Tag: tennis

Nederlandse en Zweedse tennisfans: wie wacht het langst?

Het Nederlands Davis Cup team speelde van het weekend tegen Zweden en behaalde een behoorlijk gemakkelijke overwinning. De wedstrijd vond plaats in de zogenaamde Europese/ Afrikaanse zone, een soort derde divisie van het internationale tennis. Er zullen maar weinig fans echt warm zijn geworden van dit affiche.

Het Nederlandse mannentennis heeft alleen met Rojer een (dubbel)topper in huis, maar de jaren lijken dit seizoen bij hem te gaan tellen. Bij Haase is de vraag of hij nog eens een uitschieter kan produceren na zijn privé-perikelen, maar grootse daden worden (voorlopig) niet meer van hem verwacht. En voor de rest is het vooral wachten op talenten die zullen doorbreken, het betere glazen bol kijken.

Dat wachten doen de eens zo befaamde tennissende Zweden nog langer dan wij. Op dit moment is Elias Ymer de best geklasseerde Zweed op plaats 130 en daarnaast staan er maar twee landgenoten in de top 500, tegenover zes voor Nederland. Medio 2011 kwam, zo later bleek, door de ziekte van Pfeiffer een einde aan de loopbaan van de krachtige Robin Söderling, die in 2009 en 2010 nog de finale haalde van Roland Garros. In 2009 versloeg hij de ongenaakbare gravelkoning Nadal, een historische zege die voorlopig het laatste grote wapenfeit op tennisgebied van de Scandinavische grootmacht van weleer.

Anders Jarryd, tennis player
Anders Jarryd. Bron: alchetron.com

In de jaren 80 en 90 werden de Zweedse tennisliefhebbers natuurlijk ook uitzonderlijk verwend met voorop absolute toppers als Björn Borg (ook 2e helft jaren 70), Stefan Edberg en Mats Wilander en in hun kielzog prijzenwinnaars als Thomas Enqvist, Jonas Svensson, Magnus Gustafsson, Magnus Larsson, Mikael Pernfors en Magnus Norman. Voeg daarbij handige dubbelaars als de sympathieke Anders Jarryd (de favoriet van de secretaris en zijn moeder) en de humoristische Jonas Björkman en de weelde was compleet.

Hoe anders waren de Davis Cup gevoelens bij de voorlaatste ontmoeting in 1993, ondanks dat Stefan Edberg op het laatste moment moest afzeggen, omdat hij net vader geworden was. De wedstrijd ervoor was de legendarische overwinning op Spanje (met de held Mark Koevermans tegen Sergi Bruguera!). De stemming was opperbest, maar Zweden trok met “mister forehand” Gustafsson, Jarryd, Holm en Kulti aan het langste eind.

65664-620-455
Nederland- Zweden op 16 juli 1993. Bron: anp-archief.nl

Dubbelgangers (13): Juan Martín del Potro en Alex Klaasen

Binnenkort, op 4 november, starten in Londen de ATP World Tour Finals, het toetje van het tennisseizoen met daarin de beste acht spelers en de beste acht dubbelkoppels. Helaas voor het Londense publiek heeft Andy Murray moeten afhaken met een blessure. Roger Federer moet er nog een beetje aan trekken om het te halen, maar wie zeker van de partij is, is de Argentijn Juan Martín del Potro.

Del Potro is inmiddels een stabiele top tien speler geworden en één van de weinige tennissers die de allergrootsten van dit tijdperk (Nadal, Djokovic, Murray en Federer – inmiddels in mindere mate) kan verslaan. Met zijn snelle baselinespel, lengte en verwoeste forehand mag hij door niemand onderschat worden. In 2009 won de Argentijn zijn eerste en tot nu toe enige Grandslam-toernooi, de US Open, waar hij in de finale Federer in vijf sets versloeg. Dit nadat hij Nadal in de halve finale een pak slaag had gegeven. Eind 2010 en begin 2011 werd Del Potro door fysiek malheur ver teruggeworpen, maar zijn comeback naar de 5de plaats op de wereldranglijst is indrukwekkend.

Bron: biography.com
Bron: winq.nl

Van Del Potro is privé niet direct veel bekend, wij van NUt weten bijvoorbeeld niet of hij beschikt over een flinke portie humor. Dat kan in ieder geval wel gezegd worden van zijn dubbelganger Alex Klaasen. In 2000 brak hij samen met Martine Sandifort door via het winnen van het Camerettenfestival. Met haar ook werd hij nog bekender door hun optredens in ‘Kopspijkers’ en inmiddels kan dit talent uit Oirschot niet meer weggedacht worden van de Nederlandse podia.

In 2009 had hij een solovoorstelling met ‘Eindelijk alleen’ en het daarop bracht hij een ode aan Toon Hermans in ‘Toon de musical’. Ook speelde hij een bijrol in de tv-serie ‘Gooische Vrouwen’. Dit jaar was het echter wel wat stiller rond Klaasen, die een uitstapje maakte naar de cinema. Maar niet getreurd, eind oktober gaat hij weer in het theater los met de voorstelling ‘Spuitsneeuw’. Volgens zijn website is het een feestelijke warm-winterse 8-gangenrevue voor iedereen die met kerst eigenlijk liever alleen wil zijn, compleet met echte rendieren en een kerstmarkt op het toneel! De secretaris weet niet of dit een stap voorwaarts in zijn loopbaan is, maar door te beweren dat Klaasen veel in zijn mars heeft, slaat hij de (kop)spijker op zijn kop.

