Categorie: Toneel

Theater Kolderkat met De Kleine Prins (++++1/2)

De secretaris gaat de laatste tijd helemaal op in kindertheater. U zult denken dat hij daarmee zijn kinderen culturele bagage mee wil geven of dat ze dan een uurtje stil zijn. Dat is allebei waar, maar stiekem vindt hij het zelf ook heel leuk. Afgelopen zondag tufte hij na enige overredingskracht met beide zonen en dochter naar cultureel centrum ‘De Kinkel‘ te Bemmel. Op het programma stond de theatervertoning van zijn favoriete boek ‘De Kleine Prins’ door gezelschap Kolderkat.

Kleineprins4

Zoon van 9 en dochter van 7 renden al snel naar de voorste rij en zoonlief van 3 ging op de derde rij lekker op schoot zitten bij papa. Vooraf was door Kolderkat nog aangegeven dat de voorstelling voor de jongste waarschijnlijk niet zo geschikt was, maar de praktijk gaf een heel ander beeld. Hij bleef 55 minuten gebiologeerd kijken naar het schouwspel en slechts één lollie kwam er preventief aan te pas om hem bij de les te houden.

Kolderkat had dan ook veel (met name kleren) uit de kast gehaald om de kleintjes een klein uurtje te boeien. De verschillende ontmoetingen van De Kleine Prins op de andere planeten werden omgezet in amusante en kleurrijke scenes die met humor en enthousiasme gebracht werden. Daarmee bleef de uitvoering enerzijds trouw aan het boek, en anderzijds hield regisseuse Karine Craje daarmee rekening met de concentratiespanne van het jeugdige publiek.

Kleineprins5Eén van de uitschieters was John Cremers (midden op foto), die met zijn ontwapenende spel als koning flink de lachertjes op zijn hand kreeg. Gedenkwaardig was ook de scene met de lamp-ontsteker, zeker ook door de prachtige bijpassende kostuums. Lang geleden had hij de makkelijke taak gekregen om ’s nachts de lamp aan te steken en hem ’s morgens weer te doven. Aangezien de planeet steeds sneller begon te draaien en de ontsteker weigerde te stoppen met zijn werk, ontsteekt en dooft hij de lamp nu iedere minuut, en krijgt hij geen rust meer.

Kleineprins2

Het leuke van de voorstelling was ook dat de tien spelers van Kolderkat elkaar afwisselen in de hoofdrol(len) van elke scene. De enige constante factor, ook qua kleding, was de Kleine Prins. Secretaris’ oudste zoon vond het wel raar dat De Kleine Prins door een vrouw werd gespeeld. Een begrijpelijke opmerking; de secretaris had zelf een wat lieftalligere Kleine Prins in gedachten, ofschoon op haar acteerprestaties weinig aan te merken was.

Kolderkat, opgericht eind 2010, laat met deze voorstelling in ieder geval zien een aanwinst te zijn voor theaterminnend Nijmegen. De secretaris blijft graag op de hoogte: ++++1/2.

Kafka’s Het Proces en een korte visie op schuld en maakbaarheid

Het NUtblog is op de filosofische toer, getuige enkele blogs van de laatste tijd. Een bezoekje door de voorzitter en de secretaris aan de voorstelling ‘Het Proces’ van Kafka, uitgevoerd door theatergroep Oostpool, wakkerde de peinzende geesten alleen maar verder aan. Centraal begrip in Het Proces is het woord schuld, want waaraan is hoofdpersoon Josef K. nu eigenlijk schuldig? Waar een arrestatie en een gerechtelijk onderzoek zijn, daar moet een schuldige zijn. Deze vraag wordt in het stuk nooit expliciet beantwoord.

