Categorie: tdb

1 nacht alleen?

Dit blog brengt het risico met zich mee dat de secretaris voortaan voor een grote a-romanticus wordt versleten. Gelukkig kan hij als achtergrond een onderzoek aandragen dat bewijst dat hij niet alleen staat in zijn mening. Uit een Brits onderzoek namelijk blijkt dat het merendeel van samenslapende geliefden wel eens nadenkt over het vervangen van het dubbele bed door twee afzonderlijke bedden of zelfs over een verhuizing naar een andere slaapkamer. Voor circa een op de vijf ondervraagden is dit laatste een heel reële optie.

De secretaris kan, hoe vervelend ook voor zijn eega, niets anders dan hartgrondig in deze gedachten meegaan. In zijn ogen is slapen een 100% individuele aangelegenheid die niet door andere (menselijke) factoren in gevaar moet worden gebracht. De onderzoekers beweren zelfs dat samen slapen iemand gemiddeld 2 uur per nacht kost. Dit klinkt wel erg overdreven, maar het in het bewuste onderzoek gepubliceerde lijstje met irritaties over de bedgenoot (m/v)  is werkelijk indrukwekkend.

Bron: gezondheidsnet.nl

De grootste ergernis betreft het vasthouden van de bovenkant van de deken bij het wegrollen, zodat de partner in de kou komt te liggen. Op de tweede plaats staat het wegduwen van de ander naar de rand van het bed, waardoor zijn of haar ribbenkast wordt geteisterd door de harde zijkant. De restcategorieën worden gevormd door onwenselijke gewoontes waar je als partner soms voor eeuwig aan vast zit: o.a. snurken, tandenknarsen en kwijlen. Aan dit laatste maakt de secretaris zich overigens onbedoeld schuldig.

Uit piëteit -of is het angst voor de reactie?- met zijn geliefde hebben deze overduidelijke bevindingen bij de secretaris nog niet tot concrete gedragsverandering geleid. Hij vindt het bijvoorbeeld wel zijn taak als echtgenoot om zo nu en dan zijn eega warm te maken, want de meeste vrouwen zijn natuurlijk ontzettende koukleumen. En wat is er trouwens erger dan een paar ijsklompen tegen je been te krijgen? Als de warmte zich enigszins van de vrouw heeft meester heeft gemaakt, stopt de secretaris direct met deze nobele taak, want het zweet breekt hem al gauw uit. De ‘lepeltje-lepeltje’ ligging is voor hem dan ook een tamelijk kort houdbaar genot.

Toch, de keren dat de secretaris bij afwezigheid van zijn partner noodgedwongen alleen moest slapen, waren zijn nachtrusten abominabeler dan normaal. Een korte dagevaluatie, een tedere hand of kus: ze werden node gemist. Wat is de meest gewenste situatie? De secretaris slaapt er nog maar eens een nachtje over……

Gekscherend

Het sterkste geslacht is het vrouwelijk geslacht, dat is overduidelijk. Het is bewonderswaardig hoe de vrouwen om ons heen maandelijks hun hormonale ongerief weten te overleven. Doen zich die niet voor, dan is de kans aanwezig dat de dame in kwestie zich door een vermoeiende zwangerschap sleept. En elke man die ooit getuige is geweest van een bevalling, krijgt diep, diep respect voor zijn zwoegende levensgezellin.

De ongemakken van een man steken daar uiteraard schril bij af, maar ‘we’ zijn er niet helemaal van gevrijwaard. De secretaris baalt al dik 15 jaar van die vervelende haargroei die dagelijks zijn gezichtsstreek teistert. Want scheren, dames, is in tegenstelling tot wat enkele reclames ons voorspiegelen, echt geen stoere danwel prettige activiteit.

De secretaris kortwiekt zich doorgaans ’s avonds, zodat de ontstane rode vlekken in de nacht rustig kunnen bijtrekken en hij de volgende dag geen rottige opmerkingen van collega’s naar zijn hoofd geslingerd krijgt. Nadelig gevolg is echter dat de volgende lading stoppels zich overdag al weer aan het front meldt. Het uiterlijk van de secretaris kan daarmee niet helemaal als ‘verzorgd’ worden betiteld, hetgeen zelfs kan leiden tot minder zakelijk of persoonlijk succes.

