Tag: levensverhaal

Gerarda Mak – Alleen met velen (++++)

De secretaris verhaalde tijdens de succesvolle NUtferentie te Bunnik al over dit boek. Hierbij de bijdrage voor het NUtblog.

De secretaris kreeg van zijn schoonmoeder het boek ‘Alleen met velen’ in handen gedrukt van Gerarda Mak. De schrijfster vertelt daarin het levensverhaal van haar moeder, Cornelia (Corrie) Mak-Meeuwisse (1921-2006), die in de na-oorlogse tijd een gezin met liefst 11 kinderen draaiende hield. Het boek geeft een goed tijdsbeeld van de generatie van onze opa’s en oma’s. Dat zij in een heel andere periode leefden, blijkt uit vele passages. Enkele thema’s komen regelmatig terug, zoals het (verstikkende) geloof.

Meneer pastoor speelde een grote rol bij belangrijke gebeurtenissen. Als voorbereiding op het huwelijk geeft hij zijn voor huidige begrippen ondenkbare kijk: ‘Op seksueel gebied ben je als vrouw niet vrij. De man neemt het initiatief, de vrouw is verplicht het letterlijk en figuurlijk over zich heen te laten komen’ en ‘Vrouwen mogen zeker niet toegeven aan geslachtsdrift en genot’. Als er inmiddels twee kinderen geboren zijn, blijft de derde te lang achterwege volgens de pastoor: ‘Hij kwam eens informeren wanneer de volgende baby zich zou aankondigen. De jongste was volgens zijn berekeningen bijna één jaar en hij had geen tekenen gezien van ophanden zijnde zwangerschap’.

Bron: kunst.volkskrant.com

Vergeleken met het gezin Mak is ons huishouden tegenwoordig een peuleschilletje. Vrije tijd? Geen sprake van! Dagen worden gevuld met luiers wassen, sokken stoppen, schoenen poetsen. Ongelooflijk wat men in die tijd aan arbeid wist te verstouwen. De werkweek begint zondagvond al: sokken, ondergoed en luiers in de ene ketel, washandjes en theedoeken in de andere en dan de hele nacht weken. In de jaren veertig en vijftig heeft het gezin weinig te makken; zelfs plastic boterhamzakjes worden aan de waslijn te drogen gehangen om te hergebruiken. Ook uit deze biografie blijkt dat de jaren zestig de vooruitgang brachten, ofschoon niet iedereen de veranderingen waardeerde. Want ‘wie zat er nu te wachten op zes verschillende soorten koffie of thee?’

Het einde van het boek zal de lezer niet gauw onberoerd laten. Terugblikkend in de herfst van haar leven heeft Corrie Mak spijt dat ze de kinderen niet vaker op schoot heeft genomen om ze eens uitgebreid te knuffelen. Ze gunde zich daar niet de tijd voor en later wilde ze geen van de kinderen voortrekken. Met haar kleinkinderen heeft ze weinig op. Ze vindt ze snel ontevreden en verwend. De laatste woorden in het boek zijn tevens de laatste woorden van de schrijfster aan haar stervende moeder: ‘Je hebt het goed gedaan, mama, geen moeder ter wereld zal het beter kunnen… Lieverd, Ik hou van jou’.

Het levensverhaal van Cornelia Mak is, naast aangrijpend, met de concrete beschrijving van haar dochter Gerarda zeer leerzaam. Het leidt tot een beter begrip van hoe onze grootouders het leven (be-)leefden. Sommige stukken (bijv. over de jeugd in het tehuis) zijn iets te lang, maar de schrijfster laat zowel ruimte voor de praktijk van alledag als voor diepere inzichten. Voor een nostalgicus als de secretaris zeer de moeite waard en tegelijkertijd een soort van saluut aan zijn eigen opa en oma: ++++. De secretaris mailde overigens deze boodschap naar de auteur en kreeg spoedig een uiterst vriendelijke reactie terug. Hij blijft nog wel met de vraag zitten: voelde mevrouw Mak zich echt zo alleen met velen?