Categorie: tdb

De scheet van Gerard Arninkhof

Als nieuwslezer heb je het soms zwaar: je moet altijd met een gladgestreken gezicht de meest beroerde berichten aan het Nederlandse volk presenteren. Neem nu gisteren: het afschuwelijke drama in Apeldoorn en de paniek rondom H1N1 (de term ‘varkensgriep’ dient volgens deskundigen niet gebezigd te worden). Je zou het liefst met een trillend lipje of furieus op die gestoorde gek deze nieuwsitems willen verkondigen, maar dat is not done.

Misschien als compensatie laten nieuwslezers zich ook wel eens van een andere kant zien. Harmen Siezen was als sidekick van Koos Postema briljant in de ontbijtshows van de Olympische Spelen van 1984 en 1988. Later ontpopte hij zich In de Nationale Niewsquiz menigmaal tot clown. Henny Stoel schijnt overigens ook erg grappig te zijn, zo bleek voor en tijdens een uitzending van Dit was het nieuws. Helemaal verrast was ik door Jeanet Schuurman, ogenschijnlijk de muizigste van de NOS-ploeg. Zij toert met een aardig theaterprogramma door Nederland. Bij de commercielen hebben ze zelfs hun eigen cabaretier: Jan de Hoop, die al vaak DWDD heeft gehaald met z’n grappen en grollen.

Maar er is er één waarbij ik me werkelijk geen greintje humor kan bedenken. Dat is good old Gerard Arninkhof. Een kijker ontboezemde ooit dat hij het idee heeft dat Gerard er altijd bij zit alsof ie een opkomende scheet aan het tegenhouden is. Leek me heel treffend verwoord. Ik zou zeggen, Gerard, laat hem een keer los tijdens een uitzending, dit komt je imago ten goede!

Gerard Arninkhof. Bron: www.jeannesweblog.nl
Gerard Arninkhof. Bron: http://www.jeannesweblog.nl

De “dekselse” Evert Ten Napel

Mart Smeets mag dan zijn manco’s hebben, belegen en saai zal hij niet gauw worden. Nee, neem dan zijn collega Evert ten Napel. Al jaren heeft zijn commentaar met zijn opeenstapeling van gemeenplaatsen, een groot irritatiegehalte voor menig voetballiefhebber. Neem een willekeurige fase in een voetbalwedstrijd en “ClichEvert” (helaas niet zelf verzonnen) of Zevert (vast ook geen noviteit) zou het volgende kunnen uitbraken:

De “granieten” verdediger pakt de bal met een “puike” sliding af. Wat een “mannetjesputter” is dat toch. Maar ja, zijn vader was dan ook mijnwerker, dus zoonlief deinst evenmin ergens voor terug. Wist u trouwens dat zijn zus ooit op hoog niveau heeft gespeeld in Griekse volleybalcompetitie? Hij schuift de bal op naar een medespeler. Die legt een tegenstander “in de luren”. Wat een groot talent is dat toch. “Dat wordt vast een hele grote”. Hij passt verder naar de “geslepen” spits vlak voor de zestien. Die ziet een gaatje en daar doemt de linksbuiten “als een duveltje uit een doosje” op. Helaas, diens schot beland op de “deklat”. Maar wat een “rasvoetballertje” is dat toch, met zijn “katachtige” bewegingen.

Bron: blauwgeler.nl

Onbegrijpelijk dat ze Hugo (‘komt dat schot’) Walker er wel hebben uitgegooid en Evert niet. Hugo had tenminste maar 1 cliche, en dat was meestal nog waar ook. Hoe lang moeten we nog blijven luisteren naar de bakkerszoon uit Klazienaveen?