Bron: dokter.nu

Sommige mannen moeten zelfs meer dan eens per dag het scheermesje of -apparaat ter hand nemen. Bekend voorbeeld is natuurlijk onze voormalig premier Lubbers, die zich tijdens dienstreizen achterin de auto zat bij te scheren. Om al dit pijnlijk gedoe te voorkomen, zouden we onze baard kunnen laten staan. Naast het gegeven dat een baard slechts bij een kleine minderheid van de mannen van toegevoegde esthetische waarde is op het gelaat, komt dit prikkende lichaamsdeel de eigenaar op extra distantie bij vrouwlief, kinderen en andere naasten te staan.

Over de methode gesproken: de secretaris is onlangs overgestapt naar een combinatie van nat en droog scheren. Al vanaf het begin hanteert hij het scheerapparaat, maar de laatste maanden sloeg de irritatie zowel fysiek als mentaal steeds meer toe. Een klein decennium geleden probeerde hij een blauwe maandag het scheermesje uit, maar dat resulteerde destijds in een onevenwichtig haarbeeld en een behoorlijk toegetakeld gezicht. Enkele weken geleden blies hij deze werkwijze nieuw leven in, ditmaal met een beduidend betere afloop. Vrouwlief was in ieder geval te spreken over zijn gladde konen en een extra streling was zijn deel.

Ofschoon het daarbij bleef, ziet de secretaris op dit terrein eindelijk eens wat lichtpuntjes. Hij is benieuwd naar de ervaringen en tips van lotgenoten om deze stijgende lijn voort te zetten!

Gapen niet veel nader verklaard

De secretaris had ooit een collega cq kamergenoot, J. genaamd, die er flink op los placht te gapen. J., toch al niet begiftigd met een enorm arbeidsethos, gaf aan dat het saaie werk en de vervelende directrice debet waren aan deze onophoudelijke stroom aan geeuwen. De statisticus in de secretaris trachtte het aantal open monden van zijn kamergenoot op een dag te registreren, maar zag daardoor de planning van zijn eigen werkzaamheden in gevaar komen. Maar sneed de verklaring van J. wel hout? Leidt verveling tot extra gegaap?

Over het fenomeen gapen zijn weinig voldongen feiten bekend. Er is een aantal hypotheses in omloop, maar gefundeerd wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Overigens is er wel een prachtige, zeer verantwoord klinkende naam voor de gaapwetenschap: de chasmologie. De Van Dale vermeldt over de betekenis van gapen nog steeds: ‘op krampachtige wijze de mond openen als een gevolg van lusteloosheid, vermoeidheid en dommeligheid en daardoor m.n. een teken van verveling of ledigheid’. Hoewel niet onomstreden kan men deze betekenis wel uitbuiten als een niets aan onduidelijkheid overlatende vorm van non-verbale communicatie. Als uw (kraam)visite te lang duurt, gaapt u twee keer flink opzichtig en vijf minuten later is uw bezoek in allerijl vertrokken.

Dit zou niet stroken met een andere verklaring, namelijk dat gapen juist een teken is van ontspanning, van het op je gemak voelen bij een ander. Er zijn ook theorieën die aangeven dat geeuwen zou optreden bij een laag zuurstofgehalte in het bloed, of dat het de druk in het middenoor gelijk zou maken aan de omgevingsdruk. Tot nu toe zijn er voor deze fysiologische verklaringen weinig bewijs gevonden.

De uitleg die de secretaris het meest als muziek in de oren klinkt, is dat gapen optreedt bij een voorbereiding op een inspanning. Dit zou dan ook de eerste verklaring een plausibele draai geven: het geeuwen vindt niet plaats uit verveling, maar juist om wakker, alert te blijven. Deze hypothese wordt ondersteund doordat blijkt dat een gaap de hartslag verhoogt, de bloeddruk doet stijgen en de spieren doet aanspannen.

Shani Davis. Bron: daylife.com

De secretaris herkent dit zeker: een uur of twee voorafgaand aan een pres(en)tatie begint er bij hem een flinke reeks aan gapen. Voorbeelden uit de sport zijn er ook: wie ’s winters de schaatswedstrijden volgt, kan onmogelijk de open mond van Shani Davis gemist hebben. Als de snelle Amerikaan tijdens de warming up onmiskenbaar geeuwt, is de concurrentie gewaarschuwd. Ireen Wüst heeft deze verkapte manier van psychologische oorlogsvoering inmiddels overgenomen en niet zonder resultaat.

Feit blijft dat over gapen het laatste woord nog niet gezegd is. Heeft u trouwens dit stukje kunnen lezen zonder te gapen?

