Categorie: tdb

Tussen leven en dood

Op de NUtferentie kwam het ter sprake: van sommige personages vraag je je af of ze nog in leven zijn. Door warrige berichtgevingen of ruige levensstijlen creërt men soms een eigen geschiedenis van een bekend figuur. Hierbij een lijstje om voorgoed af te rekenen met deze bijkans levensbedreigende onzekerheid:

Ted de Braak. Opvallend hoe vaak het NUtblog gevonden wordt met de zoekwoorden “ted de braak overleden”. Ook frappant: wanneer men googlet op deze hevig besnorde ex-presentator, dan geeft de voorpagina als eerste zoekgerelateerde opdracht ook deze woordencombinatie. Is de wens hier de vader van de gedachte? Verwart men hem met de destijds veel te vroeg heen gegane showmaster Willem Ruis? Weliswaar zijn twee leden van Farce Majeure waar De Braak (1935) ook deel van uitmaakte overleden, maar dat zijn de oudere Alexander Pola en Fred Benavente. Vooralsnog is Ted springlevend; twee jaar geleden blikte hij in de geboorteplaats van de secretaris vol weemoed terug op de Ted de Braak show die altijd in theater De Lievekamp werd opgenomen. Een glaasje madeira houdt een mens kennelijk jong!

The Mamas and the Papas. Van de Fabulous Four weet heel de wereld dat de helft nog in leven is, maar hoe zit het met dit door intriges geteisterde viertal uit de jaren zestig? Mede door al het bedrog, verraad en liefdesverdriet binnen de groep zetten de leden het flink op een zuipen en snuiven. Dat deze slopende levensstijl niet zonder gevolgen kon blijven, bleek weldra. De zwaarlijvige Cass Elliot bleef al met 32 jaar dood na een hartaanval. De papa’s John Philips en Denny Doherty lieten het leven in het vorige decennium. Michelle Phillips (1944) houdt de eer hoog. Volgens de auteur op wikipedia staat ze “bekend om haar jeugdige voorkomen en haar smetteloze huid.” Een sterk staaltje California dreamin’….?

Bron: posters.ws

James Brown. Nee, schrik niet, deze somtijds agressieve soullegende is al een paar jaar (sinds 1e kerstdag 2006) niet meer onder ons. In 1991 bracht de Nederlandse houseband L.A. Style ons in verwarring met hun ‘James Brown is dead’. Als door een bij gestoken reageerden de collega’s van Holy Noise met ‘James Brown is still alive’. Een tweede antwoordlied volgde: ‘Who the fuck is James Brown’ van Traumatic Stress. NUt is niet bekend met wat ‘The Godfather of Soul’ er zelf van vond. Destijds krabbelde hij muzikaal weer op na een periode van ruim 2 jaar gevangenis.

Jan Pen. In mei 2009 stond in de Volkskrant een necrologie van de emeritus hoogleraar economie (geboren 1921), n.a.v. een overlijdensadvertentie van Jan Pen in NRC Handelsblad en Het Parool. Die ging echter over een naamgenoot die jarenlang corrector was voor Het Parool. Pen reageerde niet inhoudelijk op zijn eigen necrologie. „Ik woon nog altijd in mijn eigen huis en speel nog op mijn keyboard. En verder is het een ellendige verwarring.” Een klein jaar later was het alsnog écht zo ver. Jan Pen overleed 1 dag voor zijn 89ste verjaardag: de berichtgeving volgde zeer waarschijnlijk na een uitvoerig check check dubbelcheck.

René van Hoften. Van 1990 tot 2000 docent marketingcommunicatie aan de RU, Bedrijfscommunicatie, de studie van de drie auteurs van het NUtblog. Wellicht uit rancune voor een laag cijfer stelde de Voorzitter destijds de morbide, retorische vraag: “Van Hoften, is die niet dood?”. Laten we deze onverkwikkelijke uitspraak gauw vergeten en vergeten. Van Hoften (1951) is nog steeds docent aan de HAN én interessant voor NUt. Hij is namelijk lid van de kenniskring ARCCI, het Arnhems Centrum voor Creatieve Economie en Innovatie. Als dat niet bij het pleidooi van de Beschermheer over de creativiteitseconomie past!

