Tag: communicatieleer

De Transactionele Analyse van Berne, deel II: transacties

Na de inleiding over de Transactionele Analyse van Eric Berne, waarin de 3 zijnswijzes werden geïntroduceerd, vandaag aandacht voor transacties. Alles wat tussen mensen gebeurt, kan worden gezien als een uitwisseling, een transactie tussen hun zijnswijzen. Die transacties kunnen worden ingedeeld in drie groepen: complementaire transacties, kruistransacties en transacties met bijbedoelingen.

In de ogen van Berne zijn transacties complementair, als de een reageert vanuit de zijnswijze waarin hij of zij door de ander is aangesproken:

Om bij het voorbeeld van de overhemden te blijven:

Echtgenoot: ‘Waarom leg je verdorie de overhemden nou nooit zó weg, dat ze te vinden zijn?’ (Ouder). Echtgenote: ‘Nou, ik kan toch ook niet helpen dat jij niet goed zoekt’ ((klaaglijke) Kind) of ‘Nou, stil maar, ik kom al’ ((gehoorzame) Kind).

Zolang de ander reageert vanuit de zijnswijze waarop hij is aangesproken kan volgens Berne de communicatie in principe oneindig doorgaan.

Kruistransacties vinden plaats, als de aangesprokene vanuit een andere zijnswijze reageert dan waarin de eerste spreker hem of haar probeerde aan te spreken. Het is dan ook geen wonder dat de communicatie stokt, de deelnemers boos worden of verbouwereerd raken. Het gesprek kan voortijdig worden afgebroken of zelfs uitmonden in een ruzie.

Het gesprek over de overhemden had ook anders kunnen verlopen:

Bron: Oomkes – Communicatieleer

De afbeelding toont ons dat de lijnen elkaar kruisen en dat de communicatie verstoord is. Een van de gespreksdeelnemers zal complementair moeten gaan handelen (bijv. V-V of O-K) om het gesprek weer glad te trekken. Laat het vooral duidelijk zijn dat de Volwassene niet beter is dan het Kind of de Ouder. Iemand die voortdurend als Volwassene optreedt, is wellicht (te) nuchter of saai bezig. Wie almaar de Volwassene uithangt, is steeds aan het opvoeden en verzorgen. En wie continu als Kind reageert, kan egoïstisch of onberekenbaar zijn. Kortom: in elke situatie past een bepaalde rol.

Transacties met bijbedoelingen zijn ingewikkelder, maar hoogst interessant. Bij een dergelijke transactie zijn meer dan twee zijnswijzen van het ik betrokken. Denkt u daar maar eens over na, binnenkort volgt een nadere uitleg.

De Transactionele Analyse van Berne, deel I: de drie zijnswijzen

De secretaris sloot deze week een tweedaagse cursus af, met de enigszins vage titel ‘persoonlijke effectiviteit’. Op de tweede dag maakte hij hernieuwd kennis met de eerder door hem gewaardeerde ‘Transactionele Analyse (TA)‘. TA onderzoekt de communicatie tussen mensen èn de daaronder liggende dynamische drijfveren en patronen. Grondlegger is de Canadese psychiater Eric Berne (1910-1970) die vond dat psychologische begrippen ook voor een leek toegankelijk moesten zijn.

Berne herkende bij zijn patiënten plotseling veranderingen in gezichtsuitdrukking, stemklank, woordgebruik en houding. Deze veranderingen waren dusdanig, dat het leek alsof er verschillende persoonlijkheden in het individu aanwezig waren, die beurtelings het stuur overnamen. Berne noemde deze persoonlijkheden ‘zijnswijzen’ en wel die van Ouder, Volwassene en Kind. Berne definieerde een zijnswijze als ‘een samenhangend patroon van gevoel en ervaring, dat direct in verband staat met een daarop aansluitend samenhangend gedragspratroon’.

Bron: Frank R. Oomkes - Communicatieleer

 De Ouder-zijnswijze bestaat uit alle meningen, gevoelens en gedragingen die mensen tijdens hun jeugd van ouders en andere invloedrijke volwassenen meekrijgen. Grofweg heeft de Ouder twee uitingsvormen: enerzijds de kritische, vooringenomen ouder, en aan de andere kant de voedende en verzorgende ouder.

De Volwassen-zijnswijze heeft, net als de andere twee, niets te maken met leeftijd. Ze is gericht op het om gaan met de directe werkelijkheid en het objectief inwinnen van informatie. De Volwassene belichaamt het verstandelijke en koele overleg. De Volwassene is nodig voor het voortbestaan: daarnaast houdt deze zijnswijze de gedragingen van Ouder en Kind in het oog en bemiddelt zonodig tussen hen.

De Kind-zijnswijze omvat alle impulsen die bij kinderen horen. Als mensen zich gedragen als het kind, verkeren zij in hun Kind-zijnswijze: als het aangepaste Kind of als het natuurlijke Kind. Het aangepaste Kind gedraagt zich zoals nodig was om met vader en moeder te kunnen leven: gehoorzaam, vroegwijs, maar ook stilletjes of zeurderig. Het natuurlijke Kind is intuïtief, creatief en rebels. 

Belangrijke toevoeging bij deze uitleg is dat Ouder, Volwassene en Kind alle drie hun waarde hebben voor een gelukkig en produktief bestaan. Pas als één van de drie de andere twee overheerst, is er reden voor ongerustheid.

Goed, wellicht heeft u even behoefte aan een voorbeeld na deze theoretische uiteenzetting. De secretaris maakt daarbij dankbaar gebruik van het geweldige (basis)boek ‘Communicatieleer’ van Frank R. Oomkes (1e druk verscheen in 1986), dat hij na zijn studie trouw bewaard heeft. Men neme een vader die al laat is voor zijn werk en op zoek is naar een overhemd. Hij kan naar zijn vrouw roepen:

1. ‘Waarom leg je verdorie de overhemden nou nooit zó weg, dat ze te vinden zijn?’ (O)

2. ‘Weet jij misschien waar ik een schoon overhemd kan vinden?’ (V)

3. ‘Help me toch even, alsjeblieft? Ik ben al zo laat, en jij weet alles altijd te liggen, en het lukt mij toch niet….’ (K)

U heeft vast al een voorstelling over hoe verschillend deze gesprekken zouden kunnen verlopen. Daarover een volgend blog meer, als we het over transacties gaan hebben.