Hip tussen het kartbaanpubliek: wakeboarden bij Aquabest (+++)

En dan opeens ben je verzeild geraakt op, of all places, Aquabest. Voor de niet-ingewijden, dit is een recreatieplas nabij Best, dat dan weer naast Eindhoven ligt. Of beter gezegd, naast het industrieterrein met de fraaiste naam van Nederland: Ekkerswijer. Bij Aquabest is het op een doordeweekse avond in april stilletjes. Het seizoen is nog niet op gang, op de parkeerplaatsen is het onkruid nog niet weggemaaid. Blauwe en rode kermisattracties staren je ietwat droefgeestig aan, hopend op betere tijden.

Het is mooi weer op die bewuste avond, waarop de Beschermheer en zijn collega het in hun hoofd gehaald hebben om te gaan wakeboarden. “Immers”, zeiden wij, “eigenlijk zou elke mens minstens één keer per week iets voor het eerst moeten doen.” En zo lopen wij voor het eerst van ons leven het clubhuis van een waterskivereniging binnen. Daar blijkt al snel dat dit geen sport is voor mietjes, maar voor babes en dudes met wet looks en dito suits. O’Neill types met een Neilpryde stoppelbaard of sprankelend blauwe ogen, golvend blond haar en witte tanden. Vandaar dat het wat mag kosten: voor twee uurtjes in heel koud water betaal je 48 euro. Maar dat is gerekend buiten een euro voor een kluisje waar een laptop niet in past, 50 cent voor een vergeten handdoek (collega, deze keer had ik zowaar alles bij me) en drie euro uitrijkosten van een verder volledig lege parkeerplaats. Wat je wel krijgt voor die 48 euro: een wetsuit , een wakeboard, een instructievideo van vijf minuten en enthousiaste doch weinig professionele instructies van schijnbaar toevallige aanwezigen aan de waterkant. Aardige mensen, maar wel met net wat te dikke gouden kettingen. Ter vergelijking: dit is het type mensen dat normaal ook kartbanen bevolkt.

Natuurlijk ziet zoiets er best makkelijk uit. Links en rechts vliegen de wakeboarders je om de oren. Op hun kop, achterstevoren, met een sierlijke jump, het lijkt niet uit te maken hoe je het ruime sop verkiest. Bij nader inzien valt een start aan de sleeplift echter behoorlijk tegen. Je staat op een wakeboard als op een snowboard, maar voordat je lichaam het coördinatietruukje te pakken heeft ben je wel een paar hevig mislukte starts verder en ben je blij dat zo’n bord blijft drijven, dat dan weer wel.

Wie ondanks alles weet te blijven staan wordt hier 250 meter later voor gestraft. Op die plek bevindt zich namelijk bocht 1. Uiteraard was het laveren tussen de boeien wat al te veel gevraagd voor de totaal verkrampt op zijn bord staande Beschermheer, zodat vlak voor de bocht de spanning volledig van de lijn viel. Een snelle berekening van de krachten die ongetwijfeld los zouden komen wanneer de lijn weer strak getrokken zou worden door de lift en een visioen van een uit de kom gesleurde schouder later besloot de Beschermheer per direct de lijn los te laten. In zoverre een goed idee dat dit weliswaar een pijnlijke gang naar het ziekenhis voorkwam, maar dat het wel betekende dat hij naar de kant diende te zwemmen, waarna hij het traject volledig op blote voeten terug moest lopen. Vervolgens werd het donker, zodat wij besloten onze wakeboard bezigheden te staken.

Ook dit laatste besluit was niet onverstandig gezien de spierpijn die onze zucht naar thrills en kicks de volgende dag bleek op te leveren. Er zitten best veel spieren in het mannelijke bovenlichaam, zo bleek maar weer eens. Best leuk om eens te doen, dat wakeboarden. Maar Aquabest kan behoorlijk wat verbeteren in haar service en instructie. Drie enigszins geflatteerde sterren, daarom: +++

Van brillioot tot trendsetter

Deze week stond op nu.nl te lezen dat mannen en vrouwen elkaar even aantrekkelijk vinden met bril als zonder bril. Van de ruim 500 ondervraagde Nederlanders gaf circa 4/5 aan dat een bril niet knapper of lelijker maakt. Ondanks dat het onderzoek is uitgevoerd door Specsavers en men onmogelijk met een voor hen ongunstig resultaat kon komen, ziet de al 20 jaar bebrilde secretaris wel degelijk een kentering in het imago van de brildrager.

Tot diep in de vorige eeuw kreeg de bijziende een ernstige esthetische klap te verwerken. De moeder van de secretaris bijvoorbeeld is nog jarenlang draagster geweest van de klassieke ‘hoorntjesbril’; desondanks wist ze nog een vrij knappe man aan de haak te slaan. ‘It’s the inside that counts’, zal hij gedacht hebben.