Air hockey!

De Sint beloonde de 5-jarige zoon van de secretaris vandaag, naast een vurig gewenste racebaan, met een spelletje mini-air hockey. Een benijdenswaardig cadeau, want de secretaris speelt dit spelletje graag in het groot, als de kans zich onverhoopt voordoet. Bij elk bezoek aan een vakantiepark of indoorspeeltuin checkt hij de inventaris op de aanwezigheid van zo’n vrolijke speeltafel. Helaas moet er vrijwel altijd een 50 cent of 1 euro muntstuk ingestopt worden, misschien om de fans niet in al te groten getale te laten samendrommen.

Nog even een korte uitleg: air hockey is een spel aan een tafel met een schijf of puk en twee zogenaamde pods. Met deze pods moet de puk in het doel (een spleet aan het eind van de tafel) van de tegenstander worden gestoten. De secretaris heeft uitgezocht dat onder de tafel een compressor zit die lucht blaast door gaatjes in de tafel. Met deze lucht kan de puk zich soepel voortbewegen. Het spel duurt meestal een minuut of vier, vijf. Maar vergis u niet, in deze betrekkelijk korte tijd kan er aardig getranspireerd worden. Niet zelden worden spelers aan het eind met rode konen en druk gesticulerend aangetroffen. Een combinatie van spanning, sensatie en een overbelaste armspier maken het air hockey tot een onderschatte krachtmeting.

Bron: billiardhockey.com

De secretaris heeft tot nu toe een indrukwekkend palmares opgebouwd in dit genre. Vader en eega werden moeiteloos aan de kant gezet. Gelukkig werd ook de broer van de secretaris meermalen aan de zegekar gebonden, mede omdat de secretaris heftige revanchegevoelens koesterde na een verloren sprintwedstrijd. Eenmaal behaalde hij de zege pas in de laatste secondes, zodat de secretaris zich nog niet omgeven voelt door een zweem van onoverwinnelijkheid. De beschermheer bijvoorbeeld zou door zijn sportiviteit en kinderlijke onbevangenheid vast een geduchte opponent kunnen zijn.

Thuis houdt de secretaris de air hockey-verrichtingen van zoonlief nauwlettend in de gaten, want welke zoon wil zijn vader in sport of spel niet zo gauw mogelijk verslaan? Als de zolder ooit is opgeruimd, is het aanschaffen van een groot exemplaar wellicht het overwegen waard. Maar voorlopig geniet de secretaris nog van zijn ongeslagen status….wie durft?

Het nieuwe plassen voor mannen

Onlangs verscheen er in Trouw een artikel over de beste positie voor een man(nenlichaam) om een plasje te doen. Vanuit diverse perspectieven kwamen daar sterke en minder sterke argumenten naar voren om het portie urine staand danwel zittend te lozen.  Een bekkenbodemfysiotherapeut uit het AMC is helder: “Staand kun je je bekkenbodem minder goed ontspannen, dus leegt de blaas zich minder goed. Dat kan tot problemen leiden, zoals het bekende ’nadruppelen’ en blaasontsteking.” De gewone man voert een iets minder wetenschappelijke reden eraan toe: “Het zitten werkt ook op de darmen”, aldus een gelukkige lezer. Bijkomend voordeel: “Ik neem er veel meer m’n gemak van.”

In de discussie komen klachten voor over het extra huishoudelijk werk dat staand plassen met zich meebrengt. Een vrouwelijke lezer maakte schoon schip: “Mijn zoon, schoonzoon en drie kleinzoons zitten. Ik heb mijn man emmer, groene zeep en sopdoek voor de wc gewezen en gezegd dat het afgelopen is. Als hij staand wil plassen oké, maar dan zelf schoonmaken en zeker drie keer per week. Daar had hij niet van terug en sinds zaterdag zit hij. Onder protest.”

