Categorie: Cinema

Trendsettende stieren (1)

Salavador Dalì, Vladimir Nabokov, Jeroen Brouwers, George Lucas, Dennis Hopper, James Brown en Karl Marx.
Interessant rijtje, nietwaar? Deze mannen hebben zeker één zaak gemeen; ze zijn geboren tussen ca. 20 april en ca. 20 mei. Stier dus.

Zonder dat we de intentie hebben een nieuwe horoscooprubriek te starten, slaan we toch de astrologische weg in.
U kent vast een stier; het zijn vaak praktische, betrouwbare maar ook perfectionistische, artistieke en reislustige mensen. Dat laatste is interessant want daar gaat dit stukje over.

Natuurlijk heeft ieder sterrenbeeld zijn creatievelingen. Stieren lijken een extra kwaliteit te hebben; hun talenten beperken zich niet tot één discipline. Dat geldt weer niet voor elke stier (zoals niet elke militair een snor heeft maar een man met een snor is wel vaak een militair).
Het lijstje van zeven stieren hieronder bevat multi-talenten. Zij hebben allen iets betekend voor hun vak of zelfs daarbuiten. Daarnaast waren en zijn het beeldmakers pur sang.
We trappen af in de 15e eeuw.

Albrecht Dürer (21 mei, 1471)
Wordt beschouwd als de belangrijkste Duitse renaissance-kunstenaar. Hij was tekenaar, kunstschilder, maker van houtsneden en kopergravures en kunsttheoreticus. Als 13-jarige tekende hij al een opmerkelijk zelfportret.

De bewustwording van zijn eigen rol als kunstenaar blijkt uit zijn zelfportret uit 1498. Hij was de eerste die zich zelfverzekerd en frontaal als kunstenaar afbeeldde, iets wat ongewoon was in die tijd. Een eerste uiting van personal branding dus.
Door zijn vele reizen, Nederland bezocht hij meerdere malen, had hij een groot netwerk. Hierdoor kreeg zijn werk de aandacht die het verdiende. Voor zijn vijftigste had Dürer al de reputatie van een groot kunstenaar. Ook werkte hij voor de Romeinse keizer Maximilian I en was fervent aanhanger van Martin Luther.

Albrecht Dürer

Dat hij één van de invloedrijkste kunstenaars van Europa was, werd duidelijk door het indrukwekkende aantal leerlingen en navolgers dat hij had. Zelfs Nederlandse en Italiaanse kunstenaars lieten het niet na Dürers werk af en toe na te bootsen.

Als meetkundige schijnt hij een behoorlijke invloed te hebben gehad in de bouw van vestingwerken. Dürer ontwierp bijvoorbeeld de voorloper van het bastion waarmee steden werden beschermd tegen kanonnenvuur.
Tevens was Dürer schermleerling; hierover gaf hij in 1512 een boek uit.

William Shakespeare (± 23 april, gedoopt op 26 april 1564)
Deze Engelse toneelschrijver, dichter en acteur behoeft nauwelijks introductie. Het werk van de Britse bard is wereldwijd talloze malen ten tonele gebracht.

Shakespeares stukken draaiden om de mens en zijn volledige scala aan emoties en conflicten. De scherpe geest van Shakespeare, onnavolgbare behendigheid met woorden en zijn verbeelding maken zijn toneelstukken, ook in de 21e eeuw, zeer overtuigend.
Zijn publiek was gemêleerd en identificeerde zich met de onderwerpen. Dit kwam doordat hij dicht bij het echte leven bleef. Zo overleefden Shakespeares tragedies en komedies vertaling naar andere talen en culturen ver van het Elizabethaanse Engeland.

Macbeth

De aporische versregel ‘To be or not to be, that is the question’ stamt uit zijn Hamlet (deze scene komt overigens uit Macbeth).

Florence Nightingale (12 mei, 1820)
Deze Brits verpleegkundige, sociaal hervormer, statisticus en schrijver, veranderde de gezondheidszorg evenals de weergave van cijfermatige gegevens.

Nightingale werd geboren in Florence en was een vroegoud kind. Of een wonderkind, net als Dürer en Welles dus. Ze was een ster in wiskunde en hield van filosoferen over maatschappelijke problemen met haar vader.
Als gelovige werd zij gesterkt door een roeping die zij meerdere malen letterlijk ondervond. Dit maakte dat zij, tegen de wil van haar familie, het verpleegstersvak ging beoefenen in Duitsland.