In het programmaboekje valt te lezen dat Kafka Het Proces schreef als verwerking van een schuldgevoel over zijn wil om van de verloving met Felice Bauer een succes te maken. Enerzijds wilde hij trouwen en kinderen krijgen, maar tegelijkertijd miste hij het zelfvertrouwen om deze stappen te zetten. Kafka had sowieso een moeizame verhouding met vrouwen: hij zag ze vooral als afleiding van zijn schrijverschap en als seksuele wezens waar hij zich toe aangetrokken voelde en tegelijk bang voor was.

De schuldvraag van Josef K. kan zonder al te veel moeite worden doorgetrokken naar andere terreinen. In hoeverre kan een ziekte als schuld worden gezien? Heeft iemand met diabetes daadwerkelijk teveel repen chocola naar binnen gewerkt? En alle beslissingen die een mens neemt, in hoeverre vallen die iemand aan te rekenen? Valt onze geest te temmen en onder controle te houden? Vragen waar de secretaris momenteel zelf hevig mee worstelt. Camus ging nog een stapje verder door een moord zodanig te beschrijven, dat het voor de lezer overkomt alsof de dader het overkomt en niet al te bewust handelde. Kortom: de toerekeningsvatbaarheid is, door welke factoren dan ook, in het geding.

Kafka probeerde zijn twijfels over het bestaan te doorbreken door inzicht te bereiken, door waarheden te omarmen waaraan niet te tornen valt. Hij sloot daarmee aan op Kierkegaard die de mens ziet als wezen dat bepaald wordt door de wil tot vrijheid en de onmacht greep te hebben op zijn bestaan. In deze 21e eeuw een zeer actueel thema, aangezien iedereen geacht wordt zelf het beste van het leven te maken. Over deze maakbaarheid van het leven valt het nodige te zeggen. De beschermheer zei het ooit mooi: ‘we prutsen ons zo goed mogelijk door het leven’.

Soeterbeeck lezing/ discussie over (de actualiteit van) Albert Camus

De secretaris toog onlangs, mede om zijn concentratie te testen, naar de aula van de RU, om daar een lezing met aansluitend een discussie aan te horen over (de actualiteit van) de Franse schrijver en filosoof Albert Camus (1913-1960). Deze sessie vond plaats in het kader van het Soeterbeeck Programma van de RU, een reeks van verdiepende lezingen en debatten. De zaal zat verrassend vol, kennelijk had de PR-machine genoeg francofielen en filosofen bereikt, of mensen die hiervoor willen doorgaan. Het oorspronkelijke doel, het bespreken van de actualiteit van Camus bleef de hele avond een beetje hangen; uiteindelijk ging het vooral algemeen over de invloed, thematiek en uitleg van Camus en zijn werken.

Ruud Welten, filosoof aan de Universiteit van Tilburg begon de avond met een degelijke lezing over de betekenis van Camus. Zijn politieke invloed was niet te onderschatten, want in de jaren ’40 t/m ’60 waren zijn toneelstukken welhaast politieke statements. Bij Camus, geboren in Algerije, speelde dit nog sterker toen de oorlog tussen Algerije en Frankrijk in 1954 in alle hevigheid losbarstte. Camus stond feitelijk tussen beide partijen in: hij snapte enerzijds de opstand van de Algerijnse onderdrukten, maar zag in dat oorlog en geweld niet de oplossing zouden brengen. Daarbij was hij doodsbenauwd dat zijn moeder in de opstand om zou komen. Hij werd daarom als een verrader gezien.

Bron: wikimedia.org

De belangrijkste filosofische kwestie die Camus aan de orde stelde, is het probleem van de zelfmoord. Men zou eerst moeten proberen of het leven de moeite waard is. Voor Camus zelf ook geen eenvoudige opgave, gezien de tbc die zijn gezondheid vanaf zijn 17e aantastte. In ‘L’étranger’ en ‘La Chute’ laat Camus de hoofdpersoon ervaren dat het leven niet altijd begrijpelijk is en dat sommige zaken iemand zonder duidelijke verklaringen kunnen overkomen.

