Categorie: Reizen

Kleine dingen groot#22 Mestkevers en uil in Parc Chlorophylle

De secretaris was tot zijn eigen verbazing het eerste deel van de vakantie in België te vinden. Sterker nog: hij was het die, niet eens in een vlaag van verstandsverbijstering, voorstelde om gezien het aardige weer in de Benelux naar de Ardennen af te reizen. Zijn jarenlange opgebouwde cynisme en pessimisme over met name Wallonië, nog versterkt door het lezen van de kolderieke belevenissen bij onze zuiderburen van Bob den Uyl, moesten maar eens gechallenged worden.

Viel het mee? Het antwoord, hoe saai ook, is tweeledig. De mistroostigheid, de Belgische nonchalance voor een fatsoenlijke inrichting van de leefomgeving, het onbegrijpelijke verkeer (de secretaris weigerde achter het stuur plaats te nemen): allemaal ingrediënten die wederom werden aangetroffen. Niettemin zou het onsportief zijn om te zeggen dat er niets te beleven valt, want de Ardennen hebben zeker wat te bieden, vooral qua natuur.

De derde dag belandde het gezin van de secretaris in Parc Chlorophylle, een recreatiebos in Dochamps, waarbij natuur, educatie en speelplezier op een leuke wijze worden gecombineerd. Tijdens de route door het park treft men diverse constructies van hout aan die volledig in het teken van de natuur en milieubehoud staan, waarbij tweetalige didactische panelen de bezoeker extra achtergrond verschaffen.

De secretaris stuitte op twee geslaagde kandidaten voor de serie ‘Kleine dingen groot’. Iets voor in uw tuin wellicht?

 

Heimwee naar de vakantiekaart

U hebt al eerder op het NUtblog kunnen lezen dat de vakantieperiode voor de secretaris niet louter ontspanning betekent. Naast de genoemde campingstress ziet hij altijd erg op tegen andermans vakantieverhalen. Eerst moet even het punt gemaakt worden dat de secretaris iedereen een opperbeste vakantie gunt, maar het liefste hoort hij een beknopte samenvatting van maximaal één alinea; het liefst met een slotzin in de trant van heerlijke clichés als ‘de batterij is weer opgeladen’ of ‘ik zou zo weer terug willen’ .

Een vakantie is namelijk een erg persoonlijke ervaring waar de reiziger in kwestie het inbeeldingsvermogen – en daarmee het geduld- van zijn toehoorders vaak overschat. Niet zelden probeert hij krachtens oeverloze details de thuisblijver te overtuigen van zijn unieke relaas. Het strookt daarmee bovendien niet met de basisprincipes van soepel lopende communicatie tussen zender en ontvanger, waarbij de zender zijn boodschap afstemt op de informatiebehoefte van de ontvanger. ‘Je moet er bij zijn geweest’ is dan de enige juiste conclusie waarmee het zaakje dan snel kan worden afgedaan.

Voorts is van een spontane interactie nauwelijks sprake. De vakantieganger laat de mindere momenten zowel bewust als onbewust buiten beschouwing. De goede herinneringen worden thuis steeds groter en mooier. De kritische geest lijkt daarnaast achtergebleven op de vakantiebestemming, want wie durft er thuis eerlijk toe te geven dat het nogal matige weken waren met ingrediënten als ruzie, regen of diarree? De toehoorder op zijn beurt kijkt wel uit om het enthousiasme van de spreker te temperen en de relatie in één klap te verruïneren, maar heeft tevens moeite om met een voortdurend schaapachtige vrolijke blik synoniemen te zoeken voor aanmoedigingen als ‘leuk’ of ‘interessant’.

foto-collage-kaart-vakantie
Bron: kaartje2go.nl

Maar het allerergste is natuurlijk die enorme hoeveelheid vakantiefoto’s die men ongevraagd moet doorworstelen, waarin alle bovenstaande nadelen op een hoop komen. Het is nog erger als de reiziger daarbij het tempo bepaalt door zelf het (digitale) album vast te houden. De ergernis over deze foto’s heeft de laatste jaren echter hevige concurrentie van de online reisverhalen: elk zichzelf respecterende reiziger houdt tegenwoordig het thuisfront op de hoogte, althans, in de vakantieroes wordt aangenomen dat iedereen aan het beeldscherm gekluisterd zit om elke dag te vernemen over het o zo interessante reilen en zeilen in ongerepte streken. De secretaris heeft daar inmiddels een strategie voor: hij beweert bij het wederzien dat hij de verhalen gelezen heeft en trekt meteen de niet al te moeilijke slotsom dat het er allemaal ‘goed en gezellig’ uitzag, hetgeen zonder uitzondering tot volmondige bevestiging leidt.