Bron: http://www.hln.be

De secretaris miste in de discussie nog de auditieve component. Regelmatig horen de bewoners in huize secretaris in ogenblikken van relatieve stilte de kletterende straal van de buurman ter linker- of rechterzijde. Al het hierboven zorgvuldig overwegende ziet de secretaris wel heil in de zittende positie. Hij stelt wel graag een aantal uitzonderingen aan deze richtlijn, uit oogpunt van redelijkheid. In de volgende gevallen zou men kunnen afwijken:

– op ternauwernood bereikte tolietvoorzieningen, alleen na zeer subiete en hoge nood

– op hygiënisch risicovolle plekken, zoals wegrestaurants, louche cafés en treinen

– op locaties waar schromelijk bezuinigd is op schoonmaakpersoneel

– op WC’s waarbij de voorganger flink heeft zitten stinken: een toevlucht tot een urinoir is dan zeker geoorloofd cq aan te bevelen

Neemt u thuis gerust eens de proef op de som: de secretaris ging u al naar tevredenheid voor!

Momenten van overgave in Another Green World (++++)

Cover Another Green WorldOngewoon voor een boekrecensie maar laat ik beginnen met een kort citaat uit een interview met Brian Eno in The Guardian van eind april:

“Vroeger werden scheepsrompen geteerd omdat het hout teveel flexie had waardoor niet alle planken goed aansloten. Toen de technologie zich verder ontwikkelde kon men de planken beter op elkaar laten aansluiten. Een nadeel was dat de planken nu braken.
Men greep daarom terug naar de oude methode. De beste schepen zijn flexibel en passen zich aan aan de situatie.”

Deze beschouwing komt dus van Brian Eno ofwel Brian Peter George St. John le Baptiste de la Salle Eno.

Ik gebruik deze uitsnede vanwege de analogie met ambient music. Velen van u zullen nu afhaken, laat ik de term ambient music daarom kort toelichten.

Ambient is subtiele instrumentale muziek meest gebruikt als achtergrondmuziek maar ook bedoeld om naar te luisteren. De focus ligt meer op het geluid dan de melodie. Eno: “… het moet net zo goed te negeren zijn als dat je er naar kunt luisteren …”
Maar ambient gaat vooral om overgave (‘surrender’). Vaste stramienen loslaten waardoor er nieuwe inzichten ontstaan. Zoals een oud schip dus.

Een hele inleiding voor een boekbespreking maar door de uitgave ‘Another Green World’ (Continuum Books) heb ik mij verdiept in de muziek van Eno.
De academische uitgever Continuum Books geeft onder andere de 33 Series uit, een oorspronkelijke serie boekjes over invloedrijke muziekalbums van de afgelopen ± 40 jaar. Een ‘ontdekking’, laat ik het zo zeggen.

Brian EnoEn ik ben er dankbaar voor. Inmiddels ligt er een recensie-exemplaar van ‘Another Green World’ op mijn nachtkastje. De bijbehorende cd staat op en in de beschrijvingen en achtergronden van journaliste Geeta Dayal zie ik dat Eno steeds teruggrijpt naar die genoemde overgave. Daarin leent hij in zijn muziek sterk van de Duitse traditie d.m.v. bands als Can, Neu! en Kraftwerk.
Ook in zijn latere werken als producer valt een nummer als 4th of July van U2’s ‘The Unforgettable Fire’ rechtstreeks in de ambient-traditie.

Over ‘Another Green World’ kan ik zeggen dat het een aanrader is. Een groot deel van het album is, inderdaad, instrumentaal. Van de veertien tracks wordt er in vijf gezongen maar dit draagt juist bij aan de harmonie van het album vind ik zelf.
Nummers als Another Green World of The Big Ship steken er wat mij betreft uit.