Tijdens de Krimoorlog (1853–1856) verzorgde zij Engelse troepen in het toen Aziatische deel van Istanbul. De barslechte hygiënische omstandigheden aldaar waren de aanleiding voor actie bij de Britse. Ze liet haar regering zien dat meer soldaten stierven door infecties dan aan de oorlog. Haar cijfers gaf ze vorm in een pooldiagram. De eerste en waarschijnlijk meest succesvolle infographic.
Pooldiagram

Haar invloed reikte ver; ze inspireerde Henri Dunant tot de oprichting van het Rode Kruis, onderstreepte het belang van licht en goede ventilatie in ziekenhuizen en hervormde stukje bij beetje mannelijke bolwerken zoals het leger en de gezondheidszorg.

Op haar verjaardag wordt tegenwoordig de Internationale Dag van de Verpleging gevierd.

De rest van het rijtje volgt later deze maand in het tweede deel. Stay tuned!

Bronnen: Encyclopedia Britannica en Wikipedia
(Afbeeldingen: Alte Pinakothek München > martin-missfeldt.de, dvdclassik.com en Wikipedia)

“Bankoverval”, een stop motion door Micha Klijn

Onlangs streek het Go Short Filmfestival neer in Nijmegen. Helaas vond de secretaris geen ruimte om het festival te bezoeken, maar aan het voorproefje een week eerder deed hij wel mee. De organisatie nodigde in voorzieningenhart ‘De Ster’ te Lent kinderen uit om te experimenteren met film en 3D-brilletjes, of gewoon om lekker in een zitzak neer te ploffen en al film kijkend bij te komen van een vermoeiende schoolweek.

De jongste zoon van de secretaris kweet zich uitstekend van deze laatste mogelijkheid, maar de oudste stortte zich met vriendinnetje Nika op de eerste optie. In zo’n drie kwartier tijd maakte hij zich de kneepjes van de stop motion eigen en reeg hij samen met zijn klasgenootje ruim 100 beelden ineen tot een vlot lopend filmpje van 20 seconden. En zie hier: zijn eerste (en hopelijk niet laatste) filmproductie is een feit, met als thema “Bankoverval”:

Een compliment moet hier zeker uitgedeeld worden aan het nimmer aflatende enthousiasme en geduld van de aanwezige begeleiders; de meeste afkomstig van Senself. Dat is een initiatief van Stichting Skyway dat zich inzet om jongeren met en zonder een beperking te stimuleren om hun persoonlijke grenzen te verleggen. Senself laat jongeren deelnemen aan evenementen om zich trots te voelen over het gene wat zij bereiken.

Nou, dat is bij Micha uitstekend gelukt. Hij mocht zijn creatie ook nog even in de klas laten zien. En zijn vader….net zo trots….

Het Poolse filmaffiche, een noodzakelijk goed

De duivelse ogen van Klaus Maria Brandauer kijken ons priemend aan, de rest van het gezicht is een foto-negatief. Onderaan het affiche is in fel rood ‘MEPHISTO’ gedrukt. Regisseur en acteurs staan links en rechts in sierlijke letters op de schouders van de hoofdrolspeler geschreven.
Dit Poolse filmaffiche, uit 1982, kocht ik 15 jaar terug in een royale bui voor ± 100 dolar. Waarom juist dat affiche weet ik niet meer behalve dan dat ik het, nog steeds, een intrigerend kunstwerk vind.

Pickpocket (1959)

Een ‘Hollywood’-affiche hang ik niet zo snel aan de muur. Over het algemeen zijn dit gedrochten. Het hoofd van een al dan niet gefotoshopte hoofdpersoon drukt alle creativiteit weg. Zelfs in het affiche voor de recente film over Lech Walesa, een Poolse productie bovendien, bevat dit trucje.
Desalniettemin komt men ook bij de grote filmstudio’s langzaamaan tot inzicht. Steeds meer zien we een experimentelere vorm in hun obligate marketingmateriaal.

Sunset Boulevard (1950)

De Poolse affichekunstenaars zagen hun werk als noodzaak en niet als marketinginstrument. Dat komt voort uit een traditie die teruggaat tot het begin van de 19e eeuw.
De onbeperkte budgetten van de staat hielpen daar een handje bij. Vanwege de grote gebreken aan basisproducten als toiletpapier ontstonden de affiches puur uit artistieke overwegingen.
De primitieve staat van druktechnieken (foto’s kwamen bijvoorbeeld niet goed uit de verf) leidde tot creatieve oplossingen bij de makers. Als laatste zorgde de isolatie van het westen voor een onafhankelijke en oorsponkelijke blik op de (poster)kunst.
In de 21e eeuw stierf dit mooie vak uit. De opkomst van het kapitalisme in Polen krijgt hiervan vooral de schuld. Grote namen als Wiktor Gorka, Jan Lenica, Eryk Lipinski en Mieczyslaw Wasilewski verdwenen uit het straatbeeld.