Al deze kwellingen doen de secretaris terug verlangen naar die helaas verdreven vakantiekaart. Daar stond inderdaad in drie zinnen precies de afdronk op die hij graag zou horen. Die vakantiekaarten uit verschillende landen waren qua voorkant allemaal inwisselbaar, maar wat gaf dat? De opwinding van het in de brievenbus aantreffen, het aandoenlijke handschrift van een vriend of tante, het uitrekenen hoe lang de kaart erover had gedaan….zucht…

Terug naar Herveld

Dit NUtblog is, voor diegenen die dat nog niet weten, gestoeld op een heus convenant dat alweer stamt uit 2003. Dit manifest bevat hele serieuze zaken, maar eindigt met een kwinkslag door middel van de zogenaamde ‘wal noch kant voorwaarden’. Eén van deze ludieke zaken behelst de volgende vereiste: ‘Elke deelnemer dient eenmaal in zijn of haar leven in Herveld (Gld.) te zijn geweest, doch ook niet veel frequenter.

cropped-jarno1

 

De secretaris was onlangs voor de derde keer in Herveld. De eerste keer betrof het een wandeltocht in het kader van een -overigens niet uitgelopen- Vierdaagse. De tweede keer bezocht het gehele NUtblog het memorabele afstudeerfeest van de heer J. Scholten, thans dirigent en componist, en nog steeds woonachtig in dit Gelderse dorp. Daar bleken de werelden van ambitieuze academici en doorgewinterde dorpelingen mijlenver uit elkaar te liggen.

Twee weken geleden stond op de werkagenda van de secretaris een interview met een patiënt te Herveld. Aangezien een prachtige, droge ochtend was voorspeld, besloot hij om de 14 km op het stalen ros af te leggen. Aangezien de interviewer in kwestie een transpirerende entree wilde vermijden, vertrok hij ruimschoots op tijd. Zodoende ontstond de gelegenheid om het dorp eens goed in zich op te nemen.

Opmerkelijk is dat het langgerekte Herveld opgesplitst is in Noord en Zuid. De historische kern ligt in Zuid, terwijl  Herveld-Noord pas na 1850 tot ontwikkeling kwam. De geschiedenis van Herveld gaat verrassend ver terug: vondsten uit de omgeving wijzen op bewoning in de nieuwe steentijd en bronstijd (circa 4000-1000 v Chr) en in de Romeinse tijd lag er vrijwel zeker een Bataafse nederzetting.

HervL

Het dorpsplein (in Noord) is van oudsher de ontmoetingsplek waar gekletst en geroddeld wordt. Daarom staat er een bronzen ‘leugenbankje’. Op het bankje zit een duiveltje dat verhalen voorleest. Het kunstwerk is niet alleen om te bezichtigen, maar ook om lekker even op te gaan zitten. Vanaf het bankje kan men constateren dat er wel degelijk enkele voorzieningen zijn: de boodschap kan in de Coop worden gedaan en er is zelfs een heuse fietsenzaak te vinden.

Op de terugweg kwam de secretaris nogmaals door Zuid. Hij passeerde daarbij de molen ‘De Vink’ en museumboerderij ‘Den Tip’. Hun website beweert: “vanaf het moment dat u de boerderij  betreedt, ruikt u nog het boerenleven van weleer.” Het is niet eens nodig om daarvoor het museum te betreden: wie door Herveld-Zuid fietst of wandelt waant zich enkele decennia terug in de tijd. Niet verkeerd voor geciviliseerde geesten om zich eens in dergelijke contreien te begeven.

HervWaal

De secretaris kan achteraf spreken over het succesvolste bezoek aan Herveld, en dit kwam niet alleen door het prettige weer en het zinvolle interview. Hij maakte nog een kiekje van de Waal bij het oversteken van de brug bij Ewijk. Wellicht gaat de secretaris deze voorwaarde uit het convenant met voeten treden….

 

 

 

Surrealistische pauzes langs de snelweg

In de meivakantie verbleef de secretaris een weekje in Schwäbische Alb, een enigszins onderschatte regio in Zuidelijk Duitsland die veel Nederlanders links laten liggen op reis naar zonnige(re) oorden. Al met al een slordige 600 km rijden en inclusief files (er wordt in Duitsland veel aan de weg gewerkt) en stops was het gezin van de secretaris toch zo’n 7 a 8 uur tot elkaar veroordeeld in de nog steeds dienstdoende, twaalf jaar oude Mazda. Zo’n reisdag gaat de secretaris niet altijd in de koude kleren zitten. Het klinkt allemaal tamelijk eenvoudig: rijden, bijrijden of de kinderen voorzien van vermaak of proviand.

