Categorie: tdb

Sappie, een confessie

Een leraar Nederlands zei vroeger altijd: ieder mens heeft zijn eigenaardigheden en zijn eigen aardigheden. Zo ook de secretaris: hij slaapt al vele jaren met een lief beertje in bed, luisterend naar de naam Sappie. Sappie kwam vrij snel na de geboorte van de secretaris in diens leven. Naast de muisjes Pluisje en Muisje en de hond Rakker wist hij zich al snel hoog in de rangorde te nestelen, te midden van de grote verzameling knuffels die de secretaris als kleuter onder zijn liefdevolle hoede had. Door zijn twinkelende ogen, bescheiden voorkomen en proportionele gestalte ontpopte Sappie zich gaandeweg als de chouchou van zijn baas.

Tijdens zijn puberteit was de band tussen Sappie en de secretaris enigszins bekoeld, voornamelijk omdat de laatste zeer bevreesd was dat hoongelach van vrienden zijn deel zou zijn. Toen de studententijd aanbrak, werd het geduldige en vergevingsgezinde teddybeertje weer in genade aangenomen. De secretaris durfde zelfs zijn geheim te ontboezemen ten overstaan van zijn ganggenoten. En wat bleek: hij was lang niet de enige met een pluchen bedgenootje op de knuffelige gang 25 van Hoogeveldt.

Sappie in Lissabon. Foto: T.Klijn

Vanaf die tijd is de relatie stabiel en hecht: nog steeds bivakkeert Sappie elke nacht in de buurt van de secretaris. In het begin in zijn rechterhand om zodoende ondersteuning te bieden bij het in slaap vallen; later in de nacht kan Sappie elders worden aangetroffen, zeer waarschijnlijk veroorzaakt door vreemde motorische bewegingen tijdens de REM-slaap. Inmiddels is Sappies aangezicht tamelijk geteisterd door het vele nachtelijke gekwijl van de secretaris, maar zijn levensverwachting is onverminderd hoog door de consciëntieuze zorg van zijn baasje.

De eega van de secretaris heeft altijd sportief gereageerd op de aanwezigheid van Sappie. Zij zag hem noch als concurrent noch als vervanger. En zo is het maar net. Sappie mag ook graag mee op reis gaan. In tegenstelling tot de secretaris is hij dol op hotelbedden waar hij met smacht afwacht of de schoonmaakster hem een mooi plekje geeft op het fris opgemaakte bed. In Lissabon had hij niets te klagen, zo bewijst bijgaande foto!

Vraagt u zich wel ‘ns af …

… waarom kom ik tot niets op m’n werk? Waarom werk ik pas ècht als ik thuis ben? Het antwoord is onderbreking.

De hele dag worden we door overleggen, telefoontjes, collega’s en, vooral, door e-mailverkeer onderbroken. Dit korte filmpje (tot ± 2.30 min.) illustreert goed waar we het over hebben. Het gaat hier weliswaar over de V.S. maar bij ons is het niet veel anders.

Als werkende mens op een dinsdagavond (aan het werk inderdaad) vraag je je dan af, ‘wanneer komt het omslagpunt’? Ga ik ooit minder werken? Zijn er nog ‘vrije’ dagen? Waarom heb ik een iPhone gekocht, nu kan ik nooit meer werk inhalen in de trein omdat ik zit te twitteren

Wil ik succesvol zijn, wil ik ambitieus zijn en collega’s voorbijstreven met weer een sterker argument? Goed, heftige levensvragen dus.

De filosoof Bas Haring verwoordt het goed: ‘Let niet teveel op de ander en wees onsuccesvol’. Hier ga ik ‘ns over nadenken vanavond terwijl ik mijn konijn aai. En … als ik klaar ben met werken, deze post geplaatst heb, Twitter gecheckt heb,  enzovoort, et cetera.

