Tag: NUt

Olivier (++1/2)

Op een nogal willekeurige donderdagavond in november stonden de Voorzitter en de Beschermheer in het centrum van Utrecht voor de keuze: Febo of Olivier. De Voorzitter was degene die nog niet had gegeten en hij hakte zonder dralen de knoop door, zodat we even later de volle omgebouwde kerk waarin Olivier gehuisvest is betraden.

Temidden van het lawaai werden we opgewacht door een soort van serveerster die ons bij de bar neerplantte waar we op een tafel dienden te wachten. Ze keek er niet bij of ze het erg vond. Al snel kregen we een tafeltje in het oog dat we  gauw bezetten, waarna een beeldschoon meisje vlotjes de bestelling opnam. Geen idee waar zij heeft leren flirten, maar het moet een uitstekende leerschool geweest zijn. Bovendien, zet haar een Aegon muts op en ze kan zonder twijfel fantastisch schaatsen.

De Voorzitter waagde zich aan tomatensoep met brood en diverse smeersels (aioli,tapendade, etc.), kreeg vervolgens van de Beschermheer een kop koffie met likeur en bonbons cadeau, terwijl die zelf bij wijze van dessert een luikse wafel met warme kersen en vanille-ijs naar binnen stond te proppen. Gezegd moet worden dat de samenwerking tussen bediening, keuken en bar bijzonder moeizaam verliep, wat resulteerde in overdreven lange wachttijden. Maar lekker was het over het algemeen wél! Ook merkwaardig: per toeval was de Beschermheer getuige van de controle van de toiletten door een medewerker. Die zag voor het gemak een enorme plas urine voor de pissoirs over het hoofd.

Kortom, mixed feelings. Olivier biedt een mooie en goed aangeklede ruimte en een zeer redelijke keuken. Het personeel is aardig en soms adembenemend, maar laat tegelijkertijd behoorlijk wat steken vallen. En tja, dat kost sterren. We komen niet verder dan 2,5 uit 5: ++1/2

De eenzame fietser, die …

Vandaag wordt eindelijk een kwestie opgelost die ons al jaren dwars zit. Wij van NUt zijn voorstander van het gebruik van de fiets en geven daarbij het goede voorbeeld. Nadelig gevolg van deze positieve attitude is dat wij regelmatig tegen de wind in moeten fietsen. Kromgebogen over het stuur gaan wij eenzaam de horizon tegemoet en vervloeken wij ons goede gedrag.

Daarbij lijkt het altijd wel alsof het tegen de wind in fietsen ’s winters zwaarder is dan ’s zomers. Windkracht 5 is windkracht 5, zult u denken, dus hoe kan dat nou? Wij hebben er mooie theorieën over ontwikkeld. Dat ons gestel meer moeite heeft om koude lucht te verwerken in de longen bijvoorbeeld. Of dat we minder gestroomlijnd zijn in de winter doordat we meer kleding aantrekken. Misschien kloppen die hpotheses wel, maar volgens weer.nl is er nog een andere factor in het spel.

Hoe logisch: in koude lucht zitten de moleculen dichter tegen elkaar aangeplakt. je moet dus simpelweg door een beter gemetselde luchtmuur fietsen en dus meer energie leveren om dezelfde snelheid te behalen. Lees hier het artikel en hoop met ons mee dat het in januari 28 graden wordt.

Een engel op een rotsblok

Vijftig jaar is Gio Lippens, en nou heeft hij een heus boek geschreven. De sympathieke wielerverslaggever van NOS Radio heeft zijn columns van de afgelopen drie jaar laten bundelen tot een echt boek, van echt papier. Vast onderwerp: de wielersport. De titel: Een engel op een rotsblok en andere wielerverhalen.

