laten we Tom en Bauke een hart onder de riem steken. Het zou niet voor het eerst zijn dat op een teleurstelling een hoogtepunt volgt. Dumoulin is daar zelf nota bene het schoolvoorbeeld van. Vorig jaar volledig in de put na een draak van een valpartij in de Tour en vervolgens beresterk in de Vuelta. Of neem anders de comeback van Marco Pantani. Die werd tijdens Milaan-Turijn geschept door een auto en brak een aantal botten waarvan hij niet eens wist dat hij ze had. Na maanden revalideren kwam hij sterker terug dan hij ooit geweest was.

Bovendien, het kan altijd erger. Zelf heb ik ook wel een last gehad van zo’n wolk rondom een alpentop. Op een op zich mooie dag reed ik met mijn vriendin van het meer van Annecy naar de Mont Blanc. In Chamonix kochten we kaartjes voor de kabelbaan naar de Aiguille du Midi. Op 3842 meter hoogte heb je daar normaal gesproken een prachtig uitzicht op de Mont Blanc. Normaal gesproken, ja. Wij hadden de pech dat de hele middag de enige dikke wolk van de Alpen bleef hangen rondom de Aiguille. We hebben de hele middag die Mont Blanc welgeteld twee seconden gezien. Bij gebrek aan een uitzicht wilde ik naar beneden, want ik kreeg door de hoogte last van hoofdpijn en gevoelige vullingen. Bleek niet te mogen. Vier uur moesten we wachten voordat we met één van de laatste télépherique-cabines af mochten dalen. Vol zelfmedelijden stapten we weer in de auto.

Dat dit dus erger kon las ik de volgende dag in de lokale krant. De allerlaatste cabine, die nog geen kwartier na ons binnengekomen moet zijn, was vergeten te remmen en op volle snelheid de aankomsthal in gezeild. Dat moet een boel glasgerinkel gegeven hebben. Ik klopte drie keer af. Tom, Bauke… laten we het zo maar zeggen: scherven brengen geluk.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s