Tag: tragiek

Terugkeer van de tragiek (2): Thierry Claveyrolat

Zomaar een zomer eind jaren ’80. De secretaris bracht de vakanties vaak grotendeels buiten(spelend) door. Maar voor een bergetappe van de Tour de France deerde het hem niet om zich, ondanks stralend weer, binnen even terug te trekken voor de buis. Geen wonder, want de secretaris was destijds trots drager van een bolletjestrui met een foto van local -toen nog- hero Gert-Jan Theunisse, ofschoon de klimmer uit Berghem volgens zijn tante die bij hem op school zat een “kapsoneslijer” was. Theunisse had destijds bij de strijd om het mooiste tricot concurrentie van een even avontuurlijke Fransman, gezegend met de prachtige naam Thierry Claveyrolat.

Claveyrolat (1959) leek een mooie toekomst beschoren: alhoewel hij een relatieve laatbloeier was, stond hij medio jaren ’80 aan de vooravond van een doorbraak om samen met zijn landgenoot Charley Mottet de Fransen hoop te geven op succesvolle daden in de Tour de France. In 1986 won hij twee etappes en het bergklassement in de Dauphiné Libéré, achteraf de rittenkoers waar hij zijn (klim)talenten het meest etaleerde. De Tour bleek op de een of andere manier toch een moeilijke zaak voor Claveyrolat, want de glorie liet enkele jaren op zich wachten.

Claveyrolat (rechts) naast Steven Rooks op Alpe d’Huez in de Tour van 1991. Bron: parool.nl

Claveyrolat zag zich genoopt om zijn momenten te kiezen, want 3 weken continu op een hoog niveau rijden leek teveel gevraagd. Tijdens sommige bergetappes verschanste hij zich in het peloton, maar een dag later kon het heel anders zijn: net als Theunisse ging hij dan vol voor de dagzege en de bolletjestrui. In 1990 werd hij dan uiteindelijk beloond: de 10e etappe werd zijn prooi en in Parijs mocht hij aan heel de wereld dan die felbegeerde rood-witte trui laten zien. Een jaar later won hij weer een etappe, maar de bolletjestrui moest hij aan Claudio Chiappucci laten. Daarna ging de wielerloopbaan van de “adelaar van Vizille” langzaam bergafwaarts, ofschoon hij in zijn geliefde Dauphiné nog steeds liet zien waartoe hij als wielrenner in staat was.

Na zijn loopbaan begon hij een goedlopend café en verscheen hij in een TV-programma waarin hij 1 miljoen Franse frank won. Het geluk leek hem aan alle kanten toe te lachen. Maar in de zomer van 1998 slaat het noodlot keihard toe. Op een provinciale weg veroorzaakt hij een frontale aanrijding waarbij de tegenliggers, een vader en een zoon, omkomen. Claveyrolat kan de schuld van het ongeval niet verdragen en de levensweg van de gewezen klimmer is vanaf dan alleen nog maar een afdaling. Hij ziet nog maar één uitweg: ruim een jaar later pleegt hij thuis zelfmoord.

Terugkeer van de tragiek (1): inleiding

Uiteraard wenst de secretaris u zoveel mogelijk voorspoed in uw leven en hij hoopt oprecht en vurig dat u niets vervelends overkomt in de nabije en verre toekomst. Maar er moet hem iets van het hart: in toenemende mate ergert de secretaris zich eraan dat de tragiek geen kans meer krijgt in onze maatschappij. Het prachtige woord ‘fatum’ dreigt te verdwijnen en dat is op zichzelf een ramp. U zult denken: ‘Is de secretaris gek geworden? Wil hij ellende, ongelukken en tegenspoed?’ Nee, geenszins, maar we lijken tegenwoordig alles maar dicht te willen timmeren om veiligheid en zekerheden in te bouwen. De secretaris zal hier een aantal redenen noemen waarom dat geen goed idee is.

In de eerste plaats, natuurlijk een open deur, is het een illusie dat we alle ongelukken, ziektes en andere rampspoed kunnen voorkomen. De verkeersveiligheid en gezondheidszorg hebben in de laatste decennia een enorme vlucht genomen, maar de curve zwakt af. Doordat het algemene beeld steeds gunstiger wordt, lijkt iedereen het moeilijker te vinden om juist bij die paar tienden procent van de gevallen waarbij het vreselijk fout gaat, enige acceptatie te betrachten. Het leed hoort er niet meer bij. ‘De dood van één man is een tragedie, de dood van een miljoen mensen een statistiek’, zou Stalin gezegd hebben.

Daarnaast krijgt tegenslag een steeds negatievere bijsmaak, hetgeen het gevoel van tegenslag juist kan versterken. In onze veilige westerse wereld waarin zoveel verworvenheden zijn, krijgt een individu in penibele situaties stress, schaamte en een gevoel van eenzaamheid, juist door een aangenomen alleen staan in het leed: ‘waarom overkomt mij dit’, ‘wat een pech’ en ‘bij die anderen loopt het verdorie allemaal op rolletjes’. Elk huisje heeft zijn kruisje, maar het is niet meer zo evident en zichtbaar als vroeger.

Een naar gevolg van het inbouwen van veiligheid en zekerheden is dat veel zaken een erg beheersmatig karakter krijgen, waarin controleurs, bewakers en bureaucraten noodgedwongen een hoofdrol spelen. Spontaniteit, toeval en intuïtie leggen het af tegen risicovermijding en overdreven verantwoordelijkheid. Fouten maken is menselijk, maar hoe lang nog? Bij ver doorschieten kan risicovermijding ook angst oproepen: een patiënt wordt soms wel 5x gevraagd of hij meneer Jansen van 7 mei 1938 is: ‘weten ze nu nog niet wie ik ben?’. Ook verzanden we in eeuwige discussies over de schuldvraag als het dan wel een keer mis gaat: er moet altijd iemand opdraaien of voor het gerecht.

Enige tragiek maakt mensen bovendien bescheiden en dankbaar. No pain no gain, goede tijden slechte tijden. Wie het noodlot als een gegeven beschouwt, waardeert voorspoed en ziet het niet als een recht of als richtsnoer. Het leven als een soort golfbeweging, een sinusoïde. Uiteindelijk gaat het erom weer de balans te vinden.