De indische waterlelies in de Efteling: over koningin Fabiola, Bert Kaempfert en Yma Sumac

Als compensatie van de trauma’s van de kinderpostzegels, hadden we gelukkig in onze jeugd al de Indische waterlelies in de Efteling. Zelfs ruige Rambo-jongetjes werden niet helemaal onberoerd door deze lieflijke melodie en wonderlijke tafereeltjes. Ikzelf kwam er graag, net als alle meisjes. Het scheelde natuurlijk ook dat ik niet in de python durfde; ik was toen al een feminiene man in spe.

Jarenlang wist ik eigenlijk niet waar die melodie vandaan kwam. De jaarlijks door mij beluisterde top2000 op radio2 bracht uitkomst: na deze aha erlebnis zag ik in de lijst dat het wijsje “Afrikaan Beat” heette van de Duitse componist Bert Kaempfert. Het sprookje is een opmerkelijke, internationale productie, want het verhaal blijkt geschreven te zijn door Koningin Fabiola van België. Het verhaalt van een heks die dansende elfjes verandert in waterlelies omdat zij jaloers is op hun schoonheid. Verder onderzoek leert ons dat de zang op het conto kwam van de Peruaanse zangeres Yma Sumac.

Deze stemkunstenares (geboortejaar omstreeks 1922) staat bekend om haar zeldzame bereik. Haar figuur is mede daardoor met raadsels omhuld. In de jaren vijftig is zelfs onderzoek gedaan door een musicoloog, die de theorie ontwikkelde dat de wonderbaarlijke stem van Sumac een zeldzaam overblijfsel was uit de primitieve oudheid. Volgens het onderzoek kwam tot de twaalfde eeuw, voordat het notenschrift was uitgevonden, een dergelijk vocaal bereik vaker voor.

Over Bert Kaempfert (1923-1990) vinden we meer down-to-earth informatie. Deze orkestleider maakte achtergrondmuziek voor veel bekende nummers en artiesten, waaronder Strangers in the night van Sinatra. En koningin Fabiola? Die kennen we natuurlijk als de echtgenote van wijlen koning Boudewijn. Haar volledige naam luidt – en probeer dat maar eens te onthouden- Fabiola Fernanda María de las Victorias Antonia Adelaida, gravin de Mora y Aragón.

nl.wikipedia.org
Indische waterlelies, bron: nl.wikipedia.org

Wie de Indische waterlelies nog even wil beluisteren, klikke hier.

One who knows and knows not what s/he knows not

Daar stond ik, vroeg in de morgen, op een toren in West-Californië. De zon was net op en ik was de enige op die ‘Moorse’ toren in Santa Barbara met uitzicht op de Stille Oceaan. Dit was één van de plekken die je gezien moest hebben was mij verteld dus ik was benieuwd…

Op zo’n reis van dik drie weken langs de westkust van de V.S. kom je veel mensen tegen waar je meestal weer wat van leert. Zo ook die dag. Ik liep een rondje langs de ballustrade en ineens was daar nog een bezoeker. Het is ruim zeven jaar geleden maar ik geloof dat hij van gemiddelde lengte was, blond halflang haar en een baardje had. Eerst vroeg hij mij of ik Zweeds was (wat mij vaker overkomt in het buitenland).
We praatten wat over mijn reis, over de omgeving en over film. Daar wist hij meer van; blijkbaar kwam hij net uit L.A. om te praten over een filmproject. “Als je wilt”, zei hij, “kan ik je in contact brengen met de agent van Tom Cruise.” Jaja, dacht ik. Maar blijkbaar had hij haar telefoonummer bij de hand. “We lopen even naar beneden, daar kan ik bellen.”

Jim HeraldIntussen had hij mij zijn kaartje gegeven. ‘Jim Herald, Accelerator’ stond erop. Beneden in de voormalige rechtbank liep hij een lange gang in. “Hang on, I’ll try to reach her.” Dat was meteen de laatste keer dat ik Jim Herald zag…

‘One who knows and knows not what s/he knows not’ stond er op de achterkant van zijn visitekaartje. Dat zegt genoeg denk ik, de naam van die agent klopt wel trouwens.