Tag: Literatuur

Simon Vestdijk – De kellner en de levenden (++++1/4)

Getipt door de wikipedia-pagina over magisch realisme, leende de secretaris onlangs het boek ‘De kellner en de levenden’ van Simon Vestdijk. Volgens de dichter Adriaan Roland Holst was Vestdijk ‘de man die sneller schrijft, dan God kan lezen’, een voorganger van de Beschermheer dus. Ondanks deze beroemde en veel herhaalde uitspraak, lijkt Vestdijk toch enigszins in de vergetelheid geraakt. Onterecht, zo constateert de secretaris na het lezen van deze beklemmende roman uit 1949.

Twaalf willekeurige flatbewoners worden door een stelletje zwijgzame politieagenten naar een geheimzinnige bioscoop gebracht. Het is daar een drukte van jewelste en via strakke omroepberichten en gedisciplineerde suppoosten wordt de groep van twaalf via een ingenieus kaartensysteem op een mysterieuze route door het gebouw gestuurd. De andere groepen bestaan uit dode mensen, die uiteindelijk allemaal met hen op een reusachtig station belanden.

Bron: svestdijk.nl

Op het station nemen de twaalf plaats in een wachtkamer met vier kellners (waarvan 1 boosaardige en 1 vriendelijke). Er ontspint zich een interessante discussie binnen de groep over wat dit nu allemaal te betekenen heeft: is het een droom, een slechte reclamestunt van de bioscoop of het laatste oordeel? Dit laatste standpunt lijkt de overhand te krijgen en, gestimuleerd door de rijkelijk vloeiende wijn, oreren de dominee, journalist, tandarts en anderen openhartig over hun zonden.

In het nauw gedreven komen ze in de catacomben terecht voor het aangezicht van de boosaardige kellner die de Duivel symboliseert. Hij probeert hen voor zich te winnen, maar geen van allen weigert God te vervloeken. Ten slotte capituleert de Duivel en keren ze na een weg vol zinsbegoochelingen terug bij hun flat, waar de vriendelijke kellner hen op staat te wachten.

‘De kellner en de levenden’ is een overweldigende roman die helemaal niet zo zwaar is als je op grond van het hoofdonderwerp, het laatste oordeel, zou vermoeden. Dit komt enerzijds door de soepele stijl die Vestdijk hanteert, en anderzijds door de vele dialogen die tussen de zeer verschillende personages plaatsvinden. Vestdijk toont daarbij zijn intellect door zienswijzes uit de religie, psychologie en zelfs astrologie handig te combineren. De visionaire projecties van het hiernamaals vergden hier en daar net iets teveel van de fantasie van de secretaris, maar dit leidde nauwelijks tot een reductie van de concentratie. Door de vele meningen is het aan de lezer zelf om te kiezen aan welke kant hij staat. Los van het feit of Vestdijks onheilspellende beelden de werkelijkheid benaderen, lijkt het beter om tijdens het leven iets aan je onvolkomenheden te doen dan te wachten op een laatste oordeel.

Hubert Lampo – Terugkeer naar Atlantis (+++1/2)

De secretaris voedde zijn belangstelling voor het magisch-realisme onlangs door het lezen van Hubert Lampo’s ‘Terugkeer naar Atlantis’ (1953). Het magisch-realisme heeft, in tegenstelling tot sommigen menen, weinig te maken met tovenarij of -erger nog- SF. Het aantrekkelijke aan het genre is juist dat reële situaties soms net over de grens van het ongelooflijke of onbegrijpelijke worden getild, zodat droomeffecten gecreëerd worden. Menig lezer zal het iets te vaag vinden, maar de psychologische aspecten en het scheppen van een extra dimensie vormen een boeiend onderdeel van de magisch-realistische literatuur.

In ‘Terugkeer naar Atlantis’ probeert de hoofdpersoon, de Belgische arts Christiaan Dewandelaer, de geheimzinnige verdwijning van zijn vader te reconstrueren. Na de dood van zijn moeder komt hij er achter dat zijn vader nooit officieel is overleden. Met behulp van een oude vriend, Jonas, tracht hij de persoon van zijn vader en de omstandigheden waarin hij leefde te verklaren. In eerste instantie levert zijn zoektocht weinig concreets op. Wel keren twee vrouwen die vroeger op Dewandelaer indruk hadden gemaakt, terug in zijn leven. Eerst is er de vrouw van de procureur die hij vroeger als student eens heeft ontmoet op een ontgroeningsbijeenkomst. Zij probeert hem nu te versieren en komt later zwanger op zijn spreekuur.