Lippens blijkt een prettige verteller. Hij observeert en schrijft zijn bevindingen op. Hoewel hij onmiskenbaar een romaticus is, houdt hij zijn schrijfstijl keurig binnen de perken. Helder geformuleerde zinnen, nergens rommelig taalgebruik. Da’s best knap. Bovendien sluit hij zijn ogen nergens voor de nare bijverschijnselen die horen bij beroepssport. Vaak valt het niet mee om een boek met gebundelde columns achter elkaar door te lezen, maar met dit euvel hadden wij van NUt  in dit geval niet te kampen.

Een Engel op een Rotsblok en andere wielerverhalen is, zeker voor de wielerkenner, geen spectaculair maar wel een prettig boek om te lezen.  Het biedt bovendien een inkijkje in de wielerwereld door de ogen van een relatieve insider. Die waarneemt, nadenkt en er het zijne van vindt. Een rasechte liefhebber bovendien. Met liefde voor de sport en liefde voor zijn vak.

Wij van NUt spraken Gio Lippens kort voor de Tour. Hij zei trots te zijn op zijn boek. Terecht, het is een leuk boek, vooral voor de echte wielerliefhebber.

Indrukwekkende sportvrouwen (6) Merlene Ottey

In deze uiterst boeiende serie mag ook Merlene Ottey niet ontbreken. Hoewel deze van oorsprong Jamaicaanse sprintster nooit Olympisch kampioene werd, is zij toch een van de succesvolste atletes aller tijden. Goodlooking én snel: ze heeft 34 medailles gewonnen op grote toernooien. Haar bijnaam luidt dan ook terecht “Queen of the track.”

Merlene Ottey werd geboren op 10 mei 1960 op Jamaica. In haar jeugde rende ze wedstrijden op blote voeten, zoals het hoort bij dit soort heldenepossen. Op 19-jarige leeftijd kreeg ze een beurs in Nebraska, waar ze vier jaar lang atletiek combineerde met kunst en design. Later vertrok ze naar het warmere Californië en nog weer later naar Ljubljana. Ze nam uiteindelijk ook de Sloveense nationaliteit aan.

Bij een beetje sportcarrière hoort tegenwoordig ook een dopingaffaire. Die was er in 1999 na een wedstrijd in Luzern. Na veel gedoe werd Ottey echter vrijgesproken van het gebruik van nandrolon. Ottey moet zuinig geweest zijn op haar prachtige, gespierde en toch tengere lijf. Vorig jaar miste ze namelijk maar net de limiet om als 48-jarige naar de Spelen van Beijing te gaan. Misschien dat ze op de volgende Spelen in Londen weer te bewonderen is :).

Foto: http://www.iaaf.org

Ravijnduiken

Deze week viel Rabobankrenner Pedro Horillo in een ravijn. Daarom geheel in de geest van onze secretaris vandaag een heuse top tien. Die van de tien meest gedenkwaardige ravijnduiken uit de wielergeschiedenis…

10. Het was maar een heel klein ravijntje, meer een soort sloot eigenlijk, waar Jan Ullrich indook tijdens een Pyreneeënetappe. Maar het werd toch een memorabel sportmoment doordat zijn concurrent Lance Armstrong netjes op hem wachtte. Zoals meestal in de wielersport werd deze geste keurig terugbetaald. Enige jaren later wachtte Ullrich in een klim op Armstrong nadat die ten val was gekomen nadat hij met zijn stuur in de tas van een toeschouwer haakte. Om er ververvolgens door de Amerikaan genadeloos af gereden te worden, dat dan weer wel. 

9. De eer van plaats 9 gaat naar de Fransman Mickael Pichon. Hij viel vorig jaar tijdens de Dauphiné Liberé in een ravijn en liep zware letsels op. Let wel, Pichon staat wat ons betreft symbool voor de anonieme wielrenner die het ravijn in rijdt. Want wie in een kleine koers het ravijn in rijdt, de verkeerde nationaliteit heeft of bij een te klein ploegje rijdt, krijgt slechts zelden de aandacht die hij verdient met zijn daad. In plaats van Mickael Pichon had hier ook Rigoberto Uran kunnen staan (Colombiaan, ravijnduik in de Ronde van Duitsland vorig jaar). Of vele andere namen.

