Tag: stefan zweig

Stefan Zweig – Schaaknovelle (++++)

Van Joseph Roth naar Stefan Zweig is niet zo’n grote stap. Ze correspondeerden bijvoorbeeld met elkaar, zie ook deze brief. Zweig (1881-1942) is bijzonder geinteresseerd in de zieleroerselen van de mens. Niet zo gek, als je bedenkt dat hij ook brieven uitwisselde met Sigmund Freud. De in Wenen geboren Zweig maakte graag gebruik van het principe van de kadervertelling: hij laat de verteller iemand ontmoeten die op zijn beurt aan het vertellen slaat.

Schaaknovelle (1941) is een variant op deze kadervertelling: de verteller is zelf in het kader aanwezig. Hij stapt op een boot van New York naar Buenos Aires. Een van de passagiers blijkt de beroemde schaker Czentovic te zijn. Czentovic is een apart figuur: ploertig, emotieloos, opgegroeid voor galg en rad, maar op een dag werd zijn (enige) talent ontdekt: schaken.

Om de aandacht te trekken van Czentovic gaat de verteller aan boord een potje schaken met de fanatieke McConnor. Hij wil namelijk graag eens achter het bord zitten met de wereldkampioen. Deze slaat hen echter achteloos gade. Zodra McConnor echter verneemt van de verteller wie Czentovic is, paait hij hem met de nodige pecunia. Ze spreken de volgende dag af en een aantal andere belangstellenden sluiten zich aan om samen tegen de grote Czentovic te spelen.

Schaaknovelle van Stefan Zweig. Bron: www.schoolbieb.nl
Schaaknovelle van Stefan Zweig. Bron: http://www.schoolbieb.nl

Uiteraard dreigen ze het onderspit te delven, als plotsklaps Dr. B. ten tonele verschijnt. Deze voorziet het gezelschap van een paar uitstekende zetten, zodat ze een remise eruit slepen. De verteller is nu niet alleen gefascineerd door Czentovic, maar ook door Dr. B. Tijdens een urenlang gesprek met deze geheimzinnige schaakkenner onthult B. dat hij een voormalig Gestapo-gevangene is, die maandenlang in afzondering in een hotelkamer heeft geleefd.

Gedurende een van zijn verhoren weet hij een boek te stelen, dat bij terugkomst in zijn kamer een schaakboek blijkt te zijn. Van lieverlee leert hij om de tijd te doden alle partijen daaruit uit zijn hoofd en speelt hij deze na, met boterhamstukjes in de vorm van koning, paard en pion. Het schaken heeft hem helemaal in zijn greep, zodanig zelfs dat hij er koortsaanvallen van krijgt.

B. speelt op verzoek van het gezelschap tegen Czentovic, omdat ze denken dat hij kans maakt. B. weigert aanvankelijk, bang als hij is om weer met schaakvirus besmet te raken. De eerste partij wordt tot genoegen van de aanwezigen gewonnen door B, die de smaak te pakken krijgt. Maar uiteindelijk grijpt de verteller in en maant B. te stoppen als die bij een volgend potje dichtbij allerlei hallucinaties komt.

Het einde was voor de secretaris ietwat te kort en teleurstellend, maar Schaaknovelle is een verhaal dat je niet loslaat. Het relaas van Dr. B. over zijn tijd tijdens het Hitler-regime is fascinerend. Zweig is een meester in het neerzetten van “afwijkende” personages die niet te vatten zijn in een paar regels, maar uitvoerig object kunnen zijn van psychologisch onderzoek. Overigens heeft Zweig zelf nog meer last gehad van de nazi-tijd dan B.: in 1942 ziet hij in Rio de Janeiro samen met zijn tweede vrouw geen andere keus dan een einde aan hun leven te maken.