Categorie: Filosofie

Iedereen kan filosoferen

‘(…) Een paar jaar geleden [werd ik] uitgenodigd om als ‘succesvol filosoof’ aan de nieuwe studenten uit te leggen wat je daar nu eigenlijk ‘mee kan worden,’ die studie filosofie. Mijn antwoord (…): iemand die begrijpt dat ‘wat je ermee wordt’ de verkeerde vraag is als je je afvraagt of je filosofie moet studeren.’
Aldus Robert Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent en filosoof. Dit was zijn reactie op het stopzetten van enkele filosofie-opleidingen.

Wijnberg slaat de spijker op zijn kop. De vraag is hoe je filosofie gebruikt in plaats van je af te vragen wat je ermee wordt.
Wat dat betreft kan een mens niet vroeg genoeg beginnen met leren te filosoferen.
Waar begin je dan? Nou, bijvoorbeeld met het boekje ‘Filosoferen aan de keukentafel’ door Rudolf Kampers en Jan Ewout Ruiter. De auteurs werken voor Stichting Leren Filosoferen. Zij ‘voeren filosofische gesprekken en trainen mensen in het leiden van die gesprekken’, aldus de tekst op de achterflap. Kampers en Ruiter hanteren de socratische methode en zij schreven een toegankelijk en praktisch boek met veel tips.

Ancient philosophers


Ken jezelf

Als ik het heel kort samenvat gaat het in het boek om de vraag hoe je jezelf beter leert kennen. Hoe werkt dat dan? Het belangrijkste is dat je voor jezelf een betekenisvolle uitgangsvraag vaststelt. Het boek biedt een uitgebreide verzameling tips en thema’s om tot zo’n vraag te komen. Laten we voor het gemak een favoriet thema op dit blog nemen; kunst. Mogelijke uitgangsvragen voor een gesprek zijn:
– Wat is kunst?
– Is kunst een kwestie van smaak?

Ook de ervaring van een concreet kunstwerk kan het begin zijn van een goed gesprek. Het  kan een schilderij van Rothko zijn, maar ook een videoclip, een foto of een gedicht. Cruciaal is de verbinding van ervaring en reflectie. Aan het einde van het gesprek kan het goed zijn dat de gesprekspartners het kunstwerk anders ervaren dan daarvoor.
Meer over de werkwijze lees je in het boekje.

Grote vraag
NUtblog sprak met Jan Ewout Ruiter, één van de auteurs. Hij signaleert een toenemende behoefte aan reflectie en aan grip op het bestaan, zowel in de privésfeer als in bijvoorbeeld onderwijs, zorg en bedrijfsleven. De activiteiten van de Stichting Leren Filosoferen breiden zich snel uit. Het feit dat het boek inmiddels een tweede druk beleeft, past in dat beeld.

‘Filosoferen aan de keukentafel’ haalt de filosofie uit de academische sfeer en geeft het aan de beoefenaars. Filosofie was allang niet meer voorbehouden aan de grijsaard tussen zijn verstofte boeken; dit boek onderstreept dat. Iedereen kan overal filosoferen!

Rudolf Kampers & Jan Ewout Ruiter: Filosoferen aan de keukentafel. Recepten voor een goed gesprek. Scriptum, 125 blz. € 16,95.

(Afbeelding: wellcomeimages.org)

Terugkeer van de tragiek (1): inleiding

Uiteraard wenst de secretaris u zoveel mogelijk voorspoed in uw leven en hij hoopt oprecht en vurig dat u niets vervelends overkomt in de nabije en verre toekomst. Maar er moet hem iets van het hart: in toenemende mate ergert de secretaris zich eraan dat de tragiek geen kans meer krijgt in onze maatschappij. Het prachtige woord ‘fatum’ dreigt te verdwijnen en dat is op zichzelf een ramp. U zult denken: ‘Is de secretaris gek geworden? Wil hij ellende, ongelukken en tegenspoed?’ Nee, geenszins, maar we lijken tegenwoordig alles maar dicht te willen timmeren om veiligheid en zekerheden in te bouwen. De secretaris zal hier een aantal redenen noemen waarom dat geen goed idee is.