8. De volgende plek wordt bezet door Oscar Pereiro Sio. De voormalige Tourwinnaar mist op 20 juli 2008 een bocht in de afdaling van de Col Agnel. Vreemd eigenlijk, een ervaren renner, een compleet peloton en nog redelijk vroeg in de koers. De Spanjaard stuitert een meter of 5 omlaag om ongelukkig terecht te komen op het asfalt van de weg die na de volgende haarspeldbocht weer terug gedraaid is. Einde Tour voor Pereiro, die er inmiddels weer helemaal bovenop is. De beelden zijn niet erg duidelijk… toch zien? Klik hier.

7. In de Tour van 2008 wordt de Cime de la Bonnette beklommen van de zuidkant. Een hele hoge col, met een spectaculair afdaling. Dat ondervindt ook de Zuid-Afrikaan John-Lee Augustyn van Barloworld. Hij mist een bocht en glijdt een puinhelling af. Gelukkig valt hij niet diep en kan hij met de hulp van een toeschouwer de weg weer bereiken. Een wielrenner zonder fiets, het blijft een raar gezicht. De valpartij wordt keurig geregistreerd door de helikoptercamera’s trouwens. Kijk hier maar eens: http://www.youtube.com/watch?v=Js7B8cZfXj0

6. De enige ravijnduik waar ik persoonlijk bij betrokken was. Tijdens een trainingsrit in het Centraal Massief duikt S.van.D. tijdens de afdaling van de Pas de Peyrol (Puy Mary) in een scherpe bocht het ravijn in. Omdat hij achteraan het groepje rijdt, wordt zijn afwezigheid pas enkele kilometers verder ontdekt door de beschermheer. Die besluit om te draaien om te kijken waar zijn trainingsgenoot blijft. Hij komt hem wandelend tegen, op zijn sokken, schoenen in de hand en zonder fiets. Die ligt namelijk ergens in het ravijn. S. blijkt tijdens zijn val eerst een paar meter over steil, zacht gras naar beneden gegleden te zijn en heeft zich vervolgens aan een boompje vast weten te klampen. Hij is op eigen kracht weer naar de weg geklommen, ondanks het drukke verkeer blijkt niemand het ongeluk gezien te hebben. Zijn fiets vinden we vijftien meter onder de weg terug, zonder achterwiel. Dat blijkt op een meter of 50 onder de weg te liggen als we van onderuit een zoekactie starten naar het missende onderdeel. Van onderen is ook pas goed te zien hoe onwaarschijnlijk veel geluk S. gehad heeft. Het had maar een haartje gescheeld of hij was van de steile rotsen afgedonderd, ongetwijfeld met een minder gelukkige afloop. Het wiel is krom. “Shit”, zegt S., “dat wiel heb ik geleend.” 

5. De Tour van ’96: in de mistige afdaling van de Cormet de Roselend mist de Belg Johan Bruyneel een bocht en duikt het ravijn in. De televisiecamera registreert het feilloos. De wereld houdt zijn adem in, maar zie: Bruyneel is een geluksvogel. Hij klimt zonder problemen weer uit de diepte en kan zijn weg vervolgen. Alleen zijn shirt is een beetje vies geworden. Bruyneel is later erg succesvol als ploegleider. Met Lance Armstrong wint hij zevenmaal de Tour. Klik hier voor de beelden!