Verder is daar Eveline, het meisje van wie hij in zijn jongensjaren heeft gehouden. Eveline duikt in zijn leven op, als omstanders haar bij een moedwillige verdrinkingspoging uit het water halen. Dewandelaer lapt haar op en neemt haar tijdelijk in huis op. Aan haar zelfmoordpoging houdt ze geheugenverlies over, waardoor Evelines gemoed verder verslechtert. Jonas herkent uiteindelijk trekken van Evelines moeder die vroeger door Dewandelaers vader volgens de geruchten zwanger is gemaakt. Christiaan beseft dat hij oog in oog staat met zijn zus. Eveline, dit toevallig gehoord hebbend, kan deze waarschijnlijke waarheid niet verder verdragen en werpt zich uiteindelijk voor een trein.

Geen vrolijke kost dit verhaal, maar Lampo weet er op de een of andere wijze een zekere lichtheid in te verwerken. De zoektocht naar zijn vader is eigenlijk vooral een eigen ontdekkingsreis, en tevens verlangen van de hoofdpersoon naar een andere hypothetische werkelijkheid, het ‘Atlantis’ van zijn vader. Lampo weet daarbij een passende atmosfeer te creëren, geholpen door motieven als het fluiten van de trein en het onbestemde licht van de gaslantaarns.

Door de verschillende inhoud van de eerste hoofdstukken lijkt Lampo iets teveel bezig te zijn met het eindresultaat: dat uiteindelijk alle gebeurtenissen verband houden. Wellicht mede daardoor wordt in de eerste helft van het boek het proces enigszins veronachtzaamd: het gevoel van een oplopende climax ontbreekt. Lampo’s stijl -soms verguisd- is ook in deze roman duidelijk herkenbaar. Hij strooit als vanouds met bewerkelijke zinnen met talloze soms bijzondere adjectieven die anno 2011 wat ouderwets aandoen. Een (w)aardig broertje van Lampo’s bekendste roman, ‘De komst van Joachim Stiller’: +++1/2.

IJsland – Ronald Giphart (++++)

De Beschermheer was jarig en dus nam de Voorzitter een presentje voor hem mee, waarvoor dank. Het bleek te gaan om IJsland, de nieuwe roman van Ronald Giphart. Wat alleerst opviel was de vormgeving van het boek, met veel rood en zwart op de kaft en een gifgroene zijkant. Wij signaleren zowaar een nieuwe trend in de ultra-conservatieve boekhandel, hoera! Steeds vaker wordt de zijkant, en dan bedoelen we niet de rug, voorzien van een hippe tint, een hele vooruitgang die overigens verder nergens toe dient.

Goed, wij sloegen enthousiast aan het lezen. Giphart voert opnieuw zijn hoofdpersoon Giph op. Ditmaal heeft Giph afscheid genomen van zijn vorige partner Samarinde, maar zoals u waarschijnlijk wel weet blijven de Giph’s van Giphart zelden lang vrijgezel. De schrijver staat immers bekend om zijn seksueel getinte passages. Waar dat in het verleden wel eens wat puberaal overkwam, is dat bij IJsland niet meer het geval. Logisch, want ook voor Giphart tellen de jaren, een jonge belofte is hij allang niet meer. Bon, Giph stuit ditmaal tijdens een bruiloft op de Friese wateren op de zwangere Teaske, met wie het liefde op het eerste gezicht is.

Ondertussen zult u zich wellicht afvragen waar de titel IJsland vandaan komt. Die heeft te maken met de tweede verhaallijn. Giph is cabaretier geworden en vormt samen met de broers Ludo en Egon het cabarettrio Groep Smulders. De successen op het toneel zijn talrijk, voor de beschrijving ervan moet Giphart uitgebreid geput hebben uit zijn eigen theaterervaring, opgedaan in gezelschap van Bart Chabot en wijlen Martin Bril. Om hun successen te vieren hebben ze met hun gezelschap, inclusief manager en technici,een trip naar IJsland geboekt. Hier speelt het verhaal zich in feite af. Hoewel, de twee verhaallijnen flirten voortdurend met elkaar. Terwijl Giph en zijn collega’s IJsland onveilig maken schrijft hij voortdurend brieven aan de lezer over zijn relatie met Teaske.