Bronnen: bigthink.com en de Volkskrant
Afbeeldingen: 37signals at flickr.com

Thomas, Percy en hun verschrikkelijke vriendjes

U weet hoe dat gaat: je doet je zoontje een pedagogisch verantwoord ogende spoorbaan cadeau voor Sinterklaas en het arme schaapje staat trillend van ongeloof en ontroering met de doos in zijn hand. Je denkt dat hij er een paar dagen mee speelt en dan de boel gemold en incompleet in een hoek smijt om er nooit meer naar te kijken – en inderdaad, aldus geschiedde. Maar ergens doen die speelgoedlui hun marketingwerk meer dan goed, zodat onze van speelgoed uitpuilende inboedel op een minder waakzaam moment in de afgelopen weken uitgebreid is met een DVD van Thomas en Percy, die verdacht veel lijken op de twee treintjes die uit de doos van mijn zoontje tevoorschijn kwamen.

Ik heb nu een paar afleveringen bekeken met mijn zoontje en hij vindt het leuk, maar mij komen die brave rottreintjes me de neus nu al uit. Het gaat om verhaaltjes over een stuk of acht treintjes met onbegrijpelijke namen, die afhankelijk van hun gemoedstoestand voorzien zijn van een vrolijk danwel intens treurig kijkend gezichtje en die rondrijden op het raadselachtige eiland Sodor. Uiteraard volgen alle verhalen ongeveer dezelfde verhaallijn. De treintjes vertrekken ’s morgens barstend van ambitie uit de loods en doen overijverig hun werk, maar één treintje wil te veel en krijgt het deksel op de neus. Gelukkig wordt de boel net op tijd opgelost, waarna ’s avonds een volgevreten heerschap, door verteller Erik de Zwart “de dikke controleur” genoemd, vertellen dat het allemaal zo erg niet was en dat hij trots is op alle treintjes. Vervolgens start er dan een hemeltergend liedje met bedenkelijke strofen als “Iedereen houdt unaniem van Thomas en zijn team.”

Thomas en zijn vriendjes hebben een werkelijk misselijk makende bewijs- en prestatiedrang. Hun leven bestaat uit één allesoverheersende missie: nuttig zijn. Het mag hier dan NUtblog heten, als dit de standaard moet zijn van dit soort pedagogisch verantwoord bedoelde kinder-DVD’s dan vindt de Beschermheer van NUt het niet gek dat onze kinderen massaal faalangstverschijnselen vertonen. Gelukkig is mijn zoontje te jong om het allemaal te begrijpen en vindt hij het, zoals gezegd, allemaal schitterend. Zodra dat wel het geval is, gaat de DVD de prullenbak in, als ik mevrouw De Beschermheer tegen die tijd aan mijn zijde heb gekregen tenminste. Zij vind dat ik niet zo moet zeiken, en ze heeft een punt natuurlijk.

Foto: percyengine.com

Tijd (NUtcolumns #8)

Mijn horloge was stuk en ik besloot dat ik een nieuwe nodig had. Aangezien een horloge – net als een auto – een verlengstuk van het mannelijke ego is, leek het mij een belangrijke kwestie om mijn status als man te upgraden. Ik besloot dan ook qua merk en stoerheid informatie in te winnen bij mijn broer, een metroman die gezegend is met een goed gevoel voor kekke mode en fashion trends. Tot mijn verrassing droeg die helemaal geen horloge: nergens voor nodig en veel rustiger. En mocht hij toch de tijd eens willen weten, dan keek hij wel op zijn mobiele telefoon.

Ik begon mij af te vragen of ik het stuk gaan van mijn horloge niet als een zegen moest ervaren en raakte tegen wil en dank verzeild in filosofische bespiegelingen over het begrip tijd. Pure tijdsverspilling natuurlijk. Van alle totaal onbegrijpelijke dingen in het leven, is het begrip tijd namelijk toch wel een van de meest totaal onbegrijpelijke. Hoe lang je er ook over piekert, je komt er niet uit.

Tijd wordt wel de vierde dimensie genoemd, een aanvulling op de driedimensionale ruimte. In die visie bestaat tijd omdat nu eenmaal niet alles tegelijkertijd plaats kan vinden. Als dat het probleem was, dan vind ik de oplossing mager. Ik weet niet hoe het met u gesteld is, maar ik kom regelmatig tijd te kort. Zelfs tijdens de vakantie zoek ik nog wanhopig naar een paar extra uren in een dag, om bij te slapen of lekker niks te doen bijvoorbeeld. Kortom, een tragere tijd zou een betere oplossing geweest zijn.