De serve and volley speler: een uitstervend ras

Het internationale toptennis kent momenteel een ongekend hoog niveau, wellicht het beste in de ruim 100-jarige tennishistorie. Federer, Djokovic, Nadal, Murray en Del Potro zijn zeer complete spelers die eigenlijk elke slag wel beheersen. Daarnaast combineren ze hun aangeboren klasse met heel hard werken en een gedisciplineerd bestaan. Toch mist de secretaris iets. En nee, dat is niet eens zozeer de glamour of vreemde capriolen van de tennissterren van weleer, zoals Connors, McEnroe of Noah. Bekijk je de huidige ATP-top 100, dan staat er slechts één rasechte serve and volley speler in, de Fransman Michaël Llodra.

Nog niet zo lang geleden waren ze weliswaar evenmin dik bezaaid, maar sprongen er genoeg van rond: de Australiërs Philippousis en Rafter, onze eigen Siemerink, de Britten Henman en Rusedski en met een beetje coulance konden ook Sampras en Krajicek tot dit bijzondere gilde worden gerekend. De oorzaken van de teloorgang van de aanvallende speler lijken ondertussen wel bekend: iets grotere, zwaardere ballen, gras op hardere ondergronden en andere maatregelen die het servicegeweld een beetje moesten indammen. Maar deze goedbedoelde acties hebben echter nauwelijks de opslag, maar juist de volleys enigszins de nek omgedraaid.

Michaël Llodra. Bron: 20minutes.fr

Maar Llodra lijkt zich weinig aan deze feiten gelegen te laten liggen. Met fris en aanvallend spel weet hij menig baseliner nog in de luren te leggen. Twee van zijn vijf single ATP-titels won Llodra overigens in Nederland: in 2004 Rosmalen en 2008 Rotterdam. In het dubbelspel is hij uitermate succesvol: hij wist met verschillende landgenoten meerdere grand-slam toernooien te winnen. Helaas bevindt de linkshandige Fransman zich in de herfst van zijn tennisloopbaan. Met 32 jaar zal hij zijn fanatieke tripjes naar het net niet zo lang meer vol kunnen houden.

De vraag is wie te zijner tijd zijn leegte kan invullen. Misschien tovert Australië, toch de bakermat van het serve and volley spel, weldra een nieuwe Cash of Rafter uit de hoed?

Matthew Cronin – Borg vs McEnroe; de grootste tennisrivalen ooit (++++)

Tennisliefhebbers komen er in de literatuur maar bekaaid vanaf. Waar wieler- en voetbalfans het hele jaar door lezend over hun favoriete sport kunnen doorbrengen, moeten zij het doen met een sporadische uitgave. Maar als zelfs de niet bepaald sport-georiënteerde krant Trouw aandacht besteedt aan een nieuw tennisboek moet er wel iets moois verschenen zijn. Het betreft hier het bij Thomas Rap uitgegeven ‘Borg vs McEnroe; de grootste tennisrivalen ooit’, geschreven door de Australische tennisjournalist Matthew Cronin. De ondertitel is, gelijk een tiebreak, een dubbeltje op zijn kant. De duels Nadal-Federer zijn inmiddels ook legendarisch om nog maar te zwijgen van Edberg-Becker of Sampras-Agassi in een nog niet zo grijs verleden.

Het interessante aan Cronins boek is dat hij uitgebreid ingaat op de (tennis)jeugd en opkomst van de tennisgrootheden Björn Borg en John McEnroe. Hij wisselt deze hoofdstukken geslaagd af met eeen verslaggeving van de Wimbledonfinale tussen beide heren in 1980. Heerlijk om als liefhebber eens een uitgebreide rapportage voorgeschoteld te krijgen van een tennisfinale; de doorsnee krant loopt hier immers ook niet van over.

Borg en McEnroe zijn in hun jeugd al verschillende figuren: Borg is een gedisciplineerd trainingsbeest dat een bizar aantal uren op de tennisbaan aflegt. McEnroe speelt liever partijtjes dan dat hij zijn trainingen gedwee afwerkt, maar zijn talent is onmiskenbaar. En waar Borg op een gegeven moment zijn (puberale) woede-uitbarstingen onder controle krijgt, blijft McEnroe soms onweerstaanbaar. Cronin probeert door zijn gesprekken met andere spelers, coaches en zelfs sportpsychologen McEnroes onaangepaste gedrag te verklaren, maar een duidelijk antwoord houdt de lezer er niet aan over. Opvallend wel is dat ‘Mac’ zijn beruchte optredens nimmer ten toon spreidde tegen Borg, zeer waarschijnlijk omdat de flegmatieke Zweed de enige speler was waarvan hij van zichzelf mocht verliezen.