In de eerste plaats, natuurlijk een open deur, is het een illusie dat we alle ongelukken, ziektes en andere rampspoed kunnen voorkomen. De verkeersveiligheid en gezondheidszorg hebben in de laatste decennia een enorme vlucht genomen, maar de curve zwakt af. Doordat het algemene beeld steeds gunstiger wordt, lijkt iedereen het moeilijker te vinden om juist bij die paar tienden procent van de gevallen waarbij het vreselijk fout gaat, enige acceptatie te betrachten. Het leed hoort er niet meer bij. ‘De dood van één man is een tragedie, de dood van een miljoen mensen een statistiek’, zou Stalin gezegd hebben.

Daarnaast krijgt tegenslag een steeds negatievere bijsmaak, hetgeen het gevoel van tegenslag juist kan versterken. In onze veilige westerse wereld waarin zoveel verworvenheden zijn, krijgt een individu in penibele situaties stress, schaamte en een gevoel van eenzaamheid, juist door een aangenomen alleen staan in het leed: ‘waarom overkomt mij dit’, ‘wat een pech’ en ‘bij die anderen loopt het verdorie allemaal op rolletjes’. Elk huisje heeft zijn kruisje, maar het is niet meer zo evident en zichtbaar als vroeger.

Een naar gevolg van het inbouwen van veiligheid en zekerheden is dat veel zaken een erg beheersmatig karakter krijgen, waarin controleurs, bewakers en bureaucraten noodgedwongen een hoofdrol spelen. Spontaniteit, toeval en intuïtie leggen het af tegen risicovermijding en overdreven verantwoordelijkheid. Fouten maken is menselijk, maar hoe lang nog? Bij ver doorschieten kan risicovermijding ook angst oproepen: een patiënt wordt soms wel 5x gevraagd of hij meneer Jansen van 7 mei 1938 is: ‘weten ze nu nog niet wie ik ben?’. Ook verzanden we in eeuwige discussies over de schuldvraag als het dan wel een keer mis gaat: er moet altijd iemand opdraaien of voor het gerecht.

Enige tragiek maakt mensen bovendien bescheiden en dankbaar. No pain no gain, goede tijden slechte tijden. Wie het noodlot als een gegeven beschouwt, waardeert voorspoed en ziet het niet als een recht of als richtsnoer. Het leven als een soort golfbeweging, een sinusoïde. Uiteindelijk gaat het erom weer de balans te vinden.

Trendsettende stieren (2)

We vervolgen het rijtje met trendsettende stieren met niemand minder dan:

Orson Welles (6 mei, 1915)
Vooraanstaand regisseur, acteur, scenarioschrijver en producer.
De Amerikaan was een wonderkind; in zijn jeugdjaren onderscheidde hij zich door vaardig te (strip)tekenen, schilderen, pianospelen en zelfs te goochelen.
Op 26-jarige leeftijd werd hij haast onsterfelijk door als regisseur te debuteren met ‘Citizen Kane’. Deze speelfilm, over het leven van de krantenmagnaat William Randolph Hearst, wordt beschouwd als de beste film aller tijden (hoewel de meningen daarover verschillen).

Orson Welles

In de periode voor zijn hoogtijdagen als regisseur groeide Welles uit tot een gevierd Shakespeare-vertolker. Na een korte periode als stierenvechter in Spanje vestigde hij zich in Hollywood.
De Amerikaanse toneelspeler was een meester geworden in mensen op het verkeerde been zetten. Dat buitte hij uit in ‘The War of the Worlds’, een hoorspel waarin een invasie door Martianen werd gefingeerd. De regie van Welles maakte dit tot het succesvolste en meest overtuigende radiodrama ooit.
Als regisseur maakte hij ook Franz Kafka’s boek ‘Der Prozess’ tot film. Als acteur speelde hij o.a. in ‘The Third Man’. Minder bekend is dat hij de stem achter Robin Masters uit de hitserie Magnum, P.I. was.