Teveel geanaliseer doet deze flamboyante kunstwerkjes teniet. Kijk daarom en huiver …

Blow-Up (1966)

Apocalypse Now (1979)

Untouchables (1988)

Bronnen: Anna Husarska, newyorker.com en Andrea Austoni, smashingmagazine.com
(Afbeeldingen: mubi.com, cinemafanatic.files.wordpress.com, bfi.org.uk, polishmovieposter.blogspot.nl en thetrad.blogspot.nl)

De wonderbaarlijke filmpjes uit de Prelinger Archives

Er was een tijd dat het beroep van archivaris vaak voorafgegaan werd door het bijvoeglijk naamwoord ‘suffe’. Die tijd lijkt voorbij.
De archivaris die de juiste informatie weet te vissen uit de informatiebrij die vandaag de dag op ons afkomt, is spekkoper. Of, als je er niet gelijk een economische term aan wilt hangen, een moderne held.

Zo iemand is de Amerikaan Rick Prelinger (1953). Begin jaren 80 werkte hij als, inderdaad, suffe archivaris bij de Library of Congress. Hij kwam erachter dat veel archief-filmpjes geen specifiek doel hadden en (mede) door hun vluchtige karakter niet bewaard bleven. Deze zogenaamde ‘ephemeral’ films zijn meestal ook vrij van auteursrecht, omdat men destijds simpelweg niet de moeite nam om dit vast te leggen.

Mooi voor ons in dit geval! Want deze educatieve films, reclames en propaganda zijn erg de moeite waard. Bovendien is al het materiaal van Prelinger vrij te hergebruiken.
De veel geciteerde film van een hangbrug in het westen van de V.S. die onherroepelijk doormidden breekt (zie hierboven) stamt bijvoorbeeld uit de collectie.
De zoektocht door The Internet Archive (waar Prelinger onderdeel van uitmaakt) lijkt op de ontsluiting van een schatkamer. Wat heb je nou aan een opname van een nachtelijk ritje door downtown Los Angeles in 1946. Nou, oordeelt u zelf …

Materiaal uit de Prelinger Archives is een welkome en oorspronkelijke aanvulling op het dweperige aanbod van vandaag de dag. Je vindt er titels als Frank and His Dog, Dating: Do’s and Don’ts, Micrin Mouthwash Commercial en Mental Hospital maar er is nog veel meer te ontdekken.

Bron: The Internet Archive

Roman Holiday (++++1/2)

Voor de filmliefhebbers in Nijmegen is het vandaag een moeilijke dag. De Cinematheek, dé plek voor arthouse-films sluit (voorlopig?) de deuren. Komende tijd zijn er nog gesprekken over behoud van de collectie, dus het is nog even duimen draaien. De secretaris nam de gelegenheid te baat om voor het sluiten van de markt enkele klassiekers te huren. Zaterdagavond was het na een bijzonder druilerige dag tijd voor een dekentje op de bank en ‘Roman Holiday’, een film van regisseur William Wyler uit 1953.

Het verhaal gaat over prinses Ann (gespeeld door een jonge Audrey Hepburn) die genoeg heeft van haar officiële verplichtingen. Op een avond ontglipt ze in Rome aan haar begeleiders, en terwijl ze zich voordoet als een gewoon meisje leert ze de Amerikaanse journalist Joe Bradley (Gregory Peck) kennen. Door een foto in de krant herkent Bradley de prinses en schakelt hij daarop collega en fotograaf Irving Radovich (Eddie Albert) in om samen een financieel aantrekkelijke journalistieke primeur op te tuigen. Tijdens hun uitstapje door Rome worden Joe en Ann echter verliefd op elkaar, maar ze beseffen dat een relatie onmogelijk is. Uiteindelijk kan Bradley het niet over zijn hart verkrijgen om misbruik te maken van Anns onnozelheid en nadat zij weer is teruggekeerd wensen ze elkaar op een persconferentie het beste toe.

