Tag: peuter

Best goed ben ik hè?

De secretaris heeft het momenteel druk met de nieuwe gezinssituatie: 3 kinderen, waarvan 1 pasgeborene, trekt natuurlijk eem behoorlijke wissel op papa’s (blog)tijd en energie. Geen beter moment voor een column over het vaderschap van een gastauteur die deze nog op de plank had liggen. Dank, collega Mark Molewijk, voor je bijdrage!

Mijn kinderen krijgen onvoorwaardelijke liefde. Maar dan verwacht je wel wat terug natuurlijk. Geen punt om net als mamma de hele dag met doekjes rond te lopen en onnatuurlijk langzaam achter zijn fietsje aan te lopen. Maar dan zou het leuk zijn als-ie zaterdagochtend ook tegen mij aan wilde kruipen. Of ook door mij als eerste getroost wil worden.

Je kunt het praktisch gezien netjes verdelen maar soms is mamma gewoon nummer één. Die negen maanden voorsprong, de borstvoeding; de biologie blijft op sommige punten heel rolbevestigend. Nee, emancipatie, dat hoefde voor de spruit de eerste anderhalf jaar niet zo nodig. Je komt ’s nachts of ’s ochtends absurd vroeg je bed uit – je doet het met liefde maar zou dat ook best anders willen uiten – maar dan is “mamma doen!” niet het warme welkom waar je op hoopte. Het wordt gelukkig snel anders, maar de formule ‘vooral zelf heel veel bevestiging geven’ is best even wennen. Clichés? Niet als je het voor het eerst meemaakt.

Accepteren is zoals vaak het toverwoord. Maar mannen hebben juist behoorlijk wat bevestiging nodig. Ik vind mezelf dan zorgzaam en goed bezig (nog altijd gaan slechts enkele procenten van de mannen minder werken om voor hun jonge kinderen te zorgen). Kijk, als een vrouw haar deel doet in de zorg en het huishouden, dan is dat vanzelfsprekend. Maar als je als man ook jouw rechtmatige deel doet, dan verdien je schouderklopjes. Mensen vragen regelmatig aan mijn vriendin “is dat niet zwaar, vier dagen werken?’ Zeggen ze nooit tegen mij. Zielig hè?

Bron: spreadshirt.nl

Ook wel weer mooi dat je zo snel mag bijleren. Dat je niet dingen geeft om er iets voor terug te krijgen. Dat emancipatie juist betekent dat het niet ‘iets extra’s’ heet wat je doet. Dat je veel aan je kinderen geeft, er ook veel onbetaalbaars voor terugkrijgt, zoals kriebelende handjes om je nek en rollende giechels, maar dat je niettemin ‘niks’ moet verwachten. Handig als je dat snel leert, want die tip geldt levenslang. Niks mis mee, jezelf wat kleiner maken. Maar laten mannen daar nu niet bepaald groot in zijn.

Oké, geen overdreven bevestiging dan. Maar als ik op mijn ‘kinderdag’ aan 20 dingen gedacht heb, wil ik het ’s avonds niet alleen maar hebben over ‘die sokjes, die toch niet bij dat broekje passen!?’ Ja vitaminen, tuurlijk luier, zeker, ook haren gewassen, maar nee geen nieuw rompertje aangedaan!

Consultatie of consternatie (NUtcolumns #6)

De secretaris ploetert zich al een paar jaar door bezoekjes aan het consultatiebureau. Als het opgeroepen kind in kwestie nog afhankelijk is van slaapjes overdag, komt het tijdstip meestal erg ongelegen. Want je zult altijd zien: enkele weken voor de afspraak heeft zoon- of dochterlief net het bioritme aangepast. Flink gestresst om maar niet te laat te komen, wurm ik mijn nakomeling na hem kunstmatig wakker gekucht te hebben, door het rompertje en tracht ik het wereldrecord luier verwisselen te verbeteren. Tevergeefse moeite, want bij het consultatiebureau aangekomen, blijkt het programma weer eens een half uur uitgelopen door een stelletje jankende babies van ouders van bedenkelijk allooi.

Ondertussen probeer ik m’n spruit te vermaken onder belachelijk hoge binnentemperaturen waar zelfs verpleeghuizen niet tegenop kunnen stoken. Net op het moment dat ik wanhopig in mijn tas zit te wroeten op zoek naar soepstengel of banaan, zie ik in mijn ooghoek de assistente zenuwachtige gebaren maken: ze wil dat ik nu het kind uitkleed om gewicht en lengte te gaan meten. Zelf doe ik mijn blouse ook maar meteen uit, want van een flauwvallende vader raakt deze mislukte dokterassistente of nimmer afgestudeerd orthopedagoge helemaal in paniek. Bang om de zeikstraal van mijn zoontje in het gezicht te krijgen, maakt ze deze routinematige handelingen tot een complexe operatie. Het lukt haar nog net om twee puntjes te zetten op de curve in het o zo belangrijke groeiboekje.

Bron: http://www.haasje.com

Gelukkig heb ik dit verschrikkelijke voorspel gehad, en kan ik door naar de verpleegkundige of de arts. Ook over deze beroepsgroepen beweren boze tongen dat ze eigenlijk een echt vak wilden uitvoeren, maar dat ze van lieverlee zijn terugggezakt naar het niveau waar vragen als ‘Poept ie vaak en zijn het stevige keutels?’ , ‘U geeft haar toch wel elke dag Vitamine K, he?, ‘Laat je hem dan lekker doorhuilen? Is goed voor de longetjes’ dagelijkse kost zijn, evenals het nuilen over de gevaren van overgewicht. Overleg met vakbroeders hebben ze kennelijk weinig, want hun tot in den treure gerepeteerde richtlijnen verschillen per persoon en  per bureau.

Er zijn ouders die nog harder janken dan hun baby, als ze bij het consultatiebureau vandaan komen, vandaar dat ze gekscherend ook ‘consternatiebureaus’ worden genoemd. Onzekere ouders een beetje vertrouwen geven, dat vergeten sommige bureaus; wellicht proberen ze hun eigen mislukte pedagogische optredens op kwetsbare onschuldigen te projecteren. De secretaris is inmiddels door de wol geverfd en daarnaast mag ik ook niet teveel klagen over mijn huidige consultatiebureau. Bijkomstig voordeel is dat mijn zoontje zich bij zijn afscheid aldaar zich voorbeeldig gedroeg. Op de vraag ‘Wat eet jij het liefst?’ antwoordde het scheetje ‘Broccoli’ en dat had ik niet eens gesouffleerd! Wel moet ik binnenkort voor mijn bourgondische dochter extra terugkomen in verband met een afwijkende lengte/gewichtscurve, maar wat wil je als ze bij elke stap die ik in de keuken doe, oppert: ‘Ik heb honger’. Dit gebeurde echter wel in goed overleg en zonder moralistisch ondertoontje. En ach, prille ouders adviezen geven, blijft een heikele onderneming: menig (schoon)moeder heeft zich er flink mee in de nesten geholpen!