Tag: frank oomkes

De Transactionele Analyse van Berne, deel III (slot): transacties met bijbedoelingen

Vandaag het slot van de driedelige serie over de Transactionele Analyse van Berne. We begonnen met de drie zijnswijzen en deel II behandelde de transacties die de 3 zijnswijzen met elkaar maken: complementaire en kruistransacties. We eindigen met de meest complexe vorm, transacties met bijbedoelingen. Dit zijn transacties waar meer dan twee zijnswijzen van het ik tegelijk betrokken zijn. Dit lijkt in eerste instantie zeldzaam, maar komt juist heel veel voor.

Meteen maar een voorbeeld, wederom uit ‘Communicatieleer’ van Oomkes. Het gesprek vindt plaats in een kledingzaak. Een dame van middelbare leeftijd past een blouse. De verkoopster zegt: “Dit is een prachtige blouse, maar wel wat duur en misschien ook te jeugdig voor u…”. De dame antwoordt met: “Pakt u die maar voor me in”. Op sociaal niveau richt de verkoopster zich met feitelijke informatie tot de Volwassene-positie van de klant. Echter, op psychologisch niveau mikt de ervaren Volwassene in de verkoopster op het Kind in de klant dat (onhoorbaar) reageert met: “Natuurlijk kan ik dat betalen, en ik ben zeker niet te oud voor die blouse”.

Bron: timverbruggen.nl
Transactie met bijbedoelingen

Zoals het voorbeeld hiernaast al weergeeft, zitten transacties met bijbedoelingen soms ook vastgesleten in echte ouder-kind relaties, waarin ouders hun inmiddels volwassen kinderen nog steeds onderhuids aanspreken in een Kind-rol.

Als een aantal complementaire transacties achter elkaar plaatsvindt, met een nauwkeurig omschreven, voorspelbaar resultaat, spreekt Berne van een spel. Een bekend voorbeeld is het ‘Waarom doe je niet – ja, maar’ spel. De een geeft steeds adviezen en tips die door de ander stelselmatig worden afgedaan.  Wie zich verder wil verwonderen over dit in vertrouwde rondjes draaien, wordt aanbevolen om het boek  ‘Mens, erger je niet’ van Eric Berne te lezen, waarin hij allerlei (herkenbare) spelen beschrijft. Voor een kort overzicht, klik hier.

De Transactionele Analyse van Berne, deel I: de drie zijnswijzen

De secretaris sloot deze week een tweedaagse cursus af, met de enigszins vage titel ‘persoonlijke effectiviteit’. Op de tweede dag maakte hij hernieuwd kennis met de eerder door hem gewaardeerde ‘Transactionele Analyse (TA)‘. TA onderzoekt de communicatie tussen mensen èn de daaronder liggende dynamische drijfveren en patronen. Grondlegger is de Canadese psychiater Eric Berne (1910-1970) die vond dat psychologische begrippen ook voor een leek toegankelijk moesten zijn.

Berne herkende bij zijn patiënten plotseling veranderingen in gezichtsuitdrukking, stemklank, woordgebruik en houding. Deze veranderingen waren dusdanig, dat het leek alsof er verschillende persoonlijkheden in het individu aanwezig waren, die beurtelings het stuur overnamen. Berne noemde deze persoonlijkheden ‘zijnswijzen’ en wel die van Ouder, Volwassene en Kind. Berne definieerde een zijnswijze als ‘een samenhangend patroon van gevoel en ervaring, dat direct in verband staat met een daarop aansluitend samenhangend gedragspratroon’.

Bron: Frank R. Oomkes - Communicatieleer

 De Ouder-zijnswijze bestaat uit alle meningen, gevoelens en gedragingen die mensen tijdens hun jeugd van ouders en andere invloedrijke volwassenen meekrijgen. Grofweg heeft de Ouder twee uitingsvormen: enerzijds de kritische, vooringenomen ouder, en aan de andere kant de voedende en verzorgende ouder.

De Volwassen-zijnswijze heeft, net als de andere twee, niets te maken met leeftijd. Ze is gericht op het om gaan met de directe werkelijkheid en het objectief inwinnen van informatie. De Volwassene belichaamt het verstandelijke en koele overleg. De Volwassene is nodig voor het voortbestaan: daarnaast houdt deze zijnswijze de gedragingen van Ouder en Kind in het oog en bemiddelt zonodig tussen hen.

De Kind-zijnswijze omvat alle impulsen die bij kinderen horen. Als mensen zich gedragen als het kind, verkeren zij in hun Kind-zijnswijze: als het aangepaste Kind of als het natuurlijke Kind. Het aangepaste Kind gedraagt zich zoals nodig was om met vader en moeder te kunnen leven: gehoorzaam, vroegwijs, maar ook stilletjes of zeurderig. Het natuurlijke Kind is intuïtief, creatief en rebels. 

Belangrijke toevoeging bij deze uitleg is dat Ouder, Volwassene en Kind alle drie hun waarde hebben voor een gelukkig en produktief bestaan. Pas als één van de drie de andere twee overheerst, is er reden voor ongerustheid.

Goed, wellicht heeft u even behoefte aan een voorbeeld na deze theoretische uiteenzetting. De secretaris maakt daarbij dankbaar gebruik van het geweldige (basis)boek ‘Communicatieleer’ van Frank R. Oomkes (1e druk verscheen in 1986), dat hij na zijn studie trouw bewaard heeft. Men neme een vader die al laat is voor zijn werk en op zoek is naar een overhemd. Hij kan naar zijn vrouw roepen:

1. ‘Waarom leg je verdorie de overhemden nou nooit zó weg, dat ze te vinden zijn?’ (O)

2. ‘Weet jij misschien waar ik een schoon overhemd kan vinden?’ (V)

3. ‘Help me toch even, alsjeblieft? Ik ben al zo laat, en jij weet alles altijd te liggen, en het lukt mij toch niet….’ (K)

U heeft vast al een voorstelling over hoe verschillend deze gesprekken zouden kunnen verlopen. Daarover een volgend blog meer, als we het over transacties gaan hebben.