Joseph Beuys (12 mei, 1921)
Beuys verzon de spreuk: ‘Iedereen is een kunstenaar’. Voor zijn invloed, leven en werk verwijs ik graag naar twee artikelen die eerder op NUtblog over hem verschenen:
De magie van een tijdsbeeld
Joseph Beuys, een bijzondere man

Brian Eno (15 mei, 1948)
Brian Eno

Ook deze Britse muzikant, producer, kunstenaar en (muziek)filosoof heb ik eerder uitgediept in enkele verhalen op dit blog:
Brian Eno op recept
Momenten van overgave in Another Green World

Anton Corbijn (20 mei, 1955)
’s Neerlands bekendste en belangrijkste fotograaf. Sinds een jaar of tien mag de domineeszoon zich ook regisseur noemen. ‘Control’, de eerste film van zijn hand (in 2015 verschijnt zijn derde) werd geëerd met belangrijke filmprijzen.

Op jonge leeftijd vertrok hij vanuit het hem beperkende Nederland naar Londen om ‘dichtbij de muziek te zijn’. Voor het gezaghebbende muziekblad NME maakte hij foto’s van David Bowie, The Fall, Joy Divison, The Smiths en Depeche Mode.
De Hagenaar maakte vanaf eind jaren zeventig talloze albumhoezen, videoclips en tourdecors voor toonaangevende muzikanten en bands als Nick Cave, Nirvana, Metallica, REM, The Rolling Stones en U2.
Voor de 70e verjaardig van toen koningin Beatrix maakt hij drie portretten. In 2013 ontwierp Corbijn de Kinderpostzegels in karakteristieke stijl; zwart-wit foto’s met kleurige letters erop geschilderd.

Anton Corbijn

‘De laatste 25 jaar reist hij de wereld rond en fotografeert persoonlijkheden uit de filmwereld, schilderkunst en andere disciplines. … een belangrijke beeldmaker en -vormer van de populaire cultuur van zijn generatie en geldt als een internationaal voorbeeld voor fotografen, ontwerpers en art directors. Corbijns activiteiten bestrijken veel werkterreinen … fotografie, grafisch ontwerp, film en decorontwerp in de breedste zin van het woord.’ 1

Over zijn werk zegt hij zelf: ‘Ik werk volgens de denkmethode van Brian Eno: beperk je gereedschappen, richt je op één ding en zorg dat je daarvan wat kunt maken. Door de beperkingen die je jezelf oplegt, wordt je zeer vindingrijk.’
Dat beperken zit ‘m bijvoorbeeld in het feit dat Corbijn, als één van de laatsten, zijn foto’s nog ontwikkelt. Hij werkt dus analoog en weet pas achteraf of zijn ideeën geslaagd zijn overkomen.

Corbijn heeft de gave om de ‘iconen’ voor zijn lens te demystificeren. Deze portretten zijn vol van realisme wat ertoe leidt dat het onderwerp, door de hand van de fotograaf, opnieuw een icoon wordt. Hoe hij dat doet is dit voorjaar te zien in een overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum/Fotomuseum Den Haag.

En … er zijn nog meer ‘beroemde’ stieren, waaronder opvallend veel regisseurs:
Lars von Trier, Michael Moore, Wes Anderson en ook Jack Nicholson, Michael Palin, Johannes Brahms, Novalis, Søren Kierkegaard, Eric Satie en Ludwig Wittgenstein.


  1. cultuurfonds.nl
    Overige bronnen: Encyclopedia Britannica en Wikipedia:
    (Afbeeldingen: telegraph.co.uk, wired.co.uk en the-talks.com) 

Trendsettende stieren (1)

Salavador Dalì, Vladimir Nabokov, Jeroen Brouwers, George Lucas, Dennis Hopper, James Brown en Karl Marx.
Interessant rijtje, nietwaar? Deze mannen hebben zeker één zaak gemeen; ze zijn geboren tussen ca. 20 april en ca. 20 mei. Stier dus.

Zonder dat we de intentie hebben een nieuwe horoscooprubriek te starten, slaan we toch de astrologische weg in.
U kent vast een stier; het zijn vaak praktische, betrouwbare maar ook perfectionistische, artistieke en reislustige mensen. Dat laatste is interessant want daar gaat dit stukje over.