Ook de secretaris kampte tijdens zijn puberteit met zijn beperkte visus. Om enigszins kans te maken bij de meisjes, dacht hij, gelijk zijn broer, dat lenzen de oplossing zouden brengen. Helaas lukte het hem nooit om twee van die krengen tegelijk in te krijgen, zodat er niets anders op zat dan zich te verzoenen met zijn lot als brildrager, met een extra portie onzekerheid als gevolg.

Overtuigd brillendrager: Marcel Vanthilt (Bron: gva.be)

De stormachtige ontwikkelingen op het gebied van de optiek waren de secretaris echter gunstig gezind. Er kwamen steeds meer leuke monturen op de markt en daarnaast konden de glazen steeds dunner geslepen worden, zodat de beruchte jampotjes van het toneel verdwenen. Scheldwoorden als ‘brillioot’ raakten pardoes uit de gratie. Een bezoek aan de opticiën werd een uitje in plaats van het begin van de ondergang van het zelfvertrouwen.

Tegenwoordig baalt de secretaris zelden van zijn bril, al is een café betreden hartje winter niet geheel zonder risico’s door de beslaande glazen. Van collegae heeft hij menigmaal complimenten gekregen vanwege een hip montuur. Met mede-brillendragers kunnen de laatste trends worden doorgenomen en met een bril kun je zelfs aan marketing doen: een collega heeft een ‘huisartsenmontuur’ en een ‘specialistenmontuur’, afhankelijk van de mensen die hij die dag ziet. 

Nee, de bril met de vaste associaties sullig en lelijk is vervangen door begrippen als intelligent, kunstzinnig en trendy: dat had 30 jaar geleden wellicht alleen een helderziende kunnen voorspellen.

De gezondheidszorg van dr Knock tot dr Google

De Nederlandse gezondheidszorg staat internationaal goed aangeschreven. Maar worden we er met zijn allen wel letterlijk beter van? Als we kijken naar het percentage personen dat in 1 jaar een huisarts consulteert, zien we dat dat vanaf 1981 naar 2009 met 4% gestegen is. Een vergelijkbaar percentage is waar te nemen bij het bezoek aan de medisch specialist. Zelfs als er gecorrigeerd wordt voor de vergrijzing, blijft er sprake van deze toenemende zorgconsumptie (de lelijke  term die de secretaris hier beroepshalve voor gebruikt). Extra illustratie: het aantal eerste polikliniekbezoeken per 1000 inwoners lag in 2005 op 526 en vier jaar later al op 579!

Natuurlijk, naast de vergrijzing speelt een rol dat er steeds meer (nieuwe) behandelingen beschikbaar komen en mensen wellicht sneller naar het ziekenhuis gaan voor een probleem. De zorg is, met alle kanttekeningen die je daarbij kunt plaatsen, door de jaren heen toegankelijker en transparanter geworden. Je kunt hier zelfs een plezierige boterham mee verdienen, zoals de secretaris bewijst. De rol van internet is een lastige: enerzijds raken potentiële patiënten wellicht nerveus bij het googelen naar gezondheidsinformatie en bellen ze de huisartsenpraktijk. Anderzijds wijzen huisartsen op de gevaren van ‘dr Google’: patiënten in de ontkenningsfase weten zogenaamd wel wat hen mankeert en stappen niet of te laat naar de huisdokter.

Bron: decitre.fr

Misschien zijn er wel hele andere verklaringen voor het stijgende zorggebruik. In 1923 verscheen het toneelstuk ‘Knock ou le triomphe de la médicine, van de Franse schrijver Jules Romains. Daarin neemt dokter Knock een praktijk over in een slaperig Frans dorpje. Knock weet gaandeweg het hele dorp ziek te praten, onder het motto ‘gezonde mensen zijn zieken die hun eigen toestand niet kennen’. Door wetenschappelijke demonstraties en ingenieuze redeneringen wekt de dokter belangstelling bij de dorpelingen en slaagt hij erin hen van gezonde mensen om te turnen in doodzieke patiënten. Dokter Knock en de plaatselijke apotheker spinnen er financieel garen bij en de huisarts annex zakenman ziet zijn gezag steeds verder groeien.

Maar aan het einde van het verhaal gaat het toch mis: dr Knock begint te twijfelen aan zijn eigen gezondheid. Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen succes: ‘À trompeur, trompeur et demi’ (de bedrieger bedrogen).