In een discussie olv Cees Leijenhorst, filosoof aan de RU, praatte Welten hierover door met Mathijs Sanders, cultuurwetenschapper aan de RU. Gesteld werd dat Camus actueel is door de morele dilemma’s, kritische schrijversschap en de maatschappelijke betrokkenheid. Daarbij valt de lichamelijkheid op die hij expliciet beschrijft, bijvoorbeeld in ‘L’étranger’, waarin uitvoerig uit de doeken wordt gedaan welke lichamelijke sensaties de hoofdpersoon beleeft tijdens de moord op een Arabier. Daarnaast is Camus een denker van het moment, van het hier en nu. Daarmee was hij ook in de ogen van de communisten destijds een verrader, aangezien Camus niet geloofde in een utopie. Hij deed juist een appèl om in het nu te leven en niet alleen maar te hopen dat het beter wordt.

De discussie werd wat luchtiger gemaakt door stemkunstenares Fransje Broekema, die gedeeltes voorlas uit Camus’ werk. Daarin kwam ook naar voren dat Camus niet alles wil verklaren, maar de gebeurtenissen wil tonen aan de lezer die daardoor wordt meegezogen in een bepaalde onaangenaamheid. Daarbij is zeker ook een vergelijking te trekken met het werk van Kafka. Uiteraard viel de naam Sartre ook regelmatig, maar een discussie over de overeenkomsten en verschillen tussen Camus en Sartre zou makkelijk een aparte sessie kunnen vormen.

Dubbelgangers (13): Juan Martín del Potro en Alex Klaasen

Binnenkort, op 4 november, starten in Londen de ATP World Tour Finals, het toetje van het tennisseizoen met daarin de beste acht spelers en de beste acht dubbelkoppels. Helaas voor het Londense publiek heeft Andy Murray moeten afhaken met een blessure. Roger Federer moet er nog een beetje aan trekken om het te halen, maar wie zeker van de partij is, is de Argentijn Juan Martín del Potro.

Del Potro is inmiddels een stabiele top tien speler geworden en één van de weinige tennissers die de allergrootsten van dit tijdperk (Nadal, Djokovic, Murray en Federer – inmiddels in mindere mate) kan verslaan. Met zijn snelle baselinespel, lengte en verwoeste forehand mag hij door niemand onderschat worden. In 2009 won de Argentijn zijn eerste en tot nu toe enige Grandslam-toernooi, de US Open, waar hij in de finale Federer in vijf sets versloeg. Dit nadat hij Nadal in de halve finale een pak slaag had gegeven. Eind 2010 en begin 2011 werd Del Potro door fysiek malheur ver teruggeworpen, maar zijn comeback naar de 5de plaats op de wereldranglijst is indrukwekkend.

Bron: biography.com
Bron: winq.nl

Van Del Potro is privé niet direct veel bekend, wij van NUt weten bijvoorbeeld niet of hij beschikt over een flinke portie humor. Dat kan in ieder geval wel gezegd worden van zijn dubbelganger Alex Klaasen. In 2000 brak hij samen met Martine Sandifort door via het winnen van het Camerettenfestival. Met haar ook werd hij nog bekender door hun optredens in ‘Kopspijkers’ en inmiddels kan dit talent uit Oirschot niet meer weggedacht worden van de Nederlandse podia.

In 2009 had hij een solovoorstelling met ‘Eindelijk alleen’ en het daarop bracht hij een ode aan Toon Hermans in ‘Toon de musical’. Ook speelde hij een bijrol in de tv-serie ‘Gooische Vrouwen’. Dit jaar was het echter wel wat stiller rond Klaasen, die een uitstapje maakte naar de cinema. Maar niet getreurd, eind oktober gaat hij weer in het theater los met de voorstelling ‘Spuitsneeuw’. Volgens zijn website is het een feestelijke warm-winterse 8-gangenrevue voor iedereen die met kerst eigenlijk liever alleen wil zijn, compleet met echte rendieren en een kerstmarkt op het toneel! De secretaris weet niet of dit een stap voorwaarts in zijn loopbaan is, maar door te beweren dat Klaasen veel in zijn mars heeft, slaat hij de (kop)spijker op zijn kop.