Tot tien jaar terug las ik graag over achtergronden van artiesten en hun denkwijzen in bladen als Uncut en Q. De 33 Series gaan over meer en het zijn zeker geen ‘must-haves’ voor fans. Het gaat over meer dan muziek. Goed dat er nog met diepgang geschreven wordt in deze tweetrijke tijden!
De kennismaking met de 33 ⅓ Serie is aangenaam en smaakt naar meer. Albums als ‘Unknown Pleasures’, ‘Achtung Baby’, ‘OK Computer’ en ‘Five Leaves Left’, zijn slechts een greep uit het aanbod. Ik verbaas mij er echter over dat er ook een boekje gewijd wordt aan een zekere Canadese ‘zangeres’ …

De boekjes zijn ‘zu haben’ voor slechts € 8,- (!) en ik geef Continuum Books vier dikke plussen voor deze ontdekking en het initiatief voor de serie.

Meer informatie via Continuum Books.

Titel: Brian Eno’s Another Green World door Geeta Dayal.
Uitgave: Continuum Books (London/New York) – 33 ⅓ Series, januari 2010 (ISBN 9780826427861)

Bronnen:
Surrender. It’s Brian Eno.’ Stuart Jeffries (The Guardian (G2), 29 april 2010), ‘Eno en Architectuur.’ Piet Vollaard (ArchiNed, 14 november 2002) en Wikipedia.

(Afbeeldingen: 33third.blogspot.nl en philmology.com)

Ver weggestopt: de amanuensis

Zouden de amanuensissen nog bestaan tegenwoordig? Op de middelbare school van de secretaris liepen er twee rond. Hoewel, lopen… ze zaten de hele dag solitair te klooien in hun muffe inpandige kamertjes. Niemand wist hoe ze met de achternaam heetten: we hadden Leo voor scheikunde en Hans voor natuurkunde. Beiden kregen de lachers op hun hand, als ze op hun sandalen stilletjes de klas betraden, maar wel om uiteenlopende redenen.

Hans was een vriendelijke baardaap die erg populair was onder de leerlingen. Vriendelijk en bescheiden, maar nooit te beroerd om even te helpen, zeker aangezien de gruwelijk onhandige leraren natuurkunde maar al te blij waren als Hans in zijn wollen trui kwam opdraven. Je had hem een meer spetterende carrière gegund, maar Hans leek geenszins gebukt te gaan onder zijn eenvoudige bestaan in de kantlijn der fysica.

Leo was van een geheel andere orde. Zelden had de secretaris zo’n nukkig, gedemotiveerd schepsel zien ronddolen. Zijn treurige vocabulaire omvatte nauwelijks meer dan een woord of tien en met zijn gemurmelde stalorders joeg hij zelfs de braafste leerling tegen zich in het harnas. Leo raakte bij iedere kwispelende reageerbuis volledig in paniek, om nog maar te zwijgen van met branders spelende leerlingen.

Bron: flickr.com

Het is natuurlijk ook een verschrikkelijke hondenbaan. Het enige wellicht leuke onderdeel, proefjes voorbereiden, beslaat waarschijnlijk in de praktijk slechts een fractie van het werk. De rest van de tijd zit de amanuensis als een veredelde werkster petrischaaltjes te boenen of te balen van de zoveelste kapotte ampèremeter. Met daarnaast het bedroevende salaris en het sukkelige imago in ogenschouw zouden we het niet vreemd vinden als er hier en daar een amanuensis een tentamen suïcide onderneemt. Even de schijn opwekken van een uit de hand gelopen proefje, en klaar is Kees, Hans of Leo. Er is echter aan het eind van dit naargeestige verhaal nog wel een lichtpuntje te noemen: hedentendage  mag de amanuensis zich volmondig een “technisch onderwijs assistent (TOA)” noemen. Hip hè!