Tag: Australië

Eighties-nostalgie (X) – INXS

De tiende aflevering van deze serie gaat over een Australische band die de secretaris zelden meer op de radio hoort voorbijkomen. Eerlijk gezegd heeft de secretaris ook perioden dat hij deze popgroep volledig negeert, simpelweg doordat de muziek dan tijdenlang niet in zijn hoofd opkomt. Maar het oeuvre van INXS, want daarover hebben we het, mag toch niet slechts aan de papieren annalen gelaten worden.

Een DJ trok ooit eens een aardige vergelijking over de muziek van zanger Michael Hutchence en zijn mannen: ‘Het leven is net een INXS-plaat. Lekker maar te kort”. Maar juist die beperkte lengte van de nummers van INXS is één van hun sterke punten: een efficiënte samenballing van energie en emotie. Tevens voldoet het aan een aloud communicatie-adagium: de boodschap moet niet langer zijn dan nodig. Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 bereikten de Aussies hun hoogtepunt met nummer als ‘Need you tonight’, ‘Suicide blonde’ en – volgens de secretaris de allermooiste- ‘Never tear us apart’. Zeer krachtige, maar gevoelige pop-rock songs met een rauwe, eerlijke tekst.

De secretaris had in die tijd al een beetje een naar voorgevoel bij zanger Michael Hutchence. De voorman die qua uiterlijk en gedrag gelijkenissen vertoonde met Jim Morrison, ging uiteindelijk ten onder aan de roem. In 1997 hing hij zich op in een hotel in Sydney. Zijn vriendin Paula Yates, die hij afpakte van vakcollega Bob Geldof, stortte hij mee in het verderf: zij stierf in 2000 aan een overdosis. De zelfgekozen dood van Hutchence leidde niet tot de legendevorming zoals bij zijn illustere voorganger; kennelijk denken alleen echte liefhebbers nog aan INXS.

Patrick Rafter, ideale sportman

De Australian Open maakt zich op voor beide tennisfinales. Behalve de soms zinderende hitte is het eerste Grand Slam van het jaar een prettig evenement, met een altijd enthousiast en sportief Australisch publiek. Deze editie kon het weinig genieten van hun eigen landgenoten. De als 5de geplaatste Samantha Stosur vond in de derde ronde haar waterloo en Lleyton Hewitt verkeert al jaren in de herfst danwel winter van zijn carrière. Voorafgaand aan het toernooi verscheen in de opwarmende demonstraties de zeer geliefde Patrick Rafter, een sportman waar ook buiten Australië nog talloze tennisfans met veel plezier aan terugdenken.

Rafter benaderde welhaast het ideale plaatje: met zijn frisse, agressieve spel wist hij de toeschouwers altijd te boeien. Hij combineerde zijn duidelijk aanwezige doch niet kolossale talent met een ongelooflijke inzet en wilskracht. Zijn groundstrokes waren eigenlijk vrij modaal, maar zijn volleys benaderden in zijn hoogtijdagen die van Stefan Edberg. Rafter had natuurlijk zijn looks ook mee, alhoewel zijn staartje misschien eerder gekortwiekt had moeten worden. Van de Australiër nam de secretaris de gewoonte over om flink wat zonnebrand op zijn gezicht te smeren, toen de berichten over de afbrokkelende ozonlaag zeker ook de mensen down under alarmeerden.

Bron: im.in.com

Los van zijn aantrekkelijke speelstijl was Rafter altijd zeer sportief op de baan, een verademing tussen sommige bijna maniakale collega’s als Jeff Tarango en Thomas Muster. Rafter gaf ooit zijn startgeld aan de toernooidirectie in Lyon terug, toen hij zich als kersverse US Open-winnaar schaamde voor zijn verlies in de eerste ronde. De voormalige nummer 1 van de wereld ( 1 week in de zomer van 1999) hield en houdt zich daarnaast veel bezig met liefdadigheidsprojecten, o.a. met zijn eigen stichting ‘Cherish the Children’. In 2002 werd hij zelfs gekozen tot Australiër van het jaar.

Op de Australian Open bereikte Rafter één keer de halve finale, de andere negen keer kwam hij niet verder dan de vierde ronde. Hij won in zijn loopbaan wel tweemaal de US Open, maar viste in Wimbledon als verliezend finalist even zo vaak net achter het net. In 2001 verloor Rafter met 9-7 in de vijfde set van Goran Ivanisevic. Zeer jammer, want de secretaris en velen met hem, hadden het de sympathieke Australiër graag gegund. De eerste week na deze nederlaag zat Rafter er helemaal doorheen, maar later gaf hij blijk van een flinke portie relativeringsvermogen: “…tennis -en welke andere sport dan ook- is maar een klein onderdeeltje van het leven. Het zou goed zijn als iedere atleet dat zou beseffen”.