Aerophone en gasten – Spierballen en stembanden

Als goede vrienden zich onderdompelen in een met passie bedreven hobby, dan vindt de secretaris dat je daar als het even kan, op zijn minst notie van moet nemen. Zo werd Jurgen de Jong, inmiddels een bekende tenor in de regio Nijmegen, een tijd terug geïnviteerd door het duo Aerophone om als gast te zingen en te spelen in de voorstelling ‘Spierballen & Stembanden’. De linguïst in de secretaris werd gekieteld door de tweede zin in de wervingstekst: “Een krachtig muziektheaterprogramma vol vuige gevechten en snode en snaakse plannen”.

Gelukkig had Jurgen de snaakste foto al gestuurd na de eerste voorstelling, zodat de secretaris enigszins mentaal voorbereid en met een gerust hart naar het tweede optreden reed, in de aula van het NSG in Nijmegen. Aerophone en co maakten het zich ogenschijnlijk vrij onmogelijk door sport en klassieke muziek in een voorstelling te combineren. Het gezelschap werd echter een beetje geholpen door de actualiteit: met de bekentenis van Michael Boogerd deze week was de eerste ronde van de uitvoering over het thema doping erg herkenbaar.

In dit eerste deel zien we een onbenullige atleet die zich door vrouwelijk schoon laat verleiden tot stimulantia. Daar past ‘El Desdichado’ (de ongelukkige) van Camille Saint-Saëns. Verder horen we een aaneenrijging van stukken van divers pluimage, bijvoorbeeld ‘Maria’ uit de West Side story, gevolgd door ‘O mio babbino caro’ uit de opera ‘Gianni Schicci’ van Pucchini. De gastzangers (Jurgen de Jong en Rob Hazenberg van het ensemble Omnitet) en het Aerophone-duo (bestaande uit Sarah Lee Ketner en Nicolet Jansen) proberen ondertussen deze  stukken ook nog acterend aan elkaar te knopen. Dit lukt verrassend goed: het lijkt de secretaris immers geen sinecure om volledig toegewijd flink met de stem uit te halen, terwijl je ondertussen ook nog attributen aan moet nemen of smoorverliefde danwel afkeurende blikken over het podium uit moet strooien.

Aerophone

In ronde twee zien we dan het al aangekondigde vuige gevecht waarin de vrouw stoer ten strijde trekken, terwijl de mannelijke coaches bloed ruiken. Op de achtergrond -het verguldde de secretaris- een fragment uit Brechts ‘Dreigroschenoper’; het Duits past perfect in deze woeste strijd. Grappig is ook het duet tussen Hazenberg en Jansen waarin ze tegen elkaar opbieden met Irving Berlins ‘Anything you can do’. Na de pauze volgt de derde ronde, waarin we verzeild raken in de onderwereld van bedriegers en matchfixers. Dit laatste deel sluit iets minder aan op de vorige twee en verloopt iets rommeliger en minder optimaal dan de eerste twee. De hoofdrolspelers tonen echter  ten enen malen hun veelzijdigheid en schakelen moeiteloos over van het Italiaans (Rossini, Verdi) naar het Frans (Bizet). Als toegift wordt pianist Frank Leurs geknuffeld, een terecht gebaar, want hij weet onder al het acteer- en zanggeweld goed overeind te blijven.

Het publiek lijkt na afloop unaniem opgetogen over deze originele voorstelling boordevol talent. Jammer dat het drieluik aan optredens alweer ten einde is. Misschien is het geen gek idee om de spierballen en stembanden ook eens te etaleren aan een jong publiek: het stuk is door zijn speelsheid en afwisseling uitermate geschikt om de nieuwe generatie te enthousiasmeren voor klassieke muziek. De secretaris kan het weten, want hij wordt door een dergelijke ervaring ook een beetje bijgespijkerd….