Bron: wikipedia

Roman Holiday is een bijzonder aangename film. Audrey Hepburn is door haar schoonheid en charme verpletterend als prinses Ann. Gregory Peck vult haar met zijn enigszins bedachtzame, maar realistisch acteren perfect aan. Daarnaast blinkt Eddie Albert uit als gretige cameraman. Verder herbergt de film enkele uitstekende en soms ook grappige scenes (zoals wanneer Ann een trap mist, het toneelspel tussen Bradley en Radovich) en dialogen (het onderhoud van Bradley met zijn baas over een mogelijke primeur). Helaas valt de scene met de vechtpartij en het politie-optreden een beetje uit de toon; die doet wat kluchtig aan. Een meerwaarde in Roman Holiday vormen daarentegen de bezienswaardigheden van Rome die het geslaagde verhaal een extra romantische kracht meegeven. Het einde (de persconferentie) is ronduit een treffende en originele vondst.

Uiteindelijk sleepte de film drie Oscars in de wacht en betekende het dé (terechte) doorbraak van Hepburn in Hollywood. De secretaris is het hier volledig mee eens en geeft ++++1/2 sterren.

Nieuwe helden: mooie docu! (++++)

Tja, u weet hoe dat gaat in een mensenleven. Zo ga je wekelijks met de Voorzitter naar obscure en minder obscure filmzaaltjes in Utrecht, en zo heb je drie kinderen, blijk je verhuisd naar Noord-Brabant en heb je alles – behalve tijd. Ook geen tijd dus voor die fraaie filmhuisfilm waarmee je mooi een paar punten zou kunnen scoren op de intellectualiteitsindex.

Allemaal prima, dat komt allemaal wel weer over een jaar of tien, maar tot die tijd maken we onder specifieke omstandigheden natuurlijk wel een uitzondering. Als er een documentaire over een professionele wielerploeg in de Tour de France draait bijvoorbeeld. Zeg nou zelf: de Tour als thema en de Verkadefabriek in Den Bosch als decor: what could possibly go wrong?

De cappuccino vooraf in ieder geval niet. Die was heel behoorlijk. Een dikke 7 op zijn minst, waarbij we aan moeten tekenen dat ik eigenlijk nog te kort koffie drink om er een waardevolle mening over te kunnen hebben. Maar goed, we kwamen ook niet voor koffie, maar voor Argos-Shimano. Dit Nederlandse wielerteam, dat zich nadrukkelijk manifesteert als ‘schoon’, is in enkele jaren tijd uitgegroeid tot een gevreesde sprinterstrein rondom de razendsnelle Duitser Marcel Kittel.

Elke wielerliefhebber weet: die Kittel won vorig jaar vier Touretappes, dus waar zit de verrassing? Laten we eerlijk zijn: verrast werden we als kijkers geen moment. Dat maakt Nieuwe Helden als documentaire echter nog niet minder interessant. We krijgen namelijk de Tour de France te zien vanuit een perspectief dat we nauwelijks kennen, al was er natuurlijk ook al de Belkin docu een aantal maanden terug. We zitten bovenop de renners: in hun teambus, op bed, bij de masseur, ja zelfs onder de douche. We zien hun sprintoverwinningen, maar ook de wonden van hun valpartijen en de teleurstelling van de renner die het niet redt in de bergen.

Teammanager Iwan Spekenbrink staat bekend om de nauwkeurigheid waarmee hij de karakters van de renners beoordeelt vóór hij ze een contract aanbiedt. Dat zien we terug. Er staat een echt team. Marcel Kittel blijkt daarvan ondanks zijn jonge leeftijd van 25 jaar de vaardige leider die nog jongere teamgenoten gedecideerd bij de hand neemt en tegelijkertijd in discussies over de concurrentie (Mark Cavendish zorgt voor emotionele reacties door Argos-Shimano renner Tom Veelers in volle sprint van de fiets te rijden) de nuance bewaart.

Hilarische momenten zijn er ook. Als een heel blonde kapster (tja, ergens in die drie weken moeten de haren natuurlijk gewoon geknipt) aan Marcel Kittel vraagt wat hij naast de Tour zo’n beetje doet in het dagelijks leven bijvoorbeeld. Of als de renners maar de helft van cruciale informatie doorkrijgen via hun communicatiesysteem en het moeten doen met de boodschap dat de finish bij de finishlijn is. (“Ja, waar anders!”).

Fijne documentaire. Genieten voor de bioscoop- en wielerliefhebber! Vier sterren!