Semantisch bekeken is tijd natuurlijk een betekenis die we gegeven hebben aan het feit dat in onze waarneming dingen na elkaar gebeuren. In die zin is tijd iets dat we als mensen bedacht hebben, wat ook wel bewezen wordt door het feit dat andere culturen net even anders tegen tijd aan kijken, zij hebben er gezamenlijk een andere betekenis aan toegekend.

Dit komt al dichter in de buurt van de visie van Albert Einstein, die met zijn relativiteitstheorie bewees dat tijd geen absoluut begrip is. En dus elk horloge eigenlijk waardeloos. Want wat je er ook op ziet, kloppen doet het toch niet echt.

Luisterend naar muziek maakte ik kennis met een geheel nieuwe definitie. ‘Time is an ocean of endless tears’, dichtte Paul Simon ergens op het album Songs from the Capeman. Het leek me waar.

Geheel gerustgesteld kocht ik een nieuw horloge. Over de tijd maak ik me weinig zorgen meer, die is na mijn filosofische bespiegelingen gedevalueerd tot irrelevant. Nu maar hopen dat ie me wat status verschaft. En dat het meevalt met de tranen.

Koos Konijn (NUTcolumns #7)

De beschermheer en de secretaris kozen vorig weekend voor een gezamenlijk familie-uitje in vakantiepark Klein Vink te Arcen. Volgens Roompot, de uitbater van dit park, “biedt dit gastvrije vier-sterren-vakantiepark in elk seizoen een vriendelijke en ontspannen sfeer. U kunt er kiezen uit een scala aan (sportieve) faciliteiten en activiteiten.” De secretaris kan zich voorstellen dat het in de zomer uitermate prettig toeven is op dit waterrijke park, maar hartje winter is het er toch een beetje een dooie bedoeling. Groot voordeel daarvan was dat de gezinnen beschermheer en secretaris ongestoord het peuterbad konden bevolken en zich zelfs een wedstrijdje overkoppen permiteerden zonder meteen last te krijgen van hydrofobe jankerds of snauwende opmerkingen van overbezorgde ouders die er eindelijk ook eens uit zijn.

Zoals elke bungalowketen betaamt, heeft ook Roompot een soort mascotte die het verblijf voor de kleinsten moet opleuken. Het kroost van de secretaris had met wisselend succes al eerder kennisgemaakt met Bollo de Beer van Landal Green Parks en nu was het moment daar om Koos Konijn aan een grondige inspectie te onderwerpen, samen met de eerste nakomeling van de beschermheer. Koos leek van Antilliaanse komaf, want hij presteerde het om bij beide optredens in binnenspeeltuin ‘De Vinkenburcht’ te laat te komen. Vermoedelijk lag dat aan de intensititeit van de activiteit, want het betrof hier een minidisco ter promotie van zijn zelfs voor ouders te pruimen cd ‘Vette vakantiepret met Koos’. Over vet gesproken: volgens de beschermheer danste zijn op Leontien van Moorsel gelijkende dansgezellin “opvallend soepel en elegant voor een vet varken”.  Een overduidelijke hyperbool, want met haar enthousiasme richting de rode konen ontwikkelende kleuters verdiende ze wel een paar studiepunten voor haar studie CMV of SPW.

Bron: familieabma.com

Koos zelf danste alsof Edo Brunner in het pak verscholen zat, maar liet zich -in tegenstelling tot collega Bollo- wel betasten door het swingende en knuffelende grut. Wellicht een gebaar van lieverlee, want eerder die ochtend had hij van de NUt-nakomelingen nog nul op het rekest gekregen, toen hij in zijn Koos Kids Club klaar stond om hen de hand te schudden. Net zoals hun vaders gaven de drie blijk van een gezond wantrouwen jegens afwijkende en overgeestdriftige types en bleven ze met een chagrijnige blik danwel opengesperde mond aan de drempel genageld staan. Het zal Koos wel worst of wortel wezen, want met zijn weekend- en gebroken diensttoeslag en de verkoop van zijn cd’s en gadgets, loopt hij er warmpjes bij.