Bron: boeken-kopen.nl

Wonderbaarlijk is ook dat McEnroe bijna altijd met zijn soms illegale gedrag wegkwam. Sommige spelers konden het bloed van de Amerikaan door zijn provocaties en spelbederf wel drinken, maar gek genoeg grepen scheidsrechters en toernooidirecteuren toen zelden in. Wellicht waren de toppers in die tijd zulke grote helden dat ongewenste uitspattingen met de mantel der liefde werden bedekt. Het netwerk van McEnroe met andere VIPS was ook enorm groot: met name wereldberoemde acteurs en actrices weken nauwelijks van zijn zijde.

Bij Borg is zijn relatie met de zeer extraverte en helaas veel te vroeg overleden Vitas Gerulaitis frappant. De twee zijn ogenschijnlijk tegenpolen: de koele, rustige en vrij teruggetrokken Borg versus het charmante, sociale feestnummer Gerulaitis. Later in zijn loopbaan gaat de Zweed steeds meer tot in de late uurtjes stappen met de Amerikaan van Litouwse komaf, om op de een of andere manier de volgende dag toch weer fris op de tennisbaan te staan. Tennistechnisch blijft vooral Borgs onverstoorbare houding en slagen op de ‘big points’ bij: hij verklaarde dan net even wat meer en anders te kunnen doen dan normaal: alsof hij doorgaans op 90% speelde en op de belangrijkste momenten zijn uitzonderlijke klasse kon etaleren.

Genoeg stof dus voor de tennisliefhebber om eens lekker op de bank of campingstoel te gaan zitten met het boek van Cronin. Af en toe valt hij wel in herhaling met de ‘clowneske’ Nastase en de ‘irritante’ Connors. Ook vergaloppeert hij zich een beetje door te pogen met het politieke klimaat van destijds de tennissport te duiden: zijn geopperde verbanden zijn daarbij te kort door te bocht. Niettemin blijft er, mede door de bovengenoemde constructie, een prima boek over dat zeker de fans van toen zal enthousiasmeren en voor hen herkenning zal oproepen: ++++.

De NUt-secretaris was in Nuth!

De naam ‘NUt’ is, voor diegenen die dit niet weten, voor meerdere uitleg vatbaar. NUt staat niet alleen voor de meest gangbare betekenis ‘waarde’, of  ‘zin’, maar is ook een samentrekking van de woonplaatsen van de oprichters van NUt, Nijmegen (secretaris) en Utrecht (voorzitter). Voeg daarbij de eerste letter van de huidige woonplaats van de beschermheer en we komen vanzelf terecht bij ‘Nuth‘, dat tevens een plaatsje is in Limburg. En laat de secretaris daar nu afgelopen zondag geweest zijn!

LTC Nuth. Bron: tennisloods.nl

Toegegeven, de secretaris was hier niet geheel uit eigen beweging naar toe gegaan en een excursie was het allerminst. De tenniscompetitie bracht het team van het Nijmeegse Avanti verrassenderwijs anderhalf uur zuidwaarts, waar het aan moest treden op de gravelbanen van tennisvereniging LTC Nuth. Uiteraard werden zij met Limburgse vlaai ontvangen en maakten kennis met lokale tennishelden als Jo en Rigtje, die over het algemeen door de secretaris redelijk goed verstaan werden.

Nuth is een dorpje met ruim 5.000 inwoners en is daarmee de grootste kern van de gelijknamige gemeente die verder uit vier kleinere kernen bestaat met sprookjesachtige namen als Schimmert en Wijnandsrade. Het landschap is al redelijk glooiiende in het gebied tussen Geleen en Heerlen, dichtgelegen tegen de A76. De regio lijkt te kampen met een lichte krimp van de bevolking, zoals ook elders in Limburg, hetgeen bijvoorbeeld het voortbestaan van sommige tennisclubs in gevaar brengt. Voor de hand liggende fusies zijn echter niet zomaar beklonken. De mensen aldaar hechten erg aan hun eigen dorpje en niet alleen op sportief gebied is er sprake van enige rivaliteit.

Sint-Bavokerk in Nuth. Bron: wikipedia

Helaas kwam een zeker vooroordeel van de secretaris enigszins uit: de Limburgse gezelligheid kent wel zijn grenzen. Enerzijds trakteert men de gasten op lekkere vlaai en een prima maaltijd na afloop (kom daar nog maar eens om in een tenniscompetitie tegenwoordig) en is men vol van joviaal vertelde verhalen over gezelligheid en feesten. Aan de andere kant klit men, zo gauw de mogelijkheid zich voordoet, samen met aanwezige familie en clubgenoten, terwijl de (ongeschreven) regel toch is dat de ontvangende club zich in de eerste plaats een gastheer dient te tonen voor de bezoekende partij.

Niettemin werd het tripje naar Nuth een geslaagde onderneming: met een 4-1 overwinning trokken de Avantianen na een uiterst zonnige dag content huiswaarts, zodat de hoop op het kampioenschap intact blijft. Wie de sportieve verrichtingen van de secretaris wil blijven volgen, klikke hier.