Natuurlijk heeft ieder sterrenbeeld zijn creatievelingen. Stieren lijken een extra kwaliteit te hebben; hun talenten beperken zich niet tot één discipline. Dat geldt weer niet voor elke stier (zoals niet elke militair een snor heeft maar een man met een snor is wel vaak een militair).
Het lijstje van zeven stieren hieronder bevat multi-talenten. Zij hebben allen iets betekend voor hun vak of zelfs daarbuiten. Daarnaast waren en zijn het beeldmakers pur sang.
We trappen af in de 15e eeuw.

Albrecht Dürer (21 mei, 1471)
Wordt beschouwd als de belangrijkste Duitse renaissance-kunstenaar. Hij was tekenaar, kunstschilder, maker van houtsneden en kopergravures en kunsttheoreticus. Als 13-jarige tekende hij al een opmerkelijk zelfportret.

De bewustwording van zijn eigen rol als kunstenaar blijkt uit zijn zelfportret uit 1498. Hij was de eerste die zich zelfverzekerd en frontaal als kunstenaar afbeeldde, iets wat ongewoon was in die tijd. Een eerste uiting van personal branding dus.
Door zijn vele reizen, Nederland bezocht hij meerdere malen, had hij een groot netwerk. Hierdoor kreeg zijn werk de aandacht die het verdiende. Voor zijn vijftigste had Dürer al de reputatie van een groot kunstenaar. Ook werkte hij voor de Romeinse keizer Maximilian I en was fervent aanhanger van Martin Luther.

Albrecht Dürer

Dat hij één van de invloedrijkste kunstenaars van Europa was, werd duidelijk door het indrukwekkende aantal leerlingen en navolgers dat hij had. Zelfs Nederlandse en Italiaanse kunstenaars lieten het niet na Dürers werk af en toe na te bootsen.

Als meetkundige schijnt hij een behoorlijke invloed te hebben gehad in de bouw van vestingwerken. Dürer ontwierp bijvoorbeeld de voorloper van het bastion waarmee steden werden beschermd tegen kanonnenvuur.
Tevens was Dürer schermleerling; hierover gaf hij in 1512 een boek uit.

William Shakespeare (± 23 april, gedoopt op 26 april 1564)
Deze Engelse toneelschrijver, dichter en acteur behoeft nauwelijks introductie. Het werk van de Britse bard is wereldwijd talloze malen ten tonele gebracht.

Shakespeares stukken draaiden om de mens en zijn volledige scala aan emoties en conflicten. De scherpe geest van Shakespeare, onnavolgbare behendigheid met woorden en zijn verbeelding maken zijn toneelstukken, ook in de 21e eeuw, zeer overtuigend.
Zijn publiek was gemêleerd en identificeerde zich met de onderwerpen. Dit kwam doordat hij dicht bij het echte leven bleef. Zo overleefden Shakespeares tragedies en komedies vertaling naar andere talen en culturen ver van het Elizabethaanse Engeland.

Macbeth

De aporische versregel ‘To be or not to be, that is the question’ stamt uit zijn Hamlet (deze scene komt overigens uit Macbeth).

Florence Nightingale (12 mei, 1820)
Deze Brits verpleegkundige, sociaal hervormer, statisticus en schrijver, veranderde de gezondheidszorg evenals de weergave van cijfermatige gegevens.

Nightingale werd geboren in Florence en was een vroegoud kind. Of een wonderkind, net als Dürer en Welles dus. Ze was een ster in wiskunde en hield van filosoferen over maatschappelijke problemen met haar vader.
Als gelovige werd zij gesterkt door een roeping die zij meerdere malen letterlijk ondervond. Dit maakte dat zij, tegen de wil van haar familie, het verpleegstersvak ging beoefenen in Duitsland.

Tijdens de Krimoorlog (1853–1856) verzorgde zij Engelse troepen in het toen Aziatische deel van Istanbul. De barslechte hygiënische omstandigheden aldaar waren de aanleiding voor actie bij de Britse. Ze liet haar regering zien dat meer soldaten stierven door infecties dan aan de oorlog. Haar cijfers gaf ze vorm in een pooldiagram. De eerste en waarschijnlijk meest succesvolle infographic.
Pooldiagram

Haar invloed reikte ver; ze inspireerde Henri Dunant tot de oprichting van het Rode Kruis, onderstreepte het belang van licht en goede ventilatie in ziekenhuizen en hervormde stukje bij beetje mannelijke bolwerken zoals het leger en de gezondheidszorg.

Op haar verjaardag wordt tegenwoordig de Internationale Dag van de Verpleging gevierd.

De rest van het rijtje volgt later deze maand in het tweede deel. Stay tuned!

Bronnen: Encyclopedia Britannica en Wikipedia
(Afbeeldingen: Alte Pinakothek München > martin-missfeldt.de, dvdclassik.com en Wikipedia)

Het heimwee-offensief (2): heimwee nader belicht

Ruim een jaar geleden startte de secretaris een serie over heimwee, althans dat dacht hij. Inmiddels is dit intense gevoel van terugverlangen aardig in rook opgegaan, maar plichtsgetrouw als hij is, volgt er met nieuwe inzichten een tweede exemplaar in deze serie. Het valt de secretaris op dat er over heimwee niet zoveel substantieels te vinden valt op het internet. Is het een ziekte, aandoening, een probleem in de marge of wellicht een taboe? De secretaris springt in dit medisch-psycholgische gat en probeert het als ervaringsdeskundige te duiden.

Heimwee betreft het gevoel van ontheemd zijn: het centrale begrip hierin is volgens de secretaris verbinding. De getroffene is verwijderd van zijn of haar normale omgeving, waarin automatismen de nodige houvast gaven om te functioneren: de mens is immers een gewoontedier. De vertrouwde connecties met het huis, de buurt, vertrouwde plekken en mensen zijn verbroken. Maar waarom heeft de één er zoveel last van en kan een ander zich juist laven aan nieuwe ervaringen, daarmee nieuwe verbindingen tot stand brengend?

Bron: feelingblue.punt.nl

Om dit proberen te verklaren kunnen we good old Geert Hofstede erbij pakken: zijn begrip onzekerheidsvermijding is een factor van belang. Mensen die risico’s liever uit de weg gaan en bang zijn voor het onzekere, zullen eerder overmand worden door heimwee. In een nieuwe omgeving moeten immers weer nieuw houvast en zekerheden worden verworven. De nimmer op vakantie gaande buren van de secretaris in zijn jeugdjaren hadden last van plaatsvervangende heimwee. Elke keer als het gezin terugkwam van vakantie was steevast de eerste vraag: “Zijn jullie weer blij om thuis te zijn?” Onzekerheden en risico’s kunnen zwart-wit gezegd vanuit twee perspectieven benaderd worden. Om de termen uit de SWOT-analyse te gebruiken, voor de één is dit een kans (“de wereld ligt open”, “wauw, wat een leuke omgeving hier”), voor de ander een bedreiging (“help, hoe moet dit allemaal”, “alles is me vreemd”).

Een ander element dat hinderlijk kan zijn, is de (te positieve) interpretatie van het verleden. Sommige (melancholische) mensen hebben de neiging om eerdere gebeurtenissen op te hemelen en wellicht dat bij hen in de loop van de tijd de herinnering de gebeurtenissen steeds rooskleurig voorstelt dan ze feitelijk waren. Het is de vraag in hoeverre dit goed te bestrijden is: elke persoon kijkt immers op eigen wijze terug op zaken uit het verleden en verwerkt deze op een eigen manier. Zoals een trauma zich steeds weer aan iemand kan opdringen, zo kunnen goede herinneringen ook weer steeds blijven opkomen. Dat klinkt in eerste instantie helemaal niet verkeerd, maar ze kunnen bij een te grote intensiteit de toekomst aardig in de weg liggen: er is geen sprake meer van vriendelijke weemoed, maar van knagende heimwee. Positieve, nieuwe ervaringen in het heden lijken de meest voor de hand liggende remedie.