Het liefdespad van de twee gaat niet bepaald over rozen. Als Teaske bevalt van zoon Bent, vader voorlopig onbekend, eindigen zowel moeder als zoon in het ziekenhuis. Voor Bent is het kantje-boord, Giph lijdt eronder als ware hij zelf de vader. Al snel wordt duidelijk dat de relatie van de twee zoveel moeilijkheden niet aankan.

Giphart heeft een sterk boek geschreven. Een tragisch verhaal dat de lezer raakt, maar ook reuze grappig is. En in zijn zeer herkenbare, uiterst leesbare en unieke stijl. Dat is knap. Giphart is er een meester in om situaties waarin zijn eenzame hoofdpersoon tegen wil en dank opgaat in de groepsdynamiek van zijn gezelschap op een tragikomische manier te schetsen.

Giph is ontdaan van zijn vertrouwde speelsheid en heeft een rauw randje gekregen. Misschien is IJsland wel een verhaal over het noodlot van een man die de dertig gepasseerd: opgesloten zitten in een loopbaan, een relatie, een bestaan. Wel willen kiezen, maar weinig te kiezen hebben.

Zulks is dus wel vier NUtsterren waard: ++++

 

Foto: recensieweb.nl

Heinrich von Kleist – De verloving in Santo Domingo

De secretaris poogt allerminst pedant over te komen, maar hij hekelt de massaliteratuur van tegenwoordig. De boeken top 10 is niet aan hem besteed, want de Larssons, Lewinskys en Mankells die daarin staan, zijn toch vooral prettig voer voor de doorsnee-lezer. Met de kans voor een linkse elitair te worden versleten, zoekt de secretaris doorgaans naar bijzonderder oeuvre, daarbij niet schromend om decennia terug in de tijd te gaan.

Via de altijd interessante zaterdagbijlage van Trouw werd de secretaris geattendeerd op de in 1777 geboren Duitse schrijver Heinrich von Kleist. Onlangs is van zijn hand het ‘Verzameld Proza’ verschenen. Thomas Mann typeerde hem in 1954 als volgt: „Kleist was (…) volstrekt uniek, buiten alle tradities en stromingen vallend, radicaal in de overgave aan zijn excentrieke onderwerpen, tot op het dolle af, tot aan de hysterie. Maar hij was ook diep ongelukkig (…) altijd terneergeslagen door psychogene ziektes en tot een vroege dood voorbestemd.”

Bron: img.mijnboekhandelaar.com

De secretaris moest zich moeite getroosten om een exemplaar te lenen bij de openbare bibliotheek. Voor 3 euro werd het boek uit Ede getransporteerd naar de lokale Nijmeegse vestiging. Hij begon middenin de bundel met het verhaal ’De verloving in Santo Domingo’. Dit verhaal speelt zich af in Haïti rond 1800 tijdens de opstand van de zwarte bevolking tegen de Europese overheersers. Een jonge Zwitser is op de vlucht voor de opstandelingen en vindt gastvrij onderdak bij een mulattin en haar mooie vijftienjarige dochter Toni – zonder dat hij weet dat beiden onder één hoedje spelen met de rebellen en hem slechts in de val willen lokken.

Maar Toni en de Zwitser raken verliefd op elkaar en proberen dit (noodgedwongen) voor de buitenwacht te verbergen. Om hem te redden verzint Toni een list, die door de Zwitser niet of te laat wordt begrepen. Hij verdenkt haar van verraad, waardoor het verhaal op buitengewoon tragische wijze eindigt. „Je had me niet moeten wantrouwen”, zijn Toni’s laatste woorden, een thema dat Von Kleist vaker laat terugkomen in zijn verhalen.

Von Kleists verhalen grenzen qua inhoud aan het bizarre, maar zijn stijl is evenmin alledaags. In een moordend tempo maakt hij zijn lezer getuige van de meestal niet al te vrolijke gebeurtenissen. Gruwelijke voorvallen worden zakelijk, bijna achteloos afgedaan, als een verslaggever die toch vooral gewoon zijn werk moet blijven doen. Goed, je moet bij Von Kleist tegen een stootje kunnen; originaliteit kan hem evenwel niet ontzegd worden. De lange volzinnen waar Von Kleist kwistig mee strooit (en waarbij hij niet op een puntkomma meer of minder kijkt), zullen sommigen tegen de borst stuiten, maar wonderwel redt hij zich er meestal vrij gemakkelijk uit.

De secretaris dubt nog, nu de uitleentermijn nadert, of hij deze bundel zal kopen: de prijs (32,50) is de kwaliteit in ieder geval wel waard!

Madelon’s literaire blog

Behoort u tot de categorie mensen die er een hobby van gemaakt hebben om te klagen over de jeugd van tegenwoordig, die nooit meer eens een boek leest? Laat staan poëzie? Stop dan maar, wij van NUt zijn weer op iemand van de jongere generatie gestuit die haar liefde voor literatuur niet onder stoelen of banken steekt. Op Madelon’s literaire blog probeert Madelon sinds kort ‘de wereld wat mee te geven van wat haar raakt.’ En Madelon mag dan wel al lang geen kleuter of dreumes meer zijn, eerder begin twintig, maar zij schrijft ook: “Al vanaf dat ik de eerste letters kon lezen verslind ik boeken. Klein, dik, dun, literair, poëzie, lectuur… zolang het maar bladzijden heeft.”

Iemand met zoveel liefde voor literatuur, schrijft natuurlijk zelf ook. Poëzie en korte verhalen wel te verstaan. Als ze inspiratie heeft tenminste. Iemand om in de gaten te houden dus! En dat kan, niet alleen via haar weblog, maar ook via Twitter: http://www.twitter.com/mkooijmans.

Die laatste zomer – Tatiana de Rosnay (+++)

Voor u gelezen door de Beschermheer van NUt: het boek Die laatste zomer van Tatiana de Rosnay. Zoals wel vaker was het een sympathisant die het boek onder de aandacht bracht, in dit geval mevrouw de Beschermheer. Alsof haar goede smaak al niet tot voldoende aanbeveling strekte, vormde het feit dat dit boek zich in Frankrijk afspeelt een extra reden om het boek ter hand te nemen.

Laatst lazen wij ergens: do what you do best and link to the rest. Daarom hierbij een beschrijving van het verhaal, geknipt en geplakt van dizzie.nl: “Antoine Rey heeft het perfecte cadeau voor de veertigste verjaardag van zijn zus bedacht: een lang weekend aan zee op het eiland Noirmoutier, waar hij en Mélanie in hun kinderjaren de vakanties doorbrachten. Hoewel ze fijne herinneringen hebben aan de eindeloze zomers, zijn beiden nooit meer teruggekeerd naar deze plek. Antoine bevindt zich in een moeilijke periode van zijn leven: zijn werk als architect biedt weinig uitdaging meer en hij is verlaten door zijn vrouw van wie hij nog steeds houdt. Noirmoutier brengt vergeten herinneringen aan hun vroeg gestorven moeder naar boven en Mélanie komt tot een schokkende ontdekking. Het familiegeheim dat zij hiermee ontrafelt maakt Antoine kwetsbaar en onzeker. Zijn zus vindt dat hij het verleden moet laten rusten, zijn vader zwijgt en zijn puberende kinderen vragen zijn aandacht voor heel andere zaken.Dan ontmoet hij Angèle, die nieuwe betekenis geeft aan de woorden leven, liefde en dood. ”

Die laatste zomer is echter vooral een portret van de gemiddelde Fransman van middelbare leeftijd. Wij denken hier in Nederland altijd dat die lui als God in Frankrijk leven, maar de realiteit is natuurlijk als volgt: gescheiden, te dik, wonend in een deprimerend appartement in Parijs, puberkinderen niet in de hand, onmogelijke relatie met de eigen vader en on top of all that: seksloos.

De Rosnay heeft geprobeerd er een literair werkje van te maken. Niet ontoevallig wordt de reddende engel dan ook gevormd door een mevrouw die Angèle heet, toch duidelijk afkomstig van het woord ange. Het is overigens wel een engel die rondracet op een Harley en het ook met andere mannen doet, maar dat terzijde. Zij geeft onze hoofdpersoon Antoine zijn levenslust terug en gidst hem door het doolhof van leven en dood. Geen geringe prestatie overigens. Ook de rol die de Passage du Gois speelt, een bekende weg die bij hoog tij onder water loopt, is niet toevallig en herbergt de nodige symboliek. De weg naar het einddoel verdwijnt regelmatig in de golven, dat idee. Alex Zuelle verloor er trouwens ooit de Tour door een massale valpartij, maar daar hebben we het een andere keer nog wel eens over.

Het zijn al bij al literaire truukjes die wat ons betreft een beetje gemaakt aandoen. Anderzijds is het een boek met een hoge mate van eigenheid: wij zouden niet zo snel een vergelijkbaar verhaal weten. De score: drie NUtsterren: +++