Misschien kan hij de volgende keer een bezoek brengen aan de snackbar, want als afsluiting van ons geslaagde weekendje kregen we te maken met een trage en zeer onvriendelijke bakvis die begon te zeiken over van elders meegenomen glazen. Als ze wat meer uien op de frikandel speciaal had gelegd, had ze wellicht recht van spreken, maar nu maakte ze zich volslagen belachelijk. Door de zijdeur dropen we geirriteerd af, maar even later reden we, ‘de koe die boe zei, stond zo lekker in de wei’ zingend, tevreden langs de Maasduinen naar huis.

Consultatie of consternatie (NUtcolumns #6)

De secretaris ploetert zich al een paar jaar door bezoekjes aan het consultatiebureau. Als het opgeroepen kind in kwestie nog afhankelijk is van slaapjes overdag, komt het tijdstip meestal erg ongelegen. Want je zult altijd zien: enkele weken voor de afspraak heeft zoon- of dochterlief net het bioritme aangepast. Flink gestresst om maar niet te laat te komen, wurm ik mijn nakomeling na hem kunstmatig wakker gekucht te hebben, door het rompertje en tracht ik het wereldrecord luier verwisselen te verbeteren. Tevergeefse moeite, want bij het consultatiebureau aangekomen, blijkt het programma weer eens een half uur uitgelopen door een stelletje jankende babies van ouders van bedenkelijk allooi.

Ondertussen probeer ik m’n spruit te vermaken onder belachelijk hoge binnentemperaturen waar zelfs verpleeghuizen niet tegenop kunnen stoken. Net op het moment dat ik wanhopig in mijn tas zit te wroeten op zoek naar soepstengel of banaan, zie ik in mijn ooghoek de assistente zenuwachtige gebaren maken: ze wil dat ik nu het kind uitkleed om gewicht en lengte te gaan meten. Zelf doe ik mijn blouse ook maar meteen uit, want van een flauwvallende vader raakt deze mislukte dokterassistente of nimmer afgestudeerd orthopedagoge helemaal in paniek. Bang om de zeikstraal van mijn zoontje in het gezicht te krijgen, maakt ze deze routinematige handelingen tot een complexe operatie. Het lukt haar nog net om twee puntjes te zetten op de curve in het o zo belangrijke groeiboekje.

Bron: http://www.haasje.com

Gelukkig heb ik dit verschrikkelijke voorspel gehad, en kan ik door naar de verpleegkundige of de arts. Ook over deze beroepsgroepen beweren boze tongen dat ze eigenlijk een echt vak wilden uitvoeren, maar dat ze van lieverlee zijn terugggezakt naar het niveau waar vragen als ‘Poept ie vaak en zijn het stevige keutels?’ , ‘U geeft haar toch wel elke dag Vitamine K, he?, ‘Laat je hem dan lekker doorhuilen? Is goed voor de longetjes’ dagelijkse kost zijn, evenals het nuilen over de gevaren van overgewicht. Overleg met vakbroeders hebben ze kennelijk weinig, want hun tot in den treure gerepeteerde richtlijnen verschillen per persoon en  per bureau.

Er zijn ouders die nog harder janken dan hun baby, als ze bij het consultatiebureau vandaan komen, vandaar dat ze gekscherend ook ‘consternatiebureaus’ worden genoemd. Onzekere ouders een beetje vertrouwen geven, dat vergeten sommige bureaus; wellicht proberen ze hun eigen mislukte pedagogische optredens op kwetsbare onschuldigen te projecteren. De secretaris is inmiddels door de wol geverfd en daarnaast mag ik ook niet teveel klagen over mijn huidige consultatiebureau. Bijkomstig voordeel is dat mijn zoontje zich bij zijn afscheid aldaar zich voorbeeldig gedroeg. Op de vraag ‘Wat eet jij het liefst?’ antwoordde het scheetje ‘Broccoli’ en dat had ik niet eens gesouffleerd! Wel moet ik binnenkort voor mijn bourgondische dochter extra terugkomen in verband met een afwijkende lengte/gewichtscurve, maar wat wil je als ze bij elke stap die ik in de keuken doe, oppert: ‘Ik heb honger’. Dit gebeurde echter wel in goed overleg en zonder moralistisch ondertoontje. En ach, prille ouders adviezen geven, blijft een heikele onderneming: menig (schoon)moeder heeft zich er flink mee in de nesten geholpen!