4. De Luxemburger Frank Schleck is samen met een medevluchter ontsnapt in een etappe in de Ronde van Zwitserland van 2008. Ze lijken samen op weg naar een fraaie sprint à deux. Helaas, Schleck vliegt over de vangrail in een afdaling. De motorrijder die erachter rijdt, heeft het hele incident in beeld. Wonder boven wonder komt de mazzelaar zonder een schrammetje weer tevoorschijn. De etappe winnen zit er echter niet meer in. De beelden zijn pas leuk om te zien als je weet dat hij het er levend vanaf gebracht heeft: http://www.youtube.com/watch?v=PTL3dMRXs3E

3. Deze week: de Spanjaard Pedro Horillo valt 60 tot 80 meter diep in de Giro d’Italia. Niemand die het gezien heeft, maar zijn ploeggenoot Jos van Emden vindt het wel vreemd dat iemand de fiets van Horillo tegen de vangrail heeft geparkeerd. Toch maar even kijken beneden dus. Daar wordt Horillo aangetroffen op een uitstekende rotspunt. Met diverse breuken en een geperforeerde long. Wonderwel is hij bij bewustzijn en weet hij nog wie hij is. Het liefst wil hij weer op zijn fiets stappen, berichten diverse media. Die uitspraak wordt later genuanceerd door Rabobank. Horillo zou enkel gezegd hebben wie hij was om de doktoren te tonen dat zijn geheugen nog functioneerde. De gelukkige ongelukkige renner wordt geëvacueerd door toevallig aanwezige alpinisten. Gelukkig lijkt hij er weer helemaal bovenop te komen.

2.Het grote franse talent Roger Rivière duikt in de Tour van 1960 in de afdaling van de onbeduidende Col du Perjuret het ravijn in en komt tien meter lager ongelukkig tot stilstand. Resultaat: voor 80% verlamd. Rivière blijkt een rasechte pechvogel, op 40-jarige leeftijd sterft hij aan strottenhoofdkanker. 

1. In de Tour van ’51 duikt gele trui drager Wim van Est het ravijn tijdens de afdaling van de Aubisque. Hij wordt, huilend, aan een ketting van fietsbandjes weer omhoog gehesen. Zijn sponsor Pontiac maakt het voorval groot met een advertentiecampagne die een mooie slogan meekrijgt: Vijftig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, het was mijn Pontiac die nog liep. Er staat inmiddels een gedenkteken op de bewuste plek.

Nieuw in Utrecht: Bresson

De voorzitter mocht bijna een jaartje bijschrijven, een mooi moment dus om de Utrechtse binnenstad samen met een bezoek te vereren. Bij Louis Hartlooper attendeerde de achterzijde van de uitloper ons op een onlangs geopend etablissement aan de Oudegracht: Bresson. Dit zou volgens de advertentietekst een heuse Franse brasserie moeten zijn, alwaar de bezoeker zich in Parijs zou wanen. Nu is de beschermheer van NUt een afgestudeerd francoloog, dus we hadden alle reden om het waarheidsgehalte dezes eens te controleren.

Onderweg er naartoe moest de beschermheer denken aan het dorpje St. Bresson dat zich bevindt op de grens van de Hérault en de Gard. Bovenop een bergrug gelegen, niet meer dan een twintigtal huizen, een kerkje en wat moestuintjes op de voor die streken zo kenmerkende terrassen met stenen muurtjes. Verder alleen het gele postautootje dat eenmaal daags langsrijdt. Maar mensen, wat een uitzicht!

Goed, wij stapten dus bij Brasserie Bresson naar binnen. Het interieur daar deed inderdaad denken aan een Parijse brasserie. Er hingen wat late dertigers rond, die elkaar, ook heel Frans, zoenden bij binnenkomst. Verder was het in het niet-restaurantgedeelte wat stil. De obers waren gekleed zoals iedereen denkt dat Franse obers gekleed zijn, wat in de praktijk meestal helemaal niet zo is. De rosé werd aan tafel ingeschonken om het geheel een exquise tintje te geven. Het was geen slechte rosé. Wij vielen een beetje stil en concludeerden dat we eens zouden moeten eten bij Bresson om te kijken of de joie de vivre die de website belooft ook echt waar gemaakt wordt. De beschermheer rekende af en we zochten een iets bruinere gelegenheid op in de vorm van De Vingerhoed. “Verdomd”, zei de voorzitter nadat hij zich daar  aan het raam geïnstalleerd had. “Dit is precies dezelfde rosé.”