De pauzes zijn altijd een onderwerp van discussie: moet er nu uitgebreider gestopt worden om “de benen te strekken” of “de kinderen hun energie kwijt te laten kunnen”? Of is het beter om zolang de sfeer in het voertuig nog harmonieus is, door te jakkeren om alvast maar een eind op weg te zijn? Hoe je het ook wendt of keert, er zal af en toe even gestopt moeten worden. Bij het gezin van de secretaris behelst dat ook het zoeken naar tankstations met  gas die wel met enige regelmaat, maar niet in grote getalen voorkomen in het buitenland.

strassenbauamt-will-rastplatz-verdreifachen_artikelquer
Bron: sn-online.de

 

Die tankstations leveren vaak een naargeestig, Hopperiaans gevoel op. De misselijk makende benzinelucht vermengd met de geur van smeulend asfalt met op de achtergrond de voortrazende, eindeloze rij verkeer doen je snel hunkeren naar de eindbestemming. Maar vergeet ook niet de menselijke omgeving: de grauwe gezichten van veelal Oost Europeaanse vrachtwagenchauffeurs in afzakkende, versleten joggingbroeken zijn niet bepaald een opbeurend gezelschap. Het ongelimiteerde optimisme van luidruchtige vakantiegangers gestoken in wijde korte broeken en voetbal T-shirts vormen een bijna ongeloofwaardig contrast.

Daarmee zijn tankstations, maar ook rustplekken langs de snelweg een ultieme non-plaats, die de voorzitter drie jaar geleden zo mooi introduceerde op het NUtblog. Toch is het niet alleen kommer en kwel: de kleine vormen van verbinding die er ontstaan, hebben vaak meer betekenis dan je denkt. Voor het eerst naast je nageslacht urineren bijvoorbeeld, is een onvergetelijk moment tussen vader en zoon. Ook het (uit)lenen van een strookje wc-papier of het trakteren op een klein snoepje aan andere reizigers zijn gestes waarvan we het belang niet moeten onderschatten.

De Duitsers geven de Rastplätze vaak een vertrouwenwekkende naam en als u geluk heeft, treft u een mooi gesitueerde aan met een weids uitzicht. Dit kan zelfs leiden tot een stukje contemplatie: niet alleen het lichaam, maar ook de geest is op reis…

Kleine dingen groot #20: Duim bij Lent

Gisteren was de opening van het Rivierpark/ Spiegelwaal in Nijmegen(-Noord), afgesloten met een spectaculaire lichtshow. Burgemeester Bruls sprak de mooie woorden dat de Waal nu niet meer langs, maar door Nijmegen stroomt. De Waal is inderdaad nu veel meer een verbindende schakel geworden: steeds meer mensen zullen ontdekken dat er “aan de andere kant” ook genoeg te beleven valt.

Afgelopen najaar werd door hoogwaardigheidsbekleders al een voorproefje genomen door een levensgrote duim uit een dijk te halen, als symbool voor het feit dat de Waal bij Nijmegen meer ruimte heeft gekregen. Inmiddels heeft deze duim een nieuw plekje gekregen aan de oostelijke dijk bij de Spiegelwaal, zoals de nevengeul nu officieel heet.

Duim

Het project Ruimte voor de Waal Nijmegen is een van de omvangrijkste en meest in het oog springende projecten die gerealiseerd zijn in het kader van het landelijke waterveiligheidsprogramma Ruimte voor de Rivier van Rijkswaterstaat. De kans op een overstroming voor Nijmegen is daarmee in de toekomst veel kleiner geworden. Opvallend aan het project is ook dat de oplevering eerder heeft plaatsgevonden dan gepland. Een zeldzaamheid, want zulke trajecten vergen doorgaans een bijzonder lange adem.

Door de aanleg van de Spiegelwaal is in hartje stad een eiland ontstaan. Drie nieuwe bruggen verbinden het eiland met Nijmegen-Noord. De waterveiligheidsmaatregelen zijn zo uitgevoerd dat er ook volop ruimte is voor recreatieve activiteiten. Genoeg kansen dus voor sport, horeca, natuur en cultuur. Daarom een grote